Week 50

Deze Week

De zes van Rouvoet

Nu de verschillen tussen CDA en SP zo ‘talrijk, zwaar en fundamenteel van aard’ zijn dat zelfs een begin van echte onderhandelingen geen zin heeft, stijgen de kansen van de ChristenUnie.

DEN HAAG – André Rouvoet van de ChristenUnie heeft maandagavond stilletjes gejuicht toen informateur Rein Jan Hoekstra meldde dat een kabinet van cda, pvda en sp er niet in zit. Het is geen geheim dat het cda het liefst de ChristenUnie ziet aanschuiven. Dat was al duidelijk toen de aftastende gesprekken met de sp twee weken geleden begonnen. De christen-democraten hikten aan tegen een groot links blok in het kabinet en voorzagen dat ze er met de sp niet uit zouden komen. Daarvoor verschillen de twee partijen op een groot aantal punten te veel. Om er maar een paar te noemen: Uruzgan, marktwerking in de zorg, hoogte van minimumloon en uitkeringen plus Europese Unie.

Ook Jan Marijnissen van de sp zag die verschillen. Toen hij twee dagen na de verkiezingen naar de koningin ging, had hij een koffiemok bij zich met de tekst: ‘Blijf niet mokkend aan de kant staan’. Velen dachten dat de kern van die boodschap zat in de woorden ‘aan de kant staan’, maar het ging Marijnissen om het woordje ‘mokkend’. Hij blijft voorlopig aan de kant staan, maar absoluut niet mokkend. Eerder blijmoedig. Hij hoeft nu geen compromissen te sluiten én geen mensen te leveren voor een kabinet. Dat komt goed uit, want zoals zijn partijgenoot Jan de Wit onlangs zei: de sp heeft alle oudgedienden in de Kamer nodig om de grote groep nieuwelingen het politieke vak te leren.

Marijnissen kan nu bovendien toekijken hoe pvda-leider Wouter Bos het onderste uit de kan zal willen halen in ruil voor sp’s onontbeerlijke deelname aan een kabinet. Het cda dacht dat het veel moest inleveren mét een sp in het kabinet, maar ook zonder deelname van de grootste winnaar van de verkiezingen zullen de christen-democraten water bij de wijn moeten doen. Bos zal constant de hete adem van de sp in de nek voelen. Overeenkomsten én verschillen met de sp zullen pregnanter worden.

Voor de pvda gelden nu de woorden op de sp-koffiemok. Bos kan het zich niet veroorloven te blijven mokken. De pvda had de sp liever als klappen oplopende coalitiegenoot gehad dan als mogelijk nóg groter wordende oppositiepartij. Maar nu die kans voorlopig verkeken is, zal Bos zijn eigen woorden na zijn bezoek aan de koningin gestand moeten doen en ‘op basis van wat partijen inhoudelijk te bieden hebben’ moeten kijken of er te komen is tot een ‘breed gedragen coalitie’, al is die met de ChristenUnie kleiner dan met de sp.

Ook GroenLinks komt formeel weer in beeld. Tenslotte is deze fractie nog altijd één zetel groter dan de ChristenUnie. Maar fractievoorzitter Femke Halsema heeft eerder gezegd dat een kabinet van drie verliezende partijen niet voor de hand ligt. Haar partij heeft op 22 november immers één zetel verloren, het cda drie zetels en de pvda zelfs negen. Vraag is hooguit of Halsema die mening nog steeds is toegedaan.

AUKJE VAN ROESSEL

Voorbeeldbeul Pinochet

De overkill van Pinochet was zinloos en redeloos. Toenmalig correspondent Jan van der Putten herinnert zich het mateloze ongeduld van rechts.

SÃO PAULO – Hoewel ik door de bank genomen geen haatdragend persoon ben, heb ik jarenlang met verlangen uitgezien naar de dood van Pinochet. Wat mij betreft had hij aan de hoogste boom van de Plaza de Armas in Santiago mogen worden opgeknoopt. Niet omdat ik wraak wilde nemen om wat zijn staatsgreep me persoonlijk heeft aangedaan in de tijd dat ik correspondent was in Zuid-Amerika, want dat mag geen naam hebben in vergelijking met wat zoveel anderen is overkomen. Voor mij was het eerder spannend dan verschrikkelijk: een paar soldaten kwamen op de dag van de coup in mijn flat naar wapens zoeken, het gebouw werd vanuit de lucht beschoten, we moesten onderduiken en ten slotte aankloppen bij de Nederlandse ambassade. Na een week huisarrest in de ambtswoning konden we, zonder onze spullen, het land uit.

