Israël en de Palestijnen willen nu echt vrede

Deze keer is er hoop

In Sharm el-Sheik, aan de Rode Zee, verklaarden Ariel Sharon en Mahmoud Abbas dat ze de vijan delijkheden tussen Israël en de Palestijnen wilden stoppen. Ondanks alles is er ditmaal hoop op vrede.

Er werden weer handen geschud door een Israëlische en een Palestijnse leider. En mooie woorden gesproken. Sinds in september 1993 de Verklaring van Oslo bekend werd gemaakt, die het begin was van «het vredesproces» in het Midden-Oosten, volgden er nogal wat handdrukken van Israëlische premiers en de leider van de Palestijnse Autoriteit, Yasser Arafat. Yitzak Rabin, Ehud Barak, Benjamin Netanyahu: allen maakten ze gebruik van de photo opportunity. Alleen Ariel Sharon nam nooit de gelegenheid te baat Arafats hand te grijpen. Arafat was zijn doodsvijand. Sharon achtervolgde hem in de jaren tachtig tot in Beiroet met zijn tank brigades. Later liet hij hem in zijn hoofd kwartier omsingelen. Dat duurde tot Arafats mysterieuze dood in november vorig jaar.

Vorige week stak Sharon wél zijn hand uit. Niet naar Arafat, maar naar Mahmoud Abbas, Arafats opvolger als Palestijnse president, die werd gekozen in opmerkelijk democratische verkiezingen. In Sharm el-Sheik, de Egyptische badplaats aan de Rode Zee waar menig verbroken akkoord zijn bezegeling vond, verklaarden de Israëlische en de Palestijnse leider dat ze hadden verordonneerd de vijandelijkheden over en weer te stoppen. Ook deze handdruk zal wel weer niets brengen. Sinds 1993 heeft al dat handenschudden als netto resultaat meer dan vierduizend doden opgeleverd. Meer niet.

Dat is zo ongeveer het cynisme dat je, in meer of minder bedekte mate, tegemoet straalt uit de commentaren en analyses van de Sharm el-Sheik-ontmoeting. Te vaak werd het uitzicht op een standvastige vrede tussen Israëliërs en Palestijnen vernietigd door militaire acties en terreurdaden om nog ruimte te bieden voor hoop.

En tóch is er dit keer wel degelijk zicht op een doorbraak. Een enkeling viel al op dat de sfeer in Sharm el-Sheik opmerkelijk goed was. Wandelend naar de plek waar de leiders hun verklaringen zouden afleggen fluisterde Abbas iets in Sharons oor. De Israëlische premier moest lachen. Een goed teken? Blijkbaar kunnen de twee met elkaar overweg.

Eyad El Sarraj, Palestijns vredesactivist en psychiater, heeft hoop. Hij ziet oorlogs moeheid. «Een tijdje geleden werd ik met wat collega’s tegengehouden aan de grens van Gaza», schreef hij in een column getiteld Deze keer heb ik hoop: «In de versterkte wachtpost zat een Israëlische soldaat. Ik zag zijn gezicht elke paar minuten door een smalle opening in het beton. Tot mijn verrassing riep hij mij en vroeg: ‹Uw vrienden zeggen dat u een psychiater bent. Kan ik u wat vragen?› ‹Ja›, antwoordde ik wantrouwend. De soldaat zei: ‹Ik heb een probleem, dokter. Ik woon in een nederzetting in Hebron en ik wil er weggaan.› Ik onderdrukte mijn verbazing en speelde de psychiater. Ik luisterde rustig terwijl deze jonge man met zijn kindergezicht en zijn dunne baard vervolgde: ‹Mijn ouders willen dat ik blijf, maar ik weet dat dat alleen zal leiden tot meer bloedvergieten. Ik vind het daar niet prettig, maar ik wil mijn vader en moeder, die hun levens voor mij hebben opgeofferd, niet boos maken.› Ik wachtte even en zei: ‹Ik denk dat het het beste is als je met je vader en moeder over deze gevoelens praat. Het is het beste als je hen overtuigt van je beslissing. Maar ik wil je iets anders zeggen, mijn vriend.› De soldaat glimlachte. ‹Je keuze om met mij over jezelf te praten, maakt me trots op de mensheid en geeft me vertrouwen in haar toekomst.› Hij strekte zijn arm uit door het gat en zei: ‹Ik vertrouw u.›»

