De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Zimbabwe na Robert Mugabe

‘Deze regering is nóg slechter’

Het aftreden eind 2017 van de twee weken geleden overleden ex-president Robert Mugabe heeft Zimbabwe geen verlichting gebracht. Waarom blijft het maar bergafwaarts gaan met het land? ‘Al in 1980 is een grote fout gemaakt.’

Harare, 16 augustus, vlak voor een protest tegen president Emmerson Mnangagwa © Tafadzwa Ufumeli / Getty Images

Het is bijna een vertrouwd gezicht in het ‘nieuwe’ Zimbabwe: als de door economische malaise getroffen Zimbabwanen de straat op gaan om ‘verandering’ te eisen, volgen harde confrontaties met de blauwgehelmde oproerpolitie. Die zet dan steevast traangas in, slaat er op los met de wapenstok en pakt massaal demonstranten op. Neem 19 augustus, de dag waarop oppositiepartij mdc een grote demonstratie had aangekondigd. De politie pakte 125 mensen op, van wie er 26 zijn voorgeleid, en er vielen zeven gewonden. In januari was het geweld nog heviger: leger en politie schoten met scherp op demonstranten, waardoor er 17 doden vielen en honderden gewonden. Zo’n duizend mensen kwamen toen in politiecellen terecht.

In januari was de aanleiding de verhoging van de benzineprijs met 150 procent, waarop de vakbeweging een breed gedragen nationale staking organiseerde. De demonstratie van augustus – tegen de hoge inflatie, de massawerkloosheid, de dagelijks uren uitvallende stroom – had de politie bij voorbaat verboden, omdat ‘geweld’ door de demonstranten zou worden verwacht.

‘Het demonstratieverbod ging lijnrecht tegen de grondwet in, de rechter had het direct ongedaan moeten maken’, zegt de Zimbabwaanse mensenrechtenadvocaat Alec Muchadehama telefonisch vanuit Harare. Hij had namens de mdc in de High Court gepleit voor opheffing van het verbod. ‘In plaats van een inhoudelijke beoordeling te geven, zei de rechter dat we de verkeerde procedure hadden gevolgd – en bleef het verbod in stand. A lot of nonsense. De rechterlijke macht in Zimbabwe is grotendeels gepolitiseerd, het hof wilde gewoon zijn handen niet branden aan deze zaak.’

De uitspraak kwam ’s ochtends om 9.15 uur, toen zich al een menigte mensen had verzameld voor het gerechtsgebouw, hopend op toestemming om te demonstreren. ‘Na de uitspraak blies de mdc de demonstratie af, waarop mensen naar huis gingen. Groepsgewijs, ja – en op dát moment sloeg de politie keihard toe.’

In november 2017 leek het even of een nieuw tijdperk zou aanbreken in Zimbabwe. Het leger had Robert Mugabe, die het land sinds 1980 had geregeerd, tot aftreden gedwongen. Zijn opvolger Emmerson Mnangagwa reisde de wereld rond, overal het mantra ‘Zimbabwe is open for business’ herhalend. Mugabe was door verkiezingsfraude en repressie aan de macht gebleven, met desastreuze gevolgen voor de economie, maar Mnangagwa beloofde beterschap: hij zou zijn land als keurige rechtsstaat terugbrengen in de schoot van de internationale gemeenschap.

Het bewijs moesten de verkiezingen 30 juli vorig jaar worden. Maar toen de uitslagen te lang op zich lieten wachten, gingen op 1 augustus aanhangers van de oppositie de straat op, opende het leger het vuur en vielen er zes doden.

Dit eerste dodelijke geweld betekende direct het einde van de wittebroodsmaanden voor Mnangagwa, die van velen het voordeel van de twijfel had gekregen, hoewel hij decennia deel uitmaakte van de regering-Mugabe. Het internationale vertrouwen herstelde zich niet, de buitenlandse investeerders kwamen niet terug. Wel keerde de torenhoge inflatie terug, wat in juni dit jaar verergerd werd door de herinvoering van de Zimbabwaanse dollar.

