Week 36

Deze week

Turkse twijfels

Op 3 oktober moeten de onderhandelingen tussen de Europese Unie en Turkije beginnen.

«Als zij ook maar iets voorstellen dat minder is dan het volledige lidmaatschap, of als ze ook maar één nieuwe voorwaarde aan het lidmaatschap stellen, lopen we weg. En deze keer voorgoed.» Abdullah Gul, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, was heel stellig in The Economist. Het begin van de toetredingsonderhandelingen staat gepland voor 3 oktober. Het is echter allerminst zeker of ze dan van start zullen gaan, ook al zwakte Gul zijn uitlatingen later af.

De huidige problemen komen voort uit de deling van Cyprus en het Turkse gedraai rond de erkenning van het Griekse deel van het eiland. Om te kunnen deelnemen aan de onderhandelingen moest Turkije een protocol tekenen ter uitbreiding van zijn douane-unie met de tien nieuwe EU-lidstaten, waaronder Cyprus. Turkije erkent slechts de regering in het noordelijke, etnisch Turkse deel van het eiland. In 1974 pleegde Turkije een invasie om haar volksgenoten te steunen tegen de etnische Grieken die het eiland domineren. In dat jaar ondernam een Griekse kolonel, onder protectie van de militaire junta in Athene, een staatsgeep tegen aartsbisschop Makarios en leverde de Turken zo het formele alibi voor hun interventie op het eiland.

Sinds die tijd is het eiland gedeeld. De Grieks-Cypriotische regering wordt door de Turken niet erkend, maar wel door de EU, die haar zien als de enige wetmatige regering op Cyprus. In mei 2004 werd Cyprus als verdeeld eiland toegelaten tot de Unie. De regels en voordelen van de Unie zijn slechts van toepassing op Grieks-Cyprus.

Turkije ondertekende het douane protocol, maar verklaarde dat dit niet betekende dat het Cyprus (dat is: Grieks-Cyprus) zou erkennen. In een aparte clausule werd Cypriotische schepen en vliegtuigen de toegang tot Turkse havens en vliegvelden ontzegd. Dat leidde tot stevige reacties van enkele Europese regeringsleiders. Chirac waarschuwde Turkije in een toespraak dat het moest handelen in de geest van een waardige lidstaat van de Unie. Daarbij past het niet-erkennen van een EU-lidstaat niet. Dat levert volgens Chirac «politieke en legalistische problemen» op. De reactie van Angela Merkel, als CDU-leider de favoriet in de aanloop naar de Duitse parlementsverkiezingen op 18 september, sprak ook boekdelen. Haar partij is geen voorstander van Turks lidmaatschap. Merckel stelde voor – ze schreef het in een brief aan elf Europese regeringsleiders – dat Turkije in plaats van lidmaatschap een «geprivilegieerd partnerschap» van de Unie in het vooruitzicht moet worden gesteld. Ook de Europese Commissie gooide de deur dicht. Olli Rhein, de commissaris verantwoordelijk voor de uitbreiding, noemde de volledige implementatie van het douaneprotocol «een duidelijke rode lijn voor de EU en geen onderwerp van onderhandelingen».

Opnieuw blijkt hier een merkwaardige selectieve vergeet achtigheid van Europese regeringsleiders. Eerder al «vergaten» ze hoe ze zonder ruggespraak met hun bevolkingen tot de ene na de andere wet, richtlijn en uitbreiding besloten – wat door de burgers hard werd afgestraft in de Nederlandse en Franse grond wets referenda. Nu doet de Unie het voorkomen alsof de Turken de boosdoeners zijn, maar ze vergeet dat ze de problemen aan zichzelf te danken heeft. Wat stelselmatig uit het EU-verhaal wordt weggelaten, is dat de Turks-Cyprioten, in een laatste poging de problemen op het eiland op te lossen, in een referendum met een overweldigende meerderheid vóór hereniging stemden. Het waren de Grieks-Cyprioten die met hun nee-stem de hoop de bodem in sloegen. Door Grieks-Cyprus toch toe te laten heeft de EU een politiek risico genomen dat nu slecht uitpakt.

Of Turkije nu uiteindelijk toetreedt of niet – daarvan zou pas sprake kunnen zijn in 2014 of later – goede betrekkingen met de Poort naar Azië, cultureel thuisland van menige EU-burger, is van essentieel belang voor de Unie van 25.

