Week 20

Deze week

GELOVEN IN DE SOCIAAL-DEMOCRATIE
THIJS WÖLTGENS (1944-2008)
DEN HAAG – In twee recente artikelen heeft de vorige week op 64-jarige leeftijd onverwacht overleden PVDA’er Thijs Wöltgens, onbedoeld, een politiek testament achtergelaten. Dat Thijs Wöltgens in zijn jonge jaren bij de keuze voor het lidmaatschap van een politieke partij ook dat van de VVD onderzocht, wekt mogelijk verbazing. Maar het typeert juist de man die jarenlang financieel woordvoerder was van zijn fractie en ten tijde van het kabinet-Lubbers-Kok, begin jaren negentig, de PVDA-fractie leidde. Eerst veel lezen en analyseren, dan pas tot een beslissing komen.
Dat hij niet voor de VVD koos, beargumenteerde hij zelf lang geleden zo: ‘Het liberalisme is een voortdu-rende strijd tussen haaien en kleine vissen.’ Wöltgens wilde niet dat mensen onder een dergelijke druk moeten leven.
In een stuk over Joop den Uyl en de Partij van de Arbeid in het blad Socialisme en Democratie van de Wiardi Beckman Stichting herhaalde Wöltgens nog eens zijn afkeer van het liberalisme, maar dan met eigentijdse voorbeelden: ‘De ontwikkelingen in ons land schreeuwen om een PVDA die op de wijze van Den Uyl een progressieve meerderheid mobiliseert tegen het aandeelhouderskapitalisme en de mana-gerszelfverrijking, tegen de nieuwe armoede, tegen de neo-aristocratisering van het onderwijs en vooral tegen de nieuwe xenofobie.’
Die xenofobie is volgens Wöltgens, zoals hij vorige maand nog in NRC Handelsblad schreef, ‘het sym-bool voor het degradatiegevoel van de middenklasse. Want wie degradeert moet sterk in zijn schoenen staan om niet anderen de schuld te geven.’ In dat stuk maakte Wöltgens zich zorgen over het verdwij-nen van de middenklasse, omdat de stemming bij de middenklasse volgens Wöltgens ‘de barometer voor het humeur van de hele samenleving’ is. Dat dit humeur op het moment somber is, komt volgens hem doordat de middenklasse haar bestaan gebouwd ziet op schijnzekerheden: pensioenrechten die tijdens de rit wijzigen, vaste lasten die niet meer betaald kunnen worden als de baan minder vast blijkt te zijn dan gedacht.
Dat de middenklasse het moeilijk heeft en daardoor ook het politieke midden, onderbouwde Wöltgens door te verwijzen naar buurland Duitsland. Ook dat typeert de man: hij hield nauwlettend bij wat daar gebeurde. Als hij terugkwam in Den Haag, na wat voor hem de ideale vakantie was geweest – een sta-pel boeken naast zijn stoel met parasol in de eigen tuin – vertelde hij altijd welke boeken hij dit keer had gelezen: daar zat menige Duitse titel bij.
Dat zijn keuze voor de sociaal-democratie de goede was, kreeg Wöltgens de laatste tijd meer bevestigd dan hem waarschijnlijk lief is geweest. De liberale theorie dat ‘alle bootjes – niet alleen de grote – om-hoog gaan in de stijgende wereldhandel’ was volgens hem door de praktijk onderuit gehaald. Volgens hem moet dat gevolgen hebben voor de theorie. Want ‘een theorie die zich niet door de feiten laat corri-geren, is een dogma’. En van dogma’s moest Wöltgens niets hebben, ook niet van sociaal-democratische.
In het stuk over Den Uyl schetste Wöltgens de man met een zin die ook op hemzelf zou hebben kunnen slaan: ‘Zijn synthese van filosofie, ethiek, recht, sociologie, politieke economie, geschiedenis en pure economie maakt Den Uyl tot een modernere econoom dan alle monomane modellenbouwers bij elkaar.’ Wat in dit rijtje ontbreekt – als het om Wöltgens zelf zou zijn gegaan – is de relativerende humor die voortkomt uit verstand van zaken en inlevingsvermogen in de ander. Een karaktereigenschap die op dit moment node wordt gemist in politiek Den Haag.
