Week 17

Deze week

Ideologische fall-out
De betonnen sarcofaag die sinds 1986 de kernreactor van Tsjernobyl bedekt staat symbool voor heel wat doofpotten: van de voorstanders van kernenergie, maar ook van milieuactivisten die het nucleair-industrieel complex hinderlijk volgen.
AMSTERDAM – Zowel op papier als op film bestaan er inmiddels tal van boeiende reconstructies van de gebeurtenissen op 26 april 1986: de fatale explosie in reactor 4, de incompetentie van betrokken functionarissen, de halsstarrigheid waarmee de sovjetautoriteiten de omvang van de ramp ontkenden en niet te vergeten de trage en ontoereikende internationale reactie, ingegeven door politieke onwil om de risico’s van het gebruik van kernenergie onder ogen te zien.
Toch is er weinig zekerheid omtrent de precieze toedracht. Betrokken functionarissen en politici blijven elkaar de schuld voor verkeerde beslissingen in de schoenen schuiven. Deskundige rapporten over de nasleep zijn in bijna alle gevallen omstreden. Veel historische reconstructies van de ramp zijn dan ook verkapte reconstructies van het eigen standpunt over kernenergie. Van het propagandistisch misbruik van «Tsjernobyl» in de daaropvolgende twintig jaar is een even boeiende reconstructie te maken als van de ramp zelf.
Vanaf het eerste moment was desinformatie aan de orde van de dag. Niet alleen Michail Gorbatsjov en de regering van de sovjetrepubliek Oekraïne, ook westerse regeringsleiders en tal van mindere goden – van inspecteurs van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) tot en met de Belgische weerman Armand Pien – blijken destijds door angstige functionarissen fout te zijn voorgelicht over de toedracht van de meltdown, de omvang van de fall-out en de te verwachten medische, sociale en economische gevolgen van het ongeluk. In Frankrijk, het land met het hoogste aantal actieve kerncentrales op Europees grondgebied, werd de intensiteit van de fall-out zelfs systematisch te laag aangegeven. Volgens de officiële meetgegevens van het stralingsinstituut SCPRI varieerde de radioactieve oppervlaktestraling op Frans grondgebied in mei 1986 van 25 tot 500 becquerel per vierkante meter. Uit een stralingskaart van de opvolger van het SCPRI, het IRSN, blijkt dat de werkelijke waarden varieerden van twintig- tot veertigduizend becquerel. De Franse vereniging van schildklierpatiënten is nu van zins een reusachtige schadeclaim in te dienen, hetgeen de inleiding kan zijn tot een serie strafzaken en politieke verwikkelingen vergelijkbaar met de affaire rond het met het hiv-virus vervuilde donorbloed in de jaren tachtig.
Betrouwbare gegevens over het uiteindelijke aantal dodelijke slachtoffers van de ramp zijn er ook nog steeds niet. Een rapport van het IAEA uit september 2005 stelt dat vijftig mensen als gevolg van de ramp gestorven zijn. Volgens sommige commentatoren is dat aantal «aanvaardbaar» als je het vergelijkt met de aantallen slachtoffers die vallen bij de mijnbouw en de ontginning van andere energiebronnen. In een ingezonden brief in The Guardian liet de Oekraïense ambassadeur deze week weten dat de dodentallen van instanties als het IAEA en de Wereldgezondheidsorganisatie veel te laag zijn en dat zijn eigen regering het houdt op drieduizend dodelijke slachtoffers. Hij geeft echter niet aan uit welke bron dat getal afkomstig is.
Om elke poging tot bagatellisering in de kiem te smoren presenteren de Groene fracties in het Europees Parlement deze week het alternatieve document The Other Report on Chernobyl, omineus afgekort tot TORCH («fakkel»). Het is samengesteld door twee linkse Britse wetenschappers in opdracht van europarlementariër Rebecca Harms. Dit «andere rapport» stelt dat het aantal doden als gevolg van kanker en andere langetermijneffecten van de ramp uiteindelijk kan oplopen tot zestigduizend. Dat kan. Maar bezorgde en geëngageerde deskundigen schatten de te verwachten dodentallen als gevolg van hun «favoriete» ramp vaak veel te hoog, of het nu gaat om de gekkekoeienziekte (een half miljoen) of de overstroming van New Orleans (tweehonderdduizend).
