Week 48

Deze Week

Olmert wil geen vrede

De Israëlische premier Ehud Olmert maakte deze week een sharoneske draai in de richting van vrede. Opnieuw laten de media zich verblinden door de Israëlische spindoctors.

Het nieuws luidt dat Israël vrede wil. Olmert is akkoord gegaan met een bestand in Gaza, na vijf maanden hard vechten. Hij stelde de Palestijnen een gevangenenruil voor om de ontvoerde Israëlische militair terug te krijgen waar de oorlog om begonnen was, en hij bood aan enkele reisbeperkingen voor Palestijnen op te heffen. Vervolgens hield hij een emotionele speech bij het graf van Ben Goerion, Israëls vader des vaderlands. Hij bood de Palestijnen weer een eigen staat. Vreugde alom. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice belde Olmert op om hem te feliciteren met zijn verzoenende toon.

Dan nu het héle verhaal. De gewapende groepen in Gaza hebben onderhandeld met de Palestijnse president Mahmoed Abbas. Abbas is afkomstig uit Fatah, en is voor Israël aanvaardbaar als Palestijns leider. Een Palestijnse regering onder leiding van Hamas niet. Ook dat is van meet af aan duidelijk geweest. Hamas won met overmacht de verkiezingen, maar de organisatie is in de ogen van Israël een terroristische organisatie die de joden de zee in wil drijven. Daarmee doet Israël dus geen zaken. Het bestand van Abbas is voor Olmert een buitenkans om de Palestijnen uit elkaar te spelen. Het Israëlische geweld van de afgelopen maanden dreef gematigde en extremistische Palestijnen juist in elkaars armen. Dat was het enige doel dat werd bereikt – de beschietingen met Qassam-raketten bleven doorgaan en de ontvoerde Israëlische soldaat werd gevonden noch vrijgelaten. Olmert probeert nu het Israëlische belang te herstellen dat met zijn oorlog in Gaza (die al net zo verloren is als die in Libanon) werd vernietigd.

En dan Olmerts rede bij Ben Goerions graf. Na mooie woorden over verzoening, gevangenenruil en de oprichting van een ‘levensvatbare, soevereine Palestijnse staat’ (zonder daarbij te vermelden dat die natuurlijk geen economische of militaire concurrent van Israël mag worden) sloot Ehud Olmert zijn speech af met een boodschap aan de Palestijnen: ‘Israël is een machtige staat. Laat u niet voor de gek houden door onze interne moeilijkheden, de politieke rivaliteiten of de duistere atmosfeer die we soms verspreiden. In een gewelddadig gevecht zullen wij overwinnen, zelfs als het langdurig is en veel slachtoffers eist; zelfs als het ten koste gaat van onze kwaliteit van leven. De staat Israël heeft zijn kracht in het verleden bewezen en is bereid dat nu opnieuw te doen. Daag ons niet opnieuw uit, want dat zal u komen te staan op veel slachtoffers en verwoesting, op grote ontberingen en wanhoop.’

Vlak na de publicatie van de volledige toespraak maakten de Israëlische veiligheidsdiensten bekend dat Hamas zich via Egyptische tunnels tot de tanden toe heeft bewapend en dat een bestand dus levensgevaarlijk zou zijn voor Israël. Het bestand is onhoudbaar. Ook omdat de gewapende Palestijnse organisaties in Gaza vinden dat het óók geldt voor de Westelijke Jordaanoever. In zijn ‘verzoeningsspeech’ wees Olmert dat van de hand. De Israëlische targeted killings, die doorgaans gepaard gaan met burgerslachtoffers, gaan daar gewoon door. Olmert provoceert daarmee de Palestijnse militanten om het Gaza-bestand te verbreken, waarna Israël ongetwijfeld keihard en bloedig zal terugslaan.

Hoe mooi hij ook spreekt, Ehud Olmert wil geen vrede, maar een korte gevechtspauze. Maar dat is geen nieuws.

