Week 22

Deze Week

Verkeersregels in Afghanistan

In Kaboel ontstonden maandag rellen nadat een Amerikaans konvooi een dodelijk ongeluk had veroorzaakt. Een teken aan de wand.

AMSTERDAM – Na het verkeersongeluk werd een Amerikaans konvooi in Kaboel belaagd door woedende Afghanen. Er werd geschoten. Onduidelijk is nog of het ging om waarschuwingsschoten van de in het nauw gedreven Amerikaanse militairen, of dat zij meteen gericht vuurden. Er zijn ook berichten dat de te hulp geschoten Afghaanse politie het vuur opende. Hoe het ook zij, er ontstond een schietpartij, die uitmondde in rellen en plundering. Politieposten werden aangevallen, auto’s vernield en het kantoor van de hulporganisatie care werd in brand gestoken. Op het hoogtepunt van de rellen moest een groep diplomaten van de Europese Unie met geweld worden ontzet door Britse mariniers. Dinsdagochtend werd melding gemaakt van meer dan tien doden.

De rellen zijn een teken aan de wand. Net als in Irak waren de Amerikaanse troepen in Afghanistan aanvankelijk welkom. Maar in de ruim vier jaar dat zij de militaire scepter zwaaien in het land hebben ze zich diep gehaat gemaakt. Abdul Qadir Noorzai, directeur van de Afghaanse nationale mensenrechtenvereniging aihrc in Kandahar, omschreef het volksgevoel als volgt. «Wij zijn gewend aan vijanden van buiten de grenzen die het ons hier lastig komen maken. Eerst, in de negentiende eeuw, waren dat de Engelsen. Daarna, vanaf 1979, de Russen. Nu zijn het de Amerikanen. De haat is in de loop der jaren heen en weer gegolfd. Eerst werden de Britten het meest gehaat, toen de Russen. Nu staan de Amerikanen bovenaan. De Britten komen op de tweede plaats, gevolgd door de Russen. Het maakt niet veel meer uit wat de Amerikanen nog doen. Van die haat komen ze niet meer af.» De animositeit is wederkerig. Amerikaanse militairen in Afghanistan spreken met nauw verholen minachting over de Afghanen. In Irak is het nog erger. Daar gingen we eind 2003 op patrouille met een eenheid van de militaire politie. Zelfs waar de luitenant bij stond noemden sommige manschappen de Irakezen niggers. Het haatgevoel aan Amerikaanse kant wordt versterkt door de vele zelfmoordaanslagen, die nu ook Afghanistan teisteren. De soldaten hebben maar één doel: hun tour of duty van één jaar heelhuids uitdienen. Daarna nemen ze zo snel mogelijk ontslag uit de krijgsmacht. Ze zijn verbitterd. Het zijn hun eigen politici geweest die hun in deze positie hebben gedwongen. Ze zijn bereid desnoods burgers te doden om het er zelf levend van af te brengen.

Ook in Afghanistan is duidelijk dat de oorlog harder wordt. Amerikaanse konvooien rijden er op hoge snelheid op de verkeerde weghelft. Dat is een veiligheidsmaatregel. Wie voor deze dreiging niet uit de weg gaat, wordt beschouwd als zelfmoordterrorist. In Kandahar vertelden reizigers uit Uruzgan hierover: «We durven de konvooien niet in te halen, dan worden we beschoten. Meestal rijden ze recht op ons af, aan de verkeerde kant van de weg.» Opvallend was dat zij de Canadezen, die opereren in het aangrenzende Kandahar, prezen om hun rustige weggedrag: «De Canadezen zijn beschaafd.» Ze vroegen zich af of ze Nederlandse militairen zouden herkennen. «We kennen jullie vlag niet», zeiden de reizigers, «maar als ze zich gedragen als de Canadezen hebben we geen problemen met ze.»

Een konvooi dat rustig meerijdt met het chaotische Afghaanse verkeer vormt een makkelijker prooi voor aanvallen dan een moordlustig rondrazende colonne. Maar als Nederland daadwerkelijk wil bijdragen aan de wederopbouw van Uruzgan hebben onze militairen geen andere keus dan zich te gedragen, op een zo on-Amerikaans mogelijke manier.

