Week 27

Deze week

RELISUBSIDIE
MINDER STAAT, MEER KERK
AMSTERDAM – Na de perikelen rond de gemeentelijke steun aan de Westermoskee en de weigering van een islamitische gezinscoach om vrouwen een hand te geven, ligt de Amsterdamse politiek nu overhoop over een voorstel van stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch om islamlessen te geven op openbare scholen. Het hoofdstedelijke college van b. en w. kwam afgelopen week dan ook precies op tijd met een notitie over de scheiding tussen kerk en staat. Het epistel moet als leidraad gaan dienen voor het gemeentelijke handelen.
In het van oudsher verzuilde Nederland is religie nooit volledig uit het publieke domein verbannen, merkt het college nuchter op. Dat wordt wel eens vergeten in de huidige discussie. Neutraliteit betekent in ons land dan ook niet dat de overheid niets van doen heeft met kerk of moskee, aldus de notitie.
Daar zit wat in. Sterker: voorvechters van een strikte scheiding tussen kerk en staat gaan doorgaans voorbij aan de reeds bestaande, omvangrijke overheidssteun voor religieuze organisaties in Nederland. Mogelijke islamitische beïnvloeding van jongeren is een schrikbeeld, maar wat te denken van de 6,5 miljoen gulden aan subsidie die kerkelijke jongerenorganisaties in 2000 ontvingen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)? Recenter is de subsidie in het kader van de aanpak van Antilliaanse probleemjongeren voor de organisatie Youth for Christ, die naar eigen zeggen een concept hanteert ‘waarbij evangelisatie- en welzijnswerk hand in hand gaan’.
Ook de jeugdorganisatie HGJB van de Protestantse Kerk Nederland krijgt subsidie, van de provincie Zuid-Holland. Op haar website stelt de organisatie materiaal beschikbaar voor haar jongerenwerkers, bijvoorbeeld over ‘seksualiteit en relaties’. De boodschap van een van de auteurs is helder: ‘Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het goed is om met seks te wachten tot de huwelijksdag. (…) Eigenlijk moet je er klaar voor zijn om nieuw leven te ontvangen. Want of we het willen of niet: seks en kinderen krijgen heeft God toch echt aan elkaar gekoppeld.’
Andere gebieden waarop het religieus welzijnswerk actief is, zijn de verslavingszorg, het gehandicaptenwerk en abortus. Zo ontvangt de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK) jaarlijks subsidie van het ministerie van VWS. Alleen al in 2006 ging het om 243.000 euro. Hoewel de VBOK zegt zich te beperken tot het geven van advies en steun aan ongewenst zwangere vrouwen, is zij in de praktijk fel tegen abortus. De toenemende invloed van deze organisatie op het overheidsbeleid leidde eerder tot kritiek van abortusartsen.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt religieuze organisaties bovendien nieuwe kansen. Zoals een betrokkene stelde in Idea, het blad van de Evangelische Alliantie: ‘Op de eerste plaats proberen we het beleid van de lokale overheid te beïnvloeden. Vervolgens kan de kerk met vrijwilligerswerk opvangen wat de gemeente nalaat.’
Inderdaad: hoe minder staat, hoe meer kerk. Daarbij geldt nog altijd dat wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Met het terugtreden van de overheid en de afbraak van de verzorgingsstaat kan de maatschappelijke invloed van religie daarom fors groeien. Wellicht tijd om ook dat mechanisme te betrekken in het debat over scheiding van kerk en staat?
KOEN HAEGENS

DE TERRORIST MANDELA
90 JAAR EN NIET MEER VERDACHT
NEW YORK – Op de dag dat Nelson Mandela in Londen verklaarde zich terug te trekken uit het publieke leven besloot de Amerikaanse Senaat dat hij voortaan vrij naar de Verenigde Staten mag reizen. Als hij nog wil, tenminste.
Terwijl de voormalige Zuid-Afrikaanse president vorige week in de Britse hoofdstad gehuldigd werd met concerten en staatsbanketten ter gelegenheid van zijn aanstaande negentigste verjaardag, lag in Washington een voorstel op tafel van onder anderen senator John Kerry uit Massachusetts om Mandela, veertien jaar nadat hij de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika won, dan eindelijk maar eens van de officiële ‘terrorist watch list’ te halen. Tegelijk besloot de senaat om het African National Congress (ANC) niet langer als terroristische organisatie te beschouwen, zodat ook leden van het huidige kabinet van Zuid-Afrika zonder problemen langs de Amerikaanse douane kunnen.
