Week 21

Deze Week

Los via de stembus

Montenegro heeft zich eindelijk ontworsteld aan broederstaat Servië.

AMSTERDAM – Hoog in de bergen van het Montenegrijnse binnenland ligt Cetinje, Montenegro’s oude hoofdstad, waar nog steeds de oude vervallen villa’s staan van de gezanten der grote mogendheden uit het einde van de negentiende eeuw.

Nooit bereikten de Turkse legers Cetinje, nooit de Oostenrijks-Hongaarse. De Italiaanse fascisten en de nazi’s kregen de ondoordringbare binnenlanden evenmin onder controle. Ze werden vanuit de bergen aangevallen door goed georganiseerde groepjes strijders, die geen gevangenen namen. In het eeuwenoude klooster van Ostrog, uitgehakt in een bergwand, steekt nog een onontplofte Italiaanse vliegtuigbom, gekoesterd als het bewijs van het starre Montenegrijnse verzet tegen welke overheersing dan ook. Milosevic, van afstamming een Montenegrijn, kreeg in Cetinje evenmin voet aan de grond. Nog onder zijn heerschappij wapperde daar de trotse rode vlag, met daarin een witte tweekoppige adelaar boven een leeuw, het wapen van de Montenegrijnse koningen.

De geschiedenis van het bergstaatje gaat terug tot de elfde eeuw, toen Slavische volken voor het eerst militair van zich deden spreken op de Balkan. Montenegro werd onafhankelijk op het Congres van Berlijn in 1878, na de voor de Turken vernietigend verlopen oorlog met Rusland.

Montenegrijnen en Serven worden gezien als broedervolkeren. Ze delen dezelfde godsdienst en vochten zij aan zij in verschillende oorlogen. In 1915 volgde een staaltje Montenegrijns-Servische broederschap. Het Servische leger was murw en vluchtte door de bergen naar de Adriatische Zee. De Serven smeekten de Montenegrijnen hun aftocht te dekken. Zij schoten te hulp en verloren in een serie veldslagen zowat hun hele krijgsmacht. Tot zo ver de idylle. Het Servische leger kwam terug in 1918, trok Montenegro binnen en annexeerde het. Tijdens orthodox Kerstmis in 1919 brak een opstand uit tegen de Servische overheersing, die pas in 1924 werd neergeslagen. Duizenden Montenegrijnen werden gedood, honderden dorpen platgebrand. De Servische contraguerrilla ging gepaard met massale executies en verkrachtingen. Pas na de Tweede Wereldoorlog maakte Tito de annexatie ongedaan en werd Montenegro een deelrepubliek van Joegoslavië.

Tijdens het communisme
werd de kerstopstand angstvallig geheim gehouden, uit vrees voor nationalistische sentimenten.

Sinds enkele jaren duiken documenten over de onderdrukking op, onder meer op internet. Veel Montenegrijnen beginnen te beseffen dat de Serven zich niet altijd hebben gedragen als het broedervolk waarvoor zij hen houden. «Montenegro en Servië zijn twee ogen in hetzelfde hoofd», placht Milosevic te zeggen. Maar zijn respect voor de Montenegrijnse integriteit ging niet verder dan de 199 kilometer lange kustlijn, die Servië een waardevolle toegang bood tot de Adriatische Zee.

Montenegro heeft zijn onafhankelijkheid herwonnen op een gunstig moment. De Servische politiek is in de greep van irrationele nationalisten. Eindelijk is het geduld van de internationale gemeenschap uitgeput. Misschien kan alleen nog een volslagen isolement de regering dwingen een pro-Europese koers te varen en oorlogsmisdadigers als Ratko Mladic uit te leveren. De gelegitimeerde afscheiding van Montenegro – de mogelijkheid was vastgelegd in het Unieverdrag van Servië-Montenegro – is een teken aan de wand voor Belgrado, dat nu moet onderhandelen over zijn toegang tot de zee.

Een negatief effect van de Montenegrijnse onafhankelijkheid op de kwestie-Kosovo, die nu haar eindstadium nadert, is niet te verwachten. De Albanees-Kosovaarse bevolking heeft er immers nooit een geheim van gemaakt met niets minder dan onafhankelijkheid genoegen te nemen. Ook de Italiaanse angst dat Montenegro een vrijhaven zal zijn voor internationale smokkelnetwerken snijdt geen hout. De laatste jaren is de regering hard opgetreden tegen misdadigers, tot verdriet van Belgrado, waar de smokkel van sigaretten, gestolen auto’s en zelfs Chinese illegalen werd gefinancierd. De economische hervormingen van de regering-Djukanovic, inclusief de invoering van de euro, beginnen aan te slaan.

