De opkomst van de klimaatdocumentaire

Deze keer geen actieheld

The Age of Stupid gaat verder dan de klimaatfilms die tot nu toe zijn gemaakt. Maar de boodschap blijft somber. De documentaire komt precies op tijd voor de VN-klimaattop in Kopenhagen.

WOLKENKRABBERS zakken in elkaar, vloedgolven vegen metropolen in enkele seconden van de kaart, tornado’s vernietigen oogsten, auto’s en hele dorpen. Uit fictie is hij al lang niet meer weg te denken: de rampenfilm. In succesvolle films als Twister (1996), Dante’s Peak (1997) en The Day After Tomorrow (2004) proberen personages een dreigende catastrofe te voorkomen, eraan te ontsnappen of in een vernielde wereld een nieuw bestaan op te bouwen. Dit alles meestal onder aanvoering van een held die uiteindelijk de mensheid weet te redden. Komend seizoen staat er weer een nieuwe big budget-rampenfilm gepland: 2012. In de trailer zien we vloedgolven over het Himalayagebergte heen stromen.
Nu beginnen ook documentairefilms zich dit genre steeds meer eigen te maken. Al Gore zorgde met zijn An Inconvenient Truth (2006) niet alleen voor een controverse rond klimaatverandering en zijn eigen persoon, maar legde ook de grondsteen voor een nieuw genre: de klimaatdocumentaire. Documentaires over natuurrampen waren niets nieuws, over elke behoorlijke vloedgolf of vulkaanuitbarsting is in het verleden wel een film of ten minste een nieuwsitem gemaakt. Maar wat Gore deed was anders, grootschaliger. Hij had het over de toekomst. Zijn verfilmde slideshow over de opwarming van de aarde leverde hem vijftig miljoen dollar bioscoopinkomsten, twee Oscars en de Nobelprijs voor de Vrede op.
Sinds An Inconvenient Truth ligt er voor elke klimaatconferentie wel weer een documentaire klaar die de mogelijke gevolgen van de klimaatveranderingen met schrikbarende beelden toont en de schuld voor deze rampzalige ontwikkelingen bij de mens legt. Bij de regeringen, de industrie, het kapitalisme, maar ook bij de gewone burger. We moeten ons aangesproken en betrokken voelen en ons gedrag veranderen om de wereld voor onze kinderen te redden, zo luidt de boodschap.
Na Al Gore kwam Hollywoodster Leonardo DiCaprio met zijn even grootschalige en ambitieuze, maar minder succesvolle project The 11th Hour (2007). In plaats van één lange lezing deze keer quotes van wetenschappers en deskundigen, afgewisseld met DiCaprio’s commentaar. Maar de missie was hetzelfde en het geschetste doomscenario vergelijkbaar. Naast deze grote projecten van de studio’s Paramount (Gore) en Warner Brothers (DiCaprio) sprongen ook kleinere producenten en filmmakers in deze niche. A Sea Change (2009) stelt bijvoorbeeld de vraag welke effecten de klimaatveranderingen hebben op de zee en wat er gaat gebeuren als de oceanen steeds meer verontreinigd en giftiger worden. In Sun Come Up (2009) vertelt regisseur Jennifer Redfearn over de bewoners van de Carteret Islands, een eilandenketting in de buurt van Papoea-Nieuw-Guinea die door de opwarming van de aarde langzamerhand in de zee zinkt. De enige mogelijkheid die blijft is vluchten. De film stelt daarmee niet alleen vragen over klimaatveranderingen, maar ook over mensenrechten en conflicthantering.
Ook televisiezenders speelden in op deze nieuwe hype. National Geographic speculeerde vorig jaar in Aftermath: Population Zero hoe de wereld eruit zou zien als alle mensen uitgestorven zijn. En Discovery Channel kwam met Global Warming: What You Need to Know met als vervolg Global Warming: The New Challenge. De titels spreken voor zich.
In Nederland heeft het nieuwe genre ook meteen vertegenwoordigers gevonden. Documentairemaker Jan Louter presenteerde vorige jaar met The Last Days of Shishmaref (2008) ook een portret van klimaatvluchtelingen, deze keer in Alaska, waarin een Inupiaq eskimogemeenschap dreigt haar eiland te verliezen aan de zee. Zelfs de Partij voor de Dieren maakt gebruik van de nieuwe trend om haar standpunten onder de aandacht te brengen. In Meat the Truth (2008) presenteert Marianne Thieme met een knipoog naar Al Gore cijfers uit de Nederlandse en wereldwijde vleesindustrie. Haar conclusie: door minder vlees te eten zouden we de CO2-uitstoot kunnen terugdringen en daarmee een bijdrage leveren aan het behoud van de aarde.

