Week 33

Deze week

PATRIOTTISME
MET DE METRO IN PEKING
PEKING – Hopeloos verdwaald was ze, de zuchtende vrouw die ik van de week ’s avonds in de toch vrij overzichtelijke metro van Peking tegen het lijf liep. De paniekerige blik in haar ogen sprak boekdelen, ongecontroleerde bewegingen versterkten het beeld. In verrassend goed Engels legde ze uit dat ze normaal gesproken nooit met de ondergrondse naar haar werk reist, maar dat ze voorlopig, omdat een toegangsweg vlakbij haar woning in het centrale deel van de Chinese hoofdstad vanwege de Olympische Spelen is afgesloten, genoodzaakt is haar auto werkeloos in de parkeergarage te laten staan.
Het is slechts een voorbeeld van de vele ongemakken en extra beperkingen waarmee de inwoners van de metropool nu dagelijks te maken hebben. Toen de vrouw er eindelijk achter was gekomen op welke lijn ze moest overstappen, vertelde ze me nog gauw dat ze, het ongerief ten spijt, blij was op deze wijze een bijdrage te leveren aan een betere luchtkwaliteit en de ontlasting van de verkeerschaos. Ze roemde daarbij de Olympische Spelen en haar vaderland. Of ze het echt meende is de vraag, omdat ze zich mogelijk realiseerde dat haar naam ondertussen op mijn velletje papier was beland. De censuur loert immers overal.
Evenmin een pretje voor de meeste burgers zijn de verscherpte controles bij zowel de trein- als de metrostations, belangrijke en minder belangrijke (overheids)gebouwen én niet te vergeten op veel willekeurige plekken die zich in de directe nabijheid van de olympische venues bevinden. Ergens op de wereld moet een handelaar in X-ray machines bakken met geld verdienen.
Extra maatregelen of niet, de plaatselijke bevolking heeft de afgelopen week over het algemeen de indruk gewekt enorm content en trots te zijn dat de Spelen zich in hun stad voltrekken. Volgens velen worden dit de beste Spelen ooit. De openingsceremonie vormde een spektakelstuk van jewelste, waarbij vooral het vuurwerk op een hoge waardering kon rekenen bij het gros van de mensen. In Dongsi, een hutong, een sfeervolle traditionele woonwijk, stormden vele bewoners plotseling de straat op in de hoop nog een glimp van het adembenemende schouwspel op te kunnen vangen. Dat het echter vanwege de omringende hoogbouw bleef bij het waarnemen van geluiden mocht de pret niet drukken.
Die bevlogenheid en passie waren tot nu toe óók in de stadions en andere sporttempels, waar Chinese toeschouwers telkens de meerderheid vormen, nadrukkelijk zichtbaar. Het feit dat het vaderland tot op heden de meeste gouden medailles heeft veroverd, werkt wellicht als een katalysator op de hosannastemming. De supporters, die hun al dan niet oprecht patriottisme middels rode stickertjes op het gelaat en vlaggetjes in de hand niet onder stoelen of banken schuiven, kunnen er geen genoeg van krijgen. De manier waaróp ze hun waardering uiten verschilt overigens wezenlijk van die van de Hollandse, Engelse en andere westerse supporters. Geen luidruchtig gebral en geschreeuw, maar een beschaafd ooohhh.
CHRIS KORSTEN

JUDAS MOET HANGEN
EIGEN DOELPUNT IN DE RUST
BERLIJN – De nieuwsarme periode die wij graag komkommertijd noemen heet in Duitsland Sommerloch. Saai en lang is die meestal, maar gelukkig is er elke zomer wel een politicus bereid een al dan niet geestig proefballonnetje op te laten. Zo stelde een CSU-politicus in 1993 voor om het eiland Mallorca voor vijftig miljard mark te kopen als zeventiende deelstaat. Deze zomer benut de SPD de komkommertijd om haar toch al zo gehavende blazoen nog meer te besmetten. Een reconstructie van een sociaal-democratische strategische zomerblunder.
Voor veel SPD’ers kwam het Sommerloch als geroepen. De partij, al geruime tijd geteisterd door een opeenvolging van politieke flaters, bereikte, aangevoerd door de hulpeloze partijkolos Beck, in de peilingen haar historische dieptepunt. ‘Rust in de tent’, had het motto voor deze zomer moeten worden.
