Week 37

Deze Week

Het leiderschap van Leerdam

PvdA-kamerlid John Leerdam kreeg afgelopen vrijdag in New York een belangrijke prijs. Maar waarom eigenlijk?

NEW YORK – Ayaan Hirsi Ali, ja, die kennen ze wel. Maar John A.W.J. Leerdam? ‘Nee, nooit van gehoord’, mompelen twee oudere dames hoofdschuddend. Volgens het kaartje op hun revers komen ze uit Arizona. ‘Maar het moet een groot man zijn’, voegen ze er voor de zekerheid aan toe. En ze richten zich weer op hun kipfilet.

Aan het eind van een driedaagse conferentie ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Council for Opportunity in Education (coe) kwamen afgelopen vrijdag 1500 mensen bijeen in het chique Marriot Hotel aan Times Square in New York voor een feestelijk banket. Daar zagen zij het Nederlandse kamerlid Leerdam de 2006 Lifetime Service Award in ontvangst nemen. Maar bijna niemand die Leerdam kende. Toch stond het van oorsprong Antilliaanse kamerlid wel degelijk als eregast van de avond in het programmaboekje vermeld. Na het voor 1500 man uitgeserveerde diner en de praatjes van de hoofdsponsors zou Leerdam, zo meldde de organisatie in een ronkend persbericht, de award uit handen krijgen van niemand minder dan voormalig president Bill Clinton. Maar die moest helaas afzeggen.

‘Hoe ze bij mij zijn gekomen? Ik zou het werkelijk waar niet weten’, zegt Leerdam als hij vlak voor het moment suprème, keurig in smoking, nog even de zaal uit rent om de wc te bezoeken. ‘Ik werd gebeld en ze zeiden dat ik in mijn leven een grote bijdrage heb geleverd aan het toegankelijk maken van het onderwijs voor groepen in achterstandsposities.’

John Leerdam? De pvda-woordvoerder Nederlands-Antilliaanse Zaken, kunst, cultuur en media? De voormalige baas van Cosmic Theater in Amsterdam? De John Leerdam die in de pvda-fractie in de eerste plaats geliefd is vanwege de liedjes die hij tijdens het jaarlijkse kerstdiner zingt? Naar eigen zeggen ‘doodnerveus’ beent het kamerlid weer terug naar zijn stoel in de immense Broadway Ball Room van het Marriott. ‘Ik snap er niets van’, zegt hij nog.

Terug in de zaal worden de sponsoren van de avond nog maar eens in het zonnetje gezet. Grote bedrijven als Goldman Sachs, JP Morgan, ibm, PricewaterhouseCoopers en General Electric: ze dragen alle het onderwijs aan achterstandskinderen een warm hart toe. De bedrijfsbobo’s zijn opvallend wit in een zaal die voor tachtig procent gevuld is met de gekleurde officials van de coe. Succesverhalen over jongeren die opgroeiden in de Bronx en nu een bachelor op zak hebben, spatten ondertussen van de plasmaschermen af die tussen de dinerende congresgangers staan opgesteld. ‘Een land kan het zich niet veroorloven om jongeren uit gezinnen met lage inkomens te negeren’, buldert voorzitter Arnold L. Mitchem van coe door de microfoon. En sir John Leerdam heeft dat volgens Mitchem begrepen. Hij wordt aangekondigd als een ‘leader in the fight for higher educational opportunities in The Netherlands’. Het thema van het congres was de toegankelijkheid van de universiteit in een wereldwijde context, verduidelijkt de presentator. ‘We moeten beseffen dat dat niet slechts een Amerikaans thema is’, vervolgt hij. ‘John Leerdam was een van de eerste gekozen leiders in West-Europa die dit punt gemaakt heeft.’ Want, weet de presentator: 45 procent van de kinderen op lagere en middelbare school in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is van niet-Nederlandse afkomst, terwijl de representatie van deze groepen in het vervolgonderwijs veel lager is. ‘John Leerdam is de eerste die dit probleem aan de kaak heeft gesteld en vanuit zijn rol als pvda-afgevaardigde iedere mogelijkheid heeft aangegrepen om de kansen van deze groepen te vergroten en om Nederland aldus te verzekeren van een concurrerende arbeidsbevolking in de 21ste eeuw.’ Aangedaan neemt Leerdam de prijs in ontvangst.