Het vertrouwen in de munt is inmiddels zó laag dat de regering onlangs besloot geen inflatiecijfers meer te publiceren. Mede door de lage waterstand in de stuwmeren, kwam het gebrek aan stroom er nog bij. In Harare valt de stroom dagelijks uit, urenlang.

Advocaat Muchadehama maakt het allemaal van dichtbij mee. Na de massa-arrestaties in januari verdedigde hij dertig demonstranten, die hij allemaal vrij kreeg ‘wegens gebrek aan bewijs’. ‘Ze schoten mensen dood op 1 augustus, ze schoten op mensen in januari, en nu zeggen ze hardop: we zijn bereid opnieuw op burgers te schieten’, vat hij een jaar Mnangagwa samen. ‘De onderminister van Defensie waarschuwde de oppositie het leger op hun aanhangers af te sturen. Soldaten zijn getraind om te doden, zei hij. Nee, deze regering is slechter dan die van Mugabe. De president heeft geen idee hoe hij het land moet regeren, hij leeft bij de dag, heeft geen enkel concreet plan voor herstel.’

‘Mnangagwa leeft bij de dag, heeft geen enkel concreet plan voor herstel’

Eind mei hield Muchadehama in Amsterdam een ontroerende toespraak tijdens een ceremoniële uitreiking van de Lawyers for Lawyers Award aan de Koerdische advocaat Selçuk Kozagaçli, die gevangenzit in Turkije. Muchadehama was in 2011 ‘winnaar’ van de eerste Award. Hij zat drie keer kort gevangen omdat hij Zimbabwaanse oppositieleden verdedigde. ‘Ik herinner me de ceremonie alsof het gisteren gebeurde’, zei hij in de Rode Hoed in Amsterdam – om het belang van internationale steun voor bedreigde advocaten te benadrukken.

Vier dagen zat hij vast omdat hij zijn toenmalige cliënt, de activiste Jestina Mukoko, op borgtocht had vrij gekregen. ‘Ik werd ervan beschuldigd een illegale vrijlating te hebben bewerkstelligd, terwijl het een réchter was die haar vrijliet. Beláchelijk’, vertelde hij in zijn hotel in Amsterdam.

Muchadehama is behalve advocaat voorzitter van de National Transitional Justice Working Group Zimbabwe, een koepel van 96 burgergroepen die zich bezighouden met mensenrechtenschendingen uit het verleden. Hun doel: herstel van de rechtsstaat en een eind aan de straffeloosheid.

Die straffeloosheid is voor Muchadehama meteen de voornaamste reden dat de repressie en de schendingen van de mensenrechten zich blijven herhalen, ‘als een steeds terugkerende cyclus’. Het begon al met het vredesakkoord van 1980, dat de eerste verkiezingen in het land mogelijk maakten na een lange, bloedige burgeroorlog, zegt hij. Een van de afspraken daarin betrof de wandaden die in die strijd waren gepleegd. Onder toeziend oog van de Britse gouverneur Lord Soames werd afgesproken dat de soldaten van het Rhodesische blanke minderheidsbewind en de zwarte guerrillastrijders niet zouden worden vervolgd voor het geweld.

‘Lord Soames maakte in 1980 de grote fout amnestie af te kondigen’, zegt Muchadehama. ‘Alle excessen sindsdien zijn onbestraft gebleven, zoals de slachting in de jaren tachtig in Matabeleland en het geweld tijdens de verkiezingscampagne van 2008 (waarbij tweehonderd doden vielen, bijna allemaal mdc-leden). De repressie en het wanbestuur kon zich daardoor blijven herhalen.’