AUKJE VAN ROESSEL

THE BEAUTY AND THE BREASTS
BRITS NIEUWSBELEID
LONDEN – Daags na de dodelijke aanslag op de Britse consul Roger Short in Istanbul, eind 2003, ver-scheen er in The Daily Telegraph een ingezonden brief van zijn dochter Katherine. De tekst luidde: ‘Ge-achte heer, mijn vader kocht altijd uw krant – ik kon hem daar nooit van afbrengen. We maakten altijd grapjes met elkaar over hoe de hoofdredactie altijd een excuus vindt om een blondine af te beelden bij een voorpaginaverhaal. Gezien zijn veelbeschreven droge gevoel voor humor, zou hij teleurgesteld zijn geweest dat u er geen heeft kunnen opzoeken om hem te vergezellen op de voorpagina, afgelopen vrij-dag.’
Naast een toonbeeld van Britse onderkoeldheid is dit ook een bondige analyse van het fotobeleid bij de grootste kwaliteitskrant van het land. Het streven lijkt te wezen om niet alleen op de voorpagina, maar op elke pagina een aantrekkelijke jongedame af te beelden. Geen schaars geklede Tracey uit Essex of het Big Brother-huis, maar een bij voorkeur door Valentino aangekleed fotomodel. Hoewel de lezers-groep grotendeels bestaat uit behoudende plattelandsbewoners heeft de krant meer modepagina’s dan de concurrenten. Om het de fotoredactie gemakkelijk te maken, wordt er in de economiekaternen ruim aandacht geschonken aan het financiële welzijn van modehuizen – met name Agent Provocateur. Op de nieuwspagina’s gaan berichten over voedsel steevast gepaard met een afbeelding van Nigella Lawson. En waar de Nederlandse pers begin maart uitkijkt naar het eerste kievitsei, daar zoekt de Telegraph naar de eerste fietsende deerne tussen de krokussen in een van de koninklijke parken. Ter gelegenheid van het bezoek, eind maart, van het echtpaar Sarkozy aan Londen, veranderde de krant zelfs in een veredeld fotoalbum. De politieke boodschap van de president kwam ergens op pagina vijf aan de orde, nadat de voorgaande pagina’s in beslag waren genomen door zijn vrouw. Modechef Hilary Alexander kreeg een hele pagina tot haar beschikking om de garderobe van Carla Bruni te recenseren, in de rod-delrubriek wist Mandrake te melden dat de presidentsvrouw baalde van het ‘gescheiden slapen’ – proto-col op het paleis – terwijl de parlementaire sketchschrijver Andrew Gimson op de voorpagina nauwgezet verslag deed van ‘de nieuwe Jackie’, met passages als ‘De hertog van Edinburgh was duidelijk in zijn sas met mevrouw Bruni’s gezelschap, terwijl zij van hem gecharmeerd leek. Gegeven de omstandighe-den was het een wijze voorzorgsmaatregel van de jonge bruid zich door haar moeder te laten vergezel-len.’
Op de redactie zelf is al tijden een cat fight aan de gang tussen de twee schoonheidskoninginnen van de krant: de columnisten Celia Walden en Bryony Gordon. Ze strijden om zoveel mogelijk ruimte voor auto-biografische, rijkelijk geïllustreerde verhalen van levensbeschouwelijke aard. Op de ene dag schrijft Bry-ony over stoppen met roken, vervolgens slaat Celia terug met een verslag over het probleem van un-derdressing waarna Bryony de genadeklap probeert uit te delen met een reportage over ‘glorieuze bor-sten’. Het satirische blad Private Eye spreekt inmiddels over ‘The Beauty and the Breasts’. De buiten-proportionele aandacht voor vrouwelijk schoon heeft niet kunnen voorkomen, of er mogelijk aan bijge-dragen, dat de voorpagina van The Daily Telegraph door academici uit Manchester is uitgeroepen tot een vorm van kunst, a thing of beauty.
