Week 36

Deze week

AFTER YOU
DE OPGEBLAZEN CLINTON-VETE
DENVER – De cartoon in USA Today op de laatste dag van de Democratische conventie in Denver sprak boekdelen. Een vriendelijk glimlachende supporter van Hillary Clinton en een evengoed aimabel kijkende aanhanger van Barack Obama komen elkaar tegen in de conventiehal en weten even niet wie wie moet voorlaten. ‘After you’, zeggen ze in koor. Maar een journalist op de voorgrond van de cartoon geeft een spannende draai aan het misverstand op de conventievloer: ‘Nieuw bewijs van ruzie tussen Obama- en Clinton-aanhangers’.
Het was de dag na de veelgeprezen toespraak van Bill Clinton en twee dagen na de toespraak waarin voormalig Democratisch presidentskandidaat Hillary Clinton zich zonder voorbehoud volledig achter de kandidatuur van Obama schaarde. Ze noemde zich een ‘trots supporter van Obama’, zei dat Obama ‘mijn kandidaat’ is en ‘onze president moet worden’ en beloofde alles te doen om hem en de Democratische Partij daarbij te helpen.
Maar de Amerikaanse massamedia waren niet overtuigd. Hillary was vergeten te vermelden dat Obama ‘klaar is om [het land] te leiden’. Met andere woorden: Hillary Clinton twijfelde nog steeds aan de kandidatuur en aan Obama’s geschiktheid als commander-in-chief. Toen Bill Clinton dat een dag later goedmaakte, was er wéér iets te klagen. ‘Bill Clinton heeft een ontzettende hekel aan Obama, dat werd vanavond weer duidelijk’, zei de legendarische journalist Carl Bernstein op CNN. Het was tekenend, vond hij, dat Bill diezelfde dag had laten weten op de slotavond van de conventie niet naar het footballstadion te komen om Obama’s acceptatietoespraak live mee te maken.
Maar die andere oud-president, Jimmy Carter, kwam ook niet. Dat Hillary wél ging, was omdat ze als vooraanstaand lid van de conventiedelegatie van de staat New York een rol had. Namens die delegatie had ze op woensdagmiddag, de dag van de ‘roll call vote’, de officiële stemming, waarop ook haar naam stond, opgeroepen om Obama ‘bij acclamatie’ tot Democratische kandidaat te kiezen. Dat haar naam daar nog op stond, was bepaald niet zo’n hemelschokkende gebeurtenis als sommige media het deden voorkomen. In 1992 stond verliezer Jerry Brown op de roll call en vier jaar eerder bleef Jesse Jackson evengoed kandidaat tot de slotdag van de conventie.
De vraag blijft of Hillary-supporters ondanks het felle pleidooi van hun heldin toch in november op John McCain gaan stemmen. Wat dat betreft hebben de Republikeinen de Democraten met running mate Sarah Palin een dienst bewezen. Oké, Palin is een vrouw, maar terwijl McCain als gematigd Republikein voor Democraten daadwerkelijk een alternatief zou kunnen zijn, is de reactionaire pro-life gouverneur van Alaska dat bepaald niet.
Het is jammer dat de Democratische conventie inmiddels voorbij is. Anders hadden de vijftienduizend in Denver aanwezige journalisten de Hillary-diehards weer voor de camera kunnen halen om te vragen wat ze van Palin vinden. Tot woensdagmiddag stonden ze voor de ingang van het conventiecentrum te demonstreren: welgeteld 21 licht hysterische vrouwen met spandoeken voor Hillary. Daaromheen: dertig zwaar hysterische camerateams.
PETER VERMAAS

‘EK WAS BAIE LIEF VIR HAAR’
PORNOSCHRIJVER KLEINBOER
JOHANNESBURG – Lungi is dood. Lungi was de vrouw van Fanie de Villiers, alias Kleinboer, de eerste en enige Afrikaner die literaire porno schreef. Zijn autobiografische debuutroman Kontrei kwam in 2003 uit. ‘Kontrei’ betekent omgeving, maar is vooral een verwijzing naar, hoe zeg je dat mooi, het berijden van de kut (kont is kut in Afrikaans). En kutten berijden is wat Kleinboer deed. Kutten uit heel Afrika, liefst zo zwart mogelijk.
