Week 30

Deze week

SYLVIO BERLUSCONI’S SCHONE HANDEN
DE AFVALCRISIS IN NAPELS
ROME – ‘In 58 dagen is Napels teruggekeerd naar het Westen.’ Met dit ‘compliment’ kondigde premier Berlusconi met veel bravoure het einde van de afvalcrisis in Napels aan. Kranten publiceerden vergelijkende voor-en-na-foto’s. Beeldender kon het niet: straten vol rottend, brandend en stinkend afval bleken in twee maanden tijd opgeschoond en lege containers sierden het beeld.
Toen het voltallige kabinet eind mei de eerste ministerraad in Napels belegde, geloofden de inwoners al dat Berlusconi het afvalprobleem kon oplossen. ‘Santo subito’ (meteen een Heiligverklaring), werd de mediamagnaat op grote posters beloofd.
De hele regio van Napels komt al vijftien jaar (sinds 1994 heerst er een noodtoestand) om in het huisvuil. Nog steeds wordt er namelijk niet voldoende afval gescheiden (acht procent in Napels) en omdat er geen afvalverbranders zijn blijft de rommel liggen op stinkende vuilnisbelten.
Maar Berlusconi’s winst is een pyrrusoverwinning; hij deed precies wat zijn voorgangers de afgelopen vijftien jaar deden. Tonnen afval verdwenen richting Duitsland, waar het alsnog gescheiden werd. Andere regio’s in Italië moesten ook een deel verwerken en er werden weer nieuwe vuilnisbelten geopend. Nieuw is wel de inzet van het leger, dat de vuilnisbelten (tijdelijk militair terrein) bewaakt. En indringers riskeren nu tot vijf jaar gevangenisstraf. Blijkbaar was de harde hand van de rechtse regering nodig om de plaatselijke, woedende bevolking, die geen vuilnisbelt in de achtertuin wil, te temmen.
Is daarmee het probleem van de afvalcrisis opgelost? Maar nee. Berlusconi zelf geeft toe dat er nog minstens drie jaar nodig is om de structurele aanpak te laten werken. Drie van de vier geplande vuilverbranders moeten nog gebouwd worden en de afvalscheiding (nu gemiddeld slechts tien procent) moet nog op gang komen. Juist de structurele aanpak werkte nooit, door hardnekkige problemen: bureaucratie en corruptie bij de plaatselijke overheden, en de invloed van de Napolitaanse maffia, de Camorra, die de situatie uitbuit om geld te verdienen met de stort van illegaal afval.
Zonder succes op lange termijn keert het afvalschandaal over een tijdje gewoon weer terug. Maar Berlusconi buit het tijdelijk opgeruimde Napels nog even uit. Hij kan het gebruiken. De koopkracht is nog niet verbeterd en er moet vooral bezuinigd worden. Ruim drie miljoen ambtenaren overwegen een massastaking en de premier zelf riskeert te worden veroordeeld wegens corruptie. De mediaman hoopt dankzij de schone straten van Napels toch nog positief aan het zomerreces te kunnen beginnen.
Hardop (en mediabewust) deelt hij met miljoenen Italianen zijn droom: met een groot plezierjacht meren de groten der aarden, voor de G8-top volgend jaar bijeen in Italië, aan in de Golf van Napels. ‘Denk je eens in wat een prachtig beeld dat oplevert in heel de wereld. Daarmee zou het negatieve imago waarmee Napels ons land bevuild heeft, in één klap zijn weggevaagd’, aldus de reclameman. We zullen het zien, volgend jaar.
HEDWIG ZEEDIJK
CO2-MENTALITEIT
CHRISTEN-DEMOCRATISCHE KLIMAATLOBBY
AMSTERDAM – Niet GroenLinks, de activisten van Milieudefensie of GroenFront! maar het CDA neemt het voortouw bij de bescherming van het milieu. Om preciezer te zijn: in de strijd tegen klimaatverandering. Niet op de barricades, maar in de diverse commissies en platforms die zich inmiddels over dit probleem buigen.