De nachtmerrie heeft voor mij dus maar kort geduurd. Arrestatie, verbanning, marteling of moord heeft me niet getroffen. Anderen, ook in mijn onmiddellijke omgeving, hebben minder geluk gehad. Daar komen mijn wraakgevoelens vandaan. De terreur die hen teisterde, heb ik plaatsvervangend gevoeld, in sommige gevallen zelfs jaren na de staatsgreep. Zelden is het begrip overkill zo van toepassing geweest als op de manier waarop Pinochet het leger jarenlang tekeer heeft laten gaan.

Ik heb zelden in een zo democratisch land gewoond als in het Chili van Allende. In naam van de democratie nam de rechtse oppositie alle vrijheid – die ze ook kreeg – om samen te zweren tegen de democratie. Politiek geweld kwam in Allende’s tijd vrijwel uitsluitend voor rekening van rechts. De orgie van geweld die Pinochet ontketende, was daarom niet alleen crimineel, maar vanuit Chileens standpunt gezien ook zinloos. Want het Chileense experiment, dat langs legale wegen wilde komen tot het socialisme, was op het moment van de coup eigenlijk al mislukt. Voor het revolutionaire programma van de regering ontbrak simpelweg de parlementaire meerderheid, en president Salvador Allende was eerder democraat dan revolutionair. Maar Kissinger, cia en putschisten wilden niet wachten op nieuwe verkiezingen. Het Chileense experiment moest op een voorbeeldige manier worden geliquideerd, zodat de sterke communistische partijen in Italië en Frankrijk iedere lust tot imitatie zou vergaan. Pinochet werd het instrument om de wereld te laten zien dat het Koude-Oorlogevenwicht niet verbroken mocht worden. En zijn methodes werden een voorbeeld voor de dictaturen van Nationale Veiligheid waarmee Latijns-Amerika in de jaren zeventig bezaaid raakte.

In de loop der jaren begon ik steeds minder te voelen voor de hoogste boom als Pinochets eindbestemming. Met de terugkeer en de versterking van de democratie viel zijn eigen constructie om zich van straffeloosheid te verzekeren in duigen. De hete adem van justitie blies steeds harder in zijn nek. Ten slotte heeft hij ongewild aan het recht zijn eerste en laatste eerbewijs gebracht: hij is gestorven op de verjaardag van de uitgifte van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

JAN VAN DER PUTTEN

Blunderend geblaat

President Bush lijkt het rapport van James Baker te negeren. De democraten verkneukelen zich stilletjes.

NEW YORK – Nog voor Kerstmis zal de Amerikaanse president Bush met een ‘nieuwe strategie’ voor de vastgelopen oorlog in Irak komen. Dat zei althans zijn woordvoerder Tony Snow afgelopen maandag. Maar het is niet waarschijnlijk dat die strategie zich ook maar enigszins verhoudt tot de adviezen van de commissie van oud-minister James Baker, een Republikein, en de voormalige Democratische afgevaardigde Lee Hamilton. Daags na de langverwachte presentatie van het adviesrapport van de zogeheten ‘tweepartijen’-commissie, verwees Bush enkele van de belangrijkste adviezen linea recta naar de prullenmand. Hij was bepaald niet van plan met Iran en Syrië te gaan praten over de toekomst van Irak en hij zag het evenmin zitten om in de komende vijftien maanden alle Amerikaanse gevechtstroepen terug te trekken. Republikeinse congresleden, zoals senator John McCain, hebben al laten weten de voorstellen van Baker en Hammilton als een capitulatie voor de opstandelingen te beschouwen.

Dat is een tegenslag voor de nieuwe minister van Defensie Robert Gates. Hij maakte immers deel uit van Bakers commissie en is volgens ingewijden bij de invloedrijke Council on Foreign Relations, waarvan hij tot voor kort lid was, zelf groot voorstander van gesprekken met Syrië en Iran. Vooral Democraten waren vorige week erg opgelucht toen Gates bij de hoorzittingen in de Senaat een vrij realistische visie op de ontwikkelingen in Irak liet horen. De Verenigde Staten zijn niet aan de winnende hand, zei hij daar.