JOERI BOOM

De erfenis van

Bouwman

pcm wordt eindelijk een professionele onderneming.

AMSTERDAM – De vorige bestuurders van pcm-uitgevers hebben er volgens hun opvolgers een financiële en communicatieve puinhoop van gemaakt, al is dat hun persoonlijk niet euvel te duiden. Maar samen met de nieuwe chief executive officer Ton aan de Stegge heeft een «zwaar boekhoudcomité» het nu goddank voor het zeggen. Voor een beursgang is de balans van pcm op dit moment weliswaar niet geschikt, de tijd van ongecalculeerd «geklungel» is voorbij. Het staat zwart op wit in de, overigens niet geautoriseerde, notulen van een gesprek dat de top van pcm op maandagavond 1 mei voerde met de redactieraden van Algemeen Dagblad, de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw.

Bijna drie weken later werd voormalig bestuursvoorzitter Theo Bouwman in het nieuwe Muziekgebouw aan het IJ in Amsterdam uitgeluid. Het was een mooie bijeenkomst, blijkens zijn Hollands Dagboek van afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad. Er was een speciaal krantje gemaakt, er was een heel kort debatje tussen de hoofdredacteuren en er werden hoogwaardige toespraken gehouden door Jan Blokker en Bas Heijne, die ervoor pleitten goede journalistiek niet op het offerblok van slimme boekhouders te leggen. Ook de raad van commissarissen sprak bij monde van voorzitter Erik van de Merwe «overwegend lovende woorden», aldus het dagboek van Bouwman.

Met het incasseringsvermogen van Bouwman is ook bij het scheiden van de markt niets mis, alleen al een reden waarom velen in het Muziekgebouw en daarbuiten hem zullen missen. Want hoe diep gingen die «overwegend lovende woorden» van Van de Merwe? Niet bijster diep. Tijdens de bijeenkomst met de redactieraden op 1 mei was de toon een slag anders.

Aanleiding voor het gesprek was een eerder onderhoud van de redactieraden met Aan de Stegge. Dat was nodig omdat de redacties in een open brief hun zorg over het negatieve vermogen van pcm – negatief sinds de uitgeverij is overgenomen door de Britse investeerdersmaatschappij Apax – publiek hadden gemaakt, hetgeen Aan de Stegge de opmerking ontlokte of de ondertekenaars van de open brief niet konden worden ontslagen. Zoveel Angelsaksisch model konden de journalisten niet aan. Een tweede gesprek met de redacties was geboden. «De emoties zijn toen wat hoog opgelopen, iets te hoog. En hij kende de voorgeschiedenis niet van het geklungel rondom de publicatie van het verkeerde jaarverslag. Inmiddels denkt ook Aan de Stegge er wat genuanceerder over en realiseert hij zich dat een heldere communicatie van groot belang is», suste Van de Merwe op 1 mei. Bovendien bleek pcm een ander jaarverslag te hebben rondgestuurd dan bij de Kamer van Koophandel is gedeponeerd. «Dat kun je achteraf inderdaad als een beetje geklungel beschouwen», aldus chief financial officer Bert Groenewegen, ook een nieuweling bij pcm.

Maar bij deze hand in eigen boezem bleef het. De voorgangers van Aan de Stegge en Van de Merwe werden resoluut aangepakt. Volgens de laatste zaten in de raad van commissarissen voorheen weinig mensen met een financiële achtergrond. Pas nu «maken we een slag naar een meer professioneel geleide onderneming». Dat moet. Want bij pcm is de efficiency onder de maat: de kosten moeten omlaag. Anders gezegd, het bedrijf werd financieel «niet stevig geleid, het gehele bedrijf door» en daar gaat een onderneming op den duur «kapot aan». «Dat betekent niet dat het vorige bestuur heeft gefaald, de marktomstandigheden zijn sterk veranderd», aldus Van de Merwe. Zo werd Bouwman via de band te verstaan gegeven dat hij de tand des tijds tijdig is ontsnapt.

HUBERT SMEETS

Moordende mariniers

Na Abu Ghraib is er nu Haditha. Het enige wat het Pentagon lijkt te leren is hoe het misstanden naar buiten brengt.

