De groot-groter-grootstbank

Deutsche moet weer Duits worden

Duitsland gedraagt zich in Europa als een onbuigzame boekhouder en het toonbeeld van degelijkheid. Maar de eigen Deutsche Bank heeft zich door het ene na het andere schandaal in een crisis gestort. De grootbank moet terug naar saai, degelijk en betrouwbaar.

Medium gettyimages 144530444

Een internationale artiest die zijn publiek trakteert op een paar woorden in de lokale taal kan doorgaans rekenen op een warm applaus. Niet Anshu Jain, van 2011 tot vorige maand topman van Deutsche Bank. De Indiase Brit genereerde in mei op de jaarvergadering van de gerenommeerde grootbank in de Frankfurter Festhalle slechts zacht gegrinnik met zijn Duitse welkomstwoorden.

De ruim vijfduizend aanwezigen hoorden hoe Jain, al sinds 1995 in dienst bij de grootste bank van Duitsland, na zijn openingswoorden snel overschakelde op het Engels. Vanaf dat moment was zijn stem niet meer te horen: een Duitse vertaalmachine drukte de 52-jarige zakenbankier naar de achtergrond zodra hij begon te praten.

Deze knullige scène was illustratief voor de afstand die is ontstaan tussen de top van de bank en haar belangrijkste ‘stakeholders’: haar aandeelhouders en het Duitse bedrijfsleven. Want fraudeschandalen, teleurstellende resultaten en een voor Duitse begrippen al te Angelsaksische bedrijfscultuur hebben het ooit zo voorname financiële instituut uit het Rijnland in een diepe vertrouwenscrisis gestort. Jain maakte de bank groot op Wall Street en kreeg de bijnaam ‘rainmaker’ vanwege de vele miljarden die hij in de loop der jaren voor de bank en haar aandeelhouders verdiende. Nu is Deutsche mikpunt geworden van spot en ergernis. Op de jaarvergadering kwam het zelfs tot rebellie. Ontevreden met de achterblijvende aandelenkoers, een waslijst van problemen en een vage strategie weigerde veertig procent van de aandeelhouders het bestuur decharge te verlenen – een zeldzaamheid in Duitsland en het beleggersequivalent van een motie van wantrouwen. ‘Wij betalen de prijs voor de casino-spelletjes van de investment bankers’, hield Klaus Nieding van een Duitse vereniging van particuliere beleggers de banktop voor.

Nieding had gelijk. Deutsche was in de voorbije jaren onderwerp van tientallen juridische onderzoeken. In april betaalde Deutsche nog een astronomische 2,5 miljard dollar aan de Amerikaanse en Britse toezichthouder voor manipulatie van het interbancaire rentetarief Libor, nadat ze eerder al voor 983 miljoen dollar was beboet door de Europese Commissie. Daarmee laat de bank alle andere betrokkenen in de Libor-affaire, waaronder Rabobank, ver achter zich. Onderzoeken naar manipulatie van valutamarkten, vermeende witwastransacties voor Russische klanten en overtredingen van Amerikaanse sancties lopen bovendien nog.

In veruit de meeste gevallen overschreed de in Londen en op Wall Street gewortelde handelspoot van Jain de regels. Dat voedt de scepsis die toch altijd al bestond in Duitsland tegenover het Angelsaksische zakenbankieren. Scepsis die bovendien sterk is toegenomen sinds de kredietcrisis van 2008, die ook grote Duitse instellingen zoals Commerzbank aan het wankelen bracht. Politici hebben zelfs al gedreigd Deutsche op te breken.

En dus moet Deutsche weer Duits worden, klinkt het in de Bondsrepubliek. Oftewel: saai, degelijk en betrouwbaar. Een eenvoudige kredietverlener aan bedrijven en particulieren, in plaats van de Goldman Sachs van het Rijnland. Bij de bank zelf is dat besef ook ingedaald. Bestuursvoorzitter John Cryan, de vloeiend Duits sprekende opvolger van de in ongenade gevallen Jain, sprak bij zijn entree deze maand zelfs over een ‘terugkeer naar het hart van de Duitse maatschappij en haar economie’. Mooi gesproken, maar wat betekent het?

Met een terugkeer verwijst Cryan naar de periode waarin Deutsche nog sterk verweven is met de Duitse industrie. Het zijn de decennia waarin de 145 jaar oude bank het centrum vormt van wat bekend komt te staan als ‘Deutschland AG’: een hecht Duits, conservatief netwerk van grootindustriëlen, hoge ambtenaren, politici en financiers dat de economische koers van naoorlogs Duitsland bepaalt.

