week 25

Deze week

MAAR SERIEUS
ADRIAAN JAEGGI (1963-2008)
AMSTERDAM – ‘Het is me nog nooit gelukt om een serieus stuk te schrijven’, biechtte Adriaan Jaeggi in een column op – hij schreef toen al ruim twee jaar voor De Groene Amsterdammer.
In de zomer van 1996 bood hij z’n eerste stuk aan, een even speelse als onderlegde verhandeling over de sciencefictionfilm. Het werd meteen geplaatst. Zoals dat gaat, kwam hij daarna kennismaken op de redactie: een grote man met een grote lach, die zelfverzekerd zei dat hij graag medewerker wilde worden. Hij was redacteur geweest van Propria Cures, was het jaar ervoor gedebuteerd met De tol van de roem, een nogal omineuze titel voor een eerste roman, en had onder het pseudoniem Simon Troost in 1994 een dichtbundel met een nog curieuzere titel het licht doen zien, Cowboys hebben het maar makkelijk.
Serieus, dat waren zijn stukken inderdaad niet, althans, als met serieus zwaar op de hand wordt bedoeld. Hij profileerde Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik en wijdde, naar aanleiding van boeken over de man en zijn pak, uit over de snob, met daarin de geweldige alinea: ‘Ik stel er prijs op om hierbij onder ede te verklaren, edelachtbare, dat ik nooit, maar dan ook nóóit liggend heb geprobeerd een vijf maten te kleine Levi’s dicht te knopen, laat stáán dat ik driehoekjes gebloemde stof in de pijpen heb aangebracht om de pijpen wijder te maken.’
Toen wisten we dat we Adriaan Jaeggi een column moesten geven. Het werd ‘Hoerenjong’, een vlag met een typisch jaeggiaanse dubbelzinnigheid, want hoerenjong is ook een drukkersterm.
Jaeggi omschreef in zijn column (Kop: ‘But seriously, folks…’) zijn eigen gebrek aan ernst. Een stuk zonder ironie, sarcasme, een badinerende of satirische toon en geestige metaforen – het kwam zijn pen niet uit. Geestigheid is, vond hij, de eerste voorwaarde voor een goed stuk. En als je de stukken en stukjes die hij voor De Groene Amsterdammer maakte nog eens overleest, heeft hij niets te veel gezegd: altijd is zijn stijl lichtvoetig, altijd is er de humor. Of om het anders te zeggen: altijd hebben zijn zinnen stijl, altijd spreekt er een enorm schrijfplezier uit.
Het is natuurlijk een misverstand om te denken dat geestigheid ernst uitsluit. Bij Jaeggi was het er in ieder geval allebei, de grap, het plezier en de hartstocht waarmee hij de lezer wilde overtuigen van dat wat hij goed vond, of het nu cultschrijvers waren als John Fante of William Kotzwinkle, jazzmuziek of de cartoons van Gummmbah.
Plezier, hartstocht en eigenzinnigheid, het zijn begrippen die Adriaan Jaeggi kenmerkten, ook op de Groene-borrels, waar hij, lachend en verhalen vertellend, zeer aanwezig was.
Het is verdrietig en nauwelijks te bevatten dat hij er niet meer is.
Om nog een keer uit ‘But seriously, folks’ te citeren: ‘Geestigheid roept meestal associaties op met gooien van slagroomtaarten en rooie clownsneuzen, maar het is nu eenmaal zo dat de waarheid een bijzonder saai en mager gegeven is.’ Soms is de waarheid gewoon heel hard.
XANDRA SCHUTTE
Zie ook Dichters & Denkers
SPAßGUERRILLA
BRANDENDE AUTO’S IN BERLIJN
BERLIJN – Brandende auto’s zijn bij Bild geen onbekend fenomeen. In 1968, kort na de aanslag op Rudi Dutschke, protesteerden duizenden West-Berlijners voor het kantoor van uitgeverij Axel Springer. Ze hielden het blad verantwoordelijk voor een dagenlange hetze tegen de studentenleider. Ternauwernood verhinderde het personeel een bestorming van de uitgeverij. Enkele krantenwagens brandden uit.
