Week 5

Deze week

DE STAAT IN DE STAAT
KRITIEK OP FRANKRIJKS CHICSTE SCHOOL
PARIJS – L’école de pouvoir luidt de toepasselijke titel van de miniserie op betaalzender Canal+. De school in kwestie is de École Nationale d’Administration (ENA), het prestigieuze instituut waar de Franse administratieve elite wordt opgeleid. De serie volgt de lichting studenten van 1980, ‘lichting Voltaire’. Als een van de personages, Laure de Cigy, door een mannelijke examencommissie gevraagd wordt naar een woord met een positieve connotatie eindigend op ‘atie’ antwoordt ze: ‘Democratie’. En een negatieve connotatie? ‘Phallocratie.’
De Franse pers meende in het personage van De Cigy de socialiste Ségolène Royal te herkennen en dat is goed mogelijk. Royal maakte immers deel uit van de lichting Voltaire, net als haar ex-partner François Hollande, oud-premier Dominique de Villepin, AXA-baas Henri de Castries en beurswaakhond Jean-Pierre Jouyet. Dat verklaart waarom de ENA zo tot de verbeelding spreekt. De school leidt niet alleen topambtenaren op, maar ook politici en bazen uit het bedrijfsleven. Neem alleen al de hoogste regionen van de politiek: twee presidenten en zeven premiers bracht zij voort.
Geen wonder dus dat de tweehonderd énarques die de school jaarlijks aflevert met ontzag worden bekeken. Maar ook met argwaan. Weliswaar hebben ze zich door het zwaarste toelatingsexamen van de Republiek geworsteld, vervolgens zijn ze evenwel getransformeerd tot een mysterieus verbond van elitaire technocraten. Énarques vormen een staat binnen een staat. Dat was aanvankelijk ook precies de bedoeling. Toen de regering van Nationale Eenheid (met daarin Charles de Gaulle en communistenleider Maurice Thorez) de ENA in 1945 oprichtten, deden ze dat omdat de politiek en het bedrijfsleven weinig voorstelden en zij de continuïteit van de staat zou waarborgen.
Maar de ENA staat onder druk. Niet van buiten, maar van binnen. Zo lopen studenten nu al een paar jaar te hoop tegen het befaamde eindklassement. Dit bepaalt wie er bij welke overheidsdienst mag gaan werken. De eerste zestien plekken geven direct toegang tot Les Grands Corps van de staat, zoals de Rekenkamer of de Raad van State. De rest ziet zich ‘veroordeeld’ tot de diplomatieke dienst of een prefectuur in de provincie.
Het eindklassement was bedoeld om iedere vorm van vriendjespolitiek uit te sluiten en stond daarmee symbool voor republikeinse meritocratie. Maar de studenten vinden het onverdedigbaar dat een examen dat je op je 25ste aflegt, je hele verdere carrière bepaalt. Ze kregen steun van president Sarkozy (zelf géén énarque), die besloot het eindklassement met ingang van 2011 af te schaffen. Sindsdien woedt er een fel debat tussen voor- en tegenstanders van het eindklassement, waarbij de voorstanders vrezen dat de ENA haar ziel zal verliezen.
Volgens anderen is dat al lang gebeurd en is de school niet meer dan een dode ster: we zien nog slechts een schittering van een voorbije tijd. Het bewijs? Dit jaar koos een kandidaat die het toelatingsexamen had gehaald voor een concurrerende opleiding waar hij óók was toegelaten. Dat was voor het eerst in de geschiedenis van de ENA.
MARIJN KRUK
WELKOM IN DE GROOTSTE
GEVANGENIS!
VERKOOPGEEST IN GAZA
GAZA-STAD – Gaza ligt op zijn gat. En dat biedt mogelijkheden. De duizenden hulpverleners en journalisten die na het staakt-het-vuren naar het gebied zijn afgereisd zijn een goudmijn voor lokale ondernemers. Want welke Palestijn is dezer dagen geen fixer of vertaler in Gaza. Iedereen die een half woord Engels spreekt, mag zich zo noemen. De besten onder hen kosten honderden dollars per dag – een fortuin in deze regionen.