Deutschland AG gaat veel verder dan nauwe persoonlijke contacten tussen mensen in de top. Deutsche Bank en ook verzekeraar Allianz hebben toezichtposities en aanzienlijke aandelenbelangen in tientallen Duitse bedrijven, waaronder grote namen als Thyssen, Daimler en Siemens. Daarmee is de bank verzekerd van klandizie en verregaande invloed, terwijl de betreffende bedrijven kunnen rekenen op bescherming tegen vijandige overnames en financiële steun als de markt even tegen zit. Begin jaren negentig veroorzaakt de globalisering van de handel en de financiële markten echter de eerste barstjes in het gesloten zakenbastion van de Bondsrepubliek. Duitse ondernemingen gaan noodgedwongen internationaler concurreren en ook Deutsche Bank slaat haar vleugels uit. Ze blijft over de grens de huisbank van het Duitse bedrijfsleven, maar ontdekt daarnaast een andere goudmijn: de lucratieve en snel groeiende handel in effecten en derivaten. Het resultaat: Deutsche verlegt haar ambities. De degelijke kredietverlener met diepe wortels in het Duitse bedrijfsleven zal een internationale zaken- en handelsbank worden. Een ‘global investment bank’ dus, die kan concurreren met de snelle jongens van Goldman Sachs cum suis, in de City en op Wall Street.

Niet toevallig valt het begin van Deutsche als een flitsende zakenbank samen met het einde van de dominantie van gespecialiseerde handelshuizen in Londen en New York, doorgaans relatief kleine partnerschappen die handelen met hun eigen geld. Mogelijk gemaakt door financiële deregulering eind jaren tachtig en geholpen door het kapitaal van hun particuliere klanten slokken grootbanken als ubs, Barclays en Deutsche in hoog tempo de kleinere effectenbedrijven op.

De machtige grootbank met alle bancaire activiteiten onder één dak wordt in de jaren van economische voorspoed én hoogmoed al gauw het dominante model binnen de financiële wereld, die door deregulering, economische groei en de entree van vooral derivatenproducten in razend tempo uitdijt. En al snel worden de handels- en ‘dealmaking’-divisies met hun megawinsten op hun beurt dominant binnen de grootbanken.

Deutsche Bank moet weer gewoon kredietverlener zijn, in plaats van de Goldman Sachs van het Rijnland

Zo ook binnen Deutsche, die net als ABN Amro furore zal gaan maken waar het echte geld wordt verdiend: in Londen en New York. Halverwege de jaren negentig neemt de Duitse kredietverstrekker daarom een team van zo’n honderd, voornamelijk Amerikaanse, investment bankers over van de handelsdesk van Merrill Lynch, onder wie Anshu Jain. De Brit is dan al een veelbelovend zakenbankier en gespecialiseerd in hedgefondsbeleggingen. Zelfs sterbelegger Warren Buffett ziet het in hem zitten.

En Jain en zijn collega’s stellen – aanvankelijk – niet teleur: de handelsjongens brengen de bank in rap tempo succes en status: nauwelijks vijf jaar na de entree van het team van Merrill Lynch is de handelsdivisie al goed voor zo’n tweederde van de winst van Deutsche. De bank blinkt uit in obligatiehandel en derivaten en kan wedijveren met de grote namen van Wall Street en de City.

Net als bij ABN Amro brengen de investment bankers behalve succes ook een prestatiecultuur met voorliefde voor risico, die Deutsche langzaam maar zeker vervreemdt van het risico-averse en spaarzame thuisland. Ook op andere vlakken worden de banden met de Duitse economie losser. Nog voor de eeuwwisseling doet Deutsche Bank haar aandelenbelangen in Duitse bedrijven van de hand. Die drukken de aandelenkoers van de bank, en return on equity (rendement op het eigen vermogen) wordt leidend. Daarom onderwerpt Deutsche voortaan ook de kredietverlening aan scherpere winsteisen, wat betekent dat ondernemingen de wacht wordt aangezegd.

Deutsche wordt dus Angelsaksischer en de uiterst winstgevende handelsdesk krijgt in de loop der jaren steeds meer te zeggen binnen de bank. In 2000 ketst een langverwachte en van alle kanten gesteunde fusie van Deutsche met Dresdner Bank op het laatste moment af. In diezelfde periode gaat de limiet voor proprietary trading, de tak waar met het geld van de bank voor eigen rekening wordt gehandeld, fors omhoog – daar zijn immers de grootste winsten te behalen. Zodanig zelfs dat The Economist Deutsche Bank in 2004 typeert als een gigantisch ‘hedgefonds, geleid door een Indiase obligatie-junk’, daarmee verwijzend naar Anshu Jain. Bijna een derde van de handelsposities zou op dat moment voor eigen rekening zijn. ‘Een passie om te presteren, zoals de slogan luidt van Deutsche, betekent niet veel meer dan een passie om geld te verdienen voor haar investment bankers’, concludeert het Britse weekblad.

