Week 18

Deze week

Megafoondiplomatie
Dertig jaar nadat de cpn de banden met Moskou aanhaalde, poogt Rusland nu via het gasfornuis de Nederlandse huiskamers binnen te dringen.

AMSTERDAM – Het begon met het nieuws dat de Britse regering de mogelijkheden bekeek om een stokje te steken voor een eventuele Russische overname van de grootste gasleverancier op het eiland, Centrica. Tony Blair haastte zich te verzekeren dat van overheidsbemoeienis met de geliberaliseerde energiemarkt geen sprake zou zijn.

De (gespeelde) Russische verontwaardiging was er niet minder om. Het nauw met de overheid verweven concern Gazprom bleek vervolgens ook geïnteresseerd in bedrijven in een ander Europees land dat voorop loopt met het liberaliseren van de energiemarkt: Nederland. Minister Brinkhorst van Economische Zaken (d66) liet weten niet afwijzend te staan tegenover Russische investeringen in Nederlandse energiebedrijven. Omgekeerd wil Nederland graag bijdragen aan de strategische pijpleiding die aangelegd wordt van Rusland over Duitsland naar Engeland. Maar het zou volgens de minister bij de Russische investeringen wel slechts om deelnames mogen gaan. «Niemand spreekt over overname van Nederlandse bedrijven», zei hij tegen BNR Nieuwsradio.

Dat is nu juist wel de wens van de Russen: zij willen het door hen geproduceerde gas tot in de keuken brengen. Zo krijgt Gazprom zekerheid over afzet én een nog sterkere positie op de energiemarkt. Gelukkig voor Brinkhorst zou het voorlopig wel eens bij weinig concrete plannen kunnen blijven. «There’s a little bit of megaphone diplomacy going on here», citeerde de Financial Times een deskundige. Er lijkt vooral sprake te zijn van effectieve speldenprikjes.

Europa reageert gebeten. De afgelopen maanden werd nog druk gesproken over de vorming van «nationale kampioenen»: grote, machtige energiebedrijven die stevig zouden kunnen onderhandelen bij het inkopen van energie van, jawel, met name Rusland. Dat zou extra noodzakelijk zijn sinds dat land zich een onbetrouwbare leverancier toonde door tijdelijk de gaskraan dicht te draaien voor Oekraïne.

Hoe de verhoudingen daadwerkelijk liggen, is nu duidelijk. Een kwart van het gas dat de Europese Unie importeert, komt uit Rusland. Door toenemende schaarste, hoge energieprijzen en een pijpleiding richting China in de planning, hebben de Russen de klanten voor het uitkiezen, niet omgekeerd. Als de Europese bedrijven het gas niet op zijn voorwaarden komen halen, kan Gazprom het altijd zelf naar de consument brengen, is de boodschap van de afgelopen week. Dus kan de Russische president Poetin voorafgaand aan een bezoek van de Duitse kanselier Merkel klagen over oneerlijke praktijken van Europese landen die Rusland verhinderen zaken te doen. Het is op z’n zachtst gezegd een wat andere economische verhouding dan Merkels voorganger Kohl en het Duitse bedrijfsleven voor ogen hadden na het ineenstorten van de Sovjet-Unie.

En Brinkhorst? Die zegt Gazprom geen «boevenpartij» te vinden, laat staan dat sprake is van chantage. De minister spreekt liever van een spelletje. Zelf is hij daarom net in Libië, Algerije, Saoedi-Arabië en op een energieforum in Qatar geweest. Boevenpartij of niet: liever afhankelijk van vele kleinere boefjes dan van een grote buur, moet hij hebben gedacht.

KOEN HAEGENS

Puffen zonder industrie
Alle goede bedoelingen ten spijt zegt de uitstoot van co2 vooral iets over de aard van de economie en minder over het milieubeleid.

WASHINGTON – Het land dat de meeste miljoenen tonnen co2 per persoon uitstoot? Luxemburg. Dat is niet verwonderlijk, aangezien Luxemburgers de rijkste mensen ter wereld zijn, gevolgd door de inwoners van Bermuda en Amerika. Niet voor niets staat de VS tweede op de lijst «co2-uitstoot per inwoner» van de geïndustrialiseerde landen die zijn aangesloten bij de oeso. China en andere Aziatische groeireuzen staan niet op de lijst, want die zijn niet bij de oeso aangesloten. Nederland komt met 11,38 ton per persoon op de achtste plaats van de dertig oeso-landen. Tsjechië, Finland en België zijn de enige Europese landen die nog meer per persoon uitstoten. Portugezen, Zweden en zelfs Fransen stoten gemiddeld minder dan de helft uit aan co2 dan Nederlanders.

