Week 16

Deze Week

Bagdad Bob
Terwijl Amerikaanse troepen al in de straten van Bagdad reden, geloofde Saddam Hoessein nog altijd in de overwinningsberichten van zijn eigen minister van Informatie, zo blijkt uit een Pentagon-rapport.

WASHINGTON – In de weken en dagen voor de val van Bagdad vergaarde de Iraakse minister van Informatie Mohammed Saeed al-Sahaf in de westerse wereld een zekere faam als lachwekkende verschijning. Door zijn opzichtige leugens («We hebben zojuist het vliegveld veroverd en schoongeveegd», «Alle Amerikanen zijn afgeslacht», «De ongelovigen vluchten als ratten», et cetera) verwierf deze spindoctor zelfs een soort cultstatus. Er kwamen dvd’s, T-shirts, koffiemokken en websites (zoals welovetheiraqiinformationminister.com en BaghdadBob. com) die tot op de dag van vandaag zijn uitspraken verzamelen. Vliegtuigmaatschappij Ryanair gebruikte zelfs beelden van hem in een reclamespot.

Het Pentagon heeft zojuist een rapport vrijgegeven, te downloaden via de website van het tijdschrijft Foreign Affairs, waaruit onder meer blijkt dat Saeed al-Sahafs directe baas waarschijnlijk de enige was die de berichten geloofde. Uit vele interviews met gevangen genomen topmannen uit het Saddam-regime en uit honderdduizenden in beslag genomen officiële Iraakse documenten concluderen Amerikaanse, met het leger meegereisde historici, niet alleen dat Hoessein tot op het allerlaatste moment niet kon geloven dat de Amerikanen daadwerkelijk zouden binnenvallen, maar ook dat hij dagen na de inval op een goede afloop bleef vertrouwen. Toen de invasie al tien dagen onderweg was, gaf Hoessein zijn eerste secretaris de opdracht om China, Frankrijk en Rusland te adviseren nog even te wachten met het vragen om een wapenstilstand, die de aanwezigheid van de «coalition of the willing» in zijn land immers in zekere zin zou legitimeren. Saddam geloofde dat er meer in zat. Hij was er werkelijk van overtuigd, zo vertelden zijn tweede man Tariq Aziz en verscheidene ministers en topambtenaren vanuit hun gevangeniscel aan de legerhistorici, dat de invasie een halt was toegeroepen en dat de Amerikanen «wegzakten in de modder van vernedering».

En de massavernietigingswapens? Zelf wist Saddam Hoessein dat Irak ze niet meer bezat. Ook Ali Hassan al-Majid, oftewel «Ali Chemicali», wist het. Maar Saddam Hoessein vertelde het aan nagenoeg niemand in de regering of de legertop, waardoor zelfs na de Amerikaanse overwinning vele hooggeplaatste Irakezen er in ondervragingen nog altijd niet van overtuigd waren dat de massavernietigingswapens waren vernietigd of verdwenen. Saddam Hoessein wilde het «geheim» van de afwezigheid niet prijsgeven, zo vertelde hij aan de gevangen genomen opperbevelhebber van de Revolutionaire Raad, omdat de wapens zijn status in de Arabische wereld vooruit hielpen en om een aanval van Israël te voorkomen.

En Mohammed Saeed al-Sahaf zelf? Niet al zijn uitspraken stonden achteraf gezien lachwekkend ver van de waarheid. Vooral zijn apodictische gaven zijn destijds nogal onderschat. Zo zei hij vlak voor de val van Bagdad: «Ik kan u verzekeren dat die schurken in de toekomst ooit zullen erkennen hoe stom ze zijn en hoe ze zaken pretenderen die nooit hebben plaatsgevonden.» Een paar weken later gaf Bush een speech voor een spandoek met de tekst: «Mission accomplished».

PIETER VAN OS

Depressieve mandarijnen
Britse ambtenaren zijn niet gelukkig. Aan Whitehall, de brede avenue waaraan de meeste ministeries liggen, heersen incompetentie en vriendjespolitiek.