Lange tijd lijkt het goed te gaan. De bank boekt recordwinsten en terwijl ABN Amro inmiddels aan overmoed ten onder gaat, komt Deutsche als een van de weinige internationale grootbanken niet of nauwelijks in de problemen door de kredietcrisis. De Duitse kredietverstrekker zit weliswaar tot over haar oren in de handel in beruchte Amerikaanse hypotheekobligaties, maar de schade die Deutsche oploopt door de val van de Amerikaanse huizenmarkt blijkt tot veler verbazing beperkt. Sterker nog, de bank doet de wenkbrauwen fronsen als naar voren komt dat haar handelaren in de aanloop van de kredietcrisis met miljarden hebben gegokt op een crash van die huizenmarkt.

En dan, als het eerste stof van de kredietcrisis is opgewaaid, gaat de beerput alsnog open. In het ene na het andere schandaal duikt Deutsche Bank op. Of het nu gaat om onderzoeken naar de verkoop van rommelhypotheken, manipulatie van rentestandaarden, faciliteren van belastingontduiking, verdoezelen van verliezen op handelsposities of de verkoop van complexe rentederivaten aan semi-overheden (zoals de Nederlandse woningcorporatie Vestia), Deutsche is erbij betrokken. En betaalt zich blauw aan boetes. Volgens Duitse kranten levert de lange reeks affaires het bewijs dat de Angelsaksische investment bank te dominant is geworden binnen Deutsche Bank. Die zou moeten terugkeren naar het hart van het Duitse bedrijfsleven, zonder de aandelenbelangen van voorheen en als betrouwbare kredietverlener en adviseur. Nog steeds internationaal, maar kleiner, saaier en overzichtelijker. Zoals de Duitse politiek: degelijk en spaarzaam.

De nieuwe topman John Cryan is volgens velen de juiste persoon om de dominantie van de handelspoot te breken, zonder daarbij de winstgevendheid van de bank te offeren. De Brit, zelf geen zakenbankier, heeft bij ubs een naam opgebouwd als saneerder die niet bang is voor reputaties. Bovendien heeft hij het tij mee. Europese regelgeving heeft de handel kapitaalintensief en dus duur gemaakt, waardoor veel grootbanken al het mes hebben gezet in hun dealing rooms. Ook Deutsche kan zich ‘de luxe van een omvangrijke handelsdesk niet meer veroorloven’, stelde Cryan dan ook in zijn brief aan het personeel. Nu ook Deutsche door de mand is gevallen, moeten de irreële ambities teruggeschroefd worden. De tering weer gewoon naar de nering zetten, om het vertrouwen terug te winnen.


Deutsche Bank in Nederland: van HBU tot Vestia

Deutsche Bank nam in 2010 de bedrijventak HBU van ABN Amro over, waarmee ze zich in één klap tussen de drie Nederlandse grootbanken zou positioneren. Het verliep anders. De bank leed in Nederland verlies, stuurde duizenden klanten weg omdat ze niet rendabel genoeg waren en ontsloeg zeshonderd bankiers. Maar de pijnlijkste episode van Deutsche Bank in Nederland is de Vestia-affaire geweest. Die woningcorporatie ging in 2012 bijna failliet doordat bestuursvoorzitter Erik Staal en financiële man Marcel de Vries op grote schaal speculeerden met derivaten, verzekeringen tegen renteschommelingen.

Grootste leveranciers van die derivaten waren ABN Amro en Deutsche Bank. Die verdienden daar goed aan, Deutsche tot wel 150 miljoen euro in een jaar. In ruil daarvoor nodigde de Londense vestiging van de bank Marcel de Vries geregeld uit in Londen voor luxe diners, overnachtingen in dure hotels en uitstapjes met callgirls.

Veel van die derivaten en afgeleide producten pasten totaal niet bij de rol van Vestia als woningcorporatie. En Vestia nam risico door erop te gokken dat de rente op de financiële markten niet omlaag zou gaan. Door de kredietcrisis gebeurde dat wel. Zo kwam de renteportefeuille 2,7 miljard euro onder water te staan. Erik Staal heeft aangekondigd dat hij banken als ABN Amro en mogelijk ook Deutsche gaat aanklagen voor hun rol in fraude.


Beeld: Deutsche Bank kon wedijveren met de grote namen van Wall Street en de city
Simon Dawson/ Bloomberg via Getty Images