Maar uitstoot per persoon interesseert de meeste economen maar matig. Zij kijken liever naar de uitstoot per geproduceerde euro. Met andere woorden: hoeveel eieren moet een land breken om dezelfde omelet voor zijn burgers te bakken? Welnu. Per geproduceerde euro blijken Amerikanen helemaal niet zo vervuilend als vaak gememoreerd, zeker niet in vergelijking met de Nederlanders: 0,55 ton per verdiende dollar in de VS, versus 0,49 in Nederland. Amerika laat maar liefst dertien landen boven zich, waaronder alle Oost-Europese landen. Tsjechië en Slowakije spannen de kroon met respectievelijk 1,94 en 1,68 ton co2 per geproduceerde dollar. De economieën van Canada, Australië, Mexico, Griekenland en zelfs Finland zijn ook vervuilender dan die van de VS.

Deze cijfers zeggen vooral iets over de aard van de economie. Zo blijkt de zogeheten «kenniseconomie» in Nederland toch nog behoorlijk veel vieze stoom af te blazen. De landen die beter scoren dan wij, en dat zijn er nogal wat, hebben daarom ook allemaal iets gemeen: het deel dat de dienstensector in die economieën inneemt is groter dan bij ons. Het is vast mooier om dingen te maken of een uitkering te genieten dan om ongeschoold werk te verrichten in de dienstensector. Maar dingen maken put wel natuurlijke hulpbronnen uit, waaronder olie en gas. En is dus schadelijker voor het milieu dan boodschappen inpakken in de plaatselijke supermarkt, pakjes rondbrengen, computerprogramma’s schrijven of het schoonhouden van kantoren en ziekenhuizen.

Tegelijk valt op dat Amerika de grootste dienstensector heeft en relatief de minste arbeiders, maar toch nog altijd behoorlijk hoog scoort op de vervuilingslijst, zelfs als uitstoot wordt gemeten per verdiende dollar. Dat heeft alles met verspilling te maken. In een land waar de huizen veel ruimte innemen en het openbaar vervoer slecht is, is autorijden voor iedereen dagelijkse kost. Zolang ook de benzine relatief goedkoop blijft en isolatie ongewoon, blijft Amerika koning smeerkees, al staat er nagenoeg geen fabriek meer overeind. De airco doet de rest. Las Vegas, waar een verzengende hitte de mensen nagenoeg permanent binnen houdt, is de snelst groeiende stad in de VS.

PIETER VAN OS

Gedragscode
Hij heeft een kiezer een rechtse directe verkocht, belasting ontdoken en overspel gepleegd met zijn secretaresse. Wat de Britse vice-premier John Prescott heeft gedaan met de lokale democratie is echter veel ernstiger.

LONDEN – Het is een traditie binnen de Britse politiek dat een regering lokaal beleid met de mond bevordert en met wetgeving vernietigt. In 1998 kwam New Labour met een Code of Conduct om onethisch handelen in de lokale politiek te bestrijden en de democratie ter plekke te bevorderen. Een nobel streven. Immers, gemeenten in het Verenigd Koninkrijk hebben minder macht dan in Frankrijk, Duitsland of Nederland. Columnist Danny Kruger schreef onlangs schertsend dat gemeenten veredelde vuilophaaldiensten zijn. Dat is overigens niet geheel waar omdat streefcijfers voor recycling in Brussel worden vastgesteld.

In Zuid-Cambridgeshire hebben de bewoners alle geloof in lokale democratie verloren. De reden is de genoemde gedragscode waar Prescott als bewindsman voor lokaal bestuur over waakt. In zijn nevenfunctie als nationale projectontwikkelaar wil Prescott tienduizend woningen bouwen op de oude legerbasis Northstowe. Omwonenden zijn niet blij en hun woede klonk door in de gemeenteraad, onder meer via raadslid Alex Riley. Tot voor kort althans. De lokale monitoring officer bracht Riley aan bij de Ethical Standards Officers van de Standards Board, een door Prescott opgerichte quango. Deze toezichthouders bepaalden dat Riley zich inderdaad schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling, zoals omschreven in de Code of Conduct. Riley is namelijk een omwonende en daardoor «vooringenomen». Hij kreeg een spreekverbod, in én buiten de raadszaal.

