Week 15

Deze Week

Exit Berlusconi
Abbiamo vinto! Wij hebben gewonnen, riep Romano Prodi, om drie uur in de morgen. Heeft hij te vroeg gejuicht?

ROME – Romano Prodi en familie hadden de spumante al klaar staan voor een intiem feestje. «Il professore» zou als premier Italië een nieuw, sociaal gezicht geven. Maar het liep maandagavond met het tellen van de stemmen heel anders dan opiniepeilers van tevoren – en de eerste exit polls na het sluiten van de stembureaus – hadden voorspeld. In plaats van de gehate Silvio Berlusconi met een fikse nederlaag naar huis te sturen, werd het een fotofinish. Bij het ter perse gaan van De Groene Amsterdammer was nog steeds de volledige uitslag van de parlementsverkiezingen niet bekend; Prodi en de leiders van zijn bonte negenpartijencoalitie hadden even na drie uur ’s nachts wel al de overwinning opgeëist. Dat konden zij doen omdat de uitslag van de telling voor het 630 zetels tellende Huis van Afgevaardigden (de Tweede Kamer) op dat moment onaantastbaar leek. Op een totaal van pakweg 48 miljoen geregistreerde kiezers had Prodi’s Unie van Olijf een winst gepakt van 25.224 stemmen. Dat was voldoende voor de zege, want volgens de kieswet krijgt de winnaar van verkiezingen, ook al heeft die maar 1 stem meer, 25 zetels extra. Die regeling, ingelast om een stabiele meerderheid te garanderen, leverde de Olijven op het moment van schrijven 341 zetels op.

Niettemin namen Prodi en de zijnen een voorschot op de eindzege. Want nog niet alle stemmen waren geteld. Wat mankeerde waren de resultaten van de telling van ruim één miljoen door Italianen in het buitenland uitgebrachte stemmen. Die waren in eerste instantie vooral van belang voor het resultaat van de verdeling van de 315 zetels in de Senaat, de Italiaanse Eerste Kamer. Daar had Berlusconi’s centrumrechtse coalitie Huis van de Vrijheden met 50,2 procent van de stemmen ogenschijnlijk een meerderheid. In de nieuwe kieswet is geregeld dat de stemmen van de buitenlandse Italianen zes Senaatszetels en twaalf plekken in het Huis van Afgevaardigden opleveren. Op basis van prognoses zou Prodi’s coalitie daarmee Berlusconi en zijn bondgenoten met vier tot vijf zetels overtreffen; op dinsdagmiddag stond de verhouding op +2 in het voordeel van Prodi.

En zoals het hoort bij een Italiaans spektakel: het eindigt met gekakel. Terwijl het ministerie van Buitenlandse Zaken bleef verzekeren dat het tellen van de stemmen veel tijd kostte, omdat iedere stem in een dichtgeplakt envelopje zat, liet Berlusconi alvast weten de verkiezingsuitslag hoe dan ook te zullen aanvechten. Ruim een half miljoen verkiezingsformulieren waren ongeldig verklaard, meldde zijn woordvoerder Bonaiuti. Die moesten allemaal nog eens bekeken worden – een impliciete beschuldiging van fraude, waar Berlusconi patent op heeft. Bij zijn verlies, in 1996, tegen diezelfde Romano Prodi kwam hij ook met zo’n verdachtmaking.

De vraag is wat er nu mee gaat gebeuren. Berlusconi kan als demissionair premier veel naar zijn hand zetten. Zijn partij, Forza Italia, is ook na deze verkiezingen de grootste van het land gebleven. Nog groter is de vraag hoe lang een regering-Prodi het zal uithouden. De twee kleine communistische partijen binnen zijn Unione boekten beide winst en zijn gezamenlijk nu de derde partij van de coalitie. In 1998 waren het diezelfde communisten die uit onvrede met Prodi’s economische koers diens regering lieten vallen. Met een economische malaise en praktisch geen groei in het vooruitzicht zijn opnieuw harde bezuinigingsmaatregelen nodig en er is, gelet op de vaagheid van Prodi’s verkiezingsprogramma, maar weinig nodig voor een herhaling. Bovendien is «coalitie wippen», deserteren van het ene naar het andere kamp, onder Berlusconi een soort sport geworden. Alleen had hij een fikse meerderheid en dat kan Prodi niet zeggen, dus is zijn basis uitermate wankel.

