FILM

Destructieve emoties

Simon Werner a disparu…

Medium disparu

Het begint als een slasherfilm uit de jaren tachtig: terwijl een nummer van The Cure op de achtergrond klinkt, volgt de camera een meisje dat ’s avonds laat op weg is naar een feestje ergens in een rustig ogende voorstad van Parijs. Zo alleen op het trottoir lijkt ze typisch het object van een moordenaar, op wie de held conform de conventies later in het verhaal erge wraak zal nemen. Maar dat blijkt allemaal schijn. Een held is er niet en met dit meisje gebeurt er nu even niets. Want het lichaam dat even later in een nabijgelegen bos wordt gevonden, is van iemand anders, misschien zelfs van Simon Werner.

In Simon Werner a disparu… laat de debuterende Franse regisseur Fabrice Gobert de kijker voortdurend gissen naar wat er werkelijk aan de hand is. En toch is zijn film geen rechttoe-rechtaan-thriller. Simon Werner a disparu… is eerder een spel met genre, een stijloefening waarin diverse vertelvormen effectief worden gecombineerd om uiteindelijk een psychologisch rijk verhaal op te leveren over de stormachtige, destructieve emoties en gedachten in het hart en in de ziel van opgroeiende tieners.

De verdwenen Simon Werner (Laurent Delbecque), een populaire jongen die een relatie met de mooie Alice (Ana Girardot) heeft, is de spil waarom alles draait, net als Laura Palmer in Twin Peaks. En ook in Goberts film is de school deel van een gesloten, relatief kleine gemeenschap waarin volwassenen succesvolle levens leiden. Ze bestaan evenwel in de periferie; de kern wordt gevormd door de kinderen en hun op het oog ongrijpbare en onbegrijpelijke leefwereld waarin een sfeer van gevaar en geheimhouding overheersend is.

Het zoeken naar Simon, of tenminste naar zijn lichaam, heeft veel weg van een spel met symboliek. Dat sluit aan bij de vorm van de film: de structuur wordt bepaald door het jongleren met conventies. Gobert openbaart de hoofdlijnen van zijn verhaal langzaam door dezelfde ‘feiten’ door vier verschillende personages in afzonderlijke 'hoofdstukken’ aan de orde te laten komen. Hiermee treedt de regisseur in de voetsporen van grote namen in de Franse cinema. Het non-lineair vertelde verhaal werd vooral in de jaren zestig effectief aangewend door de regisseurs van de nouvelle vague, en in de jaren negentig door hun opvolger, Quentin Tarantino, in vooral Pulp Fiction. Deze stijl is, toegeven, inmiddels ietwat overbekend en daardoor weinig verrassend, maar ik houd er nog steeds van: je wordt immers doorgaans gedwongen na te denken over de authenticiteit van het beeld. Wat zien we precies? Het vinden van een antwoord vereist gedisciplineerd kijken. Het beeld dringt aan op analyse. Zo ook in Simon Werner. Een jongen die vlak buiten de meisjeskleedkamer voor gluurder wordt uitgescholden: is hij dat ook echt? Of heeft hij een andere reden voor zijn verdachte gedrag? En wat zijn de implicaties van deze nieuwe 'waarheid’ voor het verhaal als geheel? De film vormt zo bijna een narratieve puzzel. En in het oplossen ervan ligt het plezier van het kijken.

Er is meer, muziek bijvoorbeeld. Op de maat van Sonic Youth en The Cure en vooral het pijnlijk mooie There’s a Place for Us van Tom Waits dwalen de jonge volwassenen door de gangen van hun school in de Parijse voorstad. Hun referentiekader komt anachronistisch over: ze praten over jaren-tachtigfilms als Poltergeist en The Amityville Horror. Ze zijn zoekend en kijkend en soms lachend. En ze zijn doelgericht, blindelings, angstig. Ze hebben in ieder geval iets groots, iets dramatisch, zo op het breukvlak tussen heden en verleden, tussen spel en het echte leven. Of tussen leugen en waarheid. Ondubbelzinnig wordt Simon Werner nooit, zeker niet in een onvergetelijke scène: de tieners praten onderling, ogenschijnlijk over iets essentieels. Maar wat ze zeggen mogen wij niet horen.


Te zien vanaf 10 maart