Muchadehama’s vroegere cliënt, activiste Jestina Mukoko, heeft zich daar echter niet bij neergelegd. Ze begon een zaak tegen Didymus Mutasa, destijds minister van Veiligheid en daarmee de hoogst verantwoordelijke voor de Zimbabwaanse geheime dienst cio. Want het waren leden van de cio die haar en zeven andere activisten en oppositieleden ontvoerden en martelden. ‘Mukoko heeft uiteindelijk gewonnen’, vertelt Muchadehama. ‘Althans, de zaak is eind vorig jaar geschikt. De staat betaalde haar 150.000 Amerikaanse dollar als ze van verdere rechtszaken afzag.’ Met de schikking erkent de staat schuld aan martelingen en ontvoeringen, een unicum.

Didymus Mutasa (84) is een politicus van het soort dat in Nederland eigenlijk niet voorkomt: superloyaal aan zijn leider, soms decennialang, zwijgzaam over diens wandaden, buigzaam als riet. En iemand die eerst alom vereerd en gerespecteerd werd, ook in Nederland, maar later is verguisd. Vanwege zijn rol als minister van Landbouw, toen hij de gewelddadige onteigening van blanke boeren verdedigde en goedpraatte, en zijn rol als minister van Veiligheid.

In de jaren zeventig zet het blanke minderheidsregime Mutasa gevangen, onder meer omdat hij een ‘opruiend’ interview van een opstandig dorpshoofd vanuit het Shona in het Engels heeft vertaald. (Als hij niet in verzet kwam tegen het regime, zegt de in fraaie beelden sprekende chief Rekayi Tangwena daarin, zouden zijn mensen merken ‘dat we niet meer zijn dan ossen die wagens trekken, met touwen om onze nek en met de (witte) Boeren die ons mennen’.)

Na zijn arrestatie zit Mutasa acht maanden in dezelfde gevangenis als Mugabe, die hij dagelijks spreekt. Hij is dan al lyrisch over de latere premier en president. ‘Zijn heldere woorden en gedachten toont zijn vastbeslotenheid het volk te dienen’, schrijft hij in zijn in 1974 verschenen memoires Rhodesian Black Behind Bars. ‘Hij heeft een goed gevoel voor humor, is zeer principieel en gedisciplineerd. (…) Zijn wijze adviezen en besluiten maakten zoveel indruk op mij dat ik hem beschouw als een van onze beste leiders.’

Mugabe zette zijn vertrouweling na veertig jaar trouwe dienst bij het grofvuil

Sindsdien blijft hij een van de trouwste volgelingen van Mugabe. Tot 2014, als tijdens een grote lastercampagne vicepresident Joice Mujuru ervan wordt beschuldigd een coup tegen Mugabe voor te bereiden. Het leidt tot een grote zuivering: in december 2014 worden Mujuru en 140 prominente partijleden die als haar aanhangers worden gezien uit de partij gezet – onder wie Didymus Mutasa.

Dat Mugabe zijn vertrouweling na veertig jaar trouwe dienst bij het grofvuil zet, moet zo’n klap voor Mutasa zijn geweest dat hij wellicht een boekje wil opendoen over de periode-Mugabe, vermoedde ik. Vandaar dat ik contact met hem zocht. In 2018 reed ik over een lang karrenspoor naar de bescheiden boerderij aan de rand van Harare, waar hij en zijn familie verbleven.

Het werd een lang gesprek, maar Mutasa liet bitter weinig los. Al die momenten die hij deelde met Mugabe, in het kabinet of op reis naar Libië – waar hij in het zand ging zitten omdat de Libische leider Moammar Kadhafi dat nu eenmaal ook deed – hij herinnerde zich er weinig van, vond het ‘niet nodig’ of ‘onbelangrijk’ om erover te vertellen, of ‘misschien te vroeg’. Toch was het een interessant gesprek, want het laat zien op welke manier mensen in de regeringspartij Zanu-PF straffeloosheid rechtvaardigen.