Vorig jaar mei brandde de gezinsauto van hoofdredacteur Kai Diekmann af, pal voor zijn huis. Sindsdien branden volgens de politiestatistieken elke drie dagen auto’s af in Berlijn. Vorig jaar waren het er 129, dit jaar staat de teller op de website Brennende Autos al op zestig. Het gaat hier volgens een woordvoerder niet om vandalisme, maar om politiek gemotiveerde criminaliteit.
Nauwkeurig wordt gedocumenteerd welke auto’s het meest branden. Het blijkt te gaan om carrosserieën uit de duurdere prijsklasse. Vooral in de Oost-Berlijnse wijken Mitte, Prenzlauerberg en Friedrichshain heb je kans dat je terreinwagen of cabrio het doelwit wordt. Maar ook in de immigrantenwijk Kreuzberg staan dergelijke BMW’s, Mercedessen en Porsches op de zwarte lijst.
Het procédé is steevast hetzelfde. De daders leggen gloeiende kooltjes op de banden, wat ze tien minuten de tijd geeft om weg te komen voordat de wagen in lichterlaaie staat. De politie komt vrijwel altijd te laat. Ook al worden er nauwelijks mensen aangehouden, toch vermoedt de hoofdcommissaris dat het lui uit de linkse scene betreft, omdat er af en toe brieven van de vermoedelijke daders met hun beweegredenen naar persbureau DPA worden gestuurd. Afgelopen maand vond een demonstratie plaats voor meer politieke broedplaatsen in Berlijn, die eindigde in een slag met de politie en uitgebrande auto’s. Daarbij werden twee dames gearresteerd. Sowieso worden er de laatste tijd steeds vaker gewelddadige manifestaties georganiseerd, onder het motto: ‘Yuppies raus aus Prenzlauerberg!’
Toch vormen goedverdienende tweeverdieners uit Zuid-Duitsland niet het enige vijandbeeld van de autopyromanen. Ook de wagen van Thomas Mirow, staatssecretaris van Financiën, werd voor zijn woning in de fik gezet. Hij zou volgens anonieme actievoerders niet genoeg doen tegen de onrechtvaardigheid in de wereld. Mirow gaf zijn boosheid de ruimte: ‘Stompzinnig geweld. Onzinnig om te denken dat regeringen hierdoor anders handelen.’
Tevens worden bedrijven slachtoffer van de brandcampagne. Robben & Wientjes verhuurt de goedkoopste bestelbusjes van de stad. Vorige maand werden zeventien voertuigen zwartgeblakerd teruggevonden, omdat het verhuurbedrijf zou meehelpen bij openbare executies. Auto’s van de spoorwegen, de post en de Bundeswehr worden eveneens uit verschillende motieven in de hens gezet. Treinkaartjes zijn te duur, postbodes worden ontslagen of het leger vecht in Afghanistan. Met dergelijke motieven zal de hedonistische Spassguerrilla nog wel een tijdje doorgaan.
ROB SAVELBERG

WIE WORDT VANDAAG MIJN PUBLIEK?
INTELLECTUELEN EN SARKOZY
PARIJS – ‘Drie boeken per week verschijnen er over hem. En één op die drie wordt een bestseller!’ De filosoof Marcel Gauchet, onlangs te gast op een symposium van het linkse weekblad Marianne, wees de aanwezigen nog maar eens fijntjes op de aanhoudende mediahype rond president Sarkozy. Voor Gauchet het bewijs dat Sarkozy ‘iets wezenlijks bij de Fransen heeft losgemaakt’. Op de vraag wat dat precies was, bleef hij helaas het antwoord schuldig, wel pleitte hij voor ‘een uitvoerige anatomie van het fenomeen Sarkozy’.
Ruim een jaar nadat Sarkozy zijn intrek in het Elysée heeft genomen, blijft de president onverminderd voer voor intellectuelen. Een kans op een ontmoeting met hun favoriete studieobject laten zij zich dan ook niet ontgaan. En zo betraden Jacques Julliard (columnist bij Le Nouvel Observateur), Jacques-Alain Miller (filosoof en linguïst), Olivier Nora (uitgever bij Grasset) en Eric Fottorino (romancier en directeur van Le Monde) onlangs opgewekt de poort van het Elysée, waar zij waren uitgenodigd voor een lunch met de president.