WASHINGTON – Meer dan een jaar geleden zat ik in het vliegtuig zes uur lang naast een Amerikaanse militair. Hij had een okergeel «vrijetijdsuniform» aan, waardoor hij voor iedereen herkenbaar was en inderdaad door veel landgenoten werd aangesproken. Hij was breed en hoekig, had een vierkante kop en liep met merkwaardig kromme benen, alsof al die kilo’s wapentuig zijn lichaam voorgoed hadden vervormd. Het gesprek verliep moeizaam, omdat hij vrij onverstaanbare antwoorden gaf. Eén ding maakte hij niettemin duidelijk: was hij hoger in rang geweest, dan was het in Fallujah anders gelopen. «Ik had ze veel en veel harder aangepakt. Nu is het een puinhoop.»

Ik weet niets van krijgshandelingen en matig me daarom ook geen oordeel aan, maar van een collega bij De Groene Amsterdammer die Irak bezocht, begreep ik dat Amerikanen hard hadden opgetreden in Fallujah. Amerikaanse commando’s hadden de hele stad uitgekamd, waarbij opstandelingen («buitenlandse terroristen» noemde de soldaat ze) waren opgepakt of doodgeschoten. Ik wist niet wat hard was, zei de militair.

Dat is vast waar. Maar de afgelopen dagen is dat in Washington wel duidelijker geworden. Deze week kwam de bevestiging dat er een militair onderzoek loopt naar de moord op 24 Iraakse burgers. Afgelopen november blijkt een kleine groep mariniers (onder wie een sergeant) drie tot vijf uur lang een represailleactie te hebben uitgevoerd in de stad Haditha. Daarbij zijn ten minste vijf mannen op straat geëxecuteerd: zij zaten in een taxi in de buurt van een ontplofte bom. Ook schoten de mariniers enkele inwoners in omringende huizen dood, onder wie vrouwen en kinderen. De negenjarige Eman Waleed vertelde een verslaggever van het weekblad Time hoe zij toekeek toen twee Amerikaanse mariniers binnenstormden, haar vader vermoordden, terwijl die de koran las, en daarna haar grootouders, hun nachtjaponnen nog aan, een kogel door het hoofd schoot.

Advocaten van betrokken mariniers beweren dat het hier om het zwaarste geval gaat sinds het begin van de oorlog in 2003. Het Republikeinse congreslid John Kline, een gepensioneerde kolonel van de mariniers die door het Pentagon was ingelicht, zei dat de beschuldigingen niet wezen op een ongeluk maar op «een gruweldaad».

De commandant van de mariniers, generaal Michael W. Hagee, vloog afgelopen donderdag op stel en sprong naar Irak. Hij gaf de «recente serieuze beschuldigingen van serieus wangedrag van mariniers» als de reden van zijn bezoek aan Irak. In enkele toespraken peperde hij zijn manschappen in dat ze zich dienen te houden aan de conventie van Genève en de gedragsregels van het leger zelf. De betrokken mariniers zijn terug in kamp Pendleton in Californië.

Opvallend is hoe het nieuws naar buiten kwam. Toen de misstanden in de gevangenis Abu Ghraib onderwerp waren van een intern onderzoek, werd daarover angstvallig gezwegen. Toen details toch uitlekten, sloeg het nieuws in als een bom. Dit keer is er duidelijk voor een andere strategie gekozen. Sinds Time afgelopen maart een tip van de sluier oplichtte van de gruweldaden in Haditha, bevestigen de autoriteiten die mondjesmaat en geven ze zelfs extra details en informatie, in de hoop dat de reactie op Capitol Hill dit keer minder woedend zal zijn.

Mijn soldaat was al sinds Vietnam in het leger en ging nu, na twee tours in Irak, terug naar Fort Bragg in North Carolina om daar rekruten op te leiden. Dat maakt het moeilijk om de woorden van generaal Hagee te wegen. Of die van sergeant Guy Zierk, die zich tegenover een documentairemaker van de Amerikaanse zender A&E herinnerde hoe hij een deur intrapte kort na een aanval van opstandelingen. Woedend over de dood van enkele van zijn maten vermoordde hij bijna, zo vertelde hij, twee vrouwen en een zestienjarige jongen. «Ik deed het bijna. Ik was er verdomd dichtbij, maar toch deed ik het niet. Ik zou me ermee hebben verlaagd tot de mensen die we proberen te bestrijden.»

