Over spinoza

Deugdzame atheïsten

Pierre Bayle
Over spinoza
Bezorgd en vertaald door Henri Krop en Jacob van der Sluis, Damon, 208 blz., € 19,90

Er wordt tegenwoordig nogal eens gesuggereerd dat islam en democratie onverenigbaar zijn. Veel van die islamcritici beroepen zich expliciet op de Verlichting, die volgens hen heeft afgerekend met het absurde geloof in hogere machten en bovendien aan de wieg van onze democratie heeft gestaan. Dat historisch besef niet de meest in het oog springende eigenschap van dergelijke Verlichtingsadepten is, wordt duidelijk wanneer we een blik werpen op een van de belangrijkste Verlichtingsfilosofen, de naar Rotterdam uitgeweken Franse denker Pierre Bayle (1647-1706).

Bayle was vermoedelijk de eerste denker die van mening was dat er geen inhoudelijk verband bestond tussen godsdienst en ethiek. Godsdienst gaat over wat men gelooft en politiek gaat over hoe men handelt. Volgens Bayle is er echter geen intrinsiek verband tussen kennis en handelen. Het is volgens hem heel goed mogelijk dat iemand op basis van verkeerde veronderstellingen goed handelt. Dit kan verklaren waarom veel deugden in de meeste religies en culturen voorkomen. Anders dan bij Hobbes en Locke strekte Bayle’s pleidooi voor tolerantie zich ook uit tot atheïsten, aangezien hij geloofde dat er ook deugdzame atheïsten konden bestaan.

Vooral dit laatste standpunt werd hem in zijn tijd bijzonder kwalijk genomen. Het was ook de reden dat tal van theologen deze calvinist ervan verdachten een heimelijke ‘spinozist’ te zijn, wat rond 1700 ongeveer het ergste was waar je van beschuldigd kon worden. En dat terwijl hij in het lemma ‘Spinoza’ van zijn vermaarde Dictionaire historique et critique (1697) scherpe kritiek uitte op de filosofie van de man die door Jonathan Israel wordt gezien als de grondlegger van de Radicale Verlichting. Ook Israel deelt het wantrouwen van Bayle’s tijdgenoten. Hij was van mening dat Bayle’s kritiek op Spinoza zo weinig overtuigend was dat hij in feite propaganda voor het spinozisme maakte.

Uit de uitgebreide en bijzonder informatieve voor- en nawoorden bij deze vertaling van Bayle’s lemma over Spinoza – inclusief de veel omvangrijkere aantekeningen en voetnoten – blijkt dat het iets minder eenvoudig in elkaar zit. Bayle rijst op als een bijzonder interessant denker. Hij was weliswaar een ‘overgangsfiguur’, iemand die deels nog in een oudere denktraditie stond maar die tegelijkertijd vernieuwend was, maar intellectuele aardverschuivingen zijn nooit te begrijpen zonder dergelijke denkers. In dit verband had trouwens wel iets meer aandacht mogen worden besteed aan de merkwaardige structuur van Bayle’s Dictionaire en de traditie waarin die stond.