DE NIEUWSTE ONTWIKKELING in het genre komt uit Engeland. Gepresenteerd in het voorjaar op diverse Europese filmfestivals, ging The Age of Stupid deze week tijdens een groots opgezette show in 44 landen op zes continenten in première. Leonardo DiCaprio was weer van de partij, maar ook Thom Yorke van Radiohead, actrice Gillian Anderson, voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan en verscheidene politici die met hun bijdrage aandacht wilden vragen voor de VN-klimaattop in december in Kopenhagen.
De documentaire wijkt af van het genre tot nu toe. In The Age of Stupid kijkt een fictief personage, een eenzame overlevende gespeeld door Pete Postlethwaite, in 2055 terug op het jaar 2008 en vraagt zich af waarom de mensheid de klimaatramp niet stopte toen het nog mogelijk was. Met deze ambitieuze opzet lijkt filmmaker Franny Armstrong haar documentaire in één rijtje te plaatsen met de grote Hollywoodproducties, maar anders dan Gore en DiCaprio heeft de overtuigde milieuactiviste jarenlang voor haar lowbudgetproject moeten werken en vechten. Ze fungeert niet als de beroemde verteller op wie de film steunt, maar had als scenarioschrijver en regisseur achter de camera alle touwtjes in handen. Ook de inhoudelijke opzet is anders. Minder wetenschappelijke cijfers, percentages en berekeningen, meer persoonlijke verhalen uit verschillende werelddelen. Een Engelsman die een windmolenpark wil oprichten, een arm Nigeriaans meisje dat ervan droomt arts te worden en ‘to live like an American’ inclusief dure auto en eten in overvloed. Een Amerikaan die al zijn hele leven voor Shell naar olie boort en een rijke Indiase zakenman die met zijn goedkope luchtvaartmaatschappij het vliegen voor alle Indiërs mogelijk wil maken.
Met deze meer menselijke aanpak hoopt Armstrong het publiek te raken en tegelijkertijd de omvang van de problematiek te schetsen. Niet alleen de westerse landen moeten hun gedrag veranderen. Op de klimaattop in december zullen juist ook opkomende landen die de westerse standaard nog willen bereiken aangesproken worden. Mogen Europa en de VS landen als China en India vragen hun ontwikkeling te stoppen? En wat moet er gebeuren met mensen in ontwikkelingslanden die ook van een huis, televisie, auto, zwembad, noem maar op, dromen?
Op dit punt gaat Armstrong een stap verder dan haar voorgangers, en dat is een van de redenen waarom zowel politici als media vol lof zijn over deze nieuwe klimaatfilm. Maar haar boodschap blijft somber. ‘Ik zie geen andere manier. We zullen onze manier van leven radicaal moeten veranderen. En dan nog is de kans dat het goed komt fiftyfifty,’ verklaarde Armstrong tijdens het Nederlandse Groene Filmfestival in Amsterdam in juni. Met het oog op dit scenario lijkt de hoofdvraag van The Age of Stupid inderdaad legitiem: hoe kunnen wij zo dom zijn? Volgens schrijver en televisiemaker David Cox is het zelfs nog erger. Hij stelde in The Guardian dat de mensen niet dom zijn, maar egoïstisch: ‘Hoewel sommigen ogenschijnlijk sceptisch zijn over klimaatveranderingen, is de jammerlijke waarheid dat het de meesten niet veel kan schelen wat er in 2055 wel of niet zou kunnen gebeuren.’ Bovendien heerst de veronderstelling dat hun individuele gedrag geen verandering teweeg kan brengen, dus dan maar liever de struisvogeltactiek en genieten van het leven zolang het nog kan.
Stephen Holden, journalist van The New York Times, denkt dat de documentaire zelfs een averechtse werking kan hebben. Kijkers zouden de gepresenteerde gevaren zo ontmoedigend kunnen vinden dat ze ervan overtuigd zouden kunnen raken ‘that it is already too late to act’. Volgens cynici zou de consumptiemaatschappij te diep geworteld zijn, het geloof in het kapitalisme te sterk.