JOERI BOOM

Chinese praatjes

De Chinese autoriteiten geven alleen voor de buitenlandse pers hoog op over de mensenrechten. Het werkt: de Amerikaanse organisatie Human Rights Watch ziet liever een dichtgetimmerd raam dan geen raam.

PEKING – Het is dit jaar veertig jaar geleden dat de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten tekenden. Dat leek China een goed moment voor een mensenrechtententoonstelling in het hart van Peking. De tien dagen durende expo is de grootste die in China op dit gebied ooit is gehouden. Het regime zag het als een prima gelegenheid om ‘de oprechte pogingen tot het bevorderen en waarborgen van het recht op leven en ontwikkeling te onderstrepen’.

Daar voegde de vice-voorzitter van China’s Genootschap voor Mensenrechtenstudies nog aan toe dat het gebeuren een ‘raam was waardoor zowel de eigen burgers als buitenlanders de vooruitgang van de mensenrechtensituatie konden gadeslaan’.

Mooie woorden, zeker, maar dat raam zat wel potdicht, behalve voor een select groepje bezoekers en – buitenlandse – journalisten. Toen eerder vorige week demonstranten in de tentoonstellingsruimte luidruchtig petities uitdeelden, vonden de organisatoren dat het raam al veel te ver was opengegaan. Chinezen wisten kennelijk alweer genoeg van hun door de VN gegarandeerde rechten en om verder tumult te voorkomen werd in samenwerking met de politie het gewone publiek vanaf woensdag buiten de deur gehouden. Terwijl zo’n twintig politiemannen de gietijzeren toegangspoorten, in sovjetstijl, van het Cultuurpaleis van Minderheden bewaakten, stonden buiten op de stoep de arrestatiebusjes met draaiende motor klaar. Breedgeschouderde agenten in burger mengden zich onder samenscholende toeschouwers.

‘Ze laten ons niet naar binnen’, zegt de Pekingse Wang Jianping, die voor de tweede keer probeert de tentoonstelling met eigen ogen te zien. ‘Als je een kaartje hebt, mag je naar binnen, maar niemand heeft een kaartje, op een paar Chinezen en buitenlanders na. Het schijnt een mensenrechtententoonstelling te zijn. Maar gewone mensen hebben niet het recht die te bekijken.’ Een dag eerder, vertelde Wang, sleepten de politieagenten enkele demonstranten weg. Een oudere vrouw werd zelfs urenlang opgesloten in de kofferbak van een politieauto, zei ze.

Een politieman aan de poort vertelt dat het strikte toelatingsbeleid het gevolg is van een geringe bezoekerscapaciteit: ‘De organisatoren willen niet dat het binnen te druk wordt.’ Druk is een relatief begrip. Binnen in de enorme expositiehallen is niet meer dan een handjevol bezoekers te vinden: vijf studenten, een paar journalisten en de organisatoren.

De tentoonstelling benadrukt het recht op economische ontwikkeling, boven het recht op burgerlijke vrijheden. In jubelende verhalen waarin krullenjongens steevast miljardair worden, krijgt de bezoeker te horen hoe China in amper twintig jaar de vierde economie ter wereld werd. In de jaren zeventig waren horloge, fiets en naaimachine ‘de drie dingen die draaien’. Dankzij de pijlsnelle economische vooruitgang zijn dat nu de auto, de platbeeldtelevisie en het appartement. Materiële zaken zijn volgens Peking nog altijd veel belangrijker dan individuele vrijheden. Weinig aanleiding dus voor optimisme bij de internationale mensenrechtenorganisaties. Zou je denken. Opvallend genoeg is het Amerikaanse Human Rights Watch het daar niet mee eens. Volgens woordvoerder Mickey Spiegel is alleen de expositie zelf al een positief signaal: ‘Dat die is georganiseerd toont dat Peking mensenrechten langzaamaan serieuzer neemt.’