Het ironische aan de uitslag is dat Prodi de winst kon claimen dankzij die twee noviteiten: een hevig bevochten nieuwe kieswet, die de terugkeer naar een proportioneel stelsel regelde, en het voor het eerst mogen meestemmen van permanent in het buitenland wonende Italianen. «Die nieuwe kieswet was een draak door Berlusconi geïntroduceerd om zijn overwinning veilig te stellen. Nu winnen wij dankzij diezelfde draak», constateerde Pier Fassino, leider van de grootste oppositiepartij Linkse Democraten dinsdagnacht tevreden. Italië lijkt voorlopig weinig gewonnen te hebben. De politieke thriller van maandagnacht leverde misschien het afscheid van de omstreden Berlusconi op, maar op het opslaan van een nieuwe pagina, zoals Prodi het noemde, is voorlopig weinig kans.

HANS GELEIJNSE

Werk minderen spaart kinderen?
Is het nu slecht of goed voor de ontwikkeling van een foetus als zwangere vrouwen hard werken? Wetenschappelijke studies geven verschillende uitslagen.

AMSTERDAM – «Ongeboren kinderen staan bloot aan grote risico’s als hun moeder een stressvolle baan heeft. Hun geboortegewicht is lager met alle risico’s van dien. Het gewichtsverlies bij de geboorte van gemiddeld 140 gram komt overeen met het effect van roken tijdens de zwangerschap.» Dat is de conclusie van een vorige week gepresenteerd onderzoek, uitgevoerd door het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en de Amsterdamse ggd. Een van de onderzoekers, hoogleraar sociale geneeskunde Gouke Bonsel, zegt «dat stoppen met werken niet hoeft», maar hij beveelt zwangere vrouwen aan «al in de eerste drie maanden te minderen». Hij vindt «als individu» dat de overheid werkstress bij zwangeren moet voorkomen. «Maak een richtlijn en pak dan ook het roken meteen mee. Want menige onder stress werkende zwangere rookt door.»

Op basis van deze bevindingen hebben werkende vrouwen met een baby in de buik een probleem. Want door hun baan zijn zij direct schuldig aan de slechtere levensstart van hun nageslacht.

Wat moeten vrouwen met deze aanbevelingen? Misschien biedt de uitslag van een ander onderzoek, eind vorig jaar, uitkomst voor een eventueel oplaaiend schuldgevoel. Wetenschappers van de universiteit van North Carolina gingen met precies dezelfde vraag aan de slag: is (hard) werken slecht voor de foetus? Uitslag (gepubliceerd in Obstetrics & Gynaecology, december 2005): werkende vrouwen hebben géén verhoogde kans op vroeggeboorte of een baby met een lager geboortegewicht. De conclusies gaan regelrecht in tegen het traditionele – en nu in Amsterdam wetenschappelijk ondersteunde – advies om het rustig aan te doen. Dit onderzoek onder 1905 voor het eerst zwangere vrouwen laat zelfs een verschil zien tussen het aantal werkuren: zwangere vrouwen die meer dan 46 uur per week werkten hadden minder kans op een te vroeg geboren baby dan zwangere vrouwen die minder dan 34 uur per week werkten. De aanbeveling luidt: wie het goed met een zwangere vrouw en haar kind voorheeft, spoort haar zelfs een beetje aan harder te gaan werken.

Beide uitslagen laten zien dat onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek geplaatst moet worden in de context van de doeleinden. Wetenschap raakt immers soms (ongemerkt) vervlochten met de (betalende) opdrachtgevers. Een «goede» moeder blijft in Nederland al in de eerste maand thuis om te relaxen en de babykamer in te richten, terwijl zij in Amerika iets harder gaat werken.

