WEEK 39

DEZE WEEK

Martelen uit loyaliteit

Loyaliteit onder militairen is onontbeerlijk. Maar het kan ook leiden tot het begaan en verzwijgen van oorlogsmisdaden.

AMSTERDAM – ‘De soldaten kwamen op ons af rennen en schreeuwden in het Engels. We begrepen niet wat ze zeiden’, vertelde Jan Mohammed aan de Los Angeles Times. Ruim drie jaar geleden werd hij met zijn broer Wakil gevangen genomen, vlak nadat een eenheid van Amerikaanse special forces in een hinderlaag was beschoten. De Afghaanse broers waren ongewapend en reeds gevangen genomen. Ze werden bewaakt door enkele commando’s. Toen Wakil het tweede groepje commando’s schreeuwend op zich af zag komen, deed hij zijn handen omhoog. Er klonk een salvo. Drie kogels sloegen in Wakils lichaam, één raakte hem in zijn mond. Hij was op slag dood.

Het was maart 2003 en de commando’s van Operational Detachment Alpha 2021 waren afgegleden naar een gung-ho-_status, hun militaire specialisme onwaardig. Een anoniem lid van het team meldde de _Los Angeles Times dat oda 2021 verwikkeld was in een ‘bloedwraak’ met de strijders van krijgsheer Pacha Khan Zadran. De krijgsheer liet zijn militie controleposten bemannen op de weg tussen Gardez en Khowst in het oosten van Afghanistan. Vrachtwagens moesten tol betalen. Meestal zo’n tien, vijftien dollar.

De commandant van oda 2021 had iets te bewijzen. Zijn mannen behoorden tot de Nationale Garde. Hij wilde laten zien dat zijn commando’s minstens zo gehard waren als die van het reguliere leger, dat neerkijkt op de gardisten. Dus trokken zij er vanuit hun firebase in Gardez op uit om te jagen op militieleden. Hun gevangenen werden keihard ondervraagd. Ze moesten dag en nacht geblinddoekt op hun knieën zitten en ze werden in hun rug getrapt. Hun voetzolen en handpalmen werden bewerkt met stokken, er werden nagels uitgetrokken en vuurwapens naast hun hoofden leeggeschoten. Naast Wakil stierf nog een gevangene, een jongen van achttien, die bezweek tijdens de ondervragingen. Een groep militieleden werd 58 dagen vastgehouden. Uiteindelijk werden ze op last van de Afghaanse overheid vrijgelaten, omdat ze nergens van beschuldigd werden.

De aan marteling grenzende ondervragingen en de standrechtelijke executie van Wakil Mohammed komen nu pas aan het licht, omdat de commando’s van oda 2021 hadden besloten te zwijgen over de gebeurtenissen. Op een bijeenkomst werden de verhalen op elkaar afgestemd, opdat een eventueel onderzoek naar misstanden zou stranden. Daarna keerden ze terug naar de VS, waar de mannen als helden werden binnengehaald. Het is te danken aan de volharding van de Los Angeles Times en de mensenrechtenorganisatie Crimes of War Project dat er nu toch ruchtbaarheid aan is gegeven.

Het LA Times-onderzoek bracht aan het licht dat het Rode Kruis al in december 2002 de legertop had gewaarschuwd over mensenrechtenschendingen die werden begaan door Amerikaanse commando’s op de firebases verspreid over het land. Het Rode Kruis ondervroeg meer dan veertig voormalige Afghaanse gevangenen die gefolterd waren. De legertop greep niet in.

Commando’s opereren doorgaans in moeilijk begaanbaar gebied. De verkennings- en gevechtspatrouilles die ze ondernemen duren soms een aantal weken. Hun eenheden zijn klein en de onderlinge band is ijzersterk – wel of niet op elkaar kunnen rekenen kan in een vuurgevecht het verschil betekenen tussen dood of leven. De zaak van oda 2021 toont dat deze loyaliteit kan leiden tot het begaan en het verzwijgen van oorlogsmisdaden.

Nederlandse commando’s werkten vanaf medio vorig jaar tot maart nauw samen met Amerikaanse special forces in de zuidelijke provincie Kandahar. In Uruzgan leverden Nederlandse en Amerikaanse commando’s enkele keren slag met vermoedelijke Taliban-eenheden, waarbij volgens Defensie tientallen strijders werden gedood. Er werd geen melding gemaakt van gevangenen.

JOERI BOOM

De zoete overwinning

van Nasrallah

De prijzen van de dadels op de markt in Cairo vormen een officieuze graadmeter voor de populariteit van politici.