Eenmaal terug in Nederland laat Leerdam via de telefoon weten dat het hem inmiddels iets duidelijker is waarom hij deze award gekregen heeft. Hij is voorgedragen door de echo Foundation, de Nederlandse versie van de coe. Bovendien moeten we niet vergeten dat hij veel heeft gedaan om allochtonen een kans op een stageplek te geven. ‘Maar ach, wat doet het er toe. Prachtig toch, zo’n prijs?’

PETER VERMAAS

The Madness of King Tony

Elke politieke loopbaan eindigt in tranen, zei Enoch Powell ooit. Blair rekent, als enige, op euforie.

Het jongste offensief in de slag om Downing Street begon met een mok. Als bewijs dat hij toch ook een beetje van de straat is, drinkt Blair zijn thee doorgaans uit mokken waar wijsheden op staan of foto’s van gezinsleden. Tijdens een persconferentie begin vorige week over ‘sociale uitsluiting’ (New Labour-speak voor ‘armoe’) nipte Blair uit een Anthony-mok, ideetje van Cherie waarschijnlijk, waarop de complimenteuze karaktertrekken stonden te lezen die passen bij Blair’s doopnaam. Het deed denken aan de ‘Boss’-mok waar Ischa Meijer uit dronk tijdens zijn televisie-interviews, maar Blair’s mok was voorbij alle parodie: “Jouw verfijnde innerlijke stem drijft jouw gedachten en daden. Je bent een man die aan het roer staat, anderen volgen jouw leiderschap.”

Een paar dagen later ploften er zeven ontslagbrieven van mindere goden uit de regering, waaronder een onderminister, op de deurmat van 10 Downing Street. Het ging hier om een protest tegen Blair’s weigering om een vertrekdatum te noemen. Er volgde dan ook een onderhoud tussen Blair en Brown, de man achter de couppoging, dat voor de paraderende Horse Guards te volgen moet zijn geweest. Hoe groot de weerzin van Brown jegens zijn oude kameraad inmiddels is, blijkt zelfs uit diens nieuwste artistieke aanwinst op de muren van Financiën: Graham Sutherland’s Expulsion and Killing of an Enemy.

Uiteindelijk verklaarde Blair op een Londense school waar leerlingen ‘Resignation. Resignation! Resignation! joelden in plaats van ‘Education! Education! Education!’, dat regime change binnen een jaar zal plaatsvinden. Het liefst had hij de regeertermijn van Thatcher overtroffen, maar zelfs Blair besefte dat tijdrekken tot eind november 2008 er niet meer inzit. Hij heeft zich neergelegd bij juni 2007. Immers, 10 jaar staat mooier in de geschiedenisboeken dan 9.5. Wat de dagelijkse politiek betreft, denkt Blair: na mij de zondvloed. Belangrijker is de triomf van het Blairisme, de dominatie van waarden als vetrouwen, overtuiging, geloof, oordeel, missie, strijd, moed en instinct. Vandaar ook dat New Labour meer uitgeeft aan advertentiekosten dat de twee grootste supermarktketens samen.

Dat het New Labour-gevoel belangrijker is dan de uitvoering van bijbehorende ideeën staat in een tijdens de veldslag gelekte Downing Street-memo. Volgens de opsteller ervan moet Blair daarom in een “golf van euforie” afscheid nemen van het Britse volk, waar New Labour de politiek tak van zou moeten zijn. Een hilarische homevideo over het leven in een ambtswoning à la Clinton, is te bescheiden. “He needs to go with the crowds wanting more. He should be the star who won’t even play the last encore.” Daar horen optredens in het kinderprogramma Blue Peter en Songs of Praise bij_,_ waarin de Heer middels hymnen als Ride On, Ride On in Majesty!, I, the Lord of Sea and Sky en The Strife is O’er wordt geprezen. De auteur van de St Albion Parish News-rubriek in het satirische magazine Private Eye, waarin Blair als een vals bescheiden en hippe (‘Hullo!’) pastoor wordt neergezet, had het niet kunnen bedenken.