Toen Mandela eerder dit jaar op bezoek in de VS kwam, moest minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice zoals altijd speciale goedkeuring verstrekken om de icoon van de anti-apartheidsstrijd bij de grens binnen te laten. Dat vond ze, zei ze deze keer, best ‘beschamend’. Ook als haar Zuid-Afrikaanse ambtsgenoot in Amerika op bezoek kwam, moest ze zo’n waiver verstrekken. Ze riep het Congres op hier iets aan te doen.
Volgens Kerry is met het besluit van vorige week een ‘grote schande’ uit de Amerikaanse boeken verdwenen. Een ‘great leader’ behoort tenslotte geen persona non grata te zijn. Maar of, zoals ook Kerry zegt, de soms wat moeizame verhoudingen tussen het ANC en de Verenigde Staten hiermee direct opgeklaard zijn, is de vraag. Veel Zuid-Afrikanen zijn niet vergeten dat vice-president Dick Cheney als lid van het Huis van Afgevaardigden in 1986 tegen een resolutie stemde die opriep tot de vrijlating van Nelson Mandela. Iets waaraan de voormalige Zuid-Afrikaanse president zelf Cheney in 2002, aan de vooravond van de oorlog in Irak, nog eens fijntjes herinnerde. Mandela noemde de Amerikaanse vice-president daarbij een ‘dinosaurus’.
In 2000 nog zei Cheney ‘geen enkel probleem’ te hebben met zijn stem tegen de vrijlating van Mandela. ‘We zagen het ANC destijds nu eenmaal als terroristische organisatie’, voegde hij daaraan toe.
Verwacht wordt dat het Witte Huis van Bush en Cheney deze week met de door de Senaat voorgestelde wet akkoord zal gaan.
PETER VERMAAS

ONZINBOETES
POLITIE VERWERPT TARGETCULTUUR
LONDEN – De Londense politie maakt serieus werk van de jacht op messentrekkers. Zo werden afgelopen week tijdens Wimbledon een 61-jarige man en een 30-jarige vrouw gearresteerd vanwege het bezit van aardappelschilmesjes. Sowieso is de Londense politie goed op dreef bij het handhaven van de Queen’s Peace. Enkele weken geleden werd in het zakendistrict een vijftienjarige jongen opgepakt omdat hij bij een demonstratie tegen Scientology een spandoek met de tekst ‘Scientology is a dangerous cult’ omhoog hield, waarmee hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan een ‘hate crime’. Saillant detail is overigens de warme band tussen de politietop in de City of London en de obscure kerk.
Kordaat optreden in non-zaken is geen hoofdstedelijke specialiteit. Elders in het land heeft de politie onder meer een strafblad bezorgd aan een scholier die een stukje komkommer van een tonijnsandwich naar een klasgenoot had gesmeten en de eigenaar van een pauw, nadat het dier had staan pikken in rubberen strips van andermans auto. De laatste twee anekdotes komen uit een rapport van politiecommissaris Sir Ronnie Flanagan over de invoering van het prestatiesysteem, waarbij de prestaties van de dienders worden gerelateerd aan het aantal bekeuringen dat ze uitdelen. Dit heeft geleid tot minder aandacht voor grote misdaden en buitenproportioneel veel aandacht voor zaken die vroeger hooguit met een vermaning werden afgedaan. Een andere trend is dat kleine misdaden worden opgeblazen. Zo belandde een zaak waarbij een man een ei in zijn handen had ‘met de intentie om dit te gooien’ in de categorie ‘geweldsdelict’.
Flanagan is niet de enige criticus van deze cultuur van onzinboetes, geen onbekend fenomeen in Nederland. In zijn boek Wasting Police Time schreef bobby Stuart Davidson over de tijd die de administratieve rompslomp rond kleine misdaden opslokt. Zo kostte het afhandelen van een zaak tegen twee winkeldievegges in Burton-on-Trent negen manuren. Ook de denktanken Civitas en het Institute of Public Policy Research alsmede de National Policing Improvement Agency-quango hebben reeds geconcludeerd dat het ‘tough on crime’ heeft gezorgd voor het oplossen van vooral triviale zaken.
