Week 38

Deze week

Rusland: zo kan het ook

Poetin heeft de oplossing voor terrorisme. De plaatselijke democratie gaat aan banden.

Terreur werkt. Tien dagen na de hopeloze ontknoping van de gijzeling in de noordelijke Kaukasus staat het halve staatsbestel van Rusland al op zijn kop.

Vrijdag 3 september werd School nummer 1 in het Noord-Ossetische stadje Beslan door de civiele «schutterij» en de speciale eenheden Alfa en Wimpel met geweld bevrijd van een dertigtal zwaar bewapende en wrede gijzelnemers. Maandag 13 september sloeg president Vladimir Poetin de bijl aan de wortel van het rudimentair democratische systeem dat zijn voorganger Boris Jeltsin had gebouwd. «Een kardinale reorganisatie», aldus Poetin zelf.

De erfenis van Jeltsin was misschien niet zo effectief voor de hoogste uitvoerende macht – de grondwet was een combinatie van de Amerikaanse en de Franse, het kiesstelsel voor het parlement leek op dat van Duitsland en Thom de Graaf – maar wel helder. Rusland was een federatieve natie. In de 89 deelrepublieken en districten kozen de burgers hun eigen regionale president of gouverneur plus parlement. Op centraal niveau konden ze hetzelfde doen met het staatshoofd in het Kremlin en de volksvertegenwoordigers in de Doema, die voor de helft werden gekozen op basis van partijlijsten en voor de andere helft in eigen kieskringen waar één zetel was te winnen. Dit staatsbestel leidde er weliswaar toe dat her en der in de regio baronnen en satrapen via patronage en cliëntelisme de macht grepen en hielden, maar voorkwam tegelijkertijd dat het Kremlin aan alle touwtjes kon trekken en dus overal verantwoordelijk voor gesteld kon worden. Een mooie en eerlijke democratie was Rusland niet, maar het begin van een scheiding der machten was voorhanden. Hieraan komt nu een einde. In een toespraak tot de regering en de leiders van alle 89 «subjecten» van de Russische Federatie heeft Poetin afgelopen maandag het land in een handomdraai gecentraliseerd.

Ten eerste wordt de regionale democratie onthoofd. De presidenten en gouverneurs worden voortaan niet meer door het volk gekozen maar door het Kremlin aangewezen. Dit leidt er onvermijdelijk toe dat de regionale leiders vooral vanuit Moskou zullen werken, de afstand tot de burgers nog groter wordt dan die al is en allen hun handen in onschuld kunnen wassen.

Ten tweede worden alle districtszetels in de Doema ontruimd. In het parlement is alleen nog plaats voor afgevaardigden die zich namens een politieke partij kandideren. De afgelopen vijf jaar heeft Poetin er al alles aan gedaan om de politieke partijen te kortwieken. Tegenover de sociaal-liberale oppositiepartij van gemankeerd presidentskandidaat Javlinski zette hij in 1999 een «rechtse» concurrent in de markt om de westers georiënteerde democraten in twee kampen te verdelen. Het lukte. Geen van beide partijen is sinds vorig jaar nog in de Doema vertegenwoordigd. Bij de laatste parlementsverkiezingen van 2003 herhaalde de truc zich: dit keer met de partij Moederland die de Communistische Partij (KPRF) moest ondermijnen. Wederom succesvol. Binnen Moederland was het na een week al ruzie. En de KPRF is sinds afgelopen weekeinde in tweeën gescheurd: een vleugel heeft zich afgesplitst in een partij die zich tooit met de letter B, wat officieel staat voor het Russische woord «toekomst» maar ook associaties oproept met de B van «bolsjewieken». In de Doema heeft feitelijk nog maar één partij een stem, de formatie Verenigd Rusland, waarin poetinisten uit alle ambtelijke lagen zich verzamelen. De formele bezegeling dient zich nu aan.