Bovendien moet er een afscheidstournee komen in de vorm van een reis, met elk denkbaar transportmiddel, langs “iconische gebouwen” uit Tonyland. Het zullen niet de ziekenhuizen zijn waar de Burger King-voorzieningen de enige functionerende afdeling is, de scholen waar geen wiskunde meer wordt gegeven en het leger dat in Afghanistan vecht met materiaal uit Dad’s Army. Op deze plaatsen is men inderdaad euforisch, met het feit dat Blair weggaat. In de media wordt gespeculeerd of Blair’s Bigger Bang zal beginnen of eindigen bij het ultieme icoon: de Millennium Dome, een feesttent die meer dan een miljard pond en twee bewindlieden hun baan heeft gekost, al jaren leeg staat en zal eindigen als een casino.

De memo toont vooral het verlies van realiteitszin op 10 Downing Street, te vergelijken met dat op Buckingham Palace na Diana’s dood. Uit de dagboeken van ex-spindoctor Lance Price blijkt deze ontwikkeling al jaren aan de gang is en in The Daily Mail trok Peter Oborne een vergelijking met de situatie in de bunker van waaruit Adolf Hitler tegen het einde van de oorlog niet-bestaande divisies dirigeerde. Uit de praktijk is gebleken dat een Britse premier na ongeveer zes jaar een fantasiewereld binnentreedt. Winston Churchill werd met de dag banger voor verhuiswagens en Margaret Thatcher zag, vanuit de Rolls, demonstrerende burgers op een zeker moment aan voor juichende fans. Het Downing Street-syndroom is volgens de Conservatieve politicus en journalist Boris Johnson gebaseerd op een typische mokwijsheid: “Whom the gods would destroy, they first make mad.”

Patrick van IJzendoorn

Duitse Hirsi Ali stopt ermee

Jarenlang zette Seyran Ates zich in als advocate van onderdrukte moslimvrouwen. Maar de aanhoudende doodsbedreigingen werden haar teveel.

BERLIJN – Seyran Ates (43) werd in haar leven geslagen, bedreigd en zelfs neergeschoten. Maar nooit gaf de advocate van Turkse afkomst de strijd op. Door haar niet-aflatende verzet tegen de onderdrukking van islamitische vrouwen geldt ze in Duitsland als het equivalent van Ayaan Hirsi Ali.

Met haar Nederlandse collega heeft de flamboyante Seyran Ates gemeen dat ze politieke ambitie koppelt aan scherpe kritiek op de islam. Ze is door een Turkse koepelorganisatie ‘hysterische feministe’ genoemd, ze verklaarde de multiculturele maatschappij mislukt en sprak schamperend over ‘de georganiseerde onverantwoordelijkheid’. Ook noemde ze haar mede-Turken in Duitsland ‘achterlijk’: «Die komen allemaal uit Anatolië en hebben zich met hun islamitische tradities in Duitsland teruggetrokken. Werkelijke integratie heeft hier niet plaatsgevonden en dat is ook de schuld van de Duitse politiek.’ Maar anders dan Hirsi Ali bleef ze de sociaal-democratie trouw. En anders dan Ali kreeg ze nooit politiebescherming.

Na twintig jaar strijd tegen het verplicht dragen van hoofddoekjes, gedwongen huwelijken en eerwraak, gooide Ates afgelopen week volkomen onverwacht het bijltje erbij neer. Op haar website verklaart ze onder meer: ‘Het is mij pijnlijk duidelijk geworden hoe gevaarlijk het werk als advocaat was en hoe weinig ik als individu word beschermd.’

Onlangs werd ze voor de zoveelste keer in elkaar geslagen. Midden op straat in Kreuzberg, de roemruchte migrantenwijk van West-Berlijn. Dader was de echtgenoot van een cliënte die ze die dag voor de rechtbank had bijgestaan in een scheidingszaak. Behalve dat hij haar sloeg, brulde de man tegen Ates: ‘Jij hoer, welke smoesjes prent jij mijn vrouw in haar hoofd?’ Niemand greep in.