Ook de effecten voor omwonenden van de centrale en voor de inwoners van West-Europa in het algemeen worden in het TORCH-rapport veel zwaarder aangezet dan in officiële studies. Het genoemde IAEA-rappport zegt daarentegen dat de omwonenden minder te lijden hebben gehad van de straling dan van de paniekerige berichtgeving omtrent die straling, die een «verlammend fatalisme» veroorzaakte. Dat is een waardevolle invalshoek voor verdere studie. Helaas slaan de auteurs overeenkomstig de tijdgeest aan het psychologiseren en stellen dat het ernstigste gevolg van Tsjernobyl eigenlijk de aantasting van ons aller «geestelijke gezondheid» is. Zo voedt dit ogenschijnlijk nuchtere rapport toch weer de irrationele stelling van de milieubeweging dat wij allemáál slachtoffers van Tsjernobyl zijn.
AART BROUWER

Rooms rood komt terug
Dreigt er, ondanks de koopkrachtreparatie onder druk van minister De Geus van Sociale Zaken, dan toch nog een kabinetscrisisje? CDA-fractievoorzitter Verhagen werkt er gestaag naartoe. Bijna ongemerkt.
AMSTERDAM – Een jaar geleden ging de bijl in de publieke omroep om het tweede kabinet-Balkenende te redden. Het vernederde D66 moest worden getroost. Onder leiding van de fractieleiders van de coalitie kreeg staatssecretaris Medy van der Laan een plan op haar bord dat zei de omroep te willen moderniseren. Eigenlijk beoogde het de oude zuilen te revitaliseren ten koste van bijvoorbeeld de NPS, al werd dat er niet bij gezegd. Van der Laan ging aan de slag. De raad van bestuur van de publieke omroep volgde haar. Het overkoepelende omroepbestuur stelde een zenderprofilering op die het imago van de drie netten hermetisch dichttimmerde zodat er nooit meer zou hoeven worden geëxperimenteerd buiten de geijkte paden. De zuilen zouden hun programma’s leveren en daarmee basta.
Maar vorige week liet CDA-fractievoorzitter Verhagen, terwijl het kabinet een conflict uitvocht over koopkrachtplaatjes en vlekkendiagrammen, weten dat staatssecretaris Van der Laan alsnog bij hem te biecht moet. Haar plan moet zodanig worden aangepast dat D66 wederom in haar hemd staat. Volgens Verhagen moeten de oude omroepen in ere worden hersteld. Ze mogen niet worden gereduceerd tot productiebedrijfjes maar in het volle licht komen van de camera’s. Zuilen heten in het CDA-jargon tegenwoordig dan wel «communities», maar daar moet de nieuwlichterij wel bij blijven.
Je zou dit nog kunnen beoordelen als een meningsverschil over de interpretatie van het Paasakkoord van 2005 over de publieke omroep, als een manier om D66 te treiteren en de van oudsher oppositionele VVD te dreigen – ware het niet dat Verhagen een tweede biechtvader heeft uitverkoren voor zijn kleine strijd tegen D66 en VVD: als Van der Laan en de grote liberalen niet inbinden, is PVDA-leider Bos ook voorhanden. Verhagen heeft hem expliciet opgeroepen bij hem op de fiets te springen.
De vertrouwde rooms-rode coalitie is altijd nog springlevend als het om Hilversum gaat. In de ogen van Verhagen, die werd geboren toen Drees aan zijn laatste rooms-rode jaren begon, moeten KRO en Vara de omroeppolitiek domineren, en dus niet deze regering. Bos staat nu voor het blok. Op een presenteerblaadje krijgt hij een historisch verantwoorde, maar wel ouderwetse, aanleiding voor mogelijke verkiezingen aangeboden: een kabinetscrisis met D66, een partij die van voren toch al niet meer weet dat ze van achteren leeft.
HUBERT SMEETS

De onvermijdelijke James Baker
De klusjesman van de familie Bush gaat op zoek naar een oplossing voor Irak.
WASHINGTON – Telkens als het water de familie Bush tot de lippen staat, schiet James A. Baker III te hulp. Hij regelde enkele verkiezingscampagnes voor vader Bush, bestierde diens buitenlandse politiek en schoot zoon Bush financieel te hulp bij zijn mislukte olieavonturen. In 2000 hielp hij de jonge Bush zelfs aan het presidentschap, als leider van het team dat het Supreme Court er uiteindelijk toe kreeg Dubya in een stemverhouding van vijf tegen vier uit te roepen tot de legitieme president. En in 2003 wist hij in opdracht van de president Europese landen ertoe te bewegen de schulden van Irak kwijt te schelden.
En nu is de politieke klusjesman van de familie Bush opnieuw aan zet. Het door Republikeinen beheerste Congres gaf hem de leiding over een nieuwe taakgroep, de «Iraq Study Group», om nieuwe ideeën te genereren voor een goed einde van de oorlog in Irak. Baker heeft voor de taakgroep zowel Democraten als Republikeinen gevraagd. Zoals oud-burgemeester Rudolph Giuliani van New York, een oud-directeur van de CIA, de voormalige hoge rechter Sandra Day O’Connor, een chef-staf uit de tijd van Clinton, de burgerrechtenleider Vernon Jordan en zelfs Clintons minister van Defensie William J. Perry.