PIETER VAN OS

Moordzuchtige rebel wilde altijd al vrede

De Oegandese rebellenleider Joseph Kony wil over vrede praten. President Museveni ook?

AMSTERDAM – Miljoenen ontheemden, tienduizenden doden en vele gewonden en gemartelden: al twintig jaar voert het Verzetsleger van de Heer (lra) van mysticus Joseph Kony in Noord-Oeganda een venijnige strijd tegen troepen van de Oegandese regering en, vooral, tegen de burgerbevolking. Maar wat de lra al die jaren precies wilde, dat weet niemand.

Ooit heeft Kony gezegd dat hij Oeganda zou inrichten naar de christelijke tien geboden. Zijn methoden leken niet bepaald met dit doel in overeenstemming. Eenkennig in zijn godsdienstbeleving is hij bovendien niet, meldden ontvluchte kindsoldaten de laatste jaren. Na financiële steun van het islamitische bewind in de Soedanese hoofdstad Khartoem bad Kony evengoed tot Allah en bij vlagen greep hij terug op Afrikaanse natuurgodsdiensten. Wilde Kony het Oegandese regime in hoofdstad Kampala omverwerpen? Wilde hij autonomie voor het noorden? Het was een raadsel. Kony zaaide slechts dood en verderf.

Overbodig te melden dat het lastig vechten is tegen een vijand van wie je de motieven niet kent en van wie je niet weet of hij überhaupt nog wel bestaat. Vooral daarom was het een doorbraak dat Kony afgelopen week voor het eerst sinds jaren uitgebreid van zich liet horen. Via persbureau Reuters werd een dvd verspreid waarop de rebellenleider en een aantal handlangers te zien zijn samen met vice-president Riek Machar van de regering van (christelijk) Zuid-Soedan, alsmede met een afgevaardigde van de Nederlandse poot van Pax Christi, die de verschillende partijen in het grensgebied van Soedan, Oeganda en Congo bijeen heeft gebracht. Kony liet weten over vrede te willen praten. «Niemand kent mijn politieke agenda», gaf hij ruiterlijk toe, «omdat ik altijd in de bush was. (…) Maar wat ik wil, is vrede. Daarom ook was ik in de bush. Ik vecht voor vrede.» Toegegeven, de doelstellingen van Kony zijn er met het filmpje niet veel helderder op geworden. Maar dat de mysterieuze rebellenleider nog leeft én bereid is te praten, is nieuws. Vraag is alleen wat president Museveni met het aanbod gaat doen. In de relatief welvarende omgeving van de hoofdstad Kampala is van de oorlog niets te merken en volgens critici heeft de president belang bij een zekere mate van instabiliteit. Die geeft hem meer bevoegdheden en een argument richting westerse donoren om buitensporig te investeren in de slagkracht van zijn leger. Maar onder het toeziend oog van diezelfde donoren heeft hij intern het conflict jarenlang kunnen bagatelliseren.

Onder druk van het Westen, ook van Nederland, heeft Museveni tegen Kony en een aantal andere kopstukken van de lra een klacht ingediend bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het hof heeft inmiddels uitgebreid onderzoek gedaan en om uitlevering van Kony gevraagd. Lang kon Museveni wegkomen met de mededeling dat Kony «onvindbaar» was. Dat gaat na afgelopen week niet meer op. Niettemin beloofde de president tot eind juli de veiligheid van Kony te garanderen teneinde besprekingen mogelijk te maken. Kony op de dvd: «I thank Allah very much.»

PETER VERMAAS

Bollocks!

Engeland geniet faam dankzij de vrijheid van meningsuiting. Maar niet lang meer.

LONDEN – Tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten, drie jaar geleden, klopte Tony Blair zich danig op de borst: «Op weg naar Downing Street zie ik dagelijks mensen tegen dit en tegen dat demonstreren. Je kunt het zo gek nog niet bedenken of mensen zijn ertegen. En hoewel ze me voor van alles uitmaken, dank ik God ervoor dat ze kúnnen protesteren. Dat is wat wij vrijheid noemen.» Voor de Britse premier blijken er inmiddels grenzen aan die vrijheid te zijn. Brian Haw vormt zo’n grens.

