Worstelende Wetenschap #15

Deze jonge psycholoog vertegenwoordigt het nieuwe elan in de wetenschap

Psycholoog Daniël Lakens is een ‘razende kruisvaarder’ van de Open Wetenschap: een van de frontliners die de hervorming van de wetenschap afdwingt en vorm geeft. ‘De idealistische waarheidsvinder heeft het moeilijk.’

Psycholoog Daniël Lakens raakte in de afgelopen maanden verzeild in een curieus, uiterst verhit debat. Prominente vakgenoten stelden voor om de ‘p-waarde’ – waarmee onderbouwd wordt of een bevinding ertoe doet – tien keer strenger te maken dan die nu is. Dat zou de kans op onterecht positieve uitkomsten verkleinen en daarmee de betrouwbaarheid van het gepubliceerde onderzoek verbeteren. Voor de leek of de semi-leek klinkt dit misschien redelijk, maar Lakens is mordicus tegen. Op zijn initiatief gingen tientallen onderzoekers in een online documentje met elkaar in discussie; 88 van hen publiceerden samen een reactie op het verstrengingsvoorstel: zij pleiten voor een flexibele p-waarde, afhankelijk van de studie. Als je betrouwbaarder onderzoek wil, moet je de statistiek niet strenger maken, maar de opzet van je onderzoek zelf – zo is de gedachte.

Lakens, assistent-professor aan de Technische Universiteit in Eindhoven, is gespecialiseerd in het opzetten van onderzoek, het bedrijven van statistiek en in beloningsstructuren in de wetenschap. Tot voor kort waren dat niet de meest aansprekende onderwerpen, maar dankzij de huidige discussies over integriteit, betrouwbaarheid en degelijkheid van onderzoek is zijn subject ineens hip. Zo hip zelfs dat hij eerder dit jaar een prestigieuze Vidi-beurs van 800.000 euro toegekend kreeg van NWO, die hem de ruimte geeft om komende jaren met een team onderzoek te doen.

Wie Lakens volgt op Twitter vraagt zich af waar hij de tijd vandaan haalt om ook nog onderzoek te doen: de links naar blogs van bevlogen collega’s vliegen je om de oren. Over het verbeteren van de statistiek in zijn vakgebied, over het delen van hypotheses, onderzoeksopzetten en ruwe data – en opzetten van samenwerkingen om replicaties en andere projecten mogelijk te maken. Een van die initiatieven is Study Swap, vernoemd naar de concertkaartenuitwisselportal Ticket Swap.

Eén bloggende collega noemde hem laatst gekscherend een ‘razende kruisvaarder’ van de Open Wetenschap. Kruisvaarder of niet, het staat buiten kijf dat Lakens, wiens eigen blog the 20% statistician heet (als je 20 procent van de statistiek snapt, wordt 80 procent van je conclusies een stuk betrouwbaarder, stelt Lakens), een van de frontliners is die de hervorming van de wetenschap afdwingt en vorm geeft met discussies, provocaties en initiatieven. Zo zorgde hij ervoor dat in Nederland het eerste nationale fonds specifiek voor replicastudies werd opgezet. Ook geeft Lakens workshops aan studenten, collega’s en journalisten over statistiek en dataverzameling. En in de afgelopen maanden was er dus dat tegengeluid in de discussie over strengere p-waarden.

Frisse blik, licht grijzend, in een knotje vastgebonden haar – meer de uitstraling van een creatief ondernemer dan van een wetenschapper. Een creatief ondernemer is hij in feite ook. Eentje die het niet voor het geld doet, maar voor de vruchtbare samenwerkingen, en om de wereld, in dit geval de wetenschappelijke wereld, een stukje beter te maken. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk en uitgepraat over zijn vak raakt hij nooit. Na ruim anderhalf uur schudt hij me de hand omdat hij naar een volgende meeting moet; wanneer ik hem de volgende dag mail of ik nog een paar persoonlijke vragen mag stellen, hangt hij diezelfde avond al weer aan de lijn.

Enfin, wie met Daniël Lakens spreekt bekruipt al snel het gevoel dat het goed kan komen met de wetenschap: als iedereen maar net zo kritisch als hij is op zijn eigen aannames en methoden – en de verbinding zoekt met anderen die het beste voor hebben met de wetenschap en de maatschappij. Daar zit ook meteen de kwetsbaarheid die Lakens zelf ook onderkent: helaas zit niet iedere wetenschapper zo in elkaar. ‘Ze moeten altijd een afweging maken tussen het belang voor de wetenschap en dat voor henzelf, wat vaak toch neerkomt op het kunnen betalen van hun hypotheek. Het lastige is dat je waarheidsvinding niet in je eentje kunt doen, maar zo wordt er wel gestuurd.’