Niets buitengewoons natuurlijk. Dat intellectuelen een vanzelfsprekende plaats hebben in het publieke debat is nu eenmaal onderdeel van wat de Fransen graag omschrijven als de exception française. Een deftige manier om te zeggen dat er in Frankrijk dingen anders zijn dan bij de buren. Dat er bij die buren op hun beurt misschien weer dingen anders zijn dan bij de Fransen, is daarbij minder belangrijk. Hoe dan ook: intellectuelen tellen mee en traditiegetrouw nodigt de president er af en toe een zwikje van uit en doet alsof hij luistert.
Zo niet Nicolas Sarkozy. Hij praatte honderduit en pleegde tussendoor een paar telefoontjes met zijn vrouw Carla, die op dit moment de laatste hand legt aan haar nieuwe cd. ‘Zie ik u daar naar mijn horloge kijken?’ vroeg hij plotseling aan Julliard. ‘Mooi is ’t, hè? Van platina. Het springt een stuk minder in het oog dan een Rolex, maar is vier keer zo duur. Carla heeft gewoon het duurste horloge uit de winkel gevraagd.’ Een tel later ging het ding de kring van intellectuelen rond. ‘En ik keek niet eens in de richting van dat horloge!’ onthulde Julliard afgelopen week.
Ze hadden beter moeten weten. Als ze Le président et moi hadden gelezen bijvoorbeeld, het recente boek van Philippe Ridet, de journalist die Sarkozy meer dan tien jaar volgde voor Le Monde. Hierin doet hij verslag van een onverwacht kopje koffie in de werkkamer van de president. Vragen stellen blijkt niet de bedoeling. Sarkozy, met sigaar in de hand en een schaal chocolaatjes binnen handbereik, is uitsluitend zelf aan het woord.
Dit speelde er volgens Ridet in zijn hoofd: ‘Ik heb lekker geluncht en voel me goed. Mmm, aan wie kan ik dat fraaie schouwspel eens ten beste geven? Zag ik daarstraks geen groepje journalisten in het perslokaal? Mooi, dat wordt dan mijn publiek.’
MARIJN KRUK
URINE OVER DE AKKER
SANITAIRE TEKORTEN IN OEGANDA
JINJA – Wanneer je in Oeganda met een plaatselijk taxibusje een aanzienlijke afstand aflegt, is de kans groot dat vroeger of later de benzine opraakt en je zult moeten wachten op versterking. Oegandezen maken dankbaar gebruik van deze pauzes door pontificaal langs de weg hun behoefte te doen. Naar het toilet gaan is in ontwikkelingslanden geen vanzelfsprekendheid, en dat geldt niet alleen onderweg.
In 2004 had meer dan veertig procent van de wereldbevolking geen toegang tot een normaal toilet. Onder kinderen tot vijf jaar behoren ziekten gerelateerd aan povere sanitaire voorzieningen tot de grootste moordenaars. In de sloppenwijken rondom Jinja is de aanwezigheid van sanitaire voorzieningen tot het minimum beperkt. Het aanleggen van normale toiletten levert echter problemen op, omdat het oppervlakte- en grondwater dan besmet kan raken en de hutjemutje bouwstijl de aanleg van een riool praktisch onmogelijk maakt. Ecologische toiletten kunnen hier uitkomst bieden. Zogeheten EcoSan-toiletten scheiden urine en feces, waar deze twee in normale toiletten samen met een grote hoeveelheid afvalwater worden afgevoerd. Moeder natuur is prima in staat de twee zelf af te breken, maar de combinatie met water maakt het kostbaar. Een EcoSan-toilet gebruikt geen water en de twee netjes gescheiden afvalproducten kunnen hergebruikt worden.
In Kampala is al een tijdje een experiment gaande met EcoSan-toiletten. Gesponsord door SIDA, een ontwikkelingsorganisatie van de Zweedse overheid, gebruiken kleine boeren in Kampala menselijke urine uit plaatselijke EcoSan-toiletten voor het bemesten van hun akkers. Die is namelijk rijk aan bijvoorbeeld stikstof en bovendien steriel, dus vrij van bacteriën.
Morgan Ssekono is zo’n kleine boer en in New Vision, een landelijke krant, vertelt hij dat zijn inkomen bijna is verdriedubbeld sinds hij wekelijks zo’n twintig liter urine over zijn akker giet. Verdund met water, want dat is als het niet regent noodzakelijk om stank en verschroeide planten te voorkomen. De menselijke urine kan tot twee weken bewaard worden, maar verse toepassing heeft de voorkeur.