Zo pleitte oud-premier Ruud Lubbers onlangs voor massale ondergrondse CO2-opslag in de Rotterdamse regio. Lubbers doet dat in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Rotterdam Climate Initiative Council. Vice-voorzitter is CDA-senator en oud Shell-directeur Rein Willems. Het plan is om de uitstoot van CO2 in de havenstad in 2025 te halveren ten opzichte van 1990, vooral door middel van CO2-opslag. Rotterdam wil niets minder dan de ‘CO2-hub’ van Europa worden. Daar hangt wel een prijskaartje aan. Alleen al de vier geplande proefprojecten vergen een investering van vierhonderd miljoen euro, waaraan de overheid 150 miljoen moet bijdragen.
Eerder was het premier Balkenende zelf die het nieuws haalde met een gedurfde aanpak van het klimaatprobleem. Het door de CDA-leider voorgezeten Innovatieplatform pleitte eerder dit jaar voor ‘een boeket tulpen’ voor de Noordzeekust, waaronder een ‘multifunctioneel energie-eiland’. Het plan werd aangeboden aan, jawel, premier Balkenende. Hoewel bij het Innovatieplatform ook wetenschappers en leden van andere politieke partijen zijn aangesloten, bevindt de premier zich in vertrouwd gezelschap. Vice-voorzitter is CDA-minister Van der Hoeven van Economische Zaken. Secretaris is zijn vertrouweling Jan Peter van den Toren, tevens adviseur strategie van de ministerraad en CDA-lid.
Overigens gingen de tulpen CDA-fractievoorzitter Van Geel niet ver genoeg. Hij wil een geheel nieuw, ambitieus Deltaplan. Mogelijk kan zijn partijgenoot Veerman, oud-landbouwminister, hem daarbij te hulp schieten. Als voorzitter van de Deltacommissie gaat hij de regering adviseren over welke maatregelen nodig zijn ten gevolge van klimaatverandering.
Drie observaties, waarbij de eerste voor de hand ligt: de christen-democratie heeft zich op het klimaatbeleid gestort. Ten tweede: het gaat bij zowel het Rotterdamse initiatief als het Innovatieplatform om omstreden plannen. Een extra eiland voor de kust is niet de eerste maatregel waar je aan denkt als het gaat over de stijging van de zeespiegel. Het ondergronds opslaan van CO2 is niet alleen technisch lastig, maar mogelijk ook een staaltje slecht rentmeesterschap. Je zadelt net als met kernafval toekomstige generaties op met het probleem. In plaats daarvan kan de aandacht volgens critici uit de ‘oude’ milieubeweging beter uitgaan naar minder sexy maatregelen als energiebesparing en zuiniger produceren.
Derde observatie: los van de effectiviteit gaat het om prestigeprojecten die de belastingbetaler weliswaar geld kosten, maar die buitengewoon interessant zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven. Dat denkt al veel verder na, over kustuitbreiding, een vliegveld op zee en steden op het water. Milieu is big business geworden. Het groene graaien kan beginnen. Wordt de klimaatverandering er niet mee gekeerd, dan heeft de economie in ieder geval een oppepper gekregen. Want zo realistisch is het CDA ook wel weer.
KOEN HAEGENS

‘REDACTIE ZOEKT UITGEVER’
DUITSE KRANT IN BRITSE HANDEN
BERLIJN – ‘No Sir!’ kopte het Berlijnse boulevardblad Kurier in koeienletters op de voorpagina op de dag dat de nieuwe uitgever zijn eigendom wilde inspecteren. Ook bij de zusterkrant Berliner Zeitung werd David Montgomery in 2005 op de voorkant gewaarschuwd. Toenmalig hoofdredacteur Uwe Vorkötter schreef een vlammend betoog tegen de bezuinigingsplannen van de Engelse durfinvesteerder en pakte aansluitend zijn biezen.
De Kurier en de Berliner Zeitung behoren beide tot de Berliner Verlag, een uitgeverij die in 1945 werd opgericht. De Berliner Zeitung functioneerde in de DDR als communistisch partijblad, maar groeide na de Wende – en een serie transformaties – uit tot een van de best verkochte kranten in Duitsland, waarvan het handige Berlijnse formaat wereldberoemd werd.