Want voor de Afrikaner die opgroeide onder apartheid, was de zwarte vrouw de verboden vrucht. Rasoverstijgende seks was onder apartheid verboden. Maar toen het doek in 1994 definitief viel voor de racisten, ging Kleinboer los. Het feit dat hij zijn maagdelijkheid pas op 27-jarige leeftijd verloor (aan een zwarte prostituee in New Orleans), had zijn honger alleen maar gevoed. Na die wilde nacht in New Orleans voelde hij zich als een ‘vlammende raket’. ‘My mind is gefok’, zei hij.
Daar gaat zijn met citaten uit het Oude Testament doorweven boek over: die obsessie die hem steeds maar weer naar zwarte prostituees drijft. Honderden zijn het er inmiddels. Maar de roman gaat ook over Lungi, de Zoeloevrouw die hij in 1992 tegenkwam en met wie hij later trouwde, tot groot ongenoegen van zijn conservatieve ouders.
Samen met Lungi’s zoon woonden ze in Yeoville, de ooit hippe gemengde wijk van Johannesburg, die na 1994 in verval raakte en door trendy blank haastig werd verlaten. Fanie en Lungi bleven, konden zich het verhuizen niet veroorloven. Lungi had geen werk en bracht veel van haar tijd drinkend in shebeens door. Fanie vond het best. Hij de hoeren, zij de kroeg en het huishouden. Lungi wist niets van Fanie’s seksuele escapades. Zelfs niet toen zijn naam groot op posters van een dagblad stond: ‘Kleinboer: Afrikaner Sex Pistol’.
Of beter: waarschijnlijk had ze er wel een vermoeden van. Maar wat moest zij doen? Zij was een drinkende, hiv-positieve, ongeletterde zwarte vrouw, voor wie de kans op werk gering was. Kleinboer onderhield haar, gaf haar onderdak, kocht vlees voor haar en zeurde niet over haar drinkgedrag. Bovendien hield hij oprecht van haar.
En toen kwam het nieuws dat Lungi dood was. Aids, was de eerste gedachte. Maar Kleinboers blog vertelde een ander verhaal. Lungi was bij vrienden in de buurt gaan drinken. De lift was kapot, dus ze was de trap af gelopen, met een fles wijn in haar hand. Op de laatste trap verloor ze haar evenwicht en tuimelde ‘soos’n pop’ naar beneden, waarbij haar hoofd hard op de scherpe rand van een trede kwam. Ze zou niet meer tot bewustzijn komen.
‘Ek was ver van ’n volmaakte man maar ek was baie lief vir haar’, schrijft Kleinboer de dag na Lungi’s overlijden. ‘Sy sou oor omtrent drie weke 36 word. Ons was 16 jaar saam. Sy het dikwels gesê ek was haar enigste liefde. Ek gaan binne ’n dag of wat haar gunsteling-wyn, Autumn Harvest Crackling, koop en uitdrink. Maar nie alleen nie.’
FRED DE VRIES
DUITSLAND GRAAF ZICH IN
RUSSISCHE GREEP OP DUITSE BEDRIJVEN
BERLIJN – In 1974 veroorzaakte de Duitse BMW-familie Quandt een ware rel. Ze verkocht voor achthonderd miljoen mark veertien procent van haar aandelenpakket in Daimler-Benz aan het staatsfonds van Koeweit. ‘Wie zaken doet met olielanden, moet ook stilstaan bij de gevolgen die zo’n daad voor het land heeft’, sprak de Frankfurter Algemeine Zeitung destijds bestraffend. 34 jaar later is het Koeweitse staatsfonds nog steeds aandeelhouder en in al die jaren heeft niemand geklaagd over de betrokkenheid van de Arabieren bij de autogigant.
Toch zijn de zorgen over de macht van dergelijke staatsfondsen niet geweken. Integendeel, de angst voor buitenlandse invloed in nationale bedrijven wordt alleen maar groter. Vorige week stemde de regering-Merkel in met een wet die haar het vetorecht geeft in het geval een niet-Europese investeerder een belang van meer dan 25 procent verkrijgt in een Duitse sleutelonderneming en daarmee de openbare orde of de staatsveiligheid in gevaar kan brengen. Met deze stap wil de Duitse regering zich, beter dan voorheen, wapenen tegen te veel buitenlandse invloeden in het Duitse bedrijfsleven.
