Week 32

Deze week

BEIJING WELCOMES YOU…
… MAAR NIET IEDEREEN
PEKING – Het enige land dat de Olympische Spelen boycot is China zelf; dat verbeeldde een cartoon onlangs. Begrijp het niet verkeerd, dit weekend gaan de Spelen officieel los en daarmee gaat een droom van talloze Chinezen in vervulling. Na jarenlange voorbereiding, gepaard gaande met monsterlijke inspanningen en helse ontberingen, lijkt het erop dat China eindelijk klaar is voor de organisatie van ’s werelds grootste sportevenement, een evenement waarvoor de afgelopen tijd vrijwel alles heeft moeten wijken. De overheersende gemoedstoestand bij de inwoners van Peking is trots, en vertrouwen op een goede afloop.
Maar tegelijk heerst er teleurstelling. Voor de gemiddelde Chinees zullen de Spelen niet dichterbij komen dan het eigen tv-scherm. Op drie tijdstippen heeft de lokale bevolking de kans gehad tickets te kopen. Twee weken geleden was de laatste gelegenheid. Dikke rijen mensen stonden urenlang geduldig voor de kassa’s in de hoop de overgebleven kruimels op te pikken. Een flink aantal van hen had zelfs de moeite genomen de klamme nacht door te brengen op de harde stoeptegels voor de uitgiftepunten.
Zo ook Meng Wang, in het dagelijks leven kantoorklerk bij een financiële instelling. Hij kan zijn geluk niet op dat hij er uiteindelijk in is geslaagd twee betaalbare toptickets te bemachtigen, eentje voor het basketbal, het andere voor het pingpong, toevallig de twee sporten die in China de meeste populariteit genieten. Normaal gesproken loopt Meng – net als talloze landgenoten – niet snel warm voor een bezoek aan een sportwedstrijd, maar voor de Olympische Spelen wil hij graag een uitzondering maken. ‘Een unieke kans die je eens in je leven krijgt’, luidt zijn conclusie. De medaillekansen van zijn vaderland zijn voor hem vooralsnog van ondergeschikt belang. Dat gezegd hebbend: China is sinds 1999 regerend wereldkampioen pingpong in alle categorieën.
Zijn neef Weilong was tijdens de ‘klopjacht’ naar plaatsbewijzen minder fortuinlijk. Wat resteert is de zwarte markt. Hij weet dat zoiets streng verboden is, maar hij is vastberaden de komende dagen een stoutmoedige poging te wagen. Dat hij voor een entreebiljet mogelijk het tienvoudige gaat betalen, zal hem een worst wezen.
Dat de vraag vele malen groter is dan het aanbod kan beschouwd worden als een standaard marktmechanisme waaraan weinig te doen is. Daarmee kun je vrede hebben. Het verhaal over Weilongs vriend Yang is echter van een geheel andere orde. Het afgelopen jaar heeft hij als bouwvakker meegeholpen aan de totstandkoming van het ‘Vogelnest’, samen met de ‘Water Cube’, het olympisch zwembad, zonder twijfel de meest aansprekende accommodatie die in het kader van de Spelen is verrezen. Na zijn bewezen diensten kreeg hij het verzoek Peking zo snel mogelijk te verlaten en terug te keren naar zijn huis in Xi’an. Yang is lang niet de enige. Beijing welcomes you, de lijfspreuk van het organisatiecomité, geldt niet voor iedereen.
CHRIS KORSTEN

ZWARTEPIETEN
WIE TROK DE RACE CARD?
NEW YORK – Bij de Amerikaanse Congresverkiezingen in november 2006 leek in Tennessee de revolutie nabij. In de conservatieve zuidelijke staat stond de jonge, eloquente Afro-Amerikaanse Democraat Harold Ford jr. in de strijd om een vrijgekomen senaatszetel lang voor op zijn oudere, witte Republikeinse tegenstrever Bob Corker. Totdat het landelijke kantoor van de Republikeinse Partij een televisiecampagne lanceerde: in het spotje verhaalde een hoogblonde sexy vrouw van haar ontmoeting met Ford op een niet nader aangeduid ‘Playboy feestje’. ‘Harold, call me’, knipoogde ze tijdens het eindshot in de camera. In de laatste dagen van de campagne, toen dit spotje werd uitgezonden, haalde Corker Ford nipt in. De campagne heeft Ford volgens lokale waarnemers de senaatszetel gekost.
