Week 28 en 29

Deze Week

Nederland staat in het rookverbod niet alleen. Omdat gedeelde smart halve smart is, maakt De Groene een rondgang langs steden in Europa, en één in Amerika, die ervaring hebben met genotverbiedend overheidsingrijpen.

ZOMERSPORT
LONDEN – Het ruikt naar zweet en wijn in Gordon’s Wine Bar, een donkere wijnkelder onder het oude huis van Rudyard Kipling in hartje Londen. Jonathan, een ontwerper, heeft net een frisse neus gehaald en een Benson & Hedges gerookt. ‘Het is in elk geval goed voor mijn conditie’, stelt hij optimistisch vast. ‘Jammer dat het zo hard regent, anders had ik op het terras kunnen zitten.’ Gezien de drukte binnen lijkt het etablissement tegenover metrostation Embankment niet zwaar te lijden onder het rookverbod dat ruim een jaar geleden is ingesteld, al weigert de bardame iets te openbaren: ‘Wij mogen over dit onderwerp niets zeggen.’ Deze wijnbar heeft enkele voordelen: hij ligt centraal, er komen veel toeristen en er is een verwarmd terras, met parasols. Voordelen die bij vele andere kroegen ontbreken, zoals The King’s Arms, een free house nabij London Bridge, waar na het rookverbod duizend pond per week minder werd verdiend.
Hoewel pubketens en bierbrouwerijen klagen over een dalende omzet vallen de precieze financiële gevolgen van het rookverbod lastig te schatten. Vast staat dat kleine pubs er meer last van hebben dan grote. Voor nogal wat pubs op het platteland is het rookverbod de nekslag gebleken na oplopende huren, overbodige regelgeving, goedkoop bier bij de super en een teruglopend gemeenschapsleven. Behalve boekhoudkundige consequenties zijn er ook gevolgen voor de sfeer geweest. ‘Ik kan de artiesten nu zien, en zij zien het publiek. Een nieuwe ervaring en ik weet niet zeker of iedereen daar blij mee is’, zegt Emma in Oliver’s jazzkelder in Greenwich. Ook bij de Coach & Horses, een pub in Soho die ooit Dylan Thomas en Francis Bacon tot zijn cliëntèle mocht rekenen, is de rokerige sfeer verdwenen.
Kasteleins klagen dat ze geen aanspraak meer hebben. Immers, anders dan cafébezoekers op het vasteland, die het liefst met een krant, een kopje verkeerd en de cafékat aan tafel zitten, is het voor pubbezoekers, die verticaal drinken, een geringe moeite om even naar buiten te lopen. Ook op dit gebied blijken de Engelsen een diepgeworteld respect voor de wet te koesteren. Het beetje verzet komt nota bene uit Schotse hoek. Hamish Howitt, uitbater van de Crazy Scots Bar in de Engelse badplaats Blackpool, heeft zijn kroeg uitgeroepen tot ‘vrijheidszone’, wat hem na 31 boetes op de rand van het faillissement heeft gebracht. Echter, deze Boadicea van rokend Engeland zal niet geruisloos ten onder gaan. Namens zijn Freedom 4 Choice-partij doet hij deze week mee aan de tussentijdse verkiezing in het kiesdistrict Haltemprice & Howden. Elders in den lande is roken, net als cricket, een populaire zomersport geworden, iets te vaak onderbroken door regenbuien.
PATRICK VAN IJZENDOORN

FUMISME
PARIJS – Wie denkt dat er in Parijs al maanden defilés met verontwaardigde rokers over de boulevards trekken, dat cafés en restaurants worden bezet, dat er in de straten van het Quartier Latin barricades van lege sigarettenpakjes worden opgeworpen, komt bedrogen uit. Frankrijk, het land van elegante, Gauloises rokende intellectuelen, legt zich netjes bij het rookverbod neer.