Tot nu toe waande de Duitse regering zich veilig door grote belangen te houden in cruciale bedrijven. Maar door de aanhoudende hoge olieprijzen en de almaar zwakker wordende dollar groeit de financiële slagkracht van de voornamelijk Russische, Aziatische en Arabische fondsen snel. De Duitse DZ Bank heeft voorgerekend dat deze staatsfondsen tezamen een vermogen van meer dan 3700 miljard dollar bezitten. En ze worden steeds actiever.
Het zijn ontwikkelingen die men in het Bundeskanzleramt met argusogen beziet. In het bijzonder Ruslands politieke en financiële geldingsdrang wordt wantrouwend gadegeslagen. Een op het eerste gezicht puur economische investering kan in een handomdraai een machtig politiek wapen worden. Een Duitse nachtmerrie wordt waarheid als een Russisch staatsfonds een Duits energieconcern overneemt. Dan kan het Kremlin, door de gaskraan dicht te draaien wanneer het Rusland uitkomt, Duitsland genadeloos onder druk zetten. En men weet hoe ver de armen van de Russische premier reiken. Der Spiegel toonde vorige week een dreigend kijkende Poetin op de voorpagina, met als onderschrift ‘De gevaarlijke buurman’.
Niet iedereen in Duitsland ziet deze kapers op de kust. Minister van Economische Zaken Glos blijft alle buitenlandse investeerders uitdrukkelijk welkom heten. Ook de Grünen en de liberale FDP zien niets in de nieuwe wet. ‘Slecht voor de economie’, zo stellen zij. Werner Schnappauf, directeur van het BDI, het Duitse industrieverbond, waarschuwt voor de negatieve gevolgen voor de Duitse economie en haar positie als ‘Exportweltmeister’. Daarnaast is het onduidelijk of de wet een toetsing in Brussel zal doorstaan.
Wellicht moet Merkel, in plaats van zich juridisch in te graven, dan ook de aanval kiezen en zelf op koopjesjacht gaan. De Duitse energiereus Eon heeft het goede voorbeeld al gegeven. Het heeft een belang van 6,5 procent in Poetins troetelkind Gazprom genomen. En geen Russische wet die zich daartegen heeft verzet.
STEPHAN SWINKELS

INFORMATIEOORLOG
DUITSER IN GEORGISCHE DIENST
TBILISI – ‘Ik ontvang zoveel verschillende informatie via Georgische, Russische en westerse media dat ik het moeilijk vind wat te geloven’, schreef een Georgische kennis mij in een bezorgd mailtje op de derde dag van de oorlog. Ze was lang niet de enige die vastliep op alle tegenstrijdige berichten. De Georgische regering had met Patrick Worms van het Belgische Aspect Consulting al iemand in huis om aan westerse media uit te leggen wat er zich ‘daadwerkelijk’ afspeelde: ‘Veel mensen kennen Georgië alleen van de oorlog in Zuid-Ossetië. Dat geldt ook voor de vijftienhonderd of tweeduizend buitenlandse journalisten die naar Georgië kwamen. Mijn taak was om hen te helpen het land te begrijpen’, vertelt de Duitser.
Niet alleen biedt Worms uitleg aan journalisten over de achtergrond van het conflict, ook verstuurt zijn team vanuit het Marriott Hotel in Tbilisi media alerts naar westerse journalisten. ‘Het gaat alleen om informatie die journalisten zelf kunnen checken. We sturen bijvoorbeeld media alerts over Russische tanks in een bepaald gebied. Journalisten kunnen zelf kijken of dat klopt.’ Het lijkt uitgesloten dat Worms voor Georgië nadelige informatie verstrekt. In de jaren negentig reisde hij namens de Europese Commissie door het voormalige Oostblok. Daar hield hij goede contacten in Georgië aan over. Na het neerslaan van oppositieprotesten in Tbilisi in november vorig jaar begreep de Georgische regering dat ze onhandig met de westerse media omging, waarop ze Worms inhuurde als spindokter.
Informatievoorziening speelt een cruciale rol in dit conflict. Wie gaat de schuld krijgen van het jongste drama op de Kaukasus? Zowel Rusland als Georgië laat er geen gras over groeien. Na het uitbreken van de oorlog blokkeerde de Georgische regering alle Russische websites. Worms: ‘De Russische propaganda was enorm en zorgde voor nog meer angst onder de bevolking, die al zo bang was. Bovendien demoraliseerde de propaganda het volk.’ In zijn oordeel over de massamedia komt Georgië er opvallend goed van af. ‘In Georgië is het allemaal ongeorganiseerd, terwijl in Rusland de controle juist strak is. Een probleem van de Russen is dat ze liegen over bijvoorbeeld Georgische genocide in Zuid-Ossetië. Dat werd als propaganda-instrument gebruikt. Daarom staat het volledige Russische volk achter Poetin en Medvedev. Onafhankelijke waarnemers die het gebied bezochten, concludeerden dat deze genocide nooit heeft plaatsgevonden, wel de etnische zuivering van Georgiërs door Osseten.’