Een mechanisme is het afschuiven van alle verantwoordelijkheid. Zo blijkt Mutasa goed op de hoogte van het massale geweld in de jaren tachtig in Matabeleland, mogelijk de zwartste bladzij uit de regeerperiode-Mugabe. Hele dorpen werden platgebrand en zeker twintigduizend Ndebele kwamen om, als reactie op aanslagen door ontevreden ex-guerrillero’s van Zapu, de rivaal van Mugabe’s partij Zanu.

‘Er was geen goede reden voor en het heeft niets opgeleverd. Mugabe noemde het zelf ooit een “moment of madness”, maar het was erger. Mensen werden genadeloos vermoord. Je vraagt niet iemand een graf te graven, om hem daarna te vermoorden en hem daarin te begraven’, zegt hij.

Maar op de vraag of hij zich destijds heeft verzet tegen het legeringrijpen, zegt hij er pas ‘heel laat’ van te hebben gehoord. ‘De plannen werden besproken tijdens geheime vergaderingen van de veiligheidscommissie van het Centrale Comité, waar de legertop, Mugabe en Mnangagwa deel van uitmaakten. Ik was voorzitter van het parlement en dan mag ik me alleen in het parlement uiten, en moet ik me neutraal opstellen.’

Iets erover zeggen in het Centraal Comité van de partij ‘was wijs geweest, en nodig’, erkent hij. ‘Maar de besluitvorming rond de legercampagne in Matabeleland verliep erg snel. Voor je het wist, was de schade al aangericht.’

Mutasa voelt zich er ‘ongelukkig’ over, ‘net als iedere Zimbabwaan’. Maar dat er mensen voor veroordeeld moeten worden of dat er een Waarheidscommissie moet komen, zoals in Zuid-Afrika na de afschaffing van apartheid, vindt hij niet nodig. ‘Dat zou ik niet willen, het zou geen enkel doel dienen.’

Harare, 16 augustus, na het protest tegen de verslechterde economie op het Africa Unity Square in het zakelijk district © Zinyange Auntony / AFP / ANP
Mutasa: ‘Er werden in die tijd zoveel mensen verkeerd behandeld’

Als Mutasa praat over Jestina Mukoko, de activiste die eerst werd gearresteerd en vervolgens door geheim agenten werd meegenomen en gemarteld – allemaal tijdens de gewelddadige verkiezingscampagne van 2008 – blijkt opnieuw hoe hij straffeloosheid rechtvaardigt. Mukoko ‘hates me with a passion’, zegt Mutasa met een lachje. ‘Ze denkt dat ik opdracht gaf haar te arresteren en te martelen. Vandaar dat ze die zaak tegen me begon. Maar Mukoko is behandeld door junior members of our staff. Ik las er later over, ik heb er nooit opdracht toe gegeven.’

Dat hij als minister van Veiligheid eindverantwoordelijkheid had, ‘heb ik nooit tegengesproken’, erkent hij wel. ‘Maar waarom zou ik die als enige moeten dragen? Uiteindelijk was Mugabe als president de hoogste verantwoordelijke.’

Wie dan wel de opdracht gaf, vraag ik, en of die ‘mensen met een erg lage rang’ er dan wel voor zijn gestraft. ‘Niemand heeft daar om gevraagd’, reageert Mutasa eerst. Maar hij had als minister toch zelf kunnen besluiten: dit was verkeerd, dit moet bestraft worden? Mutasa: ‘Er werden in die tijd zoveel mensen verkeerd behandeld. Als mensen beweren: ik had in actie had moeten komen, zeg ik dat dit niet mogelijk was. Omdat het al was gebeurd.’

Wat toch voor elke misdaad geldt, reageer ik weer, en vraag nóg eens of de stafleden die Mukoko martelden niet vervolgd hadden moeten worden. Maar hij vindt dat ‘verkeerd’. ‘Het enige wat je kunt doen, is tegen ze zeggen: do not do this again. Maar dit alles heeft niets met mij te maken’, herhaalt hij dan. ‘Want de ultieme verantwoordelijkheid lag bij Robert Mugabe.’