CAIRO – ‘Nasrallah!’ schreeuwen de verkopers over de dadelmarkt. ‘Nu een kilo voor maar 25 Egyptische ponden.’ De Nasrallah-dadel is zacht, niet korrelig en glimt. Het is de lekkerste en duurste dadelsoort op de markt (3,30 euro per kilo) en daarom dit jaar vernoemd naar de man van het moment: Hassan Nasrallah, leider van Hezbollah. De namen die op de dadelmarkt in Cairo tijdens de ramadan aan de verschillende soorten dadels worden gegeven, vormen een officieuze graadmeter voor de populariteit van de wereldleiders in de Arabische wereld.

‘Het was niet moeilijk dit jaar’, vertelt Mohammed Kaskush, eigenaar van een van de honderden stalletjes op de markt die de favoriete ramadanlekkernij verkopen. Boven zijn uitstalling hangt een foto met het stralende hoofd van de Hezbollah-leider. ‘Hij bood dapper verzet aan joden en Amerikanen, hij is een echte man, een echte leider.’ Om dezelfde reden, legt Kaskush uit, kreeg de Iraanse president Ahmadinejad de tweede plaats in het dadelklassement. De Ahmadinejad-dadel kost slechts vijftig eurocent per kilo minder. Die is bijna net zo lekker, beweert Kaskush, ‘misschien iets minder zoet’.

Maar de meeste omzet haalt Kaskush dit jaar uit de dadels die ‘Chávez’ heten, vernoemd naar de Venezolaanse president. Die gaat immers dagelijks te keer tegen de Amerikanen en trok zelfs zijn ambassadeur uit Israël terug, wat hem een geheide plaats in het klassement opleverde. Al is hij een ongelovige. De populariteit van de Chávez-dadel, denkt Kaskush, is vooral te danken aan de prijs-kwaliteitverhouding. ‘Ik moet vaak uitleggen wie hij is.’

Ook de laagste kwaliteit dadels krijgen een bijnaam op de markt. ‘Maar dat is meer voor de grap, anders zou niemand ze meer kopen. Want wie stopt er nou een Olmert-dadel in zijn mond?’ Een meeluisterende oude man trekt demonstratief z’n slipper uit en begint woest op de zak met verschrompelde Olmert-dadels in te slaan, tot groot plezier van de omstanders.

De Israëlische premier nam de rode lantaarn over van zijn voorganger Ariel Sharon, die zijn naam ook slechts aan een zure dadel kon geven. ‘We hadden deze dadels net zo goed naar Bush kunnen vernoemen’, verzekert Kaskusk. ‘Maar er kan er maar één de slechtste zijn.’

De traditie is nog niet zo oud. Voor 11 september 2001 kregen de dadels tijdens de ramadan nog namen van filmsterren. Maar dat veranderde met de aanslagen in New York, waarna de beste dadel ‘Bin Laden’ werd genoemd. Sindsdien is het dadels vernoemen een politieke aangelegenheid, in een land waar de officiële verkiezingen een farce zijn. Chirac kreeg de afgelopen jaren zelfs twee keer een vermelding in het dadelklassement. Eerst scoorde hij hoog, door zijn verzet tegen de invasie van Irak, maar later kreeg hij juist een heel goedkope dadel achter zijn naam, toen hij het Franse wetsvoorstel tekende dat het dragen van een hoofddoek in openbare gebouwen moest verbieden.

EDUARD PADBERG

Regel is regel

De Britten balen weer eens van Europese richtlijnen uit Brussel. Juist omdat ze die zo serieus nemen.

LONDEN – Autorijdend Engeland is boos. Volgens een nieuwe wet mogen kinderen tot twaalf jaar namelijk alleen in een speciaal kinderzitje met de auto mee. Ouders die al strijd leveren om een krijsende kleuter in een zitje te hijsen, moeten nu ook opgeschoten jongvolwassenen in een speciaal stoeltje zien te krijgen. Afgezien van de praktische ellende kleeft er een specifiek probleem aan deze wet: hij is geïmporteerd uit Brussel.

Er gaat in het Verenigd Koninkrijk zelden een week voorbij zonder aandacht voor de Europese Unie. Naast fijn gemopper over pro-Europese proefwerkopdrachten op scholen, een experimentele Europese landkaart (waarop Kent bij Frankrijk hoort, Schotland bij IJsland en Cornwall bij Portugal) en een veel te prominent wapperende Europese vlag bij een persconferentie van de minister van Binnenlandse Zaken, is er ook ruim aandacht voor de geschiedenis van de Unie. Neem recentelijk de vierdelige radioserie Forging the Union op de bbc. Daarin vertelde ex-diplomaat Sir Nico Henderson dat de Unie er anders zou hebben uitgezien wanneer het Verenigd Koninkrijk reeds vanaf het begin een voortrekkersrol had gespeeld.