SOMMIGE milieuactivisten en filmmakers hebben daarom hun strategie omgegooid en hun doelgroep veranderd. Wie is tegenwoordig nog optimistisch over de toekomst? En wie is het meest gebaat bij veranderingen? Kinderen. Onder het motto ‘Maak je eigen klimaatfilm’ startte bijvoorbeeld het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling een filmwedstrijd voor jongeren. Door deelname zouden scholieren geprikkeld worden om over klimaatveranderingen na te denken. In Amerika blijkt het internetfilmpje The Story of Stuff op scholen al enige tijd een succes. In begrijpbare taal en met veel getekende animaties legt de voormalige Greenpeace-medewerkster Annie Leonard kinderen uit wat de problemen en gevolgen van het Amerikaanse consumptiegedrag zijn. Volgens The New York Times hebben miljoenen mensen wereldwijd de film inmiddels bekeken en hebben meer dan zevenduizend scholen, kerken en andere instellingen in Amerika een dvd besteld om hun onderwijs ermee aan te vullen. Een aanklacht van de schoolcommissie uit Montana, dat de boodschap antikapitalistisch was en daarmee indoctrinerend, kon het succes niet minderen.
De bewustwording onder jongeren lijkt aangewakkerd. Nu nog de politici in Kopenhagen. Volgens filmmaker Franny Armstrong is de klimaattop de laatste kans om bindende afspraken te maken om het tij nog te keren, zo stelt ze in een opiniestuk in The Guardian. Maar ook de gewone burger moet volgens haar in actie komen, juist omdat niet voorspelbaar is wat de politici gaan doen. Maar zijn doomscenario’s dan wel de juiste manier?
Al de klimaatfilms hebben een ding gemeen: schokkende beelden. Het vlammende operahouse in Sydney, verdrinkende ijsberen, de Kilimanjaro zonder sneeuw, hittegolven, watermassa’s, vernieling alom. En we hebben het allemaal al zo vaak gezien. In fictieve rampenfilms is met behulp van geavanceerde computertechniek de wereld al meerdere keren vergaan, met beelden zo scherp en realistisch – geen documentaire zou het beter kunnen. En de films bleven bepaald niet beperkt tot een fictieve wereld. Of het nou de Eiffeltoren in Parijs is, de Sears Tower in Chicago, de Golden Gate Bridge in San Francisco, we hebben de monumenten en de bijbehorende steden al regelmatig verbrand, vernield en verlaten gezien. Verschrikkelijke, schokkende beelden, maar tot nu toe zijn we er allemaal met de schrik en een paar (honderd) doden van afgekomen. De films hebben een happy end, de held heeft zichzelf of zijn familie, geliefden en soms zelfs de hele mensheid kunnen redden. Misschien zijn we er nog niet achter gekomen dat er deze keer geen actieheld gaat opduiken die de wereld voor ons zal behouden.