De Duitse publieke opinie reageerde geschokt op Ates’ verrassende capitulatie. Politici van links tot rechts betuigden hun sympathie. De orde van advocaten bood haar een nieuw kantoor aan en de Berlijnse senaat wil haar nu toch politiebescherming geven. Maar Ates weigert: ‘Ik wil niet 24 uur per dag bewaakt worden of het land verlaten, net als Hirsi Ali.’

Seyran Ates weet als geen ander hoe hoog de prijs voor persoonlijke vrijheid is. Haar zevenkoppige Turkse familie verhuisde in 1969 van Istanbul naar een simpele éénkamerwoning in de West-Berlijnse arbeiderswijk Wedding. Daar werd ze door haar vader en broers mishandeld. Ze mocht niet alleen buiten spelen. Op haar zeventiende verliet ze halsoverkop het ouderlijk huis. Ze woonde in woongroepen of logeerde bij vrouwen. Uiteindelijk vond ze toevlucht bij een bevriende advocate, die haar overhaalde rechten te studeren. In 1984 werd ze in een centrum voor migrantenvrouwen met familieproblemen door een vijftigjarige Turk, een lid van de extreem-rechtse Grijze Wolven, neergeschoten. De vrouw naast haar stierf.

Alle tegenslag motiveerde haar om zich voor de moeizame integratie van migranten in te zetten. Maar het kan te veel zijn.

ROB SAVELBERG

Nederlandse Hirsi Ali maakt furore

De eerste werkdagen in Washington van Neerlands enige echte politieke diva.

WASHINGTON – Hoe lang zal het duren eer de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan, de zoon van Isse, de zoon van Guleid, hen allen van het geslacht Osman, ook in haar nieuwe thuisland zonder achternaam door het leven kan? De politieke diva begon vorige week dan eindelijk aan haar Amerikaanse avontuur. Een dag na aankomst in Washington woonde ze al een conferentie bij van het American Enterprise Institute (aei), waar ze vanaf heden resident scholar is. Het aei had de week van 11 september uitgeroepen tot themaweek: de strijd tegen het internationale terrorisme. Een stokpaardje van het instituut dat door de usual suspects werd bereden.

Newt Gingrich, de Republikeinse oud-leider van het Huis van Afgevaardigden, kwam vertellen dat acht jaar appeasement onder Clinton had geleid tot twee gebombardeerde ambassades (Kenia en Tanzania) en één [bijna] tot zinken gebrachte boot (de USS Cole). De omstreden Berkeley-jurist John Yoo mocht nog eens uitleggen waarom hij martelen onder omstandigheden goedkeurt en de Geneefse Conventies verwerpt. En wie anders dan Fred Thompson mocht het debat over recht en orde leiden? De luidruchtige Thompson zat tien jaar in de Amerikaanse Senaat, speelde spierballerige bijrollen in films als Die Hard en The Hunt for Red October en houdt vanuit zijn werkkamer bij aei de actualiteit in China en Noord-Korea in de smiezen. Een kleurrijk man, deze Thompson.

En zoals het in Nederland ook zo vaak het geval is: hoe rechtser de club, hoe leuker het feestje. Ook Hirsi Ali moet het zijn opgevallen: achter de eikenhouten deuren van de conferentiezaal in het aei-gebouw wachtten geen kleffe broodjes kaas, maar dampende schalen Chinese kip in oestersaus, kraakverse salade en nog warme chocoladekoeken. Eén-nul voor Amerika. Misschien was het omdat er behalve bovengenoemden ook nog een onderminister op bezoek kwam, Stuart Levey, die zich op het ministerie van Financiën bezighoudt met terreurrekeningen. Levey gaf aan hoeveel dollars hij sinds 9/11 uit verkeerde handen had gehouden.

En toen kwam Ayaan. Ze bedankte de onderminister voor zijn wijze woorden en sprak de hoop uit dat hij ook Europa ervan kon overtuigen dat een extra inspanning op dit gebied is vereist. Niet dat de honderdkoppige zaal direct door had wie ze was: de moderator vroeg of ze eerst even haar naam kon noemen. Toen dat eenmaal gebeurd was, wrongen zeker dertig nekken zich in ingewikkelde richtingen, langs pilaren en tv-camera’s, om de beroemde dame te kunnen zien. De toehoorders wisselden onderling bewonderende knikjes uit, alsof ze zojuist getuige waren geweest van een opzienbarende goocheltruc. Een nadere kennismaking zat er niet in: korte tijd later stond Hirsi Ali al weer in de lift. Haar Amerikaanse avontuur wordt binnenkort kortstondig onderbroken, als Circus Ayaan zich even naar Nederland verplaatst voor de presentatie van haar autobiografie, Mijn vrijheid.