Het ontslag van Gates’ voorganger Rumsfeld en het vertrek van VN-ambassadeur Bolton na de verkiezingen van 7 november waren voor diezelfde Democraten meevallers. Vooral met het naar huis sturen van Rumsfeld maakte Bush het de verdeelde Democratische afgevaardigden gemakkelijk. Er hoefde nu geen ingewikkelde afzettingsprocedure in gang gezet te worden en de Democraten konden bij hun standpunt blijven dat de oorlog in Irak ‘niet goed’ gaat, zonder dat zij daarvoor een alternatief hoefden aan te dragen. Hoewel de Democraten de verkiezingen voor een groot deel hebben gewonnen op het antioorlogsticket proberen ze angstvallig niet te veel bij die oorlog betrokken te raken.

Wat dat betreft worden ze ook nu weer door Bush op hun wenken bediend. Als Bush de voorstellen van de commissie-Baker integraal had overgenomen, waren de Democraten pardoes de oorlog ingerold. Ze waren door onder anderen Hamilton medeverantwoordelijk geworden, terwijl ze er meer baat bij hebben om de alom aanwezige polarisatie in de Amerikaanse politiek tot de presidentsverkiezingen van 4 november 2008 te laten voortduren. Het beeld dat de Republikeinen er in Irak een potje van maken, moet tot die datum niet verstoord worden – hoe omstandig de nieuwe speaker van het Huis, Nancy Pelosi, op de thee bij Bush onlangs ook mocht aankondigen dat het nieuwe Congres boven alles samenwerking tussen Republikeinen en Democraten beoogt.

De kiezer speelt het spel voorlopig mee. In de laatste poll van cbs News is nog maar 21 procent van de kiezers het eens met het Irak-beleid van Bush. Dat is minder dan ooit.

PETER VERMAAS

Intussen in Uruzgan

Normaal stopt het vechten in Afghanistan tijdens de strenge winter. Nu niet.

TARIN KOWT – Een helikopter hangt in de pas bij het dorpje Baloechi. In de vallei daarachter zijn de Taliban nog altijd niet verdreven, hoewel er al enkele keren flink slag met hen werd geleverd. De helikopter nadert, en verwijdert zich dan weer. Ver weg klinken enkele diepe klappen. Dit zijn de geluiden van de nacht in Kamp Holland, de grootste van de twee bases van 1400 Nederlandse militairen in Uruzgan.

De Taliban vochten afgelopen zomer hard tegen de Navo. Vanuit verschillende Taliban-bronnen klinkt nu de mededeling dat ook in de winter de aanvallen zullen doorgaan.

Op 1 december werd ‘Poentjak’ aangevallen. Zo heet de vooruitgeschoven post die de Nederlanders twee dagen voor de aanval hadden gebouwd. De post is een ommuurd terrein van veertig bij veertig meter en ligt op een heuvel. Om kwart voor tien ’s avonds openden ongeveer 150 strijders de aanval met een mortierbeschieting. Ook een nabijgelegen politiepost werd aangevallen, met kleine wapens.

Het Nederlandse peloton in ‘Poentjak’ vocht terug. Vanuit Kamp Holland, kilometers verderop, schoot de pantserhouwitser een lichtgranaat af, zodat de militairen beter zicht hadden op hun aanvallers. Het vuurgevecht duurde twee uur. Met hun nachtkijkers zagen ze hoe de doden en gewonden werden weggevoerd. Ze lieten de strijders begaan, want die waren zich aan het terugtrekken. Het aanvragen van luchtsteun werd ook achterwege gelaten. Dat is deel van het Nederlandse beleid: geen escalatie, geen burgerslachtoffers.

‘We kunnen de aanvallen aan’, zegt luitenant-kolonel Gerard Koot, commandant van het provinciale reconstructieteam dat het opbouwwerk in de provincie leidt. ‘Maar als we de bevolking van ons vervreemden, komen we nergens. Wij zijn hier voor hén.’