Maar dat devies heeft de SPD-afdeling Noordrijn-Westfalen aan haar laars gelapt. Uitgerekend nu stelde zij voor Wolfgang Clement te royeren. Clement, oud-minister-president van Noordrijn-Westfalen en oud-minister van Economische Zaken is een beetje in de vergetelheid geraakt, maar blijft een zwaargewicht binnen de SPD-gelederen. En dus had de partijleiding alert moeten zijn. Maar dat was ze niet.
De affaire begon toen Clement, vertegenwoordiger van het conservatieve, schröderiaanse kamp binnen de SPD, in januari, een week voor de deelstaatverkiezingen in Hessen, in een krantenbijdrage kiezers waarschuwde voor een stem op de SPD. Als reden hiervoor voerde hij het door SPD-lijsttrekker Ypsilanti voorgestelde energiebeleid aan. De linkse rijzende ster van de SPD had zich in haar campagne fel tegen de inzet van kerncentrales en kolencentrales gekeerd.
Uiteraard werd Clements opstelling tegen zijn eigen partij scherp gekritiseerd. Hij zou een handlanger zijn van de kernenergielobby, een judas, schreeuwde het linker segment van de SPD. De partijtop, ook geen fan van Clement, dacht dat het niet zo’n vaart zou lopen. Men rekende op hooguit een berisping.
Tot ieders verrassing echter excommuniceerde de Noordrijn-Westfaalse arbitragecommissie Clement. Opeens betreurde de partijleiding het dat ze de kwestie als een lokale zaak had afgedaan en de regie uit handen had gegeven. Prominenten buitelden over elkaar om te verklaren dat dit toch niet de bedoeling kon zijn. ‘Als iedereen die iets doms zegt uit de partij wordt gezet, wordt het nog eenzaam’, zei milieuminister Gabriel. Vlug stelde het Noordrijn-Westfaalse afdelingsbestuur het royement in te willen trekken als Clement geen voor de partij schadelijke uitspraken meer zou doen.
Maar het kwaad was geschied. Clement is tegen de uitspraak in beroep gegaan bij de landelijke arbitragecommissie en dwingt hiermee het SPD-presidium zich in het conflict te mengen. De oude vos, zeer bewust van het landelijke podium dat hij deze zomer heeft, speelt de vermoorde onschuld, maar laat geen gelegenheid voorbij gaan om met de vinger naar SPD’s linkerflank te wijzen.
De partijtop zit met de handen in het haar. In plaats van de oude wonden te likken, heeft hij zich in de zomerpauze nieuwe toegebracht. Alsof je in de rust een eigen doelpunt scoort.
STEPHAN SWINKELS

MISDAAD EN ANGST
BUURTVIGILANTES IN ZUID-AFRIKA
JOHANNESBURG – Het was 02.31 uur, pikdonker en doodstil, toen de deurbel galmde. Een geschrokken Richard belde onmiddellijk het lokale politiebureau. Kreeg geen gehoor. Draaide vervolgens het Zuid-Afrikaanse alarmnummer 10111. Na vijf minuten werd er opgenomen. Breng je honden naar binnen, adviseerde de vrouw aan de andere kant van de lijn, mogelijk proberen ze die te vergiftigen voor ze inbreken. Toen de politie om 03.00 arriveerde was de vogel gevlogen. Richard deed geen oog meer dicht.
Richard doet bericht van dit voorval in zijn e-mailcorrespondentie met andere bewoners van Parkview, een relatief veilige, lommerrijke buitenwijk van Johannesburg. Het is onderdeel van een waarschuwingssysteem dat enkele maanden geleden in gang werd gezet en onvermijdelijk een paniekerig sneeuwbaleffect heeft gekregen. Vrijwel dagelijks belanden er angstige en stoere e-mails in de inbox. Oppassen als je net geld hebt getrokken in het chique winkelcentrum Hyde Park, waarschuwt Ursula. Ze houden je in de gaten en volgen je naar huis (een rit van zeker twintig minuten) om je bij het hek te overvallen. En onder de kop ‘Security Alert’ schrijft Reinhard dat hij een verdachte auto heeft gezien met drie inzittenden die zich ‘voordeden’ als hekkenreparateurs. De autogegevens: een donkergrijze Volkswagen Sharan met kenteken THD 307 GP. Elders wordt een verdachte blauwe Toyota Conquest gesignaleerd. Allemaal in de gaten houden!