PATRICK VAN IJZENDOORN

TROTSKOSTAR
OLIVIER BESANCENOT IN HET ZONNETJE
MONTREDON – Tweeënhalf miljoen Fransen vergaapten zich afgelopen zondagmiddag aan de babyfa-ce van Olivier Besancenot. De 34-jarige leider van de Revolutionair Communistische Liga (LCR) was te gast in Vivement Dimanche, een drie uur durend familieprogramma van televisiezender France 2. Weke-lijks neemt hier een Bekende Fransman plaats op een enorme rode bank, die vervolgens door presenta-tor Michel Drucker uitvoerig in het zonnetje wordt gezet. Die Bekende Fransman kan een acteur zijn, een zanger of een sporter, maar ook een spraakmakende politicus. En spraakmakend is Besancenot. Tijdens de presidentsverkiezingen een jaar geleden was zijn partij goed voor ruim vier procent van de stemmen en de afgelopen maanden wierp Besancenot (in het dagelijks leven werkzaam als postbode in de miljonairsgemeente Neuilly-sur-Seine) zich op als onbetwiste leider van wat in Frankrijk la gauche de la gauche heet: de verzameling communistische partijtjes ter linkerzijde van de Parti Socialiste.
Maar zou het de zaak van le Grand Soir – de Grote Avond van de revolutie – ten goede komen als Besancenot zou plaatsnemen op het pluche van Drucker, om daar voor het oog van de kleine burger-man zijn zielenroerselen op tafel te leggen? In de weken die aan de opnames voorafgingen, leidde die vraag tot verhitte discussies in de Franse media en tot verdeeldheid onder de trotskisten van de LCR. Kwade tongen spraken al een tijdje over ‘de partij van Olivier’ en gevreesd werd voor een pipolisation (in Frankrijk heet een Bekende Fransman een people) – een leiderscultus die de aandacht van de zaak zou afleiden. Geen ongegronde vrees: Besancenot is bijna twee keer zo populair als president Sarkozy. 62 procent van de Fransen is positief over hem. LCR-oprichter Alain Krivine zag desondanks geen bezwaar in het televisieoptreden. ‘De burgerlijke televisie boycotten? Als we daaraan beginnen, kunnen we onze boodschap nergens meer uitdragen’, stelde hij in het trotskistische weekblad Rouge.
En zo zag het zondagmiddagpubliek trotskostar Besancenot dus dollen met zijn maten van de post en rapper Joey Starr. Voetballer Franck Ribéry stuurde een aardige videoboodschap, twee fabrieksarbeid-sters kwamen vertellen over hun recente ontslag. De Revolutie? ‘Het wil nog niet zeggen dat er op iede-re straathoek bloedplassen zullen liggen’, zo stelde Besancenot het publiek van Vivement Dimanche ge-rust.
Van achter de keukentafel van zijn ecologische huis in Montredon (Plateau de Larzac) juicht ook José Bové – symbool van de Franse andersglobalistenbeweging – het televisieoptreden van Besancenot van harte toe. ‘Een paar jaar geleden zat ik zelf in de uitzending’, zegt Bové, nadat hij de verslaggever van De Groene Amsterdammer heeft gewezen op zijn ecologische wc (‘Houtkrullen, dat bespaart zo’n vijf-tienduizend liter water per jaar!’). ‘Het is een uitstekende manier om een groot publiek te bereiken.’ Bové kwam indertijd net uit de gevangenis, waar hij had moeten brommen vanwege het slopen van het Mc-Donald’s-restaurant in het verderop gelegen stadje Millau. José Bové: ‘Ik greep de kans aan om de er-barmelijke staat van het Franse gevangeniswezen aan de kaak te stellen.’ Sindsdien verlegde Bové zijn aandacht naar de strijd tegen genetisch gemanipuleerde gewassen. Tussen de vragen door coördineert hij via zijn mobiele telefoon de blokkade van de haven van Brest, waar driehonderd betogers een schip met genetisch gemanipuleerde soja uit de haven trachten te weren. Van de revolutie van Besancenot zegt Bové overigens maar weinig te moeten hebben. Geen Grand Soir voor hem; hij gaat voor concrete resultaten. ‘Geef mij maar een petit matin.’
MARIJN KRUK

SILVIO III
DE NIEUWE REGERING-BERLUSCONI
ROME – Burgerwachten tegen straatcriminaliteit door immigranten. De marine ook in internationale wa-teren jacht laten maken op bootjes met immigranten die de illegale oversteek maken naar Italiaanse kusten. Herinvoering van grenscontroles voor reizigers uit de Schengenlanden om Roemenen te weren. Het jaarlijkse homofestijn Gay Pride zodanig aan banden leggen dat het burgermansfatsoen niet gepro-voceerd wordt.