Ford was destijds ongetrouwd en er gingen geruchten dat hij zich in het datingcircuit niet onbetuigd liet. Maar het spotje refereerde bovenal aan een ander ongemak bij de kiezer: de huidskleur van de kandidaat. Door het contrast met de blanke, blonde vrouw werd hij naarmate de verkiezingen dichterbij kwamen in het onderbewustzijn van de kiezer steeds zwarter. Het spotje was daarom, in de woorden van voormalig Clinton-minister William Cohen, ‘een serieus appèl op een racistisch sentiment’.
Het spotje is deze dagen weer nieuws in Amerika. Want de laatste campagnebijdrage van John McCain in de race om het presidentschap doet politieke analisten denken aan de beruchte commercial tegen Ford. De McCain-campagne beklaagde zich in een controversiële televisiecommercial over de celebrity-status van Obama. Beelden van zijn toespraak in Berlijn worden afgewisseld met snelle shots van twee andere celebrity’s, de hoogblonde Paris Hilton en Britney Spears. In voor de eindoverwinning belangrijke staten als Colorado, Michigan, New Mexico en Virginia heeft McCain in totaal 1,4 miljoen dollar uitgegeven om het spotje vierduizend keer uitgezonden te krijgen. Obama, was de boodschap, is net zo min als de dames Hilton en Spears klaar om het land te leiden.
De McCain-campagne maakte met dit spotje, vond onder anderen New York Times en CNN-commentator Jack Cafferty, Obama’s huidskleur en afkomst inzet van de campagne. ‘Ik denk dat je de race card trekt als je een hoogopgeleide, welbespraakte middelbare zwarte family man in één televisiespotje zet met twee blonde bimbo-leeghoofden die samen het IQ van een doos cornflakes hebben’, zei Cafferty.
Daags nadat het spotje voor het eerst was uitgezonden, was het echter de McCain-campagne die Obama ervan beschuldigde de ‘ras-kaart’ getrokken te hebben. Obama had tijdens een toespraak in Iowa gezegd wat hij al zo vaak had gezegd: hij ziet er anders uit dan de ex-presidenten die de Amerikanen kennen van de dollarbiljetten. En de McCain-campagne, zou Obama suggereren, probeerde kiezers met dat beeld af te schrikken. Volgens campagnemanager Rick Davis van John McCain ging Obama daarmee zelf over de schreef, hij zou namelijk inspelen op onderliggende witte schuldgevoelens over slavernij. Zie je wel, Obama trok de race card het eerst. Door, in tegenstelling tot eerdere presidenten, zwart te zijn. Eigen schuld dus.
PETER VERMAAS

DE GROETEN VAN ALFRED
OPPOSITIE IN FRANKRIJK
PARIJS – In augustus zijn in Parijs de straten leeg, de bakkers dicht en loop je al snel twee kilometer voor een krant. Zelfs president Sarkozy is op vakantie. Komkommertijd, dus. En daarin ligt de kans voor de oppositie om zich eens te bezinnen, en dat lijkt hard nodig, want een gemakkelijk jaar heeft zij niet achter de rug. Exister, daar gaat het om in de Franse politiek. Maar hoe doe je dat in deze tijden van hyperprésidence? Hoe laat je zien dat je er nog bent wanneer een omnipresident als Sarkozy steeds alle aandacht opeist?
De Parti Socialiste opteerde voor een strategie van consequent tegenstemmen in het parlement, maar schoot zich daarbij herhaaldelijk in eigen voet. Zoals onlangs nog, toen zij uit alle macht probeerde een grondwetswijziging tegen te houden die de macht van het parlement beoogde te versterken en het aantal presidentstermijnen tot twee te beperken.
Nog lastiger bleek het voor Ségolène Royal en de centrist François Bayrou, Sarkozy’s voornaamste tegenstanders tijdens de presidentscampagne van 2007. Royal zit niet in het parlement en is verwikkeld in een (naar het lijkt kansloos) gevecht om het leiderschap van de PS; Bayrou heeft weliswaar een kamerzetel, maar zijn partij MoDem is zo klein dat hij amper spreektijd heeft.