De buurt vecht terug, is begonnen zichzelf zo goed mogelijk te verdedigen tegen al het gajes en gespuis dat in onze straten rondhangt, aanbellend voor brood of vijf rand. Niemand kun je vertrouwen in een land dat wat betreft misdaad-, moord- en verkrachtingscijfers tot de wereldtop behoort. Twee miljoen aangiften per jaar, waarvan slechts een fractie wordt opgelost. We hadden het verkeerd beoordeeld, gaf de regering deze maand toe: de misdaad is ons de baas.
En zo ontstaat het gevoel dat je het zelf moet doen. In de arme zwarte townships hebben bewoners zich verenigd in ‘anti-thug’-vigilantes. In de welgestelde wijken zijn wegen afgezet met slagbomen of zijn er, zoals in Parkview, straatleiders aangewezen en buurtbeveiligingscomités opgericht. De stoet bedelende sloebers zal uit ons straatbeeld verdwijnen. Zij moeten zich van straatleiders vervoegen bij de gaarkeuken van de kerk in Parkview. En onvermijdelijk zullen wij ons steeds verder terugtrekken achter onze met schrikdraad beveiligde hoge muren, met honden en alarmknoppen voor de onversaagde mannen van ADT en Chubbs, de particuliere beveiligingsdiensten.
Het elektronische waarschuwingssysteem wakkert de argwaan aan. Toen mijn auto onlangs niet wilde starten en ik hem met de zwarte tuinman en zijn broer weer naar binnen duwde, stond nog geen vijf minuten later een ADT-man met kogelvrij vest voor het hek. ‘Sorry dat ik u stoor, sir, maar de dame van nummer 9 belde. Ze had zwarte mannen op nummer 3 een auto zien duwen.’
FRED DE VRIES

MAGERE GEITEN
ARMOEDE OP HET SYRISCHE
PLATTELAND
KHERBIT AL-WARD – ‘Nee! Alsjeblieft niet zeg.’ Mariam wil absoluut geen kinderen meer. Wanneer ze plaatsneemt op de kussens die dienst doen als bed, bank en eettafel – afgezien van een stokoude televisie het enige meubilair in de bijna Spartaanse tweekamerwoning – schieten haar acht dochters en zoon Bassam nieuwsgierig toe. ‘Ik ben getrouwd op mijn zeventiende en kreeg mijn eerste kind toen ik negentien was. Nu heb ik er tien, en ik heb geen geld om ze een fatsoenlijk leven te bieden.’
Hier zit het verschil tussen het stedelijke Syrië en het platteland. Een gezin van twaalf is bepaald geen uitzondering in Kherbit al-Ward, een stoffige heuvel vol half afgebouwde betonnen huisjes aan een doorgaande weg, vijftien kilometer ten zuiden van Damascus. De explosieve bevolkingsgroei die het land meemaakt – 2,45 procent per jaar, wat neerkomt op een half miljoen kinderen – wordt vooral veroorzaakt in dit soort arme gemeenschappen.
In die bevolkingsgroei ligt nu net de kern van veel sociale en economische problematiek in het land. Huisvesting, werkgelegenheid en de beschikking over schoon drinkwater lopen achteruit. Het stadsbestuur in Damascus draait deze zomer dagelijks vanaf elf uur ’s morgens tot een uur of vier ’s nachts de kraan dicht.
In tegenstelling tot veel andere landen met zo’n bevolkingstoename vindt er in Syrië geen pauselijke strijd plaats tegen condooms: anticonceptie is hoogstens taboe in de meest conservatieve islamitische gemeenschappen. De hindernissen hier zijn meer praktisch van aard. ‘Toen ik jong was, wisten we gewoon niet dat er zoiets als voorbehoedsmiddelen bestond’, zegt Mariam. ‘Je trouwde, je man ging werken en jij kreeg kinderen. Nu hebben we in het dorp een kliniek en sindsdien heb ik, Allah zij geprezen, geen kinderen meer gehad.’