De acteurs uit het derde theaterstuk van Silvio Berlusconi krijgen alle kans hun stokpaardjes te berijden. Er is weinig veranderd in de Italiaanse regering die vorige week werd ingezworen. Silvio III heet die in de wandeling, waarmee ook wordt aangegeven dat er maar één hoofdrolspeler is en de rest van de troupe mag optreden als veredelde figurant. Veel vertrouwde gezichten, merendeels mannen van gevorderde leeftijd en slechts vier vrouwen in het 21-koppige gezelschap. En die vrouwen hebben, zoals Silvio al met de van hem vertrouwde machohumor had aangekondigd, onbelangrijke ministersposten gekregen. De 32-jarige voormalige schoonheidskoningin Mara Carfagna bijvoorbeeld. Zij is een plaatje om Berlus-coni’s stelling ‘dat vrouwen van rechts nu eenmaal veel attractiever zijn dan die van links’ kracht bij te zetten. En waarom zou het hier onbetekenende ministerie van Emancipatiezaken niet kunnen worden geleid door een ‘stuk’ met zero bestuurlijke ervaring? De spreekwoordelijke uitzonderingen ontbreken niet. Minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini, tot ongenoegen van Brussel gedeserteerd als Eu-ropees commissaris voor Justitie, is een vakman. De sluwe minister van Economische Zaken Giulio Tremonte is behalve erkend euroscepticus een oudgediende die weet waar Abraham de mosterd haalt. Het grote en verontrustende verschil met Silvio II is dat de xenofobische Lega Nord dankzij een goede verkiezingsuitslag in Noord-Italië is beloond met vier ministersposten. Het ongeleide projectiel Roberto Maroni kreeg de sleutelpost Binnenlandse Zaken, waaronder ook immigratie valt. Zijn nog onbehou-wener Lega-collega Roberto Calderoli mag als minister van ‘vereenvoudiging’ de tanden zetten in ont-manteling van de Italiaanse bureaucratie, die met 120.000 wetten en regels het land in een ijzeren greep houdt.
Calderoli’s aanstelling leidde onmiddellijk tot een relletje met Libië, omdat hij ooit op tv pontificaal zijn overhemd uitdeed om een T-shirt met de omstreden Deense Mohammed-karikaturen te showen. Dat leidde tot rellen in de Libische hoofdstad Tripoli, waarbij twaalf demonstranten om het leven kwamen. Calderoli heeft inmiddels zijn excuses aangeboden. De moslimgemeenschap is echter evenmin verge-ten dat hij protesten tegen de bouw van moskeeën wilde organiseren door het uitroepen van ‘Biggetjes-dag’ . Demonstranten zouden zich dan provocatief met door moslims als onrein beschouwde varkens voor islamitische gebedshuizen moeten posteren.
Eén ding moet de nieuwe ploeg worden nagegeven: de publieke opinie wordt op maat bediend. Zo heeft Tremonte meteen de impopulaire onroerendgoedbelasting op het eerste huis afgeschaft. Banken en de monopolistische benzinedistributeurs zullen volgens hem worden gedwongen tot prijsverlagingen. De straffere aanpak van immigranten klinkt de centrumrechtse achterban als muziek in de oren. De nieuwe postfascistische burgemeester van Rome, Gianni Alemanno, beloofde ‘de losbandigheid van de Gay Pride’ in te zullen perken, een opsteker voor Vaticaan en homohaters. Ook wil hij liefst twintigduizend immigranten, voornamelijk zigeuners, ‘uitzetten’ en illegale kampementen bulldozeren.
Veelbelovend allemaal, maar net als onder Berlusconi II moet het in de praktijk brengen van populisti-sche uitspraken met een flinke korrel zout worden genomen. Dat geldt ook voor Berlusconi’s verkie-zingsbelofte dat de praktisch failliete nationale luchtvaartmaatschappij Alitalia in Italiaanse handen blijft. Een oplossing kan niet lang op zich laten wachten, want Alitalia leidt dagelijks één miljoen euro verlies. Maar Italiaanse gegadigden dienen zich nog niet aan, terwijl Tremonte achter de schermen zou probe-ren het dankzij Berlusconi’s drieste optreden van tafel verdwenen bod van Air France/KLM nieuw leven in te blazen. Volgens Italiaanse kranten levert dat al na een week regeren fikse heisa op in de boezem van de regering. Maar ook dat is geen nieuws.
HANS GELEIJNSE