Hoe graag hij ook de schuld legt bij Mugabe, toch wil hij zijn vroegere leider niet afvallen. ‘Om je de waarheid te zeggen: ik zal nooit spijt krijgen dat ik Mugabe zo lang trouw was. Maar ik kan 2014 natuurlijk niet uitwissen’, zegt hij, verwijzend naar de grote zuivering, toen hij de partij werd uitgezet. ‘Mugabe zei dat ik van plan was geweest hem te vermoorden, in het openbaar. Hoe heeft hij dat kunnen denken? Waarom zou ik dat willen? Het was een grote schok voor me: ik had hem altijd gezien als een eerlijk man.’

Ook over Mnangagwa, destijds dé motor achter de lastercampagne tegen Mujuru en Mutasa, is hij opvallend mild. Het is een ‘moedig’ man, zegt hij, omdat hij Mugabe durfde af te zetten. Mutasa heeft hem één keer uit de brand geholpen, ‘toen de partij Mnangagwa ervan had beschuldigd dat hij geld had gestolen. Dat was rond het jaar 2000.’ Als ik vraag of het om corruptie ging, antwoordt Mutasa mysterieus: ‘Ik weet niet wat het was, omdat ik niet wil dat je me citeert. Ik hielp Mnangagwa omdat hij een ex-strijder was net als ik, en ik wilde niet dat mijn favoriete ex-strijder slecht werd behandeld.’

Aan het eind van het gesprek vraag ik Mutasa of hij de politiek mist. ‘Nee hoor’, zegt hij. En als Mnangagwa hem belt en vraagt weer minister te worden, zou hij dat doen? ‘Dan zou ik toetreden tot zijn regering, ja.’

De Zimbabwaanse staatsmedia melden in april dat Zanu-PF Mutasa weer met open armen heeft ontvangen als lid, op verzoek van president Mnangagwa zélf. ‘Ik heb het verleden begraven’, citeren de media een dankbare Mutasa. Het is een zin die past in elk betoog dat straffeloosheid goedpraat.

‘Het ging Mutasa om economische overleving’, zegt advocaat Muchadehama over de rehabilitatie van Mutasa, met enige minachting in zijn stem. ‘De partij zou zijn schulden betalen, begreep ik.’ Het is een andere oorzaak dat Zimbabwe maar niet uit het dal klimt: de rol van superloyale vazallen als Mutasa, die altijd bereid zijn vuile klusjes op te knappen omdat ze profiteren van het systeem, zegt hij.

Maar hij is niet van plan hem rust te gunnen. ‘Omdat de zaak van Mukoko zo succesvol is uitgepakt, met die schikking van 150.000 dollar, gaan we ook tegen Mutasa procederen namens de zeven anderen die met haar waren ontvoerd. Zij zijn slechter behandeld dan Mukoko. Ik verwacht dat dit ook tot schikkingen leidt.’

De civiele zaken zijn vooralsnog de enige manier waarop iets gedaan kan worden aan de straffeloosheid. ‘We klagen daarin ook de betrokken agenten en militairen aan, voor zover we hun namen kennen. Hopelijk schrikt dit mensen af en voorkomt het toekomstige ontvoeringen en martelingen.’

Muchadehama blijft werken aan de strijd voor herstel van de rechtsstaat, met zijn National Transitional Justice Working Group die binnenkort weer bijeenkomt. ‘We zullen een duidelijke boodschap formuleren voor de regering en het volk van Zimbabwe over hoe we met het recente politiegeweld moeten omgaan.’ Maar de kans dat de regering luistert, is klein, erkent hij. ‘De helft van alle ministers en onderministers zijn een soort Mutasa’s.’