Een recent onderzoek van Unicef en het Syrische Centraal Bureau voor de Statistiek wees uit dat 58,3 procent van de Syrische vrouwen anticonceptie gebruikt. De bevolkingsgroei, hoewel nog steeds een veelvoud van die in westerse landen, is de afgelopen 25 jaar met 0,85 procent gedaald.
De Syrische economie groeit, maar niet snel genoeg om jaarlijks een half miljoen nieuwe deelnemers te incasseren. Mariams familie hoort bij de zeventig procent van alle Syrische gezinnen die niet rond kan komen van één maandsalaris. Daarom heeft de nu twintigjarige Bassam, net als zijn vader Abdullah een generatie eerder, op zijn dertiende de schoolbanken verruild voor de bouwplaats. Sinds Abdullah vorig jaar voor de helft verlamd raakte door een herseninfarct, is het gezin aangewezen op Bassams inkomen. Om ook een duit in het zakje te doen, beschilderen moeder en dochters doosjes die ze langs de weg verkopen, en in de voortuin staan twee magere geiten te hijgen in de zon. In de zomer kosten die alleen maar geld.
REMCO ANDERSEN

IETS MET ECO
GROENE STEDEN IN ENGELAND
LONDEN – Het gebeurt niet vaak dat groene politici zich keren tegen een beleidsvoornemen waar het voorvoegsel ‘eco’ voor staat. Een uitzondering vormen de ‘ecosteden’ van Gordon Brown. De geplande aanleg daarvan maakt deel uit van het streven van de Britse regering om de komende twintig jaar elke dag honderd nieuwe woningen te bouwen, om zo iets te doen aan de krapte op de huizenmarkt in Zuid- en Midden-Engeland. Bovendien krijgt de overheid op deze manier wat extra geld binnen. Alleen al de verkoop van oude defensieterreinen levert driehonderd miljoen pond op.
Er is goed nagedacht over de marketing van deze plannen. Het omstreden voornemen om het green & pleasant land te verstedelijken bestaat al sinds de dagen van Blair, maar het is Brown geweest die er een milieuvriendelijke wending aan heeft gegeven. Waren de jaren vijftig de optimistische tijd van de ‘New Town’, een halve eeuw later is, conform de tijdgeest, de ‘Eco Town’ in de mode. Er liggen beloften, zonder garanties, om milieuvriendelijke materialen te gebruiken alsmede zoveel mogelijk zonne- en windenergie. Veel ecologische voordelen zullen echter teniet worden gedaan door het autogebruik, daar deze ecosteden niet zullen worden uitgerust met een fijnmazig spoornetwerk.
Het predikaat ‘eco’ heeft niet gezorgd voor een verminderde tegenstand. Vorige maand zijn duizenden plattelandsbewoners naar Westminster getrokken om te protesteren tegen de plannen. Een prominente verzetshaard is Oxfordshire, waar de vijftienduizend huizen tellende stad Weston Otmoor is gepland, en het verzet wordt geleid door Anthony Henman, vader van tennisspeler Tim Henman. Hoe impopulair Labour daar onder meer door de bouwplannen is, bleek begin juli bij de tussentijdse verkiezing voor het locale kiesdistrict Henley, waar de partij op de vijfde plaats eindigde en zo weinig stemmen kreeg dat ze haar borg verspeelde.
Ook vanuit de architectenwereld klinkt kritiek. Sunand Prasad, voorzitter van de Royal Institute of British Architects, zei al dat de regering zich te veel richt op het bereiken van streefcijfers en te weinig op het woonklimaat. De modernistische toparchitect Richard Rogers weigert te geloven dat het aanleggen van satellietsteden milieuvriendelijk kan zijn. Dat is ook de mening van Sian Berry, de partijleider van de Green Party. Zij pleit voor een groter aantal kleinschalige ecoprojecten aan de rand van grote steden, plekken die niet door het bedrijfsleven maar door politici worden uitgekozen. Hiermee zit Berry, voor de verandering, op één lijn met conservatieve politici en commentatoren. In The Spectator schreef Ross Clark onder de kop ‘Tesco Village’ dat hij lang heeft zitten peinzen wat er nu precies groen is aan al het beton, cement en asfalt. Hij kwam tot de conclusie dat ‘eco’ iets te maken moet hebben met een Italiaanse schrijver wiens boeken plegen te gaan over duistere samenzweringen.
PATRICK VAN IJZENDOORN