Sinds de inwerkingtreding, nu ruim zes maanden geleden, wordt het rookverbod, in zoverre ik kan nagaan, overal keurig nageleefd. Frankrijk zou Frankrijk echter niet zijn als er niet op één plaats verzet geboden werd. Dat gebeurt in café ‘203’ in Lyon. Hier verzon cafébaas Cristophe Cédat een slimme list en richtte een nieuwe kunstbeweging op, het fumisme.
Door het roken voor te stellen als een artistieke expressievorm hoopte hij de antirookwet te omzeilen. Maar de prefect dacht daar toch anders over en dreigde met het intrekken van zijn vergunning. Het verzet van de fumisten bleek snel gebroken. Wat nog rest is een klein waarschuwingsbordje op de gevel met de tekst ‘rookvriendelijk café’. Gerookt wordt er in café ‘203’ sinds een maand niet meer.
Protest tegen het Franse rookverbod komt er nog altijd wel van de overzijde van het kanaal. De Britse website Frogsmoke heeft een portrettengalerij van meer dan zestig prominente Fransen aangelegd die zich lieten vereeuwigen met een sigaret, pijp of sigaar aan de lippen. Van André Gide tot José Bové, van Jean-Paul Sartre tot president Sarkozy – allemaal kijken ze tevreden rokend de camera in. Zo probeert Frogsmoke op zijn manier het Franse cultuurgoed te beschermen. Want denk niet dat de antirooklobby zich in Frankrijk tot werkplek of café beperkt: toen de Franse posterijen in 2001 besloten een postzegel van André Malraux uit te geven, werd gebruik gemaakt van de beroemde foto van Gisele Freund, maar pas nadat de sigaret in de linkermondhoek van de grote schrijver/staatsman was weggeretoucheerd. Iets dergelijks overkwam Sarte in 2005 voor een foto-expositie in de Bibliothèque Nationale de France.
Rokers in Franse cafés stappen dus zonder morren de straat op, en daar beginnen dan de problemen. Wat immers te doen met de miljoenen peuken die niet langer in een asbak maar op straat belanden? ‘We hebben er de handen vol aan’, moppert straatveger Sandrine in de rue de la Glacière. Parijs heeft dankzij het glooiende wegennet de beschikking over een ingenieus afwateringssysteem dat de goten periodiek doorspoelt. Probleem is volgens Sandrine echter dat bijna niemand eraan denkt zijn peuk ook daadwerkelijk in de goot te schieten. ‘En dan moet ik dus toch weer vegen.’
MARIJN KRUK
BIJVAL
ROME – Eens per maand klinken in het kleine wijnkroegje Giulio passami l’olio vlak bij Piazza Navona de Nederlandse rauwe (of zachte) ‘r’ en ‘g’. Dan organiseert de Nederlandse vereniging in Rome een praatcafé. Kon de spreker voor in de kroeg vroeger nog amper worden waargenomen door de dikke blauwe rook, sinds januari 2005 is de lucht in het café opgeklaard en geldt er – zoals in de hele Italiaanse horeca – een algemeen rookverbod.
In het kleine café hangt een fel groen papier met het rookverbod op een rek voor tijdschriften, naast het grote schoolbord met daarop de wijnsoorten die per glas besteld kunnen worden. Uitbater Riccardo Tiberti, zelf een overtuigd roker (‘Nu nog maar twee pakjes per dag, ik probeer te minderen’), is vreemd genoeg voorstander van de maatregel. ‘Je kunt nu tenminste weer fatsoenlijk ademhalen in de kroeg.’ En hij wijst op een positief neveneffect: ‘De flessen die hier in rekken aan het plafond hangen, hebben zuurstofdoorlatende kurken. De rook moet een micro-effect hebben op de wijn, misschien alleen in een laboratorium waar te nemen, maar toch. Het is vast beter dat de wijn er niet meer aan wordt blootgesteld.’