Beiden grepen daarom naar een beproefd recept om in beeld te komen: de politieke verdachtmaking. Zo suggereerde Royal dat Sarkozy de hand gehad zou hebben in een inbraak in haar appartement. Iets gestolen werd er niet (‘Om haar ideeën kon het de inbrekers in ieder geval niet te doen zijn geweest’, luidden de voorspelbare reacties), maar het was de tweede keer in een jaar en dat vond Royal wel heel toevallig.
Bayrou greep de onverwachte ontknoping in de langslepende affaire-Tapie aan. De flamboyante zakenman Bernard Tapie (talloze keren veroordeeld wegens fraude) vecht al jaren tegen de bank Crédit Lyonnais, die hij verwijt over zijn rug vele miljoenen te hebben verdiend met de verkoop van het bedrijf Adidas. Recent wees een arbitragerechtbank hem 285 miljoen euro toe. Het kon geen toeval zijn dat Tapie’s zaak, juist nu zijn vriend Sarkozy president was, zo’n gunstige wending had gekregen, stelde Bayrou en hij sprak van ‘machinaties op het hoogste niveau van de staat’.
Resultaat bleef niet uit. Na lange maanden vegeteren was zowel Royal als Bayrou onmiddellijk het stralend middelpunt van een forse mediarel.
Tot Sarkozy zelf het toneel betrad. Royal? ‘Als ze nog niet bestond, moesten ze haar uitvinden’, schamperde hij. ‘Als ik alleen háár als vijand had…’ Bayrou? Die kreeg le bonjour d’Alfred – een cryptische manier om te zeggen dat hij aan die moraalridder al tijden geen aandacht meer besteedde. Het toont weer eens hoe in Frankrijk de kaarten liggen. Twee weken nog. Dan is Sarkozy terug in Parijs.
MARIJN KRUK

DIE GEALLIEERDE MUUR
HISTORISCH ONDERWIJS IN DUITSLAND
BERLIJN – Vraag je een tiener in het oosten van Berlijn of je voor 1989 vrij naar Polen kon reizen, of de doodstraf in de DDR bestond, wie de Muur bouwde en wie Konrad Adenauer en Willy Brandt waren, en het antwoord is vaak fout.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat veel jonge Duitsers de kwalijke zaken uit de DDR vergoelijken. Professor Klaus Schröder, politicoloog aan het Forschungsverbund SED-Staat, ondervroeg in Soziales Paradies oder Stasi-Staat? circa vijfduizend scholieren voor zijn studie. Het onderzoek leidde tot veel boze brieven van voormalige DDR-burgers die zich beklaagden over het schijnbaar pro-DDR-denken van hun jeugd. Maar volgens Schröder ligt dit niet aan de jeugd: ‘De scholieren zijn de laatsten die vergoelijken. Eerst gebeurt dit door ouders, leraren en de media.’
In zijn studie meldt hij dat vermoedelijk veel Oost-Duitse ouders hun kroost de positieve kanten van de communistische dictatuur voorhouden: iedereen had werk, er was geen criminaliteit en elk kind kreeg een plek in de crèche. Daarnaast wordt erop gewezen dat veel Oost-Duitse leraren een marxistische scholing gehad hebben. Docenten die in de DDR Staatsbürgerschaftskunde gaven, bleven na 1990 op hun plek en onderwijzen nu in de BRD politische Weltkunde. Noch bij maatschappijleer, noch in de geschiedenisles wordt de DDR uitgebreid behandeld.
In voormalig West-Duitsland liggen de verhoudingen anders. Zo oordeelde Schröder dat juist Beierse tieners tussen de zestien en zeventien jaar het best tussen een dictatuur en een democratie kunnen onderscheiden. Generaties Beierse politici, prinsen en potentaten hebben er alles aan gedaan om Pruisen, in Oost-Duitsland, als bron van alle kwaad neer te zetten, van de Untertangeist die Duitsland meermaals in het verderf stortte. Men had het over de ‘zogenaamde DDR’, en ‘Oost-Berlijn’ werd er steevast tussen aanhalingstekens geschreven.