De winter vertraagt het tempo van de Taliban-aanvallen, maar een andere dreiging groeit. Militaire voertuigen worden steeds vaker bestookt met bermbommen. Vrijdag werden in Uruzgan twee tolken gedood toen hun voertuig, dat deel uitmaakte van een Amerikaans konvooi, op een bom reed. Zaterdag stuitte een Nederlandse patrouille op een bermbom, die tijdig werd opgemerkt door de steevast meereizende specialisten van de genie. ‘De Taliban voeren geen grote aanvallen uit tijdens de winter. Het is in de bergen veel te koud. Ze graven liever bommen in om ons te treffen’, zegt majoor Jos. Hij is commandant van 413 pantser geniecompagnie en trots op de mannen die de bom onschadelijk maakten. ‘Hij bevatte meer dan vijftien kilo springstof en werd geactiveerd door een drukplaat. Als we er overheen waren gereden, waren we de lucht in gegaan. Zelfs van een pantserwagen zou geen van de inzittenden het hebben overleefd.’

De genie probeert te denken als de vijand, legt de majoor uit. ‘We vragen ons af waar wij hem zouden neerleggen als de rollen omgedraaid waren. En steeds als we er een vinden, zoeken we uit hoe hij geplaatst en gemaakt werd. Daar leren we van. Maar we merken dat zij ook steeds slimmer worden. Ze houden ons in de gaten als we hun ied’s ontmantelen.’ Deze ied’s – improvised explosive devices, zoals genisten bermbommen noemen – worden meestal gemaakt van oude munitie die overbleef na de oorlog tegen de Russen. De genie maakte een tiental onschadelijk. Hoeveel genisten dat zijn, zegt majoor Jos niet. Dat zou de bommenleggers weer wat leren.

JOERI BOOM

Zie ook de weblog op www.groene.nl

En nu: ‘volledige vrijheid’

Amerika moet de boycot van Cuba staken. Aldus de net vrijgelaten Cubaanse dissident Héctor Palacios in een interview met De Groene Amsterdammer.

HAVANA – De voorwaardelijke vrijlating van Hector Palacios Ruiz (65) kwam volkomen onverwacht, ook voor hemzelf. Hij was ‘volstrekt overrompeld’ toen hij in het gevangenishospitaal in Havana vernam dat hij een licentie had gekregen om zich buiten de gevangenis te begeven. Palacios had 25 jaar celstraf gekregen op grond van samenzwering met de VS. De socioloog, die 26 jaar lid was van de communistische partij, staat bekend als een onafhankelijke intellectueel.

Palacios: ‘Ze hebben me geen enkele informatie gegeven waarom ik mocht gaan. Ik kan alleen maar gissen. Misschien hebben de vele brieven die mijn vrouw vanaf september 2004 naar autoriteiten in Cuba en het buitenland verzonden heeft, en ook steun vanuit het buitenland, enige invloed gehad.’ Zijn slechte gezondheid lijkt geen rol te hebben gespeeld, want dan was er twee jaar geleden voldoende reden geweest om hem te laten gaan, toen andere dissidenten met ernstige gezondheidsproblemen wel werden vrijgelaten. Bijna drie jaar lang is Palacios langs verschillende gevangenisziekenhuizen gesleept. Na enkele beroertes kampt hij onder meer met hartstoornissen en problemen met de spijsvertering en bloeddruk.

Hector Palacios gelooft niet dat zijn vrijlating gezien kan worden als een teken van liberalisering in Cuba. ‘Daarvoor is het nog te vroeg. Het tijdperk van Fidel is weliswaar voorbij. Zijn broer Raúl heeft zich nog te weinig laten zien. Ook hij is oud, maar mist ook nog eens charisma. Bovendien is Raúl een pragmaticus. Misschien hoopt hij politieke rust te kopen door iets meer economische vrijheid toe te staan, zoals in het Chinese model. Maar dat is een vergissing, want Cuba is China niet. De staat behoudt daar de controle, zonder meerpartijenstelsel. Daar hebben de Cubanen geen vrede mee. Wij willen volledige vrijheid.’

Om dat te bevorderen bepleit Palacios juist in deze fase een verhoogde druk van de Europese Unie op de VS om de economische boycot te beëindigen. ‘Daardoor zullen er meer mogelijkheden komen voor Cuba om zich economisch te ontplooien. Dat kan alleen gerealiseerd worden met meer economische vrijheid, en tegelijkertijd zullen de Cubanen daardoor nadrukkelijker verlangen naar democratische rechten’, verwacht Palacios. Hij meent dat ‘in zo’n overgangsperiode de vorming van een regering van nationale eenheid een voorwaarde is. Binnen twee jaar moet die regering algemene verkiezingen uitschrijven. Ook de pragmatici binnen het huidige regime zullen inzien dat er geen andere keuze is. Een ander Cuba is mogelijk binnen vier jaar.’