Centraal staat de vraag wie de oorlog begon. Moskou wijst op de Georgische bombardementen; Tbilisi claimt dat het een uitgekiend plan van de Russen was. Worms: ‘Media willen bewijs of Georgië voor of na de Russische invasie begon. Een smoking gun ontbreekt. Er zijn geen satellietfoto’s die de Russische bewegingen op de zevende augustus tonen. Die foto’s bestaan niet.’ Bewijs van nieuwe Russische misdaden is er volgens de Duitser in Georgische dienst voldoende. ‘Vanochtend bezocht ik het Russische checkpoint Karaleti nabij de stad Gori. De etnische zuivering binnen de bufferzone die Rusland instelde tussen Gori en Zuid-Ossetië, is bijna voltooid. Nu wordt er elders etnisch gezuiverd. Burgers krijgen de keuze: een Russisch paspoort of direct vertrekken.’
IVO PERTIJS

DISCREET EN EXCENTRIEK
RED BLETCHLEY PARK!
LONDEN – Honderd Britse academici hebben in een open brief aan The Times de overheid opgeroepen geld vrij te maken voor de restauratie van Bletchley Park. Wanneer er niets gedaan wordt, dreigt een roemloos einde voor het Victoriaanse landgoed en de omringende barakken, waar de codebrekers van de inlichtingendienst tijdens de Tweede Wereldoorlog onder meer de Enigma- en Lorenzcodes van de nazi’s ontrafelden. Het is niet de eerste keer dat de staat zich gierig toont ten opzichte van Bletchley Park. In 1938 had het hoofd van de geheime dienst, Sir Hugh Sinclair, het complex zelf maar gekocht, nadat zijn superieuren geen overheidsgeld hadden willen investeren. Volgens de admiraal was het de ideale locatie voor zijn Government Code and Cipher School, die tijdens de oorlog van onschatbare waarde zou worden, met name voor de marine.
Er werkten vele schaakmeesters, wiskundigen en puzzelaars. Winston Churchill noemde Bletchley Park de kip met de gouden eieren. Hij gaf de dienst alle steun, daarbij regelmatig bureaucratische regels negerend. Vanuit Londen verleende ook Ian Fleming, werkzaam bij de inlichtingendienst, alle support, wat vaak neerkwam op wilde plannen die James Bond later zou beleven. Na de oorlog werden vrijwel alle machines en documenten vernietigd en namen achtereenvolgens British Telecom, een makelaarskantoor en de communicatiedienst van de staat intrek in dit nationaal erfgoed, totdat de Bletchley Park-stichting het overnam. Onderhoud was een halve eeuw verwaarloosd.
Naar aanleiding van de open brief schreef Ben Macintyre in The Times dat Bletchley Park niet alleen een monument van excellentie en innovatie is, maar ook van twee klassieke Britse specialiteiten: excentriciteit en discretie. Bij dat eerste wees hij op het bonte gezelschap van ontcijferaars, van wie Alan Turing de bekendste en merkwaardigste, was. Vanwege zijn allergieën droeg hij vaak een gasmasker en zijn theemok had hij, uit vrees voor diefstal, vastgebonden aan de radiator. De discretie kwam vooral tot uiting na de oorlog. De kleine tienduizend personeelsleden beloofden te zwijgen over hun decodeerwerk. Zelfs toen ze in de jaren zeventig eindelijk mochten praten, hielden velen hun mond. In The Times schreef een lezer over zijn tante die, tijdens een behandeling tegen kanker, bang was dat ze tijdens de narcoseslaap ‘geheimen’ zou verklappen. Juist deze twee uitingen van Britishness zijn ver te zoeken in een tijd waarin conformiteit knellender is dan ooit en niets meer geheim kan worden gehouden. Dat laatste geldt zeker ook voor de Britse staatsdienaren die dezer dagen het ene na het andere vertrouwelijke dossier laten rondslingeren.
PATRICK VAN IJZENDOORN