Hoewel het Congres hem vroeg, wilde Baker eerst toestemming hebben van de president. Die had hij vorige maand al gekregen, maar pas deze week begon in Washington de opschudding erover. Want door de meest door de wol geverfde vriend van de Bush-familie een poging te laten wagen de kastanjes uit het vuur te halen, geeft het Witte Huis in zekere zin toe dat «staying the course» niet de enige en beste strategie is, in weerwil van de maandenlange retoriek van Bush jr.
Nu Bush weer naar oude vrienden van zijn vader luistert, is het roer in het Witte Huis wellicht werkelijk om. Voorheen hadden immers vooral de neoconservatieve vrienden van Cheney zijn oor. Die hebben een uitgesproken hekel aan Baker en de voorzichtige, meer door belangen dan door idealisme ingegeven buitenlandse politiek die hij nog altijd voorstaat. Tijdens de Eerste Golfoorlog zei Baker dat het «uit praktische overwegingen belachelijk was» om naar Bagdad door te stoten. Bij het verjagen van Saddam Hoessein «zouden alleen de mullahs van Iran goed garen spinnen». Een bezetting zou leiden tot een burgeroorlog, aldus Baker, tot het uiteenvallen van Irak en tot het verlies van internationale steun voor de Verenigde Staten. In augustus 2002 schreef Baker in The New York Times: «We moeten proberen te voorkomen het alleen te doen. En de president zou het advies moeten afwijzen van hen die dat wel aanraden.» En na de invasie sprak Baker, die zich doorgaans voorzichtig over Bush junior uitlaat in het publiek, van «a war of choice, meer dan een oorlog uit noodzaak», waarmee hij opnieuw de neoconservatieven tegen de schenen schopte.
Tussen Cheney en Baker, die tijdens de Eerst Golfoorlog nauw samenwerkten, komt het nooit meer goed. Terwijl Cheney nog niet lang geleden beweerde dat het Iraakse verzet op de achterste benen loopt, begon Baker zijn nieuwe opdracht met de woorden: «We koesteren geen enkele illusie, hoe dan ook, over de moeilijkheid van deze taak.»
PIETER VAN OS

Bestuurscrisis
Volgende week vinden in Engeland lokale verkiezingen plaats. Veel Engelsen weten echter niet waar ze wonen.
LONDEN – Waar wonen de 372 zielen van het dorpje Aston Tirrold? Het poststempel suggereert de gemeente Reading, graafschap Berkshire, maar het bestuurlijk district is Zuid-Oxfordshire, het kiesdistrict heet Wantage en British Telecom heeft het onder Pangbourne geschaard, wederom Berkshire. Hierbij moet worden aangetekend dat Berkshire niet meer bestaat, alhoewel automobilisten het bord «Welcome to the Royal County of Berkshire» zien wanneer ze de oude graafschapgrens passeren. De verwarring beperkt zich niet tot dit gebied ten westen van Londen. In Cheshire heeft het graafschapbestuur zelfs de dienst «Is dit Cheshire?» in het leven geroepen om duidelijkheid te scheppen bij de lokale bevolking.
Van oudsher is het Verenigd Koninkrijk een land van graafschappen, van de «shires», een term die verband houdt met «sheriff». Daaronder zaten de parochies en daarboven Westminster. Het ging eeuwen goed. De enige verandering was eind negentiende eeuw de oprichting van de County of Londen, hetgeen ten koste ging van stukjes Essex, Surrey, Kent en Middlesex. In 1965 werd Greater Londen gesticht en Middlesex zelfs geheel afgeschaft. De naam bleef echter voortleven, in postadressen, het dagelijks taalgebruik (bij makelaars en schoolkinderen) en in de cricketcompetitie. Middlesex County Cricket Club is gevestigd in de Londense wijk St Johns’s Wood.
Onder Edward Heath begon de permanente revolutie binnen het lokaal bestuur pas echt. De Conservatieve premier schafte de graafschappen in Schotland en Noord-Ierland af, terwijl veel Engelsen opeens in een ander graafschap woonden. Zo pikte Oxfordshire een stuk Berkshire in, werd Yorkshire opgedeeld en verdween Huntingdonshire helemaal. «Grootstedelijke graafschappen» als Merseyside en Greater Manchester zagen het licht.
Heath’s grote vijand Margaret Thatcher werd nerveus van al deze wijnvlekken op de politieke plattegrond en schafte ze in 1986 af: Greater London voorop. Omdat de Engelsen nog steeds terug bleken te verlangen naar hun oude graafschappen probeerde John Major de schade te herstellen. Zo kreeg Yorkshire, «God’s Own County», een stuk land terug.