Iedereen pikt een graantje mee van de influx van rijke buitenlanders (zowel van de onbegrensde expense accounts van de Amerikaanse tv-netwerken als van de minder onbegrensde van budgetgebonden freelancers) en neem het ze eens kwalijk. Na weken van bombardementen is niet alleen de infrastructuur in Gaza verwoest, ook de enige grensoverschrijdende economische activiteit – de smokkeltunnels naar Egypte – ligt op haar gat. Maar: ‘De een zijn dood is de ander zijn brood’ is een gezegde dat ze als geen ander kennen in Gaza. Taxichauffeurs vertellen je met een brede grijns over de inflatie. De prijzen van de hotels verdubbelen op het moment dat een staakt-het-vuren wordt afgekondigd, en die noemen het zonder schaamte een ‘special rate’. Geen wireless, warm water of elektriciteit? Tsja oorlog – maar waar kun je in Gaza anders naartoe?
Hoe groter de ellende, des te groter de mogelijkheden voor de ondernemers in Gaza. En de creativiteit die sommigen daarbij aan de dag leggen, biedt hoop in donkere dagen. De ‘Souvenirs from Gaza’-winkel van Tareq Abu Dayyeh spant de kroon. Na drie weken dicht te zijn geweest doet hij nu gouden zaken. Hij prijst enthousiast zijn waar aan: ‘Welkom in de grootste gevangenis ter wereld’-koffiebekers en ‘Ik was in Gaza’-sleutelhangers in verschillende talen.
Voor Abu Dayyeh de rest van zijn collectie aanprijst, wil hij nog even iets duidelijk maken. ‘Ik doe niet aan politiek. Ik ben een businessman. Ik kies geen kant.’ Vervolgens komt hij voor de dag met artikelen van alle politieke partijen die elkaar naar het leven staan in Palestina: Hamas-T-shirts, Fatah-vlaggen, PLFP-pennen en Islamitische Jihad-petjes. ‘Als je ze allemaal koopt, krijg je korting, geen probleem mijn vriend.’ Het antwoord niet afwachtend, pakt Abu Dayyeh alles snel in, de logo’s aan de binnenkant, ‘om problemen aan de grens te voorkomen’.
Terwijl hij teleurgesteld zijn waar weer uitpakt, probeert Abu Dayyeh het vanuit een andere invalshoek. Hij heeft namelijk ook religieuze artikelen (‘om de hoop van het Palestijnse volk te versterken’). De echte originele rozenkransen uit Jeruzalem (‘onze hoofdstad’) zijn in de aanbieding. Er is een uitvoering voor christenen en een voor moslims, en ze komen in verschillende geuren en kleuren.
Joodse spullen verkoopt hij niet, maar hij vindt de vraag wel ‘een goeie grap’. Als de grens van de commercie van Palestina is bereikt, rest nog slechts één vraag: welk artikel verkoopt het best? Abu Dayyeh hoeft niet lang na te denken. ‘De Hamas-spullen vliegen de winkel uit’, vertelt hij met grote ogen. ‘Ze zijn niet aan te slepen.’ Want Hamas is niet alleen de mode onder de Palestijnen. ‘Alle buitenlanders willen een shirt of pet van Hamas’, aldus Abu Dayyeh. Gevraagd naar de reden, kijkt hij sluw omhoog en ontbloot zijn tanden. ‘Ik denk dat ze die groene kleur mooi vinden. Thee?’
EDUARD PADBERG
CHIPKNIP
BERLUSCONI’S PLAN TEGEN ARMOEDE
ROME – Italië ontvangt dit jaar de leiders van de G8 op het eiland La Maddalena. Een van de eilandjes ten noorden van Sardinië, het favoriete vakantieoord van premier Berlusconi. Hij heeft er ten minste zeven villa’s: genoeg keuze dus om Obama en kornuiten in stijl te ontvangen voor een smakelijk diner. Tussen de gangen door wordt dan de wereldproblematiek besproken.