De Europese Unie stelde als voorwaarde dat minstens 55 procent vóór onafhankelijkheid moest stemmen en dat de opkomst niet lager mocht zijn dan 50 procent. Met een uitslag van 55,4 procent voor de onafhankelijkheid en een opkomst van 86,3 procent is daaraan voldaan. Volgens zowel voor- als tegenstanders van de onafhankelijkheid heeft de interventie van de EU ervoor gezorgd dat een opstand van de Servische minderheid, zoals eerder in Kroatië en Bosnië, geen kans heeft.

Montenegro heeft zijn gezicht zonder aarzeling gewend naar het Westen. Dat deed het land al toen Milosevic het nog in zijn gareel trachtte te dwingen. Montenegro stelde de grenzen open voor Albanese vluchtelingen uit Kosovo en bleef roepen om westerse steun, terwijl de Navo ook háár grondgebied bombardeerde. De tijd is nu gekomen dat de internationale gemeenschap Montenegro terugbetaalt. De Montenegrijnse economie heeft beslissende steun nodig uit het Westen.

JOERI BOOM

Jeuk

Onder alle ongewenste vreemdelingen die uit ons land worden geweerd, is er één aan de aandacht ontsnapt.

AMSTERDAM – Het is de Thaumetopoea processionea, of eikenprocessierups. Dit harige rupsje, van beneden de knoflookgrens afkomstig, teistert in de maanden mei, juni en juli zonder tijdelijke verblijfsvergunning de zuidelijke Nederlanden, inzonderheid Brabant. Het insect manifesteert zich vooral wanneer het warm en droog weer is en dat is het de laatste jaren nogal eens geweest. Het hoogtepunt van de eikenprocessierupsplaag viel in 1996, toen zelfs de Nijmeegse Vierdaagse ervoor moest worden omgeleid.

De rupsen plegen ’s nachts te foerageren door in processie eiken te beklimmen en zich te goed te doen aan de bladeren. Elke rups heeft ongeveer zeshonderdduizend «brandharen», pijlvormige haartjes met weerhaakjes die zich aan de huid kunnen hechten en die een allergeen bevatten. De haartjes vallen in de eerste zomermaanden uit en veroorzaken bij sommige mensen jeuk en irritatie aan de ogen. Op de lijst van schadelijke insecten bezette de eikenprocessierups in 2004 de eerste plaats, vóór spinselmot en paardenkastanjemineermot.

Volgens deskundigen is het insect een blijvertje in ons landschap, maar dat neemt niet weg dat boeren, tuinders en gemeentelijke groenbeheerders het sinds de jaren negentig bestrijden met middelen die ook jeuk en irritatie aan de ogen veroorzaken. Volgens het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu ging de bestrijding in 2005 zelfs gepaard met heuse bedrijfsongevallen: te Bernheze (N-B) vonden een paard en een schaap de dood, andere dieren werden ziek. Om verdere excessen te voorkomen start het ministerie deze week een onderzoek naar de bestrijding van de rups. De controle richt zich op de aard van de bestrijdingsmiddelen en de vraag of omwonenden tijdig zijn geïnformeerd. Met andere woorden, de ongediertebestrijders worden op hun beurt gecontroleerd door bestrijdingscontroleurs. Om de bestrijding in goede banen te leiden, heeft het Wageningse kennisinstituut Alterra zelfs een «Stappenplan» compleet met beslisboom voor groenbeheerders ontwikkeld.

Is dit niet een typisch geval van Nederlandse controledwang, waarbij het onnodige met het onmogelijke wordt verenigd en het middel erger blijkt dan de kwaal? Hoe schadelijk is het diertje eigenlijk? Leen Moraal, onderzoeker bij Alterra, kan niet zeggen of de overlast van de eikenprocessierups groter is dan die van wespen of andere vanouds vertrouwde vaderlandse insecten. Weg- en bermwerkers kunnen er ernstig last van krijgen, zijn familie in Bladel kan soms niet in de achtertuin zitten en elders in Brabant is het vorig jaar bijna tot een rechtszaak gekomen over de verkoop van een partij hooi die niet doorging omdat de koper ontdekte dat de partij met rupsenhaartjes was besmet.