Ten derde komt er een nieuw type volksvertegenwoordiging bij: een «Maatschappelijke Ka mer» voor de «brede dialoog» tussen volk en macht. Die is nodig omdat de «samenleving moet helpen bij de strijd tegen terrorisme», aldus Poetin, niet alleen via het nieuw op te zetten spio nagenetwerk van civiele informanten maar ook door andere «burgerinitiatieven» die het plaatselijke niveau overstijgen. Over de details van deze Maatschappelijke Kamer liet de president zijn gehoor in het ongewisse. Maar het plan oogt als een soort parallelle machtsbasis naast de Doema voor Poetin zelf, als een revitalisering van het sovjetidee over de puurheid van het oordeelsvermogen van het gewone volk, mits dat volk maar juist wordt gekanaliseerd.

Bij deze drie staatkundige hervormingen blijft het niet. Poetin herhaalde de belofte van de generale staf van de krijgsmacht eerder vorige week dat Rusland paraat is voor «preventieve actie over de grenzen». Dat beleid is al in uitvoering, gelet op de liquidatie van de Tsjetsjeense ex-president en islamist Jandarbijev in februari in Qatar. «Extremistische organisaties van religieuze, nationalistische of welke andere fraseologie dan ook» worden verboden. De uitgifte van paspoorten – in Rusland geprivatiseerd, zij het illegaal – wordt gecentraliseerd. De hele en verarmde Kaukasus – een door de staat verwaarloosd gebied, erkende Poetin voor het eerst in zijn vijfjarige bestaan als president – wordt onderworpen aan het gezag van een gevolmachtigd vertegenwoordiger van de president, niet toevallig nu nog chef van het «regeringsapparaat». En er komt een nieuw ministerie Nationaliteitenpolitiek onder leiding van de eerder door Poetin weggewerkte burgemeester van Sint-Petersburg, hetgeen de altijd wat hyperbolische Russische pers nu al doet denken aan de eerste «volkscommissaris» voor de «nationaliteitenkwestie» na de Oktoberrevolutie van 1917 (Stalin).

Het pakket kost (exclusief de investeringen in de Kaukasus) volgend jaar bijna twee miljard euro extra boven op de ruim drie miljard die nu op de begroting staat voor staatsveiligheid. Zowel gouverneurs als parlement hebben al enthousiast gereageerd.

Magomed Tolbojev ondervond vorige week de keerzijde. Tolbojev (kosmonaut, vliegenier, oud-parlementariër, ex-veiligheidsadviseur van de Kaukasische deelrepubliek Dagestan en geridderde «Held van Rusland») werd woensdag bij metrostation Vichino in Moskou door twee initiatiefrijke politiemannen op grond van zijn uiterlijk preventief aangehouden en in elkaar geslagen. Poetin heeft weliswaar aangekondigd dat de staat de economische wederopbouw van de Kaukasus op zich zal nemen. Maar op straat merken de spreekwoordelijke «zwartkonten» vooralsnog het omgekeerde.

HUBERT SMEETS

Terreur zonder afzender

Na de aanslag in Jakarta wisten de autoriteiten meteen wie de schuld had. Het lag anders.

JAKARTA – In de ravage worden snel stalletjes opgezet. Nog geen uur na de bomaanslag is er gebakken banaan te koop. Brommertaxi’s met journalisten en ramptoeristen achterop wurmen zich tot de allerlaatste politielinten. Terwijl Indonesische en Australische forensische specialisten op de grond naar lichaamsresten van de zelfmoordcommando’s zoeken, stellen zendwagens van de televisiestations zich op voor de eerste uitzendingen vanaf locatie. Zo snel als de mensen zijn gevlucht, zo snel is er weer een massa verzameld. Geruchten over de ware toedracht zingen rond.

Donderdag 9 september om 10.30 uur wordt een bomaanslag gepleegd op de Australische ambassade in Jakarta. In een straal van driehonderd meter springen de ruiten van de omliggende kantoorgebouwen. 180 mensen raken gewond. Zeker negen mensen komen om, allen Indonesiërs.