De lijst met interviewverzoeken is eindeloos, zo laat haar jeugdige assistent bij aei weten. Jurgen Reinhoudt – tijdens zijn studententijd op Princeton hoofd fondsenwerving van de College Republicans – is een Nederlandse Amerikaan die nog voor de conservatieve Burke Stichting heeft gewerkt en medeauteur is van een werkje met de titel Nederland subsidiestaat. Het American Enterprise Institute is bovenal een bolwerk van ongebreidelde vrijemarktdenkers en anti-evildoers. In haar strijd voor de moslimvrouw heeft Hirsi Ali het gelijk aan haar kant, maar het gebulder dat ze bij haar eigen instituut moet overstemmen, is akelig luid.

EELCO BOSCH VAN ROSENTHAL

Citroenen tegen aids

Het dieet van een Nederlandse natuurgenezeres blijkt een belangrijke inspiratiebron voor het Zuid-Afrikaans aids-beleid.

AMSTERDAM – De Zuid-Afrikaanse minister van Volksgezondheid, zelf arts, adviseert mensen onder meer rode bieten, citroenen, knoflook en Afrikaanse aardappelen te ‘slikken’ in plaats van aids-remmers. Dat opvallende dieet is afkomstig van de naar Zuid-Afrika geëmigreerde Nederlandse genezeres Tine van der Maas. Ze speelt daarmee in op de lokale armoede (reguliere aidsremmers zijn voor de meeste Zuid-Afrikanen te duur) en op de reeds bestaande cultuur van natuurlijke en religieuze geneeswijzen. Ook spint ze goed garen bij het wijdverbreide geloof dat antiretrovirale middelen je ziek maken en medicijnmannen je kunnen genezen. In de Zuid-Afrikaanse pers verschijnen vaak berichten over rare, vaak shockerende, manieren waarop hiv-patiënten van hun ziekte af proberen te komen. Zo verkrachten mannen baby’s in de hoop dat de maagdelijkheid van pasgeborenen hen zal genezen. Inmiddels is meer dan twintig procent van de Zuid-Afrikaanse bevolking besmet.

Maar opnieuw blijken deze barre remedies niet louter Afrikaans van signatuur. De aan kanker overleden actrice Sylvia Millecam hoefde niet ver te reizen voor haar middeltjes en diëten en de Nederlandse Tine van der Maas heeft nu zelfs een heel ministerie ervan overtuigd dat je met citroenen en knoflook een hiv-besmetting kunt vernietigen. Ze verkondigt ook dat de ziekte niet seksueel overdraagbaar is, maar wordt veroorzaakt door slechte eetgewoontes. Via de minister van Volksgezondheid Manto Tshabalala-Msimang bereiken deze ‘Nederlandse’ opvattingen een miljoenenpubliek.

De adviezen van Van der Maas kregen aanvankelijk voet aan de grond bij medewerkers van het Rode Kruis. En op het eerste gezicht lijkt het dieet inderdaad te werken. Logisch, want als arme mensen die normaal te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen zich aan haar dieet houden, voelen ze zich stukken beter. Maar niet voor lang. Inmiddels is de invloed van de natuurgenezeres een grote frustratie voor hulporganisaties ter plekke die alles in het werk stellen om besmetting te voorkomen en medicijnen te verstrekken. Maar behalve protesteren, kunnen zij weinig doen.

De Zuid-Afrikaanse overheid kan dat wel. Die zou actief campagne moeten voeren voor veilig vrijen en reguliere aids-remmers. En ook Nederland kan een bijdrage leveren. Bij wijze van ontwikkelingshulp zou de regering de Vereniging tegen de Kwakzalverij op Van der Maas af kunnen sturen. Om te beginnen.

FRANCINE WILDENBORG