Zo werd ook de aandacht van Montgomery getrokken. De Brit leerde het journalistieke metier bij The Sun en The Daily Mirror, maar is tegenwoordig manager bij Mecom, een private equity-bedrijf uit Londen, dat onder meer het conservatieve Rzeczpospolita uit Warschau en delen van Wegener heeft overgenomen. Montgomery pleitte voor ‘online first’. Toch werd de internetsite van de Berliner Zeitung uitgekleed. ‘Ik ben hier niet gekomen om snelle winsten te maken’, had hij bij zijn kennismaking met de redactie gezegd.
Maar onlangs kelderde de beurskoers van Mecom met driekwart en werd Montgomery nerveus. De saneerder eist nu het ontslag van veertig redacteuren, bijlagen moeten extern samengesteld worden, contracten met freelancers worden beperkt. Montgomery zette aan de Alexanderplatz een stroman als hoofdredacteur én zakelijk directeur in: Josef Depenbrock. De redactie kan deze brokkenmaker wel schieten, maar verloor onlangs voor de rechtbank een proces tegen diens dubbele functie.
Ook al maakte de Berliner Zeitung vorig jaar negentien miljoen euro winst, toch wordt de krant uitgeperst als een citroen. Niet vijftien maar twintig procent winst moet er gemaakt worden. Ooit wilde de krant, ‘een laboratorium van de eenwording’, een soort Washington Post worden. Nu worden de ressorts politiek en entertainment samengevoegd.
Afgelopen week ging de redactie in staking, met spandoeken, koffie en luidsprekers de Alexanderplatz op. De redactieraad heeft het vertrouwen opgezegd. Nu heeft de Berliner Zeitung bij de concurrentie van de links-alternatieve Tageszeitung een advertentie geplaatst: ‘Redactie zoekt serieuze uitgever – Koop ons!’
ROB SAVELBERG

PAKKANS
ALCOHOLWETGEVING IN BRAZILIË
SÃO PAULO – Wie in Brazilië een afspraak maakt om gezellig een hapje te gaan eten, wordt geconfronteerd met een pijnlijke stilte: er kan géén wijntje bij gedronken worden, want er moet nog gereden worden. Niets vreemds, maar tot voor kort kwam de gedachte aan openbaar transport, een ‘Bob’ of een fiets niet op onder autobezitters. Er bestonden altijd wel regels over alcohol in het verkeer, maar die werden in de praktijk niet nageleefd. De pakkans was nihil. In São Paulo lagen alle blaaspijpjes, veertig stuks, letterlijk in de la van de verkeersleiding. Reken maar uit, met 4,8 miljoen auto’s. Tot eind juni stapte daarom iedereen op een gezellige vrijdagavond rustig met vier, vijf, of tien glazen op achter het stuur.
Daar is verandering in gekomen. Van de ene op de andere dag is de combinatie van rijden en drinken verboden. En let wel, op straffe van hoge boetes en tot maar liefst drie jaar gevangenisstraf (al bij het drinken van een blikje bier). Dat riskeer je niet. ‘Lei Seca’ is de nieuwe wetgeving gedoopt – droge wet, oftewel een 21ste-eeuwse Zuid-Amerikaanse drooglegging.
Sinds de afkondiging van de strengere normen (tot 0,09 mg alcohol per liter uitgeblazen lucht) eind juni werden in de uitgaanscentra van São Paulo en in andere Braziliaanse steden in de weekeinden al honderden mensen aangehouden en tientallen naar het bureau afgevoerd. De controle is nu in handen van de militaire politie, die bergen nieuwe blaaspijpjes heeft besteld.
De horeca klaagt steen en been: twintig tot dertig procent minder omzet, uitgestorven terrasjes in de uitgaansbuurten. Het is net als met de antirookwet in Nederland: de eerste rechtszaken tegen de staat zijn al geopend. Maar de meeste Brazilianen zijn het eens met de nieuwe regels. In São Paulo en Rio de Janeiro zegt ruim tachtig procent de Lei Seca te steunen.
Terecht, als je kijkt naar wat alcohol in het verkeer in Brazilië altijd teweeg heeft gebracht: jaarlijks rond de 45.000 verkeersdoden, 110 doden per honderdduizend auto’s (tegenover achttien in de VS en tien in Groot-Brittannië). Bij ruim de helft van de gevallen is sprake van alcoholmisbruik.