MARGREET FOGTELOO

Oscar Wilde meets John Prescott
John Prescott is van groot belang voor Labour vanwege zijn arbeideristische inslag. De Britse politiek ziet hem vooral als schertsfiguur. Bovendien «vergist» hij zich nogal eens bij het accepteren van «leningen».

LONDEN – De goede relatie tussen New Labour en het Londense zakenleven zal worden bezegeld met een nieuwe wolkenkrabber, de hoogste in The City. Minerva Tower, zo gaat het vijftig etages tellende gebouw heten. Het gebouw werd mede mogelijk gemaakt door vice-premier John Prescott.

De ontwikkeling van Manhattan aan de Theems gaat niet zomaar. Elk nieuw project dat hoger is dan St. Paul’s gaat gepaard met protesten van historische genootschappen. Ook het project van de Minerva Group riep weerstand op. Echter, in tegenstelling tot bij de bouw van de wolkenkrabbers The Shard of Glass en de Heron Tower werd de verleende bouwvergunning niet nader onderzocht. Nu blijkt dat de voorzitter van de Minerva Group, Sir David Garrard, kort voor Prescotts weigering tweehonderdduizend pond had geschonken aan Labour. Als lid van het partijbestuur moet Prescott op de hoogte zijn geweest van de gift. Prescott ontkende te zijn omgekocht, maar zijn zaak werd zwakker nadat bekend werd dat de Minerva Group ook hulp heeft gekregen bij de aanleg van een winkelcentrum in de Londense buitenwijk Croydon. Vorig jaar steunde Prescott een beslissing van de gemeente om geen toestemming te geven voor de aanleg van een rivaliserend winkelcentrum.

Het interessante is dat Garrard kort voor deze beslissing van Prescott 2,3 miljoen aan Labour had «geleend» en zijn collega, Andrew Rosenfeld, één miljoen. Eind vorig jaar was Prescott al in opspraak gekomen door geen onroerendgoedbelasting te betalen over zijn drie huizen. Hij verontschuldigde zichzelf met de mededelingen dat het te gecompliceerd voor hem was. Dat was een opvallende uitlating omdat hij als minister van Lokaal Bestuur verantwoordelijk is voor deze gehate belasting. Terwijl enkele gepensioneerden naar de gevangenis moesten wegens een betaalachterstand werd in het geval-Prescott volstaan met een terugbetalingsregeling. Hij bood Tony Blair zijn ontslag aan, dat niet werd geaccepteerd.

Hoewel «Prezza» bekend staat als schertsfiguur, is hij voor New Labour wegens zijn arbeideristische achtergrond van ongekend belang. Dat bleek recentelijk nog eens toen hij het land even mocht besturen tijdens Blairs bezoek aan Australië. Onder deze taak valt ook het beantwoorden van kamervragen. Dat gaat niet zomaar, daar de 67-jarige een loopgravenoorlog voert met de Engelse taal. Sketchschrijver Simon Hoggart van The Guardian heeft zelfs een bloemlezing samengesteld, zijn Times-_collega Matthew Parris maakte na een hatelijke column ooit bijna kennis met Prescotts dokwerkersvuisten, terwijl de vingers van de Lagerhuis-stenografen verstijven zodra Blairs plaatsvervanger het woord neemt. Vijf dagen lang had hij, omringd door veertien adviseurs (Blair hield vanaf de tribunes van de Gemenebestspelen een peppraatje), allemaal oneliners van buiten geleerd voor zijn treffen met de welbespraakte Conservatief William Hague. Toehoorders stonden versteld. «Tussen de opzienbarende gebeurtenissen aan het einde van Tony Blairs premierschap was de transformatie van Prescott in Oscar Wilde wel de meest onverwachte», schreef Andrew Gimson in _The Daily Telegraph. Waar Prescott van het script afweek ging het meteen mis. Na een onnavolgbaar antwoord over, waarschijnlijk, lokale belastingen, repliceerde Hague: «Er zat zo weinig Engels in dit antwoord dat Chirac er blij mee zou zijn geweest.» Maar Prescott sloeg terug: «I’d sooner get perhaps the words wrong than get my judgment wrong.» Nog geen week later bleek dat «Mr Punch» verkeerd had geoordeeld bij het afgeven van een vergunning om een voetbalstadion te bouwen in een beschermd natuurgebied nabij Brighton.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Dieses ganze Mahagonny…
Opera is populair in Nederland, heet het, maar de operapers kijkt zelden verder dan de voorstellingen van dno en de Nationale Reisopera.