Leen Moraal: «Door gebrek aan fondsen voor onderzoek is nog veel onduidelijk. Het staat bijvoorbeeld niet vast dat die twee dieren vorig jaar zijn gestorven als gevolg van onverantwoorde bestrijding. Maar ook als de rupsenoverlast ondraaglijk wordt, zoals in 1996, is afdoende bestrijding eigenlijk onmogelijk. Je kunt proberen alle nesten weg te zuigen of te verbranden, maar dat is ondoenlijk en heel duur. Het alternatief is biologische bestrijding met de Bacillus thuringiensis, maar die doodt ook andere insecten en de eik heeft nu juist een rijk ecosysteem waarvan je liever afblijft. Je doodt dan bijvoorbeeld ook de eikenpagevlinder, waarvan er in Nederland nog maar weinig zijn.»

Om de parallel met internationale migratie te completeren: ook de eikenprocessierupsplaag is in laatste instantie het gevolg van grensoverschrijdende processen, in dit geval klimaatverandering. Moraal: «Zachte winters bijvoorbeeld zijn van invloed op de veranderende omvang van de populatie van insectensoorten. Uit recent onderzoek blijkt dat insecten die als eitje overwinteren het de laatste decennia veel beter doen dan insecten die overwinteren als pop, larve of volgroeid dier. En de eikenprocessierups is er een van.»

AART BROUWER

Linguïstische leegte

Nederlandse politici spreken steeds vaker met drie woorden: regel is regel. Wet is wet. Orde en tucht. Hun Britse collega’s zijn spraakzamer. En obscuurder.

LONDEN – De Britse regering heeft een crisismanager in dienst. Zijn naam is John Reid. Wanneer een ministerie in crisis verkeert, stuurt Tony Blair deze Schotse ex-communist er op af. Zodoende bekleedt hij inmiddels zijn negende kabinetsfunctie: hij is minister van Binnenlandse Zaken, dat er maar niet in slaagt terroristen het land uit te zetten, het aantal illegale vreemdelingen bij benadering te schatten en toezicht te houden op voorwaardelijk vrijgelaten gevangenen, leidend tot dood en verderf. Zijn taak is om lastige vragen te beantwoorden, maar niets te zeggen.

Reids kracht is een volledige beheersing van bureaucratisch taalgebruik. Zodra deze McKinsey van New Labour zijn mond opent, giet het lege woorden en cijfers. In het Lagerhuis was zijn Conservatieve opponent David Davis onlangs zo onhandig om hem te vragen naar enkele feiten over de buitenlandse gevangenen die het land onveilig maken. In z’n sas met dit buitenkansje trakteerde Reid de volksvertegenwoordiging op een antwoord dat het midden hield tussen een arrest van de Hoge Raad en een resolutie van de Verenigde Naties. En dat alles met een Schots accent. Na een concluderende zin met tien verschillende cijfers, negen komma’s (waarvan vier op de verkeerde plaats) en een biobak vol bijvoeglijk naamwoorden kwam de verlossing, toen Reid, zijn «shillyshallying talk» afsloot met een barmhartig «Ik zal de rest van de details overslaan».

Reid is op dit vlak de eerste onder zijn gelijken. Zodra een minister verrijst om iets te zeggen, klinkt het «margin squeezes», «the diagnostic part of the patient journey», «the index of multiple deprivation identifies social exclusion», «regulatory impact assessments», «benchmarking of learners», «back office change agents», «the opportunity to invest in environmental remeditation», «tripartite organisational policing», «fastforwarding to the future» en «neo-classical endogenous growth theory». Het is een aanval op de oratorische traditie binnen het Lagerhuis, voornamelijk in stand gehouden door vrijdenkers als Dennis Skinner en de vorige week overleden Eric Forth.

De enigen die aan deze linguïstische ellende plezier beleven, zijn sketchschrijvers en een enkele geleerde. Zo heeft Norman Fairclough, professor of Language in Social Life aan de Universiteit van Lancaster, met New Labour, New Language? een boekje geschreven over het gebruik van lege woorden door New Labour. Het definitieve werk op dit terrein werd echter kort na de Tweede Wereldoorlog geschreven voor Eric Blair, beter bekend als George Orwell. In Politics and the English Language schreef hij dat politiek taalgebruik er te vaak op gericht is om leugens waarachtig te doen klinken en moord respectabel.

Wat vooral opvalt is het verschil tussen het nietszeggende, door spindoctors beïnvloede taalgebruik achter het katheder en het vocabulaire achter de schermen, waar het duistere taalgebruik plaatsmaakt voor vierletterwoorden. Dat wordt op de bbc aanschouwelijk gemaakt in de serie The Thick of It, die altijd vooraf wordt gegaan door waarschuwingen voor grof taalgebruik. Het schijnt overigens dat uitgerekend John Reid zich moet inhouden om niet als een straatvechter tekeer te gaan. Nadat Blair hem weer eens naar een zinkend departement had gestuurd, kwam een journalist per ongeluk Reids eerste reactie ter ore: «Fuck, it’s Health.»