Ook Uri Avnery, voorman van de vredes beweging Gush Shalom, is positief over de kansen van de Sharm el-Sheik-conferentie. Hij herinnert zich nog de verovering van de plaats door het Israëlische leger: «Wie herinnert zich tegenwoordig nog de naam Ophira, die aan Sharm el-Sheik werd gegeven tijdens de Israëlische bezetting als een eerste stap op weg naar annexatie? (…) Nu, 22 jaar nadat we ons uit Ophira terugtrokken, beschouwen we de plaats als een Egyptisch oord, net zo Egyptisch als Alexandrië. Het verleden is uitgewist. De bezetting is uit ons collectieve geheugen geveegd. Dat is de eerste optimistische les van de conferentie. Men kan zich terugtrekken. Men kan een einde maken aan een bezetting. Men kan zelfs vergeten dat ze ooit plaats had.»

Er is een aantal hoopgevende verschillen met Oslo. Allereerst is er de aard van de overeenkomst. In Oslo telde vooral de wil tot vrede. Op papier stonden intenties. Er was zo goed als niets geregeld. Dat moest gebeuren in verschillende afzonderlijke conferenties, die plaatsvonden tussen september 1993 en september 2000. In die zeven jaar veranderde er veel. Rabin werd vermoord, de havik Neta nyahu werd premier. Hij werd opgevolgd door Barak, die er een dubbele moraal op nahield. In Israël was de steun voor de vrede inmiddels weggeslagen door een lange reeks zelfmoordaanslagen. Ook Arafats mogelijkheden werden steeds beperkter met het verstrijken van de tijd. De extremisten van Hamas, de Islamitische Jihad en zijn «eigen» al-Aqsa Brigades (een zelfmoordaanslagen plegende afsplitsing van al-Fatah, de partij onder controle van Arafat) werden op handen gedragen door de bevolking.

Tijd leidde tot stagnatie en radicalisering, uitmondend in de tweede intifada. Die begon in september 2000 en is nu hopelijk voorbij met het zwijgen der wapens sinds Sharm el-Sheik, vorige week. Nu ligt er een helder stappenplan met een onbetwistbaar eindpunt: een Palestijnse staat in een aaneengesloten grondgebied. Dat laatste is vooral van belang voor de Westelijke Jordaanoever. De aanzet tot de tweede intifada werd gegeven in Camp David. Daar weigerde Arafat in de zomer van 2000 akkoord te gaan met Ehud Baraks eindvoorstel, dat inhield dat het Palestijnse territorium zou worden doorsneden door Israëlische veiligheidszones rond nederzettingen. Die dienen nu, volgens het stappenplan, te worden ontruimd. Het stappenplan is de beruchte roadmap die in 2003 door Israël en de Palestijnen werd geaccepteerd onder grote druk van de Amerikaanse president Bush. Het tijd schema is strak: van fase 1 tot aan het einddoel duurt de tocht twee jaar.

Er zijn meer hoopgevende verschillen. Arafat klampte zich vast aan zijn macht en gaf toe aan de extremisten van Hamas en consorten. Abbas heeft getoond alles te zetten op de vrede en niet te willen wijken voor terreur. Toen Hamas als reactie op het doodschieten door Israëlische soldaten van een Palestijnse jongen vorige week een mortieraanval uitvoerde, greep hij hard in. Hij ontsloeg zijn belangrijkste generaal, de politiecommandant en een veiligheidschef en riep de noodtoestand uit. Intussen is Egypte druk doende het veiligheidsapparaat van Abbas op te bouwen, zodat het een strijd met de extremisten aan kan. Abbas lijkt in te zien dat er op de lange termijn maar één oplossing is voor de Palestijnen: door onderhandelingen een zo goed mogelijke eigen staat zien te bewerkstelligen. Met geweld zal dat nooit lukken.

Ook Sharons perspectief is veranderd. Aanvankelijk kon hij nog elke vredespoging ondermijnen met een beroep op de strijd tegen terrorisme, dat gehoor vond bij Bush, maar die tijd is voorbij. Sharon loopt het risico dat in Irak na de verkiezingen een levensvatbare democratie wordt opgebouwd. Al is die kans niet groot en zal het een lang proces zijn: op de lange termijn ziet het er niet naar uit dat Israël de enige democratie zal blijven in het Midden-Oosten, en daarmee het liefje van de VS. De Amerikanen lijken een nieuwe fase van hun oorlog tegen het terrorisme in te zijn gegaan. De acute dreigingen die zij meenden te zien (Afghanistan, Irak) zijn geëlimineerd. Nu verschuift de aandacht naar de katalysatoren van het apocalyptisch terrorisme. De onderdrukking van de Palestijnen door Israël is daarvan zo’n beetje de grootste.