De sfeer op de Britse ministeries is bedroevend. Slechts één op de tien ambtenaren op het ministerie van Werkgelegenheid heeft vertrouwen in de baas, op Onderwijs is pesten een dagelijks tijdverdrijf en het promotiebeleid binnen Buitenlandse Zaken gaat door voor «mysterieus». De ellende bleek onlangs uit een intern rapport van Algemene Zaken. De Britse ambtenarij lijkt terug in de tijd te zijn gegaan. Ten tijde van politici als William Pitt en Robert Peel bestond het kader van de ambtenarij uit «cronies», vriendjes van de bewindslieden. Dankzij de Victoriaanse hervormers Charles Trevelyan en Stafford Northcote kwam daaraan halverwege de negentiende eeuw een einde. Talent werd het wervingscriterium, wat leidde tot een invasie uit Oxbridge. De onvolprezen alumni, bij voorkeur classici, zouden de statige gebouwen aan Whitehall gaan beschouwen als landgoederen, waar zij, als veredelde butlers, de departementskatten met hogere achting tegemoet traden dan de door het volk gekozen huurders. Ter behoud van hun onafhankelijke macht ontwikkelden de dienaren van de samenleving een eigen Mandarijns, waarbij een zin als «I think we have to be very careful» moest worden vertaald met «We are not going to do this.» Veranderingen werden met grote argwaan bekeken. Alleen al de introductie van zachter toiletpapier op het eigen ministerie kon achttien jaar in beslag nemen. Dit was tevens het thema van de serie _Yes, Ministe_r, met de mandarijn Sir Humphrey Appleby en diens memorabele opinies: «De oppositie is niet echt de oppositie. Ze wordt oppositie genoemd, maar in feite is het de oppositie in ballingschap. De Civil Service is de aanwezige oppositie.»

Yes, Minister was de enige komedie waar Margaret Thatcher om kon lachen, te meer daar zij er wél in slaagde haar wil aan het ambtenarenvolk op te leggen. Voor Labour, dat de introductie van de utopische heilstaat altijd gedwarsboomd had gezien door de Vierde Macht, was dat niet genoeg. Tony Blair wilde de ambtenarij niet zozeer leiden als wel besturen. Bij monde van zijn stafchef kondigde hij de «napoleonisering van het landsbestuur» aan. Duur beleidsadvies wordt voortaan ingewonnen bij een «para-government», zoals Simon Jenkins het in The Sunday Times noemde, dat bestaat uit vertrouwde bedrijven als McKinsey, PricewaterhouseCoopers en kpmg. Het beleid wordt vervolgens uitgedacht op de sofa van Downing Street, de zetel van Blair’s cronies en, tot voor kort, zijn eigen Raspoetin, voormalig bbc-baas John Birt. Ambtenaren plegen nieuw beleid via de media te vernemen.

Om de uitvoering ervan te waarborgen, voeren Blairs spindoctors een schrikbewind op Whitehall, fraai verbeeld in de bbc-serie The Thick of It, een eigentijdse Yes, Minister. Mede dankzij de voortdurende reorganisaties op de departementen, gelijk Trotski’s «permanente revolutie», lopen beleidsvoornemens regelmatig uit op rampenplannen. Dat ondervonden de boeren. Zij kregen door een falend automatiseringssysteem niet de Europese subsidies waar ze recht op hadden, maar werden er wel alvast voor belast. «Ik neem alle verantwoordelijkheid», verklaarde minister Margaret Beckett. Ze ontsloeg vervolgens een hoge ambtenaar om de huid te redden van Blair-crony Lord Bach, de boerenstaatssecretaris die critici binnen het departement maandenlang had geschoffeerd.

PATRICK VAN IJZENDOORN

De Stasi leeft
Voormalige officieren van de Oost-Duitse geheime dienst zijn het zat als «daders» te worden beschouwd. De Linkspartei spint er garen bij.

BERLIJN – Sinds enige tijd wordt de geschiedenis in de Bondsrepubliek bewust verdraaid. Oud-generaals en officieren van het Oost-Duitse Ministerium für Staatssicherheit (MfS) eisen dat ze geen «daders» meer worden genoemd. Ze beschouwen zichzelf als slachtoffers van de geïmplodeerde ddr: «Wij deden gewoon ons werk, en is er vandaag de dag niet ook geheime dienst?»

De voormalige volgelingen van Stasi-chef Erich Mielke lieten bijvoorbeeld van zich horen in de beruchte Berlijnse gevangenis Hohenschönhausen, waar tot de val van de Muur ruim veertigduizend politieke gevangen hebben vastgezeten. Tijdens een openbare bijeenkomst riepen tientallen ex-werknemers van het MfS dat ze daar uitsluitend volgens de wetten van de ddr hadden gefunctioneerd. Alles volgens de regels van de Geneefse Conventie. Geen woord over het martelen van politieke gevangenen. Hubertus Knabe, directeur van de oude Stasi-gevangenis en een verdienstelijk ddr-historicus, wordt er moedeloos van. Wekelijks bekijken tientallen groepen het populaire museum met karig ingerichte cellen, martelruimtes en verhoorkamers. De laatste tijd ontvangt Knabe opvallend veel oudere bezoekers die openlijk betwijfelen dat Honeckers heilstaat de laatste dictatuur op Duitse bodem was.