Giulio passami l’olio heeft gelukkig ook een tuin en het Romeinse klimaat laat toe dat de rokers negen maanden per jaar buiten kunnen zitten. Het café heeft dus geen aparte, volledig afgescheiden en luchtgeventileerde rokersruimte, zoals de wet toestaat. ‘Daar is de kroeg ook veel te klein voor. Wie wil roken, gaat maar naar buiten.’ Toch is hij ook weer niet zo streng: ‘Als er weinig volk is, er geen zwangere vrouwen binnen zitten en de andere bezoekers geen bezwaar hebben, mogen klanten ’s avonds wel eens een sigaret opsteken’, geeft hij toe. Klanten heeft het café niet verloren door het verbod en eigenlijk reageert iedereen positief. ‘Het is een kwestie van gewenning’, zegt Riccardo, ‘Als ik zelf uit eten ga, ga ik ook niet na iedere gang buiten roken. Ik kan best even zonder.’
Direct na de invoering ervan was ruim negentig procent van de Italianen vóór het rookverbod, dat vaak genoemd wordt als een van de weinige goede maatregelen van premier Berlusconi. Alleen de tabaksboeren blijven morren. Een jaar na de invoering van het verbod was de verkoop van sigaretten gedaald met zo’n negen procent. Voor veel Italianen was het verbod blijkbaar een mooie gelegenheid om te stoppen.
HEDWIG ZEEDIJK
ROOKMUURTJES
BERLIJN – De muur is weer opgebouwd’, zegt Marina Kremlevskaja. De uitbaatster van Bechereck, een typische Eckkneipe op een hoek van de Berlijnse wijk Neukölln, kijkt grimmig: ‘Vanwege het rookverbod, dat sinds januari in Duitsland geldt, moest ik mijn zaak voor vierduizend euro verbouwen. Uit solidariteit hebben de stamgasten vijfhonderd euro bijgelapt.’ De kroegbazin liet een gipsmuurtje metselen dat haar gemoedelijke café in twee delen splitst. De niet-rokers kunnen rookvrij bij Marina aan de tap hangen of moeten, als ze willen biljarten of gokken, genoegen nemen met een walm van sigarettenrook.
De nieuwe rookwet, die vanaf 1 juli ook wordt gecontroleerd, is de nagel aan de doodskist van de traditionele bruine buurtcafés, die vaak als sociaal vangnet dienen voor de bewoners van Neukölln, een wijk waar de werkloosheid op sommige plekken dertig procent bedraagt. Roken mag alleen in afzonderlijke ruimtes, waar het personeel niet werkt. Cafés zonder rookvrije ruimtes hebben geen keus en moeten sluiten. De Duitse horeca klaagt over een forse daling van de omzet.
‘De bevoogding van de staat wordt steeds erger hier’, roept een vrouw in Bechereck vanachter haar halve liter Schultheiss. ‘Vroeger was dat minder, toen de Muur nog stond.’ Ze doelt op de jaren tachtig, toen de gemeentelijke autoriteiten in West-Berlijn nog van de geallieerden afhankelijk waren en er in Neukölln, de verpauperde arbeiderswijk die tegen de DDR aan lag, een wijdverbreide ‘no future-mentaliteit’ heerste.
Een andere klant zegt dat het rookverbod van de regering-Merkel hem in zijn grondwettelijke recht op vrije ontplooiing van de persoonlijkheid schaadt. Verschillende rokers hebben het constitutionele hof in Karlsruhe ingeschakeld, dat eind deze maand uitspraak doet.
Intussen houdt een deel van de Duitse klanten zich braaf aan het verbod. Gesetz ist Gesetz, heet het dan. Bij overtreding dreigt honderd euro boete, de kroegbaas moet duizend euro betalen. De gastronomen in de Bondsrepubliek zijn creatief bij het omzeilen van het rookverbod. Ze dopen hun lokaal om in een rokersvereniging, waarbij je bij binnenkomst gratis clubpasjes krijgt. Of men zegt een besloten gezelschap te zijn, waarbij de voordeur vanzelf opent als er een euro in wordt geworpen.