ANNE MEIJDAM

Chinese lijken in de beurs

In de Amsterdamse Beurs van Berlage is een expositie te zien van kunstig gevilde, geconserveerde en opgezette lijken in fraaie standen en standjes. Lijken uit China. Hoewel ze geurloos zijn stinken ze tot ver over de grenzen.

AMSTERDAM – De heer Guus Bakker is directeur van de Beurs van Berlage aan het Amsterdamse Damrak. Dat gebouw uit 1903 is een van de meest humane voortbrengselen van de moderne bouwkunst, dat na een financieel verleden korte tijd een artistieke en idealistische toekomst leek te krijgen. Zo wordt er sinds enige jaren in januari de Nooit-meer-Auschwitz-lezing gehouden.

Maar als expositiecentrum is de Beurs onder leiding van de heer Bakker een plek geworden van nep en bedrog. Zo kondigden deze zomer affiches aan dat alle schilderijen van Rembrandt er te zien zouden zijn. Dat het om fotografische reproducties ging, konden de bezoekers pas weten als ze eenmaal hun kaartjes hadden gekocht.

Nu heeft Bakker een Amerikaanse tentoonstelling naar zijn Beurs gehaald. Was ook deze maar bedrog! Voor een flinke toegangsprijs mag u er zich tussen 250 menselijke organen vergapen aan 21 geconserveerde en opengewerkte Chinese lijken, echte lijken, opgesteld in fraaie artistieke poses.

Dat heeft iets gekost. Het Amerikaanse bedrijf Premier Exhibitions heeft 25 miljoen euro betaald aan een universiteit in China om de lichamen voor vijf jaar te mogen lenen. De conservatietechniek is gepikt van ene Gunther von Hagen, die al enige tijd met soortgelijke freakshows door de wereld reist. Von Hagen en zijn concurrenten (vaak oud-medewerkers) beschuldigen elkaar ervan dat ze niet legaal aan de lichamen komen en dat ze elkaars patenten schenden. Toen Von Hagen werd verweten dat hij een soort doctor Mengele is die zijn experimenten uitvoert op lichamen van mensen die daar geen toestemming voor hebben kunnen gegeven, omdat ze hoogstwaarschijnlijk in China ter dood zijn gebracht, liet hij een aantal lichamen cremeren. Hij beweert dat hij sindsdien nog slechts Europese en Amerikaanse lichamen gebruikt, van mensen die daar bij hun leven toestemming voor hebben gegeven.

De organisatoren van de Amsterdamse tentoonstelling hebben hun lijken wel uit China aangesleept. Ze ontkennen niet dat de doden nooit om toestemming is gevraagd. Als in China een lichaam niet binnen een maand door de familie is opgeëist, gaat het naar een universiteit voor onderwijs en onderzoek. Die universiteit mag er in principe mee doen wat ze wil, dus ook de lichamen voor veel geld uitlenen of verkopen. Guus Bakker ontkent dat de lichamen van geëxecuteerde gevangenen zijn, maar kan daar geen zekerheid over geven. Zoals bekend is China verantwoordelijk voor meer doodstraffen dan alle andere landen van de wereld bij elkaar. Het zijn er volgens Amnesty International in 2005 minstens 1770 geweest, maar het kan om vele duizenden gevallen méér gaan. De directeur van de Beurs beroept zich op de garantie van een Chinese autoriteit dat het hier niet om geëxecuteerden gaat. Hoe betrouwbaar is zo’n verklaring? Zou een Chinese autoriteit openlijk toegeven dat lichamen van geëxecuteerden voor goed geld aan het Westen worden verkocht, zoals ook op grote schaal met organen van ter dood veroordeelden gebeurt?