New Labour, dat de graafschappen beschouwt als «conservatieve krachten», heeft het land vervolgens verminkt in acht ongekozen regionale assemblees plus een speciaal Government Office for London (niet te verwarren met de Greater London Authority), hoewel in Noordoost-Engeland 78 procent tegen stemde en het enthousiasme in de rest van het land niet veel groter is. Tegelijkertijd stimuleert de regering de vorming van «burgerlijke parochies», veredelde gemeenteraden. De grenzen daarvan vallen uiteraard niet samen met de oude parochies welke door de secularisering grotendeels waren verdwenen.
Momenteel heeft de gemiddelde Engelsman te maken met vijf bestuurlijke lagen, maar het kunnen er afhankelijk van de woonplaats een paar meer of minder zijn. De Royal Mail heeft inmiddels een Flexible Addressing Policy ingevoerd, zodat iedereen zelf mag uitmaken waar hij woont. Een inwoner van Forest Hill kan nu zeggen dat hij in graafschap Kent woont, ook al is de dichtstbijzijnde cricketclub Surrey en betaalt hij belasting voor twee Londense burgemeesters.
De humorist George Mikes had gelijk: «The English always create a muddle.»
PATRICK VAN IJZENDOORN

Slappe pils
Met het wereldkampioenschap voetbal in aantocht is ook in Duitsland niets meer heilig.
BERLIJN – Het symbool van Berlijn, de 365 meter hoge Fernsehturm, is ontsierd. De draaiende koepel is knalroze geverfd, in de vorm van een voetbal. Niet toevallig de huiskleuren van Deutsche Telekom. DDR-leider Walter Ulbricht, die de socialistische tv-toren naar Russisch voorbeeld liet bouwen, zou zich in zijn graf omdraaien. En daarbij blijft het niet. Om het Duitse imago in het buitenland wat op te poetsen lanceerde de reclamefirma FC Deutschland (lees: de Bondsregering samen met de grootste Duitse bedrijven) de campagne «Land der Ideeën». Bij een stadswandeling door Berlijn kunnen in het kader hiervan beroemde Duitse uitvindingen worden bezichtigd. Voor de Brandenburger Tor bevindt zich bijvoorbeeld een gigantisch automodel, het Duitse handelsmerk bij uitstek. Bij deze grijze sculptuur van kunststof wordt echter niet vermeld dat dit de nieuwste Audi is. Even verderop, enkele meters voor de Rijksdag, staat een metershoge aspirine rechtop, in de huisstijl van het Duitse concern Bayer. Niet ver daar vandaan, op een steenworp van het Kanzleramt, liggen een paar reusachtige voetbalschoenen op een grasveld. Ze representeren de uitvinding van de schroefnop door Adi Dassler. Ook hier wordt niet vermeld dat Adidas een van de hoofdsponsors van de Fifa is, die elk ruim twintig miljoen euro betaalden.
Het illustreert allemaal dat de greep van de wereldvoetbalbond en de Duitse industrie op het komende WK ijzersterk is. Maar het gaat nog verder. In Hamburg is het nieuwe HSV-stadion voor veel geld door het Amerikaanse internetbedrijf America Online gebouwd. Maar de AOL-Arena verliest tijdens het WK haar naam. Concurrent Yahoo is een hoofdsponsor van de Fifa. Ook het Olympisch Stadion in Berlijn, door Nike compleet gerenoveerd, is het middelpunt van discussie. De Amerikaanse sportschoenenfabrikant sponsort voetbalclub Hertha BSC Berlin maar mag tijdens het WK niet in haar eigen stadion reclame maken. Dat is alleen aan concurrent Adidas voorbehouden. De Fifa eist zelfs dat supporters met T-shirts van Nike die tijdens de wedstrijden bedekken. Maar het toppunt is dat de mondiale voetbalbaas Joseph Blatter in Duitsland een soort eigen politie op de been brengt met honderden controleurs die de merkrechten van de Fifa in het oog houden. Zo zijn in Hamburg al bakkers bestraft die «WK-broodjes» verkochten. Dat mocht niet, want de naam Worldcup Germany 2006 is een gedeponeerd merk.
De fanorganisatie FC Deutschland 06 probeert dit bolwerk nu met man en macht te slechten. In een manifest van tien regels eisen de opstandelingen dat ze tickets kunnen ruilen, dat de veiligheidsgordels om de stadions verdwijnen en vooral dat ze geen Amerikaans bier hoeven te drinken, zoals de Fifa voorschrijft, maar zich gewoon aan Weizenbier kunnen laven. «Wij willen ons Weltmeisterschaft terug!»
ROB SAVELBERG