Het rookverbod heeft ook onverwachte voordelen, blijkt na de proefperiode van zes maanden. Heel wat Berlijners die naar buiten waren verbannen om op de stoep van hun stamkroeg te roken, hebben er nieuwe vrienden bij. En vrij regelmatig duiken er verhalen op van mensen wier vraag om een vuurtje de aanleiding was van een hartstochtelijke affaire.
ROB SAVELBERG
SPRUITJESLUCHT
NEW YORK – Roken? Dat is in New York City alleen nog een probleem voor toeristen. Die denken dat je op een terras gewoon een sigaret kunt opsteken. Of dat je in de open lucht op een bankje in een park zonder overleg met de andere bezoekers van dat park een sigaar kunt doen ontvlammen. Vijf jaar geleden werd in New York een van de strengste antirookwetten van het land uitgevaardigd en New Yorkers lijken er inmiddels aan gewend. In restaurants, cafés noch clubs is het toegestaan te roken en de hardnekkige verslaafde weet dat. Peuken worden, zonder morren en desnoods bij twintig graden onder nul, buiten de deur opgestoken.
Maar veel New Yorkers zijn gewoon gestopt. De lol is eraf als je ook al geen eigen auto hebt waarin gerookt zou kunnen worden, of als je huisbaas roken in het huurappartement ‘dringend ontraadt’. Thuis roken mag officieel wel, maar bij de minste rookontwikkeling beginnen her en der brandmelders ergerlijk te piepen.
Uit onderzoek van zowel de restaurantbranche als de overheid blijkt dat het de horecasector sinds 2003 alleen maar beter is gegaan: er zijn meer banen, er wordt meer gegeten en gedronken en daardoor meer omzetbelasting betaald. Zelden heeft staatsingrijpen in het overheidsschuwe Amerika tot zo veel tevreden mensen geleid.
Burgemeester Michael Bloomberg kreeg daardoor de smaak te pakken. In 2006 maakte hij bekend dat hij van ongezonde transvetten in voedsel af wil. Volgens schattingen krijgt de gemiddelde Amerikaan per jaar meer dan twee kilo transvetten binnen. Sinds vorige week mogen restaurants (zelfs fastfoodketens) en bakkers daarom geen gebruik meer maken van het ongezonde maar goedkope chemische vet dat sommige producten langer knapperig en houdbaar maakt.
Terwijl de aankondiging twee jaar geleden tot grote paniek leidde, is het verbod op 1 juli vrij geruisloos ingegaan. Hoewel op overtredingen een boete staat die kan oplopen tot tweeduizend dollar, heeft het gemeentebestuur vooralsnog geen concrete plannen om te controleren of het verbod wordt nageleefd. De burgemeester gaat ervan uit dat doordat het probleem wordt benoemd de consument ‘mondig wordt’ en bij restaurant of bakker informeert of transvetten gebruikt zijn.
De restaurantindustrie maakt zich ondertussen meer zorgen om de lobby van dierenactivisten in Chicago die tot een verbod op foie gras heeft geleid. Op 22 augustus 2006, de dag dat het verbod van kracht werd, gingen vrijwel alle restaurants in die stad moedwillig in overtreding door uit protest ganzenlever op het menu te zetten. Zelfs pizzeria’s serveerden foie gras als ‘topping’. ‘Waar moet dat heen?’ zei een ontevreden restaurateur op televisie. ‘Wat volgt? Gaat de stad spruitjes verbieden? Of kip? Dit is niet iets waar de overheid zich mee bezig moet houden.’
Dat vond die overheid bij nader inzien zelf ook. De gezondheid van burgers mag dan reden zijn om in te grijpen in de persoonlijke levenssfeer, zielige ganzen zijn dat niet. In mei van dit jaar werd het verbod op foie gras na minder dan twee jaar alsnog teruggedraaid.
PETER VERMAAS