Italië mag zich dan tot de rijken der aarde rekenen, in eigen land schreeuwt de armoede om maatregelen. Volgens de laatste cijfers uit 2007 leven ruim 7,5 miljoen Italianen (zo’n dertien procent van de bevolking) onder de armoedegrens. Dat wil zeggen dat ze het met minder dan vijfhonderd euro per maand moeten doen. En volgens de katholieke organisatie Caritas leven nog eens net zoveel Italianen maar net boven die armoedegrens. Ze hebben tien tot vijftig euro meer te besteden dan het grensbedrag van vijfhonderd euro en vormen zo een risicogroep. Zo’n vijftien miljoen Italianen, een kwart van de bevolking, is dus arm of bijna arm.
Maar premier en multimiljonair Berlusconi heeft daar wel een oplossing voor: de social card. De allerarmsten krijgen van de regering een opgeladen chipcard met een waarde van gemiddeld 33 euro per maand. De kaart kan in bepaalde supermarkten gebruikt worden voor de betaling van levensmiddelen. Bovendien geven de winkels zelf nog een extra korting. De regering schatte dat 1,3 miljoen mensen in aanmerking komen voor de kaart.
De eerste resultaten zijn teleurstellend: er zijn zo’n 420.000 kaarten geactiveerd. Nog eens 160.000 kaarten (27 procent) zijn wel uitgedeeld, maar zonder geld erop. Dat zorgde voor onaangename verrassingen bij de kassa’s.
Dat de social card een flop is, is volgens rechtse partijen een teken dat het heus wel meevalt met de armoede in het land. Maar de arme Italianen weten wel beter. Om de kaart te bemachtigen moeten diverse bureaucratische hindernissen worden genomen en zeker de grootste groep armen, de gepensioneerden, slaagt daar niet altijd in. Bovendien valt een belangrijke groep buiten de criteria. De kaart is namelijk alleen bestemd voor ouderen boven de 65 en voor gezinnen met kinderen jonger dan drie jaar.
Sommigen zien de kaart als een afgekloven bot dat naar een straathond wordt geworpen. Liever zag men het geld via het pensioen bijgeschreven of via de belastingen verrekend. Maar waarom dat niet gebeurt, zou blijken uit het resultaat: via het ingewikkelde proces valt twee derde al buiten de boot. Een mooie ‘besparing’ voor de regering, die gerekend had op een uitgave van 450 miljoen euro per jaar. Het hele systeem kost overigens 7,5 miljoen euro. Dat geld gaat niet naar de armen, maar naar Masterdcard, de winkels en de posterijen.
HEDWIG ZEEDIJK
OPEN EN BLOOT
DE WEDEROPKOMST VAN NAZIKRANTEN
BERLIJN – Op het Berlijnse metrostation Friedrichstrasse moest je tot twintig jaar geleden bang zijn voor akelige controles, mannen met groene uniformen, geweren en blaffende honden. Ze belichaamden het starre regime van de tweede dictatuur op Duitse bodem. Tegenwoordig is Friedrichstrasse een van de duurste winkelstraten voor de nieuwe urbane bourgeoisie van Berlijn. Toeristen uit de hele wereld rennen hier door elkaar heen.
Als je het de verkoper bij de internationale kiosk op het drukke station vriendelijk vraagt, tovert die vanonder de toonbank de omstreden Deutsche Stimme te voorschijn. Kioskketen Presse & Buch wil dit propagandablad van neonazi’s wel verkopen, maar wil daar niet voor uitkomen. ‘Onze andere klanten zien dat liever niet’, zegt een medewerker.
Overal in Duitsland kun je open en bloot nazikrantjes kopen. Zelfs de krantenzaken van voormalige gastarbeiders uit Vietnam en Turkije staan er bol van. Deze buitenlandse ondernemers vinden het geen probleem om de Nationalzeitung, vol oorlogsparolen en NPD-reclame, aan grimmige kaalkoppen te verkopen. Als ze er maar geld mee verdienen. Dan maakt het niet uit dat er in de vroegere DDR kebabzaken in vlammen opgaan en Vietnamezen in elkaar worden geslagen.
In tijden van internationale kredietcrisis moet er allereerst brood op de plank. Dat geldt ook voor de Poolse verkoper in de grensstad Slubice, die cd’s van de in Duitsland verboden neonaziband Landser verkoopt. Deze hardrockgroep schreef songs als Berlin bleibt Deutsch! en gaat tekeer tegen Kanakken (Turken) en Polakken (Polen). De verkoper antwoordt in het Duits: ‘Geschäft ist Geschäft.’ Even verderop liggen koppelriemen van de SS en een Hitler-pop. De politie staat het oogluikend toe, ondanks een wettelijk verbod op het verbreiden van nazitaal en op de ontkenning van de Holocaust.