Vijf politiekorpsen hebben besloten de richtlijnen van Binnenlandse Zaken, met name het verfoeide puntensysteem, te negeren en terug te vallen op klassiek politiewerk. Daarmee proberen ze het vertrouwen van de burgers terug te winnen, die heimwee hebben naar echte ‘coppers’ van het slag Gene Hunt uit de televisieserie Life on Mars. Ze willen niet langer een vijand van de burgerij zijn, maar burgers in uniform, die handelen op basis van gezond verstand en de letters van de wet niet benutten om hun eindejaarsuitkering of promotie veilig te stellen. Eén commissaris zei zijn agenten te willen bevrijden uit hun ‘ijzeren kooi van stompzinnigheid’. Niet ieder korps is trouwens doordrongen van deze omslag. Op het platteland van Kent werd een traditioneel ingestelde agent die zijn patrouilles op de fiets verrichtte, door zijn bazen terug naar het bureau gehaald omdat hij geen fietscursus had gevolgd.
Dat moet strafpunten hebben gekost.
PATRICK VAN IJZENDOORN
JOEGONOSTALGIE
BALKANSCHRIJVERS HEBBEN HEIMWEE
AMSTERDAM – In de film Underground (1995) van de Servische regisseur Emir Kusturica wordt een groep Joegoslavische partizanen door list en bedrog decennialang in een kelder vastgehouden, omdat zij denken dat de Duitsers hen op de hielen zitten. Als zij uiteindelijk een uitbraak forceren, wacht de schok: de oorlog is allang afgelopen, Tito is dood, maar vooral: Joegoslavië bestaat niet meer.
Het kleine literaire tijdschrift Sarajevo Notebooks (Sarajevske Sveske) ademt dezelfde ‘joegonostalgie’. Het blad werd in 2002 opgericht en viert nu de achttiende editie met een Engelse vertaling, die onlangs in Amsterdam gepresenteerd werd. De auteurs van de Notebooks zijn allemaal opgegroeid in het voormalige Joegoslavië en hebben de dood van Tito in 1980 en de burgeroorlogen uit de jaren negentig meegemaakt. Met de Notebooks reflecteren zij op hun leven in Joegoslavië en het verlies van de Joegoslavische identiteit. Bovenal willen ze tegenwicht bieden aan het huidige nationalisme in de regio dat ook in de cultuurpolitiek doorklinkt.
Maar de Notebooks hebben geen politieke agenda, zegt Boris A. Novak, een Sloveens dichter en toneelschrijver: ‘Wij hebben geen politieke doelen, en wij willen ook geen nieuw Joegoslavië opbouwen. Wij willen de context terughalen waarin onze literaire levens zich vroeger afspeelden. Er zijn schrijvers die door de oorlog om politieke redenen moesten vluchten. Nu hebben ze de kans om hun verhaal en hun ervaringen te delen.’ Het blad moet weer een intellectuele dialoog tot stand brengen tussen de onderlinge republieken – wat weer als voorbeeld voor Europa moet dienen.
De vraag blijft echter voor wie ze het allemaal doen. ‘Ik heb zelf nooit de banden verbroken met schrijvers en intellectuelen uit de rest van Joegoslavië’, zegt de in Nederland woonachtige Kroatische schrijfster Dubravka Ugresic, die de Notebooks overigens wél steunt. ‘Het is een beetje alsof je nooit op de straat spuugt en je je aansluit bij een actie daartegen.’
En zit een toekomstige generatie wel te wachten op de vooral terugblikkende Notebook-schrijvers? Er lijkt een groot verschil te bestaan tussen de oude garde schrijvers, die worstelt met identiteitsvraagstukken, en de nieuwe generatie, die nooit een Joegoslavische eenheid heeft gekend. ‘De jongere generatie is veel nationalistischer’, zegt Elka Agoston-Nikolova, die als slavist verbonden was aan de Universiteit van Groningen. ‘Als ze het verleden blijven benadrukken, zullen de Sarajevo Notebooks iets tijdelijks zijn, omdat de jonge generatie de aandacht zal verliezen. Ook is er natuurlijk politieke weerstand. De huidige machthebbers op de Balkan hebben geen belang bij de boodschap van het blad.’