Nu al blijkt dat het aantal ongelukken drastisch vermindert. In São Paulo in één weekeinde zelfs al met de helft en op sommige plekken van de stad zelfs met tweederde, zoals blijkt in het provinciale ziekenhuis Mandaqui in het noorden, waar vijftien gewonden werden binnengebracht tegenover 45 het weekeinde daarvoor. Volgens de wethouder van Volksgezondheid van São Paulo, Luiz Roberto Barradas Barata, is het één dan ook een rechtstreeks gevolg van het ander: ‘De Paulistanos zijn de wet gaan respecteren.’
Misschien, of men wacht even tot de eerste golf aan controle voorbij is. Voorlopig is het afwachten hoe druk het blijft in de nachtbussen en op de fietspaden.
STIJNTJE BLANKENDAAL

JOHN LEWIS-LIJST
DECLARERENDE KAMERLEDEN
LONDEN – Zelfs het chique warenhuis John Lewis ontkomt niet aan het economisch ontij, zo blijkt uit de jongste omzetcijfers. Aan de Britse Kamerleden heeft het echter niet gelegen. Zij hebben de laatste jaren weer voor miljoenen ponden aan meubels, kasten en vaatwassers bij het Britse equivalent van De Bijenkorf gekocht, teneinde hun eerste en tweede huizen proper in te richten. Deze zogeheten John Lewis-lijst was onlangs onderwerp van parlementair debat, want zeker in deze magere tijden vinden veel burgers het maar niets dat Kamerleden elk jaar weer voor 24.000 pond aan dure spullen gratis mogen inslaan.
De commotie rond het boodschappenlijstje maakt deel uit van een debat over declarerende Kamerleden dat al maanden speelt. Zo werd in het voorjaar het Kamerlid Derek Conway uit de Conservatieve fractie gezet. De opgeklommen dokwerkerszoon bleek zijn zoons Henry en Freddy als onderzoeksmedewerkers op zijn loonlijst te hebben gezet, terwijl ze gewoon studeerden en zich in hun vrije tijd als dandy’s door het Londense uitgaansleven bewogen.
Ook Barbara Follett, Labour-Kamerlid en vrouw van de thrillerauteur Ken Follett, kwam in opspraak. Zij had 120.000 pond gedeclareerd voor een appartement dat ze heimelijk had onderverhuurd.
Lagerhuisvoorzitter Michael Martin slaagde er niet in het goede voorbeeld te geven. Hij huurde voor 21.500 pond een pr-bureau in dat hem mediavragen moest leren beantwoorden en werkte ijverig aan zijn airmiles-verzameling. Zijn vrouw zette taxiritjes van en naar Oxford Street op de rekening. Uit vrijgegeven stukken bleek voorts dat tientallen Kamerleden hun vrouw als secretaresse op de loonlijst hadden gezet, wat voor de desbetreffende vrouwen met name als voordeel heeft dat ze zeker weten dat manlief er niet met zijn secretaresse vandoor gaat.
De Kamervoorzitter besloot, tevergeefs, naar de rechter te stappen om te voorkomen dat declaraties van Kamerleden via de Freedom of Information-wetgeving bekend werden, wat opvallend is omdat Kamerleden tijdens privacydebatten zich graag bedienen van de redenering ‘Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen’.
Dat veel Kamerleden geen idee hebben hoe laag ze, onder meer door dit frivole declareren, in achting staan bij het publiek bleek eens te meer toen ze stemden tegen plannen om de onkostenregeling te beperken, wat samen moest gaan met meer transparantie en toezicht.
Premier Brown voelt ervoor om Kamerleden een gewoon salaris te geven, wat als principieel bezwaar heeft dat volksvertegenwoordigers daardoor vast in dienst komen bij de staat, waarmee een einde komt aan hun onafhankelijke positie. Vanuit Conservatieve hoek klinken juist geluiden om politici te deprofessionaliseren en terug te keren naar het amateur-Kamerlid dat gewoon een baan als arts, advocaat of begrafenisondernemer heeft. Of als het even kan door grootgrondbezitters die, zoals de dichter en filosoof Samuel Taylor Coleridge ooit beweerde, financieel onafhankelijk zijn en dus minder snel zullen rommelen met geld.
PATRICK VAN IJZENDOORN