In allerijl berichten Indonesische en buitenlandse media over de aanslag. Na de beschrijving van het rampgebied komt de onvermijdelijke vraag. Wie heeft het ge daan? Vrijwel onmiddellijk wordt gesuggereerd dat het Jemaah Islamiyah moet zijn geweest. Zonder enige aanwijzing, behalve dat twee eerdere aanslagen ook op het conto van dit terreurnetwerk worden geschreven. Jemaah Islamiyah is verantwoordelijk gesteld voor de aanslagen op de twee nachtclubs in Bali in 2002 en de aanslag op het Marriott Hotel in 2003.

De Australische premier John Howard heeft ook meteen Jemaah Islamiyah op zijn lippen. In een eerste reactie zegt hij dat dit terreurnetwerk de vanzelfsprekende verdachte is. De twee hoofd verdachten zijn de voortvluchtige Maleisiërs Noordin Mohamad Top en Azahari Husin, ook wel bekend als «Demolition Man». Deze twee mannen worden gezien als de breinen achter de Marriott-bom.

Gaandeweg wordt duidelijk dat aan de bom meer is voorafgegaan dan het publiek heeft geweten. Het hoofd van de Indonesische politie Da’i Bachtiar meldt dat er een aanslag op de Indonesische president Megawati Sukar noputri was beraamd op 3 juli dit jaar bij de opening van een antiterreur-onderzoekscentrum in Semarang op centraal Java. De aanslag zou zijn verijdeld doordat er meer beveiliging was ingezet. Ook krijgt het publiek plotseling te horen dat de politie in juli een huis had bestormd in de buurt van het internationale vliegveld van Jakarta. In dat huis zouden Husin en Top zich korte tijd hebben schuilgehouden. Er waren sporen TNT en zwavel gevonden.

In dat licht wordt het een stuk minder vreemd dat de Amerikaanse en Australische ambassades een kleine week voor de aanslag nieuwe waarschuwingen hadden uitgevaardigd voor mogelijke terreuraanslagen in Jakarta. Waarnemend minister Hari Sabarno voor Veiligheids zaken bekritiseerde de actie toen nog: het land werd alleen maar in een kwaad daglicht gesteld.

Wanneer de rookpluimen zijn neergedaald en het glas wordt opgeruimd, maakt Howard bekend dat een Indonesische agent van de mobiele brigade drie kwartier voor de aanslag per sms was gewaarschuwd. In het bericht zou zijn aangegeven dat er een bom zou afgaan bij een westers doel als Abu Bakar Bashir niet werd vrijgelaten. Bashir wordt gezien als de geestelijke leider van Jemaah Islamiyah, hoewel de rechter dat in een proces niet bewezen achtte. De schriftgeleerde zit weer in voorarrest.

De Indonesische politie ontkent dat het sms-bericht is binnengekomen. De volgende dag blijkt het verhaal ongeloofwaardig. Een Australiër met een beveiligingsbedrijf in Jakarta had het de wereld in geholpen.

Intussen blijkt Jemaah Islami yah de aanslag te hebben op geëist op een internetforum. De aanslag is een vergelding voor de Australische aanwezigheid in Irak. De authenticiteit van de claim moet nog worden vastgesteld. Nu is men wel voorzichtig.

ALEXANDER WEISSINK

Peter Vermaas

Sinds 1 september is Peter Vermaas geen redacteur meer van De Groene Amsterdammer. Vanaf 1998 was het zijn primaire taak om de politieke verhoudingen in Nederland te beschrijven en te fileren. Mede dankzij Vermaas trad De Groene Amsterdammer meer buiten de geijkte paden van links Nederland. Hij voorzag het einde van Paars twee jaar voordat het zo ver was. Daarnaast schreef Vermaas over zijn echte passie Afrika, nuchter maar met mededogen. Sinds een week schrijft hij helaas niet meer voor dit weekblad maar voor Vrij Nederland.

REDACTIE