Deze achterstand speelt de Britten nog steeds parten. Vooral omdat ze de regels van het spel nauwelijks begrijpen. Daarom volgen ze als geen ander de Europese richtlijnen. Terwijl de Fransen en de Duitsers straffeloos fundamentele financiële afspraken negeren, wordt in het Verenigd Koninkrijk de meest triviale richtlijn met grote daadkracht geïmplementeerd en nageleefd. Neem de begrafenis van het populaire renpaard Best Mate, een jaar geleden. De eigenaar wilde dit veredelde huisdier op een mooie plek begraven, maar de gemeente Exeter bepaalde dat het dier moest worden verbrand, omdat een paard volgens EU-normen een commercieel dier is. ‘We zijn hier om wetten te handhaven, niet om ze om te buigen’, aldus een ambtenaar.

Eenzelfde soort onbuigzaamheid speelde bij het stilleggen van kerkorgels. De EU had bepaald dat er geen lood mocht zitten in elektronische muziekinstrumenten. Eurocommissaris Margot Wallström moest eraan te pas komen om het Britse ministerie van Handel & Industrie uit te leggen dat dit echt niet gold voor eeuwenoude kerkorgels. Zo kon het ministerie ook voorkomen dat ambtenaren in Wales bepaalden dat slagers door een EU-richtlijn aangaande het gebruik van dierlijke reststoffen geen kluiven meer mochten geven aan honden. En in welk land krijgt iemand, op grond van gescheiden-afvalrichtlijnen, een boete voor het niet verwijderen van het venster van een enveloppe?

Britse politici en ambtenaren beschouwen een richtlijn als een wet, die, zonder het gezond verstand in te schakelen, meteen moet worden ingevoerd. Gepokt met de rule of law en gemazeld met een liefde voor fair play, interpreteren ze richtlijnen bovendien zeer letterlijk, om vervolgens over te gaan op een overijverige naleving, waarna de inwoners de ontstane ellende mopperend, maar voor de rest lijdzaam ondergaan. Er zijn weinig landen waar bureaucraten meer macht hebben dan in het Verenigd Koninkrijk. Sterker, het aantal woorden van een Europese richtlijn neemt toe zodra deze in Londen tot wet is vertaald. In die zin is de Britse haat jegens Brussel een vorm van zelfhaat. Aan gene zijde van het kanaal wordt ondertussen geamuseerd gekeken naar die goedaardige Britten met hun kinderzitjes. In The Daily Telegraph schreef een Française: ‘Hier hoor ik niets over kinderzitjes. Ik heb met veel mensen gesproken en niemand is bereid deze richtlijn te accepteren.’

PATRICK VAN IJZENDOORN

Verboden peilingen

Bijna twee derde (64 procent) van de Chinezen wil niet als Chinees terugkeren op aarde. Reden om de berichtgever te ontslaan.

BEIJING – Het zijn er eerder enkele tientallen dan ‘duizenden’, zoals NRC Handelsblad eerder deze maand slordig meldde, maar bij het recente aantal slachtoffers van de Chinese mediacensuur moeten nu toch weer twee man worden opgeteld. Redacteuren Tang Yan en Liu Xianghui zijn afgelopen week door het webportaal Netease op staande voet ontslagen. Ze hadden op hun website een peiling gehouden. 64 procent van de respondenten antwoordde nee op de vraag: ‘Als je opnieuw zou worden geboren, zou je dan weer Chinees willen zijn?’ De overheid reageerde direct: uit de lucht ermee.

Gelukkig waren de intrigerende uitkomsten van de enquête nog net te achterhalen:

38,1 procent wil niet als Chinees terugkomen omdat Chinezen geen respect krijgen;

17,4 procent niet omdat woonruimte te duur is en het goede leven nog te lang op zich laat wachten;

0,4 procent niet omdat er geen goede cartoons op tv te zien zijn – vanaf vorige maand zijn buitenlandse cartoons van de buis verbannen;

0,7 procent niet omdat je in China geen satirische webvideo’s mag maken;

en 7,8 procent niet zonder duidelijke reden.

6,3 procent wil juist wel als Chinees terugkeren, omdat Chinezen nakomelingen van de mythische draak zijn;

1,7 procent wel omdat de economie goed gaat en de toekomst er prima uit ziet;

6,7 procent wel omdat de nationale ‘eindeloze’ geschiedenis en rijke cultuur ze met trots vervult;

2,7 procent is gewoon gelukkig en verwacht hetzelfde voor een volgend leven als Chinees;

en 18,2 procent houdt van het moederland en dat is al reden genoeg om weer als Chinees terug te willen keren op aarde.