Sowieso lijkt Zuid-Duitsland met kop en schouders boven de rest uit te steken qua historisch inzicht. Volgens een studie van de Vrije Universiteit in Berlijn weet een doorsnee Beierse bezoeker van de Hauptschule, vergelijkbaar met het vmbo, meer over de verdwenen arbeiders- en boerenstaat dan een gymnasiast uit Brandenburg.
Ook uit de in Duitsland gevreesde Pisa-tests, een soort Citotoets voor kinderen, blijkt steeds dat in het Zuid-Duitse München de slimste kindertjes wonen en arme steden als Berlijn en Bremen het slechtst scoren. De resultaten leiden ook tot de vraag of het zo verstandig is dat elke deelstaat verschillende leerplannen en literatuur heeft. Het lukt de deelstaatministers nog steeds niet om een Zentralabitur, eenzelfde examen voor alle vwo-leerlingen, in heel Duitsland te ontwerpen.
ROB SAVELBERG

DE PEDOTEST
ACHTER ELKE BRITSE EIK
EEN KINDERLOKKER?
LONDEN – Een Engelse moeder mocht haar dochter onlangs geen afscheidskus geven toen deze de bus instapte voor een schoolreisje. Elders in het land werd het een moeder niet toegestaan haar gehandicapte zoon te vergezellen in de schooltaxi. In beide gevallen speelde hetzelfde probleem: de moeders waren (nog) niet in het bezit van een verklaring van het Criminal Records Bureau (CRB), in de volksmond de ‘pedofielietest’ genoemd. De Britse regering heeft recentelijk bepaald dat iedere volwassene die als professional of vrijwilliger met kinderen omgaat, moet worden nagetrokken op strafrechtelijke antecedenten, van een vader die meehelpt bij het jaarlijkse kersttoneelstuk op school tot de 83-jarige oma die sandwiches smeert bij de cricketclub.
Deze maatregel, die een kwart van de Britse bevolking treft, weerspiegelt de angst die op het eiland heerst voor pedofielen. Dat heeft te maken met een paar geruchtmakende delicten, zoals de moord op de tienjarige meisjes Holly en Jessica, zes jaar geleden, door een schoolconciërge. Doordat ‘stranger danger’ een geliefd thema van de schandaalpers is, gaat in de belevingswereld van sommige ouders achter elke eik een kinderlokker schuil. De regering-Brown, die het uitvaardigen van wetten aanziet voor regeren, voelt zich geroepen om met draconische en ongetwijfeld goedbedoelde maatregelen te komen.
Tegen de pedofielietest bestaat veel verweer. Er zijn nogal wat vrijwilligers die er uit principe niets voor voelen om deze test af te leggen. Daarnaast komen organisaties die krap bij kas zitten in het nauw: elke test kost tientallen ponden en is niet overdraagbaar, dus iemand die op zes manieren met kinderen te maken heeft, moet zes keer een aanvraag indienen. Bijkomend probleem is dat de gegevens van het CRB allerminst zuiver zijn. Onlangs werd bekend dat zevenhonderd Britten ten onrechte als crimineel te boek staan.
Voorts dreigt zo’n licentie van het CRB, die alleen iets zegt over het verleden en geen garantie is voor toekomstig gedrag, het oordelingsvermogen op basis van ervaring en menselijke kennis te vervangen. De starre wijze waarop de wet wordt nageleefd doet het ergste vrezen. Fundamentele kritiek kwam er van Frank Furedi, die in opdracht van de denktank Civitas het rapport Licensed to Hug heeft geschreven. Volgens Furedi draagt de regering bij aan een paranoïde samenleving waarin iedereen verdacht is en zijn onschuld moet aantonen. Binnen deze cultuur van gestold wantrouwen is het niet ondenkbaar dat ouders elkaar om een certificaat gaan vragen wanneer er een kinderfeestje wordt georganiseerd. Ondanks deze misère weten Engelsen toch nog de zwarte humor van de ontstane situatie in te zien. In een dagblad dook de vraag op of Gordon Brown zelf wel ‘pedo-proof’ is, daar de premier regelmatig lagere scholen bezoekt voor propagandistische fotosessies en net als elke andere politicus baby’s pleegt te kussen tijdens verkiezingscampagnes.
PATRICK VAN IJZENDOORN