Vermoedelijk zal Bush net als zijn idool Ronald Reagan in zijn tweede ambtstermijn het pad van vredestichter willen bewandelen. Reagan hielp de Koude Oorlog te beëindigen, maar had daarvoor wel een Gorbatsjov nodig. Als Mahmoud Abbas Bush’ Gorbatsjov blijkt, staat Israël lelijk buitenspel en zal het moeten gehoorzamen aan Amerikaanse dictaten. Sharon lijkt eieren voor zijn geld te kiezen en nu echt in te zetten op vrede – al was het maar om Bush te behagen, want zonder de enorme Amerikaanse financiële en militaire hulp kan Israël zijn sterke positie in het Midden-Oosten niet behouden.

Een andere grote verandering betreft de Palestijnse verzetsorganisaties die eerder met hun terreurdaden het vredesproces letterlijk ondermijnden. De al-Aqsa Brigades steunen Abbas. Hamas en de Islamitische Jihad zeggen zich niet gebonden te achten aan een niet met hen besproken wapenstilstand, maar ze houden zich opmerkelijk rustig. Vooral het meekrijgen van Hamas, dat verreweg de meeste strijders en invloed heeft in de Palestijnse gebieden, is essentieel. In zijn column van de hoop schrijft Eyad El Sarraj dat dat wel eens zou kunnen lukken. Hij wijst erop dat Hamas in de gemeenteraadsverkiezingen in Gaza Fatah vernietigend heeft verslagen en nu uitzicht heeft op politieke macht. Bovendien heeft Hamas-leider Sheik Yassin voordat hij door een Israëlische helikopterraket werd opgeblazen te kennen gegeven dat Hamas bereid is een tweestatenoplossing te aanvaarden. Eerder stelde Yassin dat Israël hoe dan ook vernietigd diende te worden. Eyad El Sarraj: «Hamas heeft veel steun verworven bij de bevolking en die wil het niet kwijtraken, noch zijn rol in de toekomst van Palestina. En dat is waarom ik geloof dat Hamas zal samenwerken met president Abbas. Het is juist omdat Hamas sterke wortels heeft in de samenleving dat de organisatie inziet dat de meeste Palestijnen geleerd hebben dat geweld slechts leidt tot vergelding.»

Misschien wel het belangrijkste verschil met de tijd van het Oslo-proces is de aanleg van de beruchte muur die Israël van de Westelijke Jordaanoever scheidt. Sinds de muur – of «het veiligheidshek» zoals de Israëlische regering hem noemt – is het aantal zelfmoordaanslagen in Israël drastisch afgenomen. Wat dat betreft werkt de muur dus. De Palestijnse extremisten zijn hun belangrijkste terreurwapen kwijt. En dat schept een situatie waarin onderhandelingen vruchtbaar kunnen zijn, aangezien ze niet zo snel meer opgeblazen kunnen worden. Dit feit wordt niet genoemd in pro-Palestijnse kringen en het wordt misbruikt in pro-Israëlische cirkels om het apartheidsbeleid van Sharon goed te praten. De enige praktische reden dat Sharon nu echt aanstalten maakt de Israëlische troepen uit Gaza terug te trekken en de nederzettingen aldaar over te geven aan de Palestijnen is dat ook dáár al jaren een veiligheidshek staat. En ook dát hek werkt tegen aanslagen. Humanitair gezien is de muur een monstrum: afgelopen week stond opnieuw de annexatie van Palestijnse landerijen op stapel. Palestijnse gemeenschappen worden beroofd van gronden en afgesneden van waterbronnen. Maar het bizarre is dat juist dit monstrum de kans van slagen van de eerste fase van het in Sharm el-Sheik opnieuw in gang gezette vredesproces vergroot.

Net als ten tijde van Oslo zijn er nog steeds drie breekpunten: de status van Jeruzalem, een praktische oplossing vinden voor de Palestijnen die in 1948 Israël ontvluchtten, en de exacte verdeling van het grondgebied. Daarbij zal Israëls muur door de Palestijnen worden aangevochten, zoveel is zeker.

De levensvatbare Palestijnse staat die het eindpunt van het proces moet zijn is nog niet in zicht. Maar er is meer reden tot hoop dan ten tijde van Oslo. Het dubbeltje wankelt. Het zou kunnen vallen. Maar het staat nu tenminste weer op zijn kant. En dat is voor het eerst sinds de roemruchte handdruk van Rabbin en Arafat in 1993.