Volgens een pro-regeringsblog is de weinig vaderlandslievende uitkomst het gevolg van fraude. ‘Staatsvijanden’ zouden met speciale software volautomatisch om de paar seconden hun stem hebben uitgebracht. Ook zouden de redacteuren geknoeid hebben met de cijfers. Hoe het ook zij, voor Chinese begrippen is het niet minder dan revolutionair dat de enquête zelfs maar tijdelijk in alle openheid kon worden gehouden.

ANNE MEYDAM

Lenin in het hart

Is de simpele herinnering aan het sovjetjuk voldoende om de staat te wantrouwen? Nee. Twee Amerikaanse economen tonen aan dat het, ondanks Bush, omgekeerd is.

AMSTERDAM – ‘Wij Polen’, beweerde een Poolse Amerika-correspondent in Washington DC, ‘houden nog altijd van Bush. Omdat wij weten hoe het is om in onvrijheid te leven. Sociaal-democraten in West-Europa begrijpen nog altijd niet hoe gruwelijk het leven onder het communisme was.’

De gedachte klinkt logisch: juist onder hen die het hebben meegemaakt, is de tegenreactie het sterkst. Toch doen verkiezingsuitslagen in het voormalige Oostblok anders vermoeden. Net als de populariteit, juist ook in het Oosten, van de film Goodbye Lenin, waarin de nostalgie naar het sovjettijdperk op een grappige en tegelijk tragische manier invoelbaar wordt. Kortom, heeft meer dan veertig jaar communistische ideologie toch iets achtergelaten in de harten van de mensen?

De twee Harvard-economen Alesina en Fuchs-Schundeln stelden zichzelf dezelfde vraag. En zij kwamen op het idee om Duitsland op te vatten als een Head-and-Shoulders-test. Op de ene helft van het hoofd wel antiroosshampoo, op de andere niet. Want al kende het land tot 1945 één en dezelfde culturele geschiedenis (anders dan Polen en Nederlanders of Fransen en Hongaren), wonen de Ossi’s en de Wessi’s inmiddels weer in hetzelfde land en spreken ze nog altijd dezelfde taal, wellicht kijken ze, ingegeven door het communisme – de ene helft – en het kapitalisme – de andere helft – toch anders naar de wereld.

Dat blijkt inderdaad het geval. In het artikel Goodbye Lenin (or Not?): The Effect of Communism on People’s Preferences constateren zij dat ook na de Duitse eenwording de meeste Ossi’s een ontegenzeglijk andere kijk hebben op de overheid, vooral als het gaat om het sociale vangnet en de verdeling van inkomen. De auteurs concluderen dat ‘de jarenlange blootstelling aan het communisme de Oost-Duiters veel meer pro-staat heeft gemaakt dan de West-Duitsers’.

Alesina en Fuchs-Schundeln zijn economen, dus in hun verklaringen vlakken ze het eigenbelang niet uit. Ossi’s zijn aanzienlijk armer – en vaker werkloos – dan West-Duitsers. Veel van hen hebben persoonlijk belang bij een grote, vrijgevige overheid. Maar logisch calculeren, benadrukken de auteurs, verklaart maar een deel van de spectaculair verschillende antwoorden die Wessi’s en Ossi’s op dezelfde vragen geven. Wat te denken, bijvoorbeeld, van het veel grotere aantal Oost-Duitsers in alle gelederen van de samenleving dat meent dat ‘sociale voorwaarden individueel succes bepalen, veel meer dan individuele inspanningen, prestaties of initiatief’? Die opvatting dient niet louter als verklaring voor eigen falen, aangezien ook succesvolle Oost-Duitsers haar zijn toegedaan. Sterker, uit internationaal onderzoek blijkt dat de neiging om ‘het systeem’ verantwoordelijk te houden voor individueel succes, nog altijd van oost naar west loopt, van Vladivostok tot Los Angeles.

Het onderzoek laat de Poolse Amerika-correspondent in de kou staan. Hij kan er de pro-Bush standpunten uit het verleden van zijn land niet mee verklaren, want hetzelfde verleden kan bij zijn westerburen leiden tot een grotere achting voor sociaal-democratische uitgangspunten. Leven onder het sovjetjuk volstaat niet als argument, of het nu voor of tegen Bush’ binnenlandse en buitenlandse politiek is.

PIETER VAN OS