JOERI BOOM

Kennis is conflict

De traditionele opening van het academisch jaar van de Universiteit van Amsterdam ging dit jaar anders dan in voorgaande eeuwen gepaard met veiligheidsmaatregelen.

De bezoekers ondergingen de politiebusjes, de gespierde mannen met oordopjes en het screenen van tassen vrolijk en gelaten. Maar de situatie is krankzinnig. Het centrum van de vrije geest werd door de aanwezigheid van één gastspreker – Ayaan Hirsi Ali – bedreigd.

Zou de blinde haat jegens Hirsi Ali met méér te maken hebben dan met haar ongezouten kritiek op de fundamentele kanten van de islam en de multiculturele po litieke houding van weleer? Ligt de verklaring niet ook in het feit dat ze zich met haar universitaire graad en haar koele, afstandelijke toon heeft losgemaakt van haar natuurlijke ach tergrond en achter ban?

Wie naar het betoog van socioloog Abram de Swaan luisterde, kon tot deze conclusie komen. Hij had het over de universiteit als statusfabriek: kennisproductie biedt sociale stijgingskansen, een bul maakt jonge mensen rijker, mach tiger en aanzienlijker dan hun leeftijdgenoten zonder academische opleiding. Hij noemde het loyaliteitsconflict van de eerst af gestudeerde in een gezin ten op zichte van de eigen sociale achtergrond. Door het einddiploma treedt de student voorgoed toe tot een stand die boven die van de ouders ligt, en dat genereert jaloezie jegens het geslaagde kind. Zo legde De Swaan een relatie tussen de studentenrevolte en de democratiseringsgolf in de jaren zestig. Veel links-radicale studenten kwamen uit een niet-academisch mi lieu en gingen zich vanuit een lo yaliteitsconflict tegenover hun ou ders «arbeideristischer dan ar bei ders gedragen». Met hun doorgeschoten proletarische solidari teit probeerden zij te verhullen dat ze het ouderlijk milieu zouden overstijgen. En nu? De Swaan: fanatieke jonge islamieten zouden in hun doorgeslagen rechtszinnigheid en vroomheid trouw zijn aan hun ouders en gemeenschap. Door hen zelfs te overtreffen in godsvruchtigheid, willen ze aantonen dat ze hun herkomst niet verraden.

Of dit per se een academische graad moet zijn of ook een schooldiploma kan zijn, liet De Swaan in het midden. Maar duidelijk is dat er bij de tweede generatie moslimmigranten een botsing bestaat tussen twee werelden: het thuisfront van veelal ongeletterde, gelovige ouders versus de school en de buitenwereld. De innerlijke verwarring kan leiden tot het omarmen van de «pure islam» als de ware identiteit.

Ayaan Hirsi Ali herkende zichzelf in de woorden van De Swaan, maar dan omgekeerd. Voorafgaand aan haar toespraak stelde ze: «Wat Abram zei is mij inderdaad overkomen. Tien jaar geleden begon ik aan het avontuur op de universiteit. Vijf jaar later was ik afgestudeerd. Mijn ouders zien me vast als een ondankbaar, om hooggevallen kind. Ik ging mijn eigen weg, koos voor geestelijke vrijheid en brak onvermijdelijk met mijn clan en achterban.»

In haar speech benadrukte ze het abstract: wetenschap is ge diend bij non-conformisme: «Als er vanuit religieuze en culturele achtergronden geen ruimte wordt geboden voor nieuwsgierigheid – de centrale drijfveer voor het vergaren van kennis – dan creëert men de eigen armoede, de eigen stilstand.»

Zou de weerstand die ze vaak opwekt bij juist linkse, hoog opgeleide mensen ook te maken hebben met het feit dat ze zich niet opstelt als een stereotiepe allochtoon?

MARGREET FOGTELOO

Joschka Fischer-Show

Het is goed mogelijk dat de Grote Joschka Fischer-Show over een week ten einde is.

BERLIJN – Bij zijn inauguratie als milieuminister in Hessen trok hij zijn oude gympies aan. Als mi nister van Buitenlandse Zaken verruilde hij zijn kloffie voor drie delig grijs. Momenteel strijdt Joseph Fischer (57) om zijn politieke toekomst. Onvermoeibaar toert hij door Duitsland, dat volgens hem sinds 1998 ecologischer, frisser en liberaler geworden is.

Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in de Berlijnse Arena, een thuiswedstrijd in het altijd alternatieve Kreuzberg, beargumenteerde Fischer in hemdsmouwen waarom hij een derde termijn wil: «We moeten de westerwellisering van de maatschappij verhinderen», in een verwijzing naar neoliberaal Guido Westerwelle van de FDP. Volgens de Groenen zullen CDU, CSU en FDP alle verworven heden van rood-groen weer terugdraaien. Kerncentrales zouden langer openblijven, gentechnologie krijgt voorrang en wind energie minder subsidie.

Als cultureel tegenwicht organiseerden de Groenen in de Arena een ouderwetse hippie-soiree. In een theaterstuk werd de legendarische Kommune 1 gepersifleerd. Het decor bestond uit hennepplanten, boeddhabeelden en voor de politie gereserveerde bakstenen, gecompleteerd door mediterende vrouwen, gebroken families en bloemenmeisjes. Op de Wahlparty van Bündnis 90/Die Grünen kon je ook koken met consumentenminister Renate Künast, een homoseksueel huwelijksfeest op een boot meemaken of luisteren naar de band Mariannenplatz, genoemd naar het plein waar op 1 mei traditioneel grote rellen plaatsvinden.

«Ich liebe Joschka», bezweert Nina Queer. «Hij is een echte popster en heeft, na vier gestrande huwelijken, een 28-jarige Iraanse vriendin.» Ze is verdrietig dat Joschka binnenkort weer in de oppositiebanken kan zitten.

De toon van Fischer is echter zelfverzekerd. In zijn afsluitende toespraak pareert hij een aanval van ontevreden aanhangers, die een spandoek uitrollen, door hen op de bühne uit te nodigen. Fischers methode is heel wat soevereiner dan zijn bodyguards, die de partijdissidenten al met zachte hand wilden verwijderen.

«Laat je rugzak maar staan, ik ben niet bang voor bommen», grapt Fischer.

«Willen jullie dan de Taliban, vrouwenonderdrukking of Milosevic terug hebben?» bitst Fischer.

Joost Lagendijk, europarlementariër voor GroenLinks, is ook bij de verkiezingsbijeenkomst aan wezig. «Je herkent zijn straatvechtersstijl. Ze voeren een ultramoderne verkiezingsstrijd met alle wapens van de pr. Daarbij behouden ze hun alternatieve, ouderwets gezellige sfeer.»

Niet iedereen zou willen dat Joschka’s Groenen nog een derde kans krijgen. Daniel Cohn-Bendit vindt het geen ramp om in de oppositie plaats te nemen.

Ook partijvoorzitter Reinhold Büttikofer bereidt zich innerlijk op dit lot voor. «Maar deze generatie politici van 1968 is nog niet afgeschreven.»

ROB SAVELBERG

Klantgericht stemmen

Bijna vier miljoen Britten ontbreken in het kiesregister, bleek afgelopen week. De overheid heeft er al genoeg moeite mee om hen die er wel op staan optimaal te bedienen.

LONDEN – De eerste zieke vogel heeft Europa nog niet bereikt of Ken Livingstone, de burgemeester van Londen, heeft al één miljoen pond uitgegeven aan vaccinaties. Deze zijn niet bedoeld voor de gewone burgers van de hoofdstad maar voor alle gemeenteraads leden, databeschermers, parkeerbeheerders, inclusiviteitswerkers en niet te vergeten de leden van de diverse Electoral Services Offices.

Het is een vergissing te denken dat verkiezingsambtenaren het slechts eens in de vier jaar druk hebben. Integendeel. Dat ze geen moeite hebben om zichzelf bezig te houden tijdens het democratische laagseizoen bleek uit de post die de stemgerechtigden van de deelgemeente Lewisham onlangs ontvingen. Kiezersonderzoek, ver krijgbaar in alle talen, middeleeuws Latijn uitgezonderd. Er staan geen vragen in over het stemgedrag van de afgevaardigde in Westminster, maar over het stemmen zelf.

In deze complexe wereld blijkt zelfs dit geen eenvoudige handeling meer te zijn. Dat merkte ik bij de vraag die het neefje van mijn vrouw stelde toen we ons afgelopen voorjaar opmaakten om, net als de helft van de andere kiesgerechtigden in dit socialistisch-apathische deel van Londen, onze democratische plicht te voldoen. «Moet je zelf een pen meenemen?» Een zorg die niet bij me opgekomen was, maar zo gek niet was.