Als waarheidsvinding het ultieme doel van de wetenschap is, dan zouden mensen geselecteerd moeten worden die dat als doel hebben, stelt Lakens. ‘En daar gaat het al mis. Dat is namelijk niet zo, want er zijn allerlei andere manieren om een heel goede carrière in de wetenschap te hebben. De idealistische waarheidsvinder heeft het moeilijk. Dat zie ik niet snel veranderen, want de persoonlijke doelen krijg je ontzettend moeilijk in lijn met die van heel de wetenschap. Je krijgt al snel een sociaal dilemma.’ Briljant zijn ze ook lang niet allemaal. Tot die conclusie kwam Lakens al vrij snel. ‘Nu kom ik tussen de slimme mensen’, dacht hij toen hij aan het werk ging in de wetenschap. Maar dat viel tegen. ‘Al snel kom je erachter dat ook in de wetenschap iedereen – ook ikzelf – maar wat aan het doen is. Maar daardoor kan, of moet, er ook nog een hoop beter.’

Zelf kan Lakens het niet laten om over zijn werk te denken op een hoger, breder niveau. Al in 2011 was hij bezig met het nut van replicatiestudies, waardoor hij betrokken raakte bij het eerste grote replicatieproject, het Psychology Reproducibility Project, geleid door de Amerikaan Brian Nosek. Hij benaderde Lakens per mail om samen aan een speciale uitgave van het wetenschappelijk tijdschrift Social Psychology over het belang van replicatiestudies te maken. ‘Ik weet nog dat ik me thuis hardop zat af te vragen of ik dat wel moest doen. Het zou heel veel werk zijn en niet per se goed voor mijn carrière, want mensen zouden er kritisch op kunnen zijn. Maar mijn vrouw zei: “Als je het níet doet word je toch ongelukkig, dus ga het nu maar doen.”’

Het blad, dat in 2014 verscheen, oogstte veel aandacht. Een publicatie van de resultaten in Science kwam daar in 2015 nog eens keihard overheen, alleen al omdat bleek dat slechts eenderde van de studies in herhaling hetzelfde resultaat gaf. Daarmee is niet gezegd dat tweederde gefraudeerd of tenminste onjuist was – maar wel dat het zeer moeilijk was om het onderzoek opnieuw uit te voeren met hetzelfde resultaat.

Pas toen Lakens intensief met die materie bezig ging, besefte hij dat het nodig was om studies op een heel nette manier op te zetten. ‘Waarom had niemand me dat verteld?’ Een van de dingen die hij nooit had geleerd was het systematisch, op basis van berekeningen, vaststellen hoe groot de steekproef moet zijn. ‘Wij deden meestal maar wat. Twintig of zo.’

Dat is cruciale, vernietigende laksheid, want wanneer je steekproef te klein is, kun je je onderzoeksresultaten direct bij het grofvuil gooien. Langzaam maar zeker specialiseerde Lakens zich in dit soort methodologische en statistische vraagstukken. Steeds kwam hij uit bij de vraag: ‘Waarom voeren we dit op een normgedreven manier uit in plaats van een goed onderbouwde’ – oftewel: ‘Waarom doen we gewoon wat we doen omdat we dat nu eenmaal doen, en niet omdat we dat hebben uitgerekend of hebben beredeneerd?’ Lakens: ‘Dat is superbelangrijk, want je wil het belastinggeld dat je krijgt toch goed besteden?’

Om meer collega’s bewust te maken van deze inzichten ontwikkelde Lakens een Massive Open Online Course (MOOC), getiteld ‘Improving your statistical inference’. Dit online college, dat het overigens erg goed doet, gaat niet over de statistiek die wetenschappers bedrijven zodra ze hun onderzoeksresultaten binnen hebben, maar eromheen. ‘De vragen die je jezelf stelt voordat je een studie opzet, het nadenken daarover. Wat is nu echt de vraag die je wil beantwoorden en wat heb je daarvoor nodig?’

Dat delen van zijn kennis en inzichten is Lakens ten voeten uit: voor hem is wetenschap een collectieve bezigheid. Zijn doel is dan ook om zo veel mogelijk collega-wetenschappers te laten meewerken aan zijn NWO-gesubsidieerde onderzoek, ook omdat hij het eigenlijk te veel geld vindt voor één onderzoeker. Wat dat betreft kan hij zich volledig vinden in de kritische artikelen die in deze Nobelprijzenweek verschenen over het onderscheiden van individuele wetenschappers. ‘Niemand is briljant, ook Nobelprijswinnaars niet. Als je hen vraagt of het had uitgemaakt als ze er niet waren geweest? Een goede wetenschapper hoort gewoon “nee” te zeggen.’