Economie

Deze keer is anders

We groeien weer! Na vier kwartalen krimp staat de Nederlandse economie eindelijk weer in de vooruit.
De groei is nog gering: er kwam tussen juli en september slechts 0,4 procent bij. Maar het gaat in ieder geval weer de goede kant op.
Michiel Vergeer, de woordvoerder van het Centraal Bureau voor de Statistiek, had er afgelopen vrijdag een mediaspektakel van gemaakt. Hij begon met enkele krachtige zinnen over de nieuwe groeicijfers, waarna een stellig ‘Nederland is uit de recessie’ volgde. Dan enkele seconden stilte, zodat de samenstellers van RTL Nieuws en NOS-Journaal die quote zonder problemen konden isoleren en in de rest van de dag tot vervelens toe konden herhalen. Nederland is uit de recessie. De kredietcrisis is voorbij en de economie krabbelt op.
Hoe reageer je op zulk nieuws?
Er zijn analisten die direct de vlag uithingen.
Vooral de economen van de grote banken zien de plotselinge groei als het bewijs dat we aan het begin staan van een echte opleving. Natuurlijk, ze zijn zo verstandig om hun blijdschap te temperen met opmerkingen als ‘nog een lange weg te gaan’ en ‘we zijn er nog lang niet’. Maar die nuances worden ongedaan gemaakt door de lach op hun gezicht en de lichtjes in hun ogen.
Deze optimisten hebben de wind in de rug. Vrijwel al het economische nieuws van de afgelopen maanden was beter dan verwacht. In Azië draait de economie al weer op volle toeren. De wereldhandel trekt aan. Ondernemers zien de toekomst met meer vertrouwen tegemoet en de werkloosheid in Nederland stijgt minder snel dan gevreesd. Banken beginnen weer voorzichtig geld aan elkaar uit te lenen en de beurs heeft ongeveer de helft van het verlies van vorig jaar goedgemaakt. We gaan weer richting normaal.
Maar lang niet iedereen is zo optimistisch. Er zijn experts die de groeiende economie zien als het symptoom van een doodzieke wereldeconomie. Waar komt die groei vandaan, vragen zij. Van de enorme uitgaven waarmee overheden overal ter wereld proberen met geleend geld de stervende economie op de been te houden. En van de absurd lage rente waarmee centrale banken valse lucht in de longen van de patiënt blazen.
Gratis geld en buitensporig veel krediet, dat waren de factoren die de crisis veroorzaakten en kunnen dus nooit de oplossing zijn. Nee, de groei zal zeer tijdelijk zijn. Straks gaan overheden en masse failliet, terwijl de centrale banken verzuipen in de zee van geld die ze hebben gecreëerd. De echte kredietcrisis ligt niet achter, maar vóór ons.
Deze doemdenkers hebben een verrassend grote aanhang. Op optimistische artikelen op internet reageren lezers met hoongelach en ongeloof. Een website vraagt: ‘Denk jij dat het economische herstel in Nederland nog doorzet?’ Van de elfhonderd mensen die reageren antwoordt slechts negen procent met een volmondig ‘ja’. Meer dan de helft denkt dat het ergste nog moet komen.
Wie heeft gelijk, de optimist of de pessimist? Geen van beiden, denk ik. De pessimisten weigeren te zien dat de financiële sector nu gezonder is dan een jaar geleden. Begin dit jaar hielden ondernemers rekening met een echte systeemcrisis. Ze investeerden even helemaal niet en trokken hun orders in. De systeemcrisis bleef uit, en terugkijkend was de reactie van veel bedrijven dus overtrokken. Zo erg als begin dit jaar wordt het daarom niet meer.
Maar de optimisten hebben ook ongelijk. Een kredietcrisis als die van eind 2008 wordt niet binnen een jaar door de economie verteerd. De geschiedenis leert dat er jaren overheen gaan voordat een dergelijke schok is verwerkt. Jaren met lage groei en regelmatige recessies. Waarom zou deze keer anders zijn?
Lees het onlangs verschenen boek
van de Amerikaanse economen Carmen Reinhart en Ken Rogoff er maar op na.
De auteurs beschrijven achthonderd jaar van financiële crises in 66 verschillende landen. Keer op keer bleken de gevolgen van een kredietcrisis groot en langdurig. De gemiddelde recessie duurde meer dan vier jaar.
This Time Is Different, luidt de titel van het boek, een ironisch eerbetoon aan de valse profeten die voor het knappen van de zeepbel altijd zeker weten dat het goud zal blijven regenen. En ook een waarschuwing aan de optimisten die denken dat deze keer na een enkel kwartaal met groei de recessie voorbij is.