Ales Debaljak, Sloveens schrijver en essayist, heeft er evenwel vertrouwen in: ‘Voor ons is Joegoslavië geen abstracte term, maar iets van vlees en bloed. Jongere generaties hebben geen “Joegoslavische laag” als ze opgroeien. Zij zijn veel meer etnocentrisch gericht, provincialer. Maar de studenten die ik lesgeef, willen wel het liefst op vakantie naar Belgrado of Sarajevo. Het is exotisch en toch dichtbij.’
ALEX TIELEMAN

EXIT SCHURKENSTAAT
WORDT NOORD-KOREA NETJES?
DEN HAAG – President Bush had afgelopen week een blijde boodschap. De Verenigde Staten zullen Noord-Korea binnenkort schrappen van de ‘zwarte lijst’ van staten die terrorisme steunen. De tijd dat Noord-Korea bomaanslagen pleegde op Zuid-Koreaanse politici en passagiersvliegtuigen ligt weliswaar al enkele decennia achter ons, maar het ontwikkelen van kernwapens wordt in de VS ook tot terreursteun gerekend. Vorige week overhandigde het regime van Kim Jong-il eindelijk belangwekkende documenten over het nucleaire programma. Deze openheid van zaken was de laatste voorwaarde van de Amerikanen, nadat Noord-Korea eerder al zijn nucleaire installaties had stilgelegd.
Zoals het er nu naar uitziet, is enig applaus op zijn plaats. Diplomatieke onderhandelingen, gecombineerd met economische en politieke sancties, blijken in staat om schurkenstaten op de knieën te krijgen. Voorwaarde is wel dat de internationale gemeenschap eensgezind optreedt. Toen ook China en Rusland de druk op Noord-Korea gingen opvoeren, heeft Kim Jong-il zijn nucleaire ambities onverwacht snel opgegeven. De Noord-Koreaanse draai doet sterk denken aan die van Libië, enkele jaren geleden. Ook Kadafi beëindigde zijn schurkenactiviteiten onder zware politieke en economische druk en speelt sindsdien het braafste jongetje van de klas. De militaire aanpak van schurkenregimes is daarentegen weinig succesvol gebleken. Had een meer eensgezind sanctiebeleid het Iraakse oorlogsmoeras kunnen voorkomen?
Maar er moet niet te vroeg gejuicht worden. Noord-Korea heeft in het verleden wel vaker verdragen gesloten die later plotseling ‘aan verschil van interpretatie onderhevig waren’, zoals diplomaten dat zo mooi zeggen. Bovendien waren de pogingen om kernwapens te ontwikkelen niet de enige smet op het blazoen. Een aanzienlijk aandeel in de export van het land is weggelegd voor valsemunterij, grootschalige drugssmokkel, illegale gokactiviteiten en handel in imposant wapentuig. En de eigen kernwapenproductie is dan wel stopgezet, maar hoe zit het met de export van de aanwezige kennis op dit gebied? En ten slotte mag niet vergeten worden dat Noord-Korea binnenlands nog alleszins een schurkenstaat is, gezien de meedogenloze onderdrukking en uithongering van de gehersenspoelde bevolking. Maar goed, ook Kadafi mocht zijn schurkenstatus afschudden zonder zijn dictatoriale gedrag in eigen land te veranderen.
De belangrijkste vraag die rest, is wat Kim Jong-il voortaan gaat doen om buitenlandse hulp af te dwingen. Want dát was de belangrijkste doelstelling van zijn nucleaire programma. Noord-Korea is economisch niet levensvatbaar zonder buitenlandse steun. Tijdens de Koude Oorlog wist het communistische land handig hulp los te peuteren bij China en de Sovjet-Unie. Toen die wegviel, braken de hongersnoden uit. Pyongyang ging vervolgens kernwapens als chantagemiddel gebruiken. Voor ieder gebaar op dit terrein, al was het maar het plaatsnemen aan de onderhandelingstafel, verlangde het regime een wederdienst. Gecombineerd met het gejammer over watersnoden en mislukte oogsten leverde dit een gestage stroom olie en voedsel op.
Op korte termijn zal deze hulp nog wel even doorgaan, als dank voor het stopzetten van de kernwapenproductie. Maar wat dan? In Pyongyang wordt ongetwijfeld al hard nagedacht over het volgende chantagemiddel dat de internationale gemeenschap kan overhalen om het failliete regime te ondersteunen.
SICO VAN DER MEER