Knabes hoogste chef heet Thomas Flierl en is cultuur-senator (wethouder) van Berlijn voor de Linkspartei, de opvolger van de socialistische pds, die op haar beurt voortkwam uit de sed, die tot 1990 in de ddr alleen heerste. De ruim 180.000 ex-werknemers en verklikkers van de Stasi vormen een belangrijk deel van het electoraat van de Linkspartei. Dit najaar zijn er verkiezingen in Berlijn. Flierl bespot Knabe op Stasi-persconferenties als «eersteklas volksmenner» en de oud-Stasi-medewerkers noemen Museum Hohenschönhausen een «niet-pedagogische gruwelkamer». De liberale fdp noemt Flierl daarom nu «Senator für Unkultur». Maar de Stasi is weer salonfähig geworden. In vele deelstaten zitten de Inoffizielle Mitarbeiter in de parlementen, zelfs in de Rijksdag. Fractievoorzitter Gregor Gysi staat in de archieven bekend als «IM Notar» en «IM Gregor». Voormalig meesterspion Markus Wolf figureert tegenwoordig in kookseries voor huisvrouwen en de meeste Oost-Duitsers eisten dat de ontmaskerde Stasi-trainer Ingo Steuer toch zijn ijsdanspaar naar de Olympische Winterspelen mocht begeleiden.

Op de website www.mfs-insider. de wordt zonder schroom aan verdere geschiedkundige vervalsing gewerkt. Daarnaast wordt er heftig tegen het achttien kilometer lange Stasi-archief van de Groenen-politica Marianne Birthler gepolemiseerd, dat maar gesloten moet worden. De kosten zijn met honderd miljoen euro per jaar inderdaad hoog, maar daar zullen de slachtoffers van «het schild en zwaard van de sed», zoals de Stasi zichzelf doopte, anders over denken.

De meeste Berlijners nemen de renaissance van de Stasi met een korrel zout. Het gaat hoofdzakelijk om oude, onbelangrijke mannen zonder een spoor van twijfel of zelfkritiek, of, zoals de Berliner Zeitung, de Berlijnse partijkrant ten tijde van de ddr, ze noemt: «een bejaardenvereniging».

ROB SAVELBERG

Aanslag en boycot
In Tel Aviv heeft een Palestijnse jongen zichzelf en tientallen Israeliërs opgeblazen bij het oude busstation. Voor de nieuwe, door Hamas gevormde Palestijnse regering komt dat slecht uit. Geeft iemand nog een cent voor ze?

AMSTERDAM – Een zelfmoordaanslag in Tel Aviv met tien doden (onder wie de aanslagpleger) en tientallen gewonden. Een falafelzaak in een armoedige buurt wordt voor de tweede keer in een paar maanden getroffen. Een blond Palestijns jongetje van misschien zestien jaar blies zichzelf op. Hij komt uit Jenin in het noorden van de Westelijke Jordaanoever en de Israëlische veiligheidsdiensten breken zich het hoofd over de vraag hoe ondanks de muur en ondanks de verscherpte maatregelen vanwege de Pesach zo’n jongen, zwaar beladen met explosieven, tot midden in Tel Aviv heeft kunnen komen.

De nieuwe Palestijnse regering, gevormd door de religieuze Hamas, die de verkiezingen van januari heeft gewonnen, zit in een moeilijk parket. Ze kunnen de aanslag, die wordt opgeëist door hun kleinere concurrent, de Islamitische Jihad, niet veroordelen. Maar hij komt hun heel slecht uit. Hamas zelf neemt al meer dan een jaar een wapenstilstand met Israël in acht. Toch wordt de nieuwe regering financieel en diplomatiek geboycot, door Israël en door de Verenigde Staten, maar ook door de Europese Unie. Zo’n aanslag kan die boycot alleen maar versterken en zal ook sommige Arabische landen die niet door het Westen als steunverleners van terroristen willen worden gezien, afschrikken. Vanzelf komt Hamas hierdoor in de armen van Iran terecht, op het ogenblik ook niet de meest zekere politieke partner.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot was de eerste Europese leider die tot een diplomatieke boycot van de Hamas-regering besloot. Omdat Hamas weigert Israël te erkennen. In Israël zijn ook verkiezingen geweest en wordt nu onderhandeld over de vorming van een nieuwe regering met de door Sharon opgerichte Kadima-middenpartij, de Arbeidspartij van Peretz en een aantal kleinere partijen, waaronder misschien de regelrecht fascistische partij van Avigdor Lieberman. Niemand die dreigt Israël te boycotten mocht het zo ver komen.

De positieve woorden van een Hamas-woordvoerder over de aanslag zullen Bot wel het gevoel geven dat hij gelijk heeft gehad met zijn botte politieke daad. Maar als wat voor vredesproces dan ook hem lief zou zijn, zou hij de Palestijnen niet moeten isoleren, maar openingen moeten scheppen die het mogelijk maken voor Hamas verder te gaan op de weg naar institutionalisering, democratisering en erkenning van Israël. Economische en diplomatieke strafmaatregelen uit het Westen zijn rampzalig, en niet alleen voor de Palestijnen.

MAX ARIAN