AMSTERDAM – In het programmaboekje van de Brecht-Weill-opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny, die onlangs vijf keer werd uitgevoerd door Opera aan het IJ in de Passenger Terminal in de Amsterdamse haven, stonden een paar kernachtige zinnen, die kunnen worden opgevat als provocatie in de richting van De Nederlandse Opera (dno). «Opera is populair in Nederland, [maar] driekwart van de operaprogrammering bestaat uit opvoeringen van buitenlandse gezelschappen. Jong zangtalent trekt noodgedwongen naar het buitenland om een rol te krijgen in grote-zaalproducties. Opera aan het IJ wil jonge Nederlandse zangers een kans geven om in grote producties te staan en werken uit te voeren die in Nederland zelden te zien zijn. Een zwaartepunt daarin is het moderne muziektheater.»

Dat is natuurlijk exact waarin ook dno zich heeft gespecialiseerd. Men kocht zelfs met Ingo Metzmacher een specialist voor het moderne repertoire in. Zijn producties worden echter voornamelijk door internationale zangers en regisseurs bevolkt. Opera aan het IJ, geleid door Inna van den Hogen, verkondigt precies hetzelfde, maar engageert een jong, volledig overtuigend Nederlands ensemble, zet Weills elektrische opera op het programma en laat de zangers met smaak verkondingen: «Aber dieses ganze Mahagonny ist nur, weil alles so schlecht ist…»

Men mag (met verwijzing naar Houellebecq) hier van een «vergroting van het strijdtoneel» spreken. Die strijd is de moeite waard, omdat het de Amsterdammers én de eigenlijk niet in opera geïnteresseerde Nederlandse pers toont dat er ook buiten het Muziektheater interessante scenische professionele operaproducties zijn, waar geen internationale sterren in voorkomen, en waar men zich bewust bezighoudt met het aantrekken van een lokaal ensemble. Inna van den Hogen is daarbij niet te beroerd in te zetten op een kaskraker, die opmerkelijk genoeg in Nederland zelden wordt uitgevoerd, en ze is ook niet bang om opera te spelen zoals het in het tekstboekje staat. In plaats van een ingewikkeld regieconcept toont ze als regisseuse één op één waar het stuk over gaat. Je mag dat best revolutionair noemen. Zeker omdat onlangs in Barbara Beyers boek Warum Oper? (Alexander Verlag, 2005) ook de bij dno werkzame internationale sterregisseurs – van Jossi Wieler tot Peter Konwitschny – zich alle moeite getroostten om te verklaren waarom opera tegenwoordig juist niet één op één gespeeld mag worden. Deze Mahagonny-productie bewijst: dat kan. Het werkt. En het is niet ouderwets (integendeel). Het publiek juichte, maar de Nederlandse pers, van NRC tot Volkskrant tot Telegraaf, negeerde de productie, vermoedelijk uit de gangbare desinteresse, of luiheid, om opera’s buiten dno te bezoeken en te becommentariëren. Kasper Jansen weende liever tranen van ontroering bij de Zaterdagmatinee in het Concertgebouw (Don Quichotte) en de Volkskrant berichtte liever over de Matthäus in Haarlem en over een staking bij de première van de nieuwe opera van Kaija Saariaho in Parijs. Verder: niks. Dat is eigenlijk schandalig, en volledig onbegrijpelijk in een land waarin dno en de Nationale Reisopera gemiddeld één productie per maand hebben. Het kan dus niet zo zijn dat de operacritici te veel aan hun oren hebben.