Al vijf jaar lang bivakkeert deze timmerman en vader van zeven kinderen op het grasveld voor het parlement om zijn overtuiging kracht bij te zetten dat de oorlog in Irak geen goed idee was. Zijn vredeskamp zag er niet fraai uit, maar veel lelijker dan al de nieuwe beveiligingshekken waren zijn plakkaten met teksten en foto’s ook weer niet. Het versterkte stemgeluid van Haw was evenmin naar ieders smaak. Maar mavericks als Haw maken deel uit van het politieke debat in het algemeen en het Engelse in het bijzonder. Niet volgens Blair. Vorige week werd Haw, in het donker, door 78 agenten van het plein gezet wegens overtreding van de Serious Organised Crime & Police Act 2005. Haw was niet het eerste slachtoffer van deze wet. Eind december werd Maya Evans door veertien agenten vastgenomen, omdat ze bij een oorlogsmonument tegenover Downing Street de namen van de gevallenen van dezelfde oorlog voordroeg. De fractieleider van New Labour merkte desgevraagd op dat de terreurbestrijding op dit vlak «remarkably well» werkte.

Sinds de jongste partijconferentie, waarop een bejaard partijlid uit de zaal werd gedonderd nadat hij een minister voor leugenaar had uitgemaakt, is het duidelijk dat New Labour nerveus reageert op critici, zelfs waar het gaat om triviale zaken. Zo spendeert de regering al jaren miljoenen in IT-projecten die door incompetentie of ongeduld allemaal uitlopen op rampen. In Chichester vatte het zeventigjarige raadslid Taff Davies het mislukte eGovernment-programma binnen zijn gemeente samen met de term «crap», hetgeen deze Falklands-veteraan aan iedereen liet weten die het horen wilde. En niet horen wilde. Vanwege dat laatste is hij nu voor een jaar geschorst. In het kader van haar campagne «Respect» heeft New Labour vloeken en beledigen immers aan banden gelegd. Dat merkte ook de Conservatieve activiste Julia Gobert tijdens de campagne voor de recente raadsverkiezingen. Bij de uitgang van het Londense metrostation Earl’s Court deelde ze in haar gestreken «Bollocks to Blair»-shirt pamfletten uit, in de overtuiging dat «bollocks» sinds de dagen van The Sex Pistols geaccepteerd taalgebruik was. De spoorwegpolitie dreigde haar te arresteren als ze zich niet onmiddellijk zou verkleden.

Vloeken was ooit hét dialect van de nieuwe machthebbers. Toen Blair zeven jaar geleden in Wales een politieke nederlaag leed, schreeuwde de premier «Fucking Welsh», zo noteerde spindoctor Lance Price in zijn dagboeken. Verjaard misdrijf of niet, voor de politie was de uitbarsting reden om onlangs een oriënterend bezoek aan 10 Downing Street te brengen.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Frits Müller (1932-2006)

Met Frits Müller, die begin deze week is gestorven, is ook een generatie afgesloten. Die generatie bestond uit tekenaars die het ambacht beheersten én maatschappelijke belangstelling, om niet te zeggen engagement, hadden. Niet dat ze er na het overlijden van Müller niet meer zijn – talent en passie te over – maar wel dat er weinig vakgenoten meer zijn die zich soms vrolijk maken en dan weer kwaad. Ironie is nu het wapen. Zelf zei Müller daarover begin februari 2002 in De Groene Amsterdammer, voor welk weekblad hij niet tekende, omdat Opland dat al sinds de Tweede Wereldoorlog deed: «Ik ben in de eerste plaats tekenaar. Dat kan ik het best. Politiek tekenaar vind ik te beperkt. De melkprijzen, varkenspest, is dat politiek? In de tijd van Albert Hahn was een politieke tekening een wapen in de klassenstrijd. Die tekenaars waren enorm partijgebonden. Wij leveren een meer algemeen commentaar op wat zich in de samenleving voordoet.»

HS