Bakker gaat niet in op het essentiële punt: het sensationele gesol met menselijke lichamen is walgelijk. De opdringerige manier waarop er met deze beelden reclame wordt gemaakt op straat, de hypocriete praat over educatieve doeleinden en, het ergste, de beloning van de doodstraf in China. We zeggen er tegen te zijn, maar met deze commerciële lijkenpikkerij bevorderen we de praktijk die in China op grote schaal wordt uitgevoerd. Chinese en westerse autoriteiten op allerlei niveaus hebben nu een financieel belang bij zo veel mogelijk Chinese ter dood veroordeelden. Met dank aan de heer Bakker.

MAX ARIAN

Metro-misère

Labour was trots op de privatisering van de metro in Londen. Maar het is een ingewikkeld publiek-privaat partnership geworden dat hevig teleurstelt. Mind the crap.

LONDEN – Londenaren houden van hun metro. Ze hebben er een boekenplank over volgeschreven, in Tate Modern is Simon Pattersons alternatieve metrokaart The Great Bear een van de meest geliefde kunstwerken, en de omroepmededeling ‘Mind the Gap’ is inmiddels de naam van een horrorfilm, een spelletjesshow en een sitcom. Des te treuriger zijn de seinstoringen, uitlopende werkzaamheden en ander ongerief waarmee de ondergrondse steeds vaker kampt. Zo stonden duizenden forensen vorige week maandag lijdzaam te wachten op de diverse stations, allang blij dat er geen bladeren op de wortels van de bomen groeien.

Dit soort ongemak was niet de bedoeling van het publieke-private partnership dat de Labour-regering drie jaar geleden was aangegaan met twee consortia. Londen Transport, in publieke handen, mocht de treinen laten rijden. Metronet en Tube Lines kregen het netwerk onder beheer. Deze consortia zijn verplicht miljarden te investeren in de ondergrondse. Over een periode van dertig jaar betaalt de staat de ‘schuld’ terug. Voor de boekhouding van minister van Financiën Gordon Brown werkte deze constructie inderdaad prima. De investeringen waarmee de regering probeert te pronken, zijn immers nauwelijks zichtbaar in zijn boekhouding.

In de dagelijkse praktijk zorgde de privatisering vooral voor oponthoud, ontsporingen en ongelukkig personeel. Wie kijkt naar de samenstelling van deze consortia kan niet verbaasd zijn. Zo bestaat Metronet onder meer uit Balfour Beatty, het constructiebedrijf dat wegens beroerd onderhoud de blaam kreeg van een treinongeluk waarbij zes jaar geleden vier mensen om het leven kwamen. Een ander deelnemend bedrijf is Thames Water, dat er niet in slaagt de lekken in de Londense waterleidingen te dichten. Toch wil het doodgemoedereerd de buizen onderhouden waar dagelijks twee miljoen mensen doorheen worden vervoerd.

Een flink deel van de investeringen zal de monteurs nooit bereiken. Net als bij andere publiek-private projecten vormen de complexe contracten een uitdaging voor doorgewinterde en goedbetaalde bureaucraten. Bovendien heeft de overheid de prestatiecontracten dermate soepel opgesteld dat de topmannen jaarlijks miljoenen aan bonussen kunnen incasseren, zelfs wanneer de beloofde investeringen uitblijven en reizigers uren in de kou staan (of in een sauna, tijdens tropische dagen). Dat er na de jongste chaos desalniettemin een boete van één miljoen pond dreigt, zal Metronet een zorg zijn, omdat dit geld via een omweg zal worden weggehaald bij de passagiers, voor wie het reizen al zo’n kostbare onderneming is.

Inmiddels heeft een overheidscommissie berekend dat het uitschrijven van staatsobligaties een betere manier zou zijn geweest om de investeringen te bekostigen. Dat was ook wat Ken Livingstone voor ogen stond toen hij – tevergeefs – de privatisering via de rechter probeerde tegen te houden. Dat wil niet zeggen dat de politiek van de Londense burgemeester een garantie biedt voor de verstandige omgang met belastinggeld. Zijn transportadviseur verdient tien keer zo veel als Tony Blair.

PATRICK VAN IJZENDOORN