Het project is dus succesvol, maar heeft wel wat vooroordelen moeten overwinnen. Voor je werk bezig zijn met menselijke uitwerpselen is voor velen onwaardig. Langzaam echter verandert de publieke opinie. Zo liet een kleinschalig onderzoek, uitgevoerd door SIDA, zien dat bewoners van een sloppenwijk best voedsel wilden eten dat bemest is met menselijke uitwerpselen. Ook zou een groot deel graag een EcoSan-toilet in huis willen hebben. Een eigen toilet is nu eenmaal een groot goed voor bijna de helft van de wereldbevolking.
JIKKE WECHGELAER
OUDE VRIJHEDEN
TERREURWETTEN IN ENGELAND
LONDEN – De strijd om de oude vrijheden van de Britse burgers zal komende weken worden uitgevochten in Oost-Yorkshire. Daar ligt het kiesdistrict Haltemprice & Howden van David Davis, de Conservatieve schaduwminister van Binnenlandse Zaken die afgelopen week zijn Kamerzetel opgaf om zichzelf meteen weer kandidaat te stellen. Hij deed dit uit protest tegen de jongste terreurwetten die de regering-Brown, met steun van de Noord-Ierse partijen, door het Lagerhuis heeft weten te loodsen. De politie mag verdachten nu 42 dagen zonder aanklacht vasthouden, hetgeen in strijd is met de eeuwenoude rechtstraditie. Voor Davis en zijn partij is vier weken de uiterste grens.
De 59-jarige Davis, opgegroeid in een arm Zuid-Londens gezin, weet waarover hij praat. Lange tijd zat hij in de Special Air Service, de commandotroepen van de luchtmacht die de oudste antiterreureenheid van de wereld vormen. Zijn stap heeft ervoor gezorgd dat de nieuwe scheidslijnen binnen de Britse politiek zichtbaar worden. Rechts-links is vervangen door autoritair-libertair. Zo zal de libertaire Davis bij zijn herverkiezingscampagne niet alleen steun krijgen van zijn eigen partij, maar ook van de mensenrechtenbeweging Liberty en van oud-linkse Kamerleden van Labour die niets moeten hebben van New Labours autoritaire trekken.
New Labour noch de Liberaal Democraten zullen een kandidaat afvaardigen. Davis’ voornaamste opponent zal waarschijnlijk voormalig Sun-hoofdredacteur Kelvin MacKenzie zijn. De 61 jaar oude MacKenzie is net als Davis een in Zuid-Londen opgegroeide thatcherite. Echter, hij ziet geen enkel bezwaar in een langer voorarrest (wat hem betreft wordt het 420 dagen) en andere inbreuken op de ancient liberties, zoals de identiteitskaart of de vijf miljoen beveiligingscamera’s. Dit vertrouwen in een almachtige overheid deelt hij met de top van New Labour, meer in het bijzonder met de autoritaire ex-minister van Binnenlandse Zaken David Blunkett, die in zijn Sun-column geregeld pleit voor identiteitskaarten, waarbij zijn financiële belangen bij het Amerikaanse beveiligingsconcern Entrust, dat die kaarten wil maken, een frappant detail is.
Mediamagnaat Rupert Murdoch – eigenaar van onder meer The Sun – zou bereid zijn MacKenzie’s campagne te financieren. De ex-journalist die furore maakte met krantenkoppen als Gotcha! (na het torpederen van de Belgrano tijdens de Falklandoorlog) en Up Yours Delors (een vrijblijvend advies aan de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie), maakt kans verkozen te worden, aangezien twee derde van de Britten de terreurwetgeving steunt. Anderzijds waarderen de kiezers van Haltemprice – bekend als zetel van de corrupte Thatcher-adept Alan B’stard in de satire The New Statesman – Davis’ moed. Daarbij is het politieke handwerk niet het sterkste punt van MacKenzie. Dat laatste bleek vorige maand nog toen de populist vergeefs een gooi deed naar een raadszetel in zijn woonplaats Weybridge, waar hij uit onvrede met de parkeertarieven de Red Mist-partij had opgericht.
PATRICK VAN IJZENDOORN