PATRICK VAN IJZENDOORN

Robin Hood in Hamburg

Een brutale roversbende overvalt luxe winkels en restaurants in Hamburg. De buit wordt aan arme mensen gegeven.

BERLIJN – In bepaalde winkels in Hamburg, een van de rijkste steden van Europa, betaal je voor een kilo rundvlees ruim driehonderd euro. Dat is net zo veel als het maandinkomen van een Duitse bijstandstrekker. Die ongelijke verdeling van rijkdom verontrust een groep activisten in de Hanzestad zozeer dat zij het heft in eigen hand namen.

Een delicatessenzaak was vorige week het doelwit van dertig gemaskerde actievoerders. Het verbouwereerde yuppenpubliek keek verbijsterd toe hoe de verkoopster een bos bloemen kreeg, waarna haar winkel werd leeggeroofd. De daders waren gekleed in pakken van superhelden en lieten een brief achter, ondertekend met «Spider Mum» en «Santa Guevara». Voor hun vlucht poseerden de gauwdieven nog snel even voor een foto en hielden flessen champagne triomfantelijk in de lucht. De overvallers van Hamburg-Umsonst, vrij vertaald «alles voor nop», blijken goed voorbereid. Bij hun laatste raid hadden ze propvolle winkelwagens en mandjes van tevoren klaargezet. De opbrengst gaat naar minder bedeelden, zoals stagiaires, illegale poetsvrouwen en mensen met een 1-euro-job.

De interventies van deze kleptomanen worden in Duitsland «Spaßguerrilla» genoemd, een combinatie van politiek, diefstal en entertainment. Hamburg-Umsonst vervalst onder meer bioscoopkaartjes en deelt tips voor zwartrijders in de metro uit. Enkele maanden geleden plunderden gemaskerde leden van Hamburg-Umsonst het buffet in een chique
restaurant. Zelfs de goedgevulde borden van de gasten werden leeggeroofd. «Vanwege de enorme maatschappelijke rijkdom zijn wij niet langer bereid om steeds lagere lonen en slechtere arbeidsomstandigheden te accepteren», schreven de overvallers in een verklaring.

Ze droegen T-shirts met het opschrift: «Die fetten Jahren sind vorbei», een verwijzing naar de gelijknamige film van regisseur Hans Weingartner. In die film besluit een trio verveelde stadsjongeren in te breken in de villa’s van de rijke Berlijnse upper class. Als de bewoners van de dure buitenwijk Zehlendorf op vakantie zijn, sluipt het drietal naar binnen, leegt de drankvoorraad en verschuift alle meubels. Er wordt echter niets meegenomen.

Kritiek op het kapitalisme is in Duitsland van oudsher een populair tijdverdrijf, dat via Hamburg weer wordt gerevitaliseerd. Er zijn inmiddels ook actiegroepen in Keulen, Berlijn en Dresden opgericht.

ROB SAVELBERG

Estland stemt ja

Maar het kan niemand schelen.

TALINN – Een handvol demonstranten staat voor het parlement van Estland. Met spandoeken met teksten als «grondwet = staatsgreep», «grondwet = hoogverraad» en «9 mei 2006 = 6 augustus 1940» (de dag dat Estland werd opgeslokt door de Sovjet-Unie). Binnen keurt Estland als vijftiende land de Europese grondwet goed. Maar een plechtige, euforische stemming valt in het donkere en uitgestorven parlementsgebouw werkelijk nergens te bespeuren. De voorzitter van de Constitutionele Commissie, de in een zilverkleurig, iets te krap zittend pak gestoken minister van Buitenlandse Zaken, en een zestal fractiespecialisten lepelen allen brave toespraken op. Een afgevaardigde van de Centrum Partij refereert zowaar aan «christelijke normen en waarden». Opmerkelijk, als men bedenkt dat de partij uitblinkt in het bedrijven van zwendel en andersoortige corruptie.

De afgevaardigden concentreren zich op kletsen, sms’en en de wereld van draadloos internet
verkennen op de laptop. Als het moment van stemming daar is, stormen degenen die in de wandelgangen zijn blijven plakken naar binnen. Men neemt plaats, drukt op dezelfde knop en het resultaat verschijnt op het grote gele scherm boven het hoofd van de waarnemend voorzitter: 73 stemmen voor en één tegen, uitgebracht door de liberaal Igor Gräzin, vermaard om zijn overvloedige alcoholgebruik. Oud-premier en veelschrijver Mart Laar moppert in het voorbijgaan dat dit juist zo’n belangrijke dag voor Estland en de EU is. Waarvan akte.

JEROEN BULT