KEVIN CLARKE

Ida Vos 1931-2006
AMSTERDAM – Van Ida Vos, die vorige week op 74-jarige leeftijd aan kanker is overleden, wordt gezegd dat zij in haar jeugdboeken, zoals Wie niet weg is wordt gezien, steeds hetzelfde verhaal heeft verteld: het verhaal van haar onderduiktijd als jong meisje. Zo heb ik het niet ervaren. Zij heeft inderdaad soms heel geestig, soms ontroerend verteld over die moeilijke tijd tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen zij samen met haar zusje maar gescheiden van haar ouders zat ondergedoken. Maar vaak gingen haar verhalen juist over de andere kinderen, degenen die niet konden onderduiken, die werden gedeporteerd. Die kinderen komen terug in haar herinneringen, in haar dromen.

Niet alleen over de joodse kinderen schreef zij, ook over een vroeger buurmeisje, de dochter van een «fout» echtpaar. In de oorlog mocht die plotseling van haar vader niet meer met dat joodse buurkind spelen en na de oorlog schaamt zij zich daarvoor. Ida Vos heeft de ontmoeting, veel later, met dat ouder geworden meisje beschreven. Voor haar is er geen verschil tussen die twee meisjes. Meisje Een en Meisje Twee noemt zij ze in het verhaal, dat zij schreef voor een gezamenlijke bundel van Nederlandse en ex-Joegoslavische schrijvers. Haar boodschap is duidelijk: kleine meisjes moeten zich niet door de domme grote mensen tegen elkaar laten opzetten.

Voor Ida Vos was het vertellen van de verhalen uit de oorlog niet een manier om aandacht voor zichzelf te vragen. Zij besefte dat er ook nu in Nederland kinderen zijn die gevlucht zijn, kinderen die worden gediscrimineerd, kinderen die het moeilijk hebben. Door op scholen over haar eigen ervaringen te vertellen konden in de klas ook de verhalen van kinderen uit Afrika en ex-Joegoslavië naar boven komen.

Twee jaar geleden beschreef zij in een verhaal haar ervaringen met een klas vol wantrouwende en opstandige Marokkaanse kinderen. Een meisje, Fatima, leest bevend van een briefje voor dat joden rijk en slecht zijn en liegen. Ida Vos heeft het er moeilijk mee, maar ze bedenkt dat ze ook rustig was gebleven toen jaren daarvóór op een heel andere school een blonde jongen uit Drenthe haar had toegebeten: «En toch hebben jullie Jezus vermoord!»

Zij weet het meisje ervan te overtuigen dat ze geen vijanden van elkaar zijn, dat ze met elkaar kunnen praten. Na afloop van de les blijkt dat Fatima van haar broer een briefje had gekregen en dat hij haar zou slaan als ze die dingen niet zou zeggen. Maar zij belooft dat zij er nu zelf over gaat nadenken.

Ida Vos staat tussen een groep kinderen daarover te praten. Dan krijgt zij een duw in haar rug. De grootste jongen van de klas staat achter haar, zij is van tevoren voor deze lastpost gewaarschuwd. Het geeft haar een angstig gevoel. Krijgt zij nu een mes tussen haar ribben? Maar Abdoel legt zijn grote hand op haar schouder en kijkt haar vriendelijk aan: «Ik hoop dat u schrijfster van het jaar wordt», lacht hij.

Ida Vos was niet alleen bereid haar eigen verleden onder ogen te zien en haar ervaringen met anderen te delen, zij zag ook dat zij zelf vooroordelen had, vooroordelen die gelukkig lang niet altijd waar hoeven te zijn.

MAX ARIAN