Afgelopen week ontstond er wrevel over het project Zeitungszeugen van de Britse uitgever Peter McGee. Zijn originele herdrukken van bruine bladen als Der Angriff en de Völkische Beobachter uit 1933 liggen in alle Duitse kiosken en supermarkten. De Beierse regering heeft, samen met een verbod, een strafklacht ingediend, waartegen bekende historici als Hans Mommsen protesteren. McGee maakt dat niets uit. Hij verdient een prima boterham met de strijdkreten van Goebbels en de uitneembare posters van Hitler.
ROB SAVELBERG

DECIBELLENTERREUR
GELUIDSOVERLAST IN LONDEN
LONDEN – Het concert dat Radiohead afgelopen zomer gaf in het Oost-Londense Victoria Park is aan de omwonenden voorbijgegaan. De leden van de popgroep hadden immers bepaald dat het volume beperkt moest blijven, zodat de buren rustig naar hun gangstarap konden luisteren zonder te worden lastiggevallen door de atmosferische tonen van How to Disappear Completely of Karma Police. Het was een kleine stap in de strijd tegen de herrie in Londen.
Natuurlijk is een stad nooit een stiltegebied. In haar boek Hubbub: Filth, Noise and Stench in England, 1600-1770 verhaalt historicus Emily Cockayne onder meer over de kakofonie van geluiden. Anderhalve eeuw geleden creëerde Thomas Carlyle een geluidvrije kamer op de bovenste verdieping van zijn huis in Chelsea, waar de Victoriaanse historicus schreef over de filosofie van kleding, de Franse Revolutie en de relatieve voordelen van de Middeleeuwen, een tijd waarin vijftig decibellen het maximum was.
Sindsdien is Londen schoner geworden, maar de opmars van elektronica heeft desastreuze gevolgen gehad voor de gemoedsrust. Geen gazon is te klein om met een elektrische grasmaaier te worden gemaaid, geen straatmuzikant speelt unplugged en kroegen zonder videoscherm waarop mannen achter ronde of ovale ballen aanrennen, luidruchtig becommentarieerd en onderbroken door oorverdovende reclameboodschappen, sterven uit. Verplaatsingen met het openbaar vervoer gaan gepaard met een diarree aan waarschuwingen en opsommingen van locaties waar zal worden gestopt, wat bij gebrek aan degelijk aardrijkskundeonderwijs een alternatieve manier is om topografie te leren. Zelfs voor reizigers in ‘stiltecoupés’ is een iPod de enige manier om aan akoestische vervuiling te ontkomen.
Een reis gaat voorts, alles voor de ‘veiligheid’, begeleid van een oneindige hoeveelheid piepsignalen. Wie hierover klaagt, krijgt te horen dat het bedoeld is voor blinde reizigers, hetgeen interessant is omdat die doorgaans gezegend zijn met een bovengemiddeld gehoor, dat enkel schade kan oplopen door dit overdreven medeleven. Op zomerse dagen cirkelen politiehelikopters continu over de stad, terwijl het stratenstelsel een parcours is voor hulpdiensten die niet uitgerust zijn met een bescheiden Europese maar met joelende Amerikaanse sirenes.
Voornaamste reden voor de decibellenterreur is een ander importproduct uit de Nieuwe Wereld: de teloorgang van goede manieren. Dat uit zich door zo luid te praten, naar muziek te luisteren, gas te geven, te klussen, te bellen en te feesten dat iedereen noodgedwongen moet meegenieten. Klachten van lovenswaardige genootschappen als de UK Noise Association en de Noise Abatement Society zijn tegen dovemansoren gericht. Sterker, minister van Cultuur Andy Burnham heeft bepaald dat bibliothecarissen – tegenwoordig audience development officers genoemd – het moeten toestaan dat bezoekers in de bibliotheken mobiel bellen. Het is er te stil.
PATRICK VAN IJZENDOORN