Dit verhaal bleek niet op zichzelf te staan. Her en der in het land worden gemeenteraadsleden monddood gemaakt. Zo mochten vijf van de zeven leden van de parochieraad in Framingham Earl, Norfolk, niet meepraten over een groot bouwproject omdat ze binnen een straal van 182 meter woonachtig bleken te zijn. De Code of Conduct wordt heimelijk gebruikt om andersdenkende raadsleden buitenspel te zetten, te meer daar ze hangende een aanklacht niet mogen meepraten. Het zorgt voor een orwelliaanse sfeer van angst en intimidatie.

Maar zelfs wanneer gemeenteraadsleden in meerderheid tegen een bouwproject zijn, is de stem van Prescott beslissend. Dat bleek toen Cambridge University een dierproevencentrum wilde bouwen, waar zelfs Prescotts eigen afgevaardigde bedenkingen over had. Desondanks drukte Prescott de bouw door, aangemoedigd door de staatssecretaris voor Wetenschap, Lord Sainsbury. Deze telg van de bekende supermarktfamilie – als Blairs suikeroom in het kabinet terechtgekomen – is niet alleen voorstander van genetisch gemanipuleerd voedsel, maar ook van dierproeven. Uiteindelijk stapte de universiteit zelf van het omstreden plan af.

De naam Sainsbury valt overigens regelmatig wanneer het gaat om de uitholling van de lokale democratie. Onlangs werd bekend dat de vier grote supermarktketens – naast Sainsbury ook Morrisons, Asda en Tesco – komende tijd 230 nieuwe filialen gaan bouwen, hetgeen regelmatig leidt tot protesten van buurtbewoners. Zo voert ex-popster Kevin Godley (10cc) met enkele anderen actie tegen Tesco-plannen in Tenterden, Kent. Uit angst voor dure rechtszaken en agressieve advocaten stemmen gemeenten, zo bleek uit onderzoek van de New Economics Foundation, doorgaans in met bestemmingsplannen. Onnodig te zeggen dat de zegen van Prescott reeds rust op zulke voornemens.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Pleidooi voor de menselijke maat
Jane Jacobs 1916 – 2006

AMSTERDAM – Op 4 mei zou ze negentig jaar geworden zijn, maar op 25 april overleed schrijfster Jane Jacobs. De Amerikaanse die ten tijde van de Vietnamoorlog naar Canada vertrok, heeft nog steeds grote invloed op de manier waarop over steden wordt nagedacht.

De klassieker The Death and Life of Great American Cities uit 1961 uitte voor het eerst forse kritiek op de vernieuwing van Amerikaanse binnensteden in de jaren vijftig en zestig. Kaalslag was aan de orde van de dag om steden beter bereikbaar te maken en woningen door kantoren te vervangen. Jacobs keerde zich tegen de grootse plannen die volgens haar de plank volledig mis sloegen. «What was getting immediately under my skin was this mad spree of deceptions and vandalism and waste that was called urban renewal.» De moderne stadsplanners creëerden monofunctionele centra op te grote schaal en zonder oog voor menselijk contact, vond Jacobs. Stedelijke vernieuwing moest in haar ogen in relatie staan tot het bestaande: «There is no new world that you make without the old world.»

Volgens de schrijfster was met de binnensteden niet zo veel mis. Integendeel, de dichtbevolkte en fijnmazige buurten waren gebaseerd op de menselijke maat en maakten direct contact mogelijk, vooral op plekken waar mensen bij elkaar komen zoals winkelstraten, terrassen en parken.

In de loop der jaren is meer aandacht gekomen voor de inrichting van de publieke ruimte die diversiteit van functies in een compacte omgeving stimuleert en waar rijk en arm, jong en oud, allochtonen en autochtonen door elkaar leven. Jacobs zag begin jaren zestig als eerste het belang van variatie en het chaotische karakter van compacte buurten in. Goed voor de sociale samenhang en de economie.

In The Economy of Cities (1969) gaat zij verder in op de creatieve kwaliteiten van steden, die voortkomen uit de diversiteit van mensen en bedrijvigheid. Jacobs wijst erop dat de meeste innovaties op inefficiënte wijze tot stand komen, maar dat dat juist de kracht van het creatieve karakter van de stad is: «Development work is a messy, time- and energy-consuming business of trial, error and failure (…). And even when the result is successful, it is often a surprise, not what was actually being sought.»

Nu hard gewerkt wordt om de grote Nederlandse steden mee te laten doen in de top van de mondiale creatieve economie is het misschien verstandig niet al te efficiënt te werk te gaan. Dat besef is het enige wat Jacobs met haar boeken postuum nog kan bereiken.

JOOST ZONNEVELD