Deze kwestie was echter niet opgenomen in de vragenlijst die de postbode had bezorgd.

Afgezien van een reeks vragen over de etnische achtergronden binnen het huishouden, ging het over de stembelevenis. «Was het personeel beleefd en vriendelijk?», alsof er op het stembureau thee met een wolkje melk klaarstond, of, om in de sferen van New Labour te blijven, een glas mineraalwater.

De daarop volgende vragen hadden afkomstig kunnen zijn van Alexander Pechtold, de Nederlandse minister van Bestuurlijke Vernieuwing. Hoewel de Britse regering door satirici wordt neergezet als een parochie met een hippe voorganger en onderwijs de heilige graal is, raakt het stemmen in kerken en scholen ook hier uit de mode.

Stemmen nabij supermarkten – de Pechtold-doctrine – ligt hier echter wat lastiger omdat Sainsbury en Tesco relaties hebben met New Labour, terwijl Asda en Marks & Spencer wat meer naar de Conservatieve kant neigen.

De Britten zoeken het, blijkens deze questionnaire, dan ook meer in de techniek: stemmen via sms, internet, telefoon, digitale televisie en de post. Dat laatste verliep tijdens de recente verkiezingen niet optimaal. Vier Brits-Pakistaanse gemeenteraadsleden had den in Birmingham voor, zoals de rechter het noemde, bananen republiek-achtige taferelen ge zorgd door postbodes van de Royal Mail om te kopen.

Ook elders in het land bleek stemmen per post fraudegevoelig te zijn. In de Londense wijk Hammersmith & Fulham sprong BBC-radiopresentator John Humphrys, in gezelschap van zijn zoontje aan wie hij het democratische proces wilde tonen, uit zijn vel toen hij van het beleefde stembureau personeel te horen kreeg dat er reeds iemand, via de post, onder zijn naam had gestemd.

Zonder dat er dure onderzoeken aan te pas zijn gekomen, is in het dorpje Chiddingstone Hoath, Kent, de oer-Engelse sleutel ge vonden tot een hoge opkomst: stemmen in de pub.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Antishariadag

Dit jaar is 8 september wereldwijd uitgeroepen tot antishariadag.

Tegenstanders zijn bang dat de islamitische rechtbank sluipenderwijs binnendringt in de westerse samenleving. Deze rechtsspraak op grond van religieuze overtuiging is niet alleen een concrete ontkenning van de scheiding van geloof en staat. Bij familiekwesties of seksueel gerelateerde zaken is de positie van de vrouw zwak. Bij verkrachting moet zij als slachtoffer haar eigen onschuld maar zien te bewijzen. Scheiding aanvragen door de vrouw is verboden. Vonnissen waardoor meisjes gestenigd worden vanwege overspel zijn regelmatig aanleiding voor mondiale handtekeningenacties.

Het wekt dan ook verbazing dat het democratische migratieland Canada op het punt staat om de sharia in Ontario officieel mogelijk te maken. Nota bene in deze conservatieve provincie bestaat sinds 1991 voor moslims de mogelijkheid om bij conflicten naar een officieuze sharia-rechtbank te gaan.

Dit kan door de zogenaamde Arbitration Act. Deze wet biedt bedrijven de mogelijkheid om onderlinge ge schillen te laten regelen door een zelf aangestelde arbitrage, buiten de rechtbank om. Deze vorm van mediation is bedoeld voor «de eigen cultuur van een bedrijf». Een groep moslims deed een beroep op de wet om familiekwesties volgens religieuze tradities en wetten officieus te regelen. Dat werd gehonoreerd, hoewel het vreemd blijft dat familiekwesties onder «bedrijfscultuur» kunnen vallen.

Dat nu gaat Canadese feminis ten en veel (feministische) moslimvrouwen te ver. Ze doen deze week een dringend beroep op het parlement van Ontario om deze stap niet te zetten en de huidige interpretatie van de Act te ontbinden. In de praktijk blijkt dat de officieuze optie van sharia in conservatieve moskeeën nu al wordt aangewend als argument om voor eigen familierechter te gaan spelen. «Laat staan als het straks officieel kan. Dat wordt de vinger en de hele hand», zeggen de actievoerders.

In hun protest krijgen zij deze week steun vanuit verschillende Europese landen, waaronder Nederland.

MARGREET FOGTELOO