Met dit pleidooi zit hij meer op de lijn van een bekende dissident als Oswaldo Paya, die een ‘nationale dialoog’ heeft voorgesteld, dan van de dissidente econome Martha Roque, die juist handhaving van het Amerikaanse economische embargo bepleit en die de recente maatregelen van Bush steunt. Maar Palacios relativeert de tegenstellingen: ‘Wij allen willen een vrij Cuba. En ze hebben me bijna allemaal gelukgewenst met mijn thuiskomst. Sommigen, zoals misschien Paya, zitten meer in de sociaal-democratische hoek. Ik ben een uitgesproken liberaal, maar niet zoals die in de VS. We moeten oog houden voor sociale rechten van de mensen.’

De licentie die Palacios de mogelijkheid geeft naar huis te gaan, doet niet het vonnis van 25 jaar celstraf teniet. Palacios laat zich er niet van weerhouden voor zijn mening uit te komen. Zijn vrouw Gisela Delgado blijft ook elke zondag bij de Santa Rita-kerk met de andere in het wit geklede vrouwen (‘Damas Blancas’) het rondje lopen om de vrijlating te eisen van hun dissidente familieleden. Palacios is alleen wel te zwak om mee te gaan.

PETER RHEBERGEN

Geen pottenkijkers

Officieel heeft Nederland niets te zeggen over het persbeleid van de Amerikanen of Canadezen in Afghanistan. Officieus werken de partners eendrachtig samen.

AMSTERDAM – Afgelopen voorjaar wilden verslaggever Joeri Boom en fotograaf Jeroen Oerlemans, beiden werkzaam voor De Groene Amsterdammer, in Afghanistan op pad met Amerikaanse en Canadese troepen. Maar hun verzoek om ‘embedded’ mee te gaan, werd na een interventie van het ministerie van Defensie in Den Haag afgewezen. Dat is in strijd met het officiële beleid van de Nederlandse regering.

Op 16 maart richtten Boom en Oerlemans hun verzoek aan de Canadezen. Het werd op 27 maart afgewezen. Intussen had Boom ook een vergelijkbaar verzoek gedaan aan een Amerikaanse eenheid in de provincie Kunar, niet grenzend aan Uruzgan, waar de Nederlandse missie bivakkeert. Dat verzoek werd wel gehonoreerd. Er werd zelfs een datum voor de embed bepaald. Maar op 22 april werd het zonder opgaaf van redenen geblokkeerd. ‘Please check with the Dutch government’ was het enige wat de Amerikanen meldden.

Eerder al, in oktober 2005, meenden de Amerikanen dat voor een vergelijkbare embed van Boom en Oerlemans in de provincie Zabul, wél grenzend aan Uruzgan, de Nederlandse ambassade toestemming moest geven. Ook aan andere journalisten werd dat indertijd gemeld. Overste Nico van der Zee, hoofd landmachtvoorlichting op het ministerie van Defensie, verklaarde destijds desgevraagd dat er geen toestemming van Nederland nodig was om te gast te mogen zijn bij het Amerikaanse leger en tekende protest aan bij de Amerikanen. Die verklaarden op hun beurt dat er sprake was van een misverstand.

Toen de Amerikanen op 22 april 2006 wederom hun verzoek afwezen, riepen Boom en Oerlemans dus de hulp in van het departement van Defensie in Den Haag en de ambassade in Kaboel. Beide instanties stuurden e-mails naar de Amerikanen waarin duidelijk werd gemaakt dat er volgens de regering geen Nederlands fiat nodig was.

So far so good? Nee. De Groene Amsterdammer heeft nu e-mails in handen waaruit blijkt dat de Canadezen contact hebben gehad met een ‘senior Dutch person’ in Afghanistan, die weer contact heeft gezocht met een ‘counterpart’ bij het ministerie van Defensie. De uitkomst was dat aan de Canadezen gemeld werd dat De Groene Amsterdammer ‘op dit punt van de missie niet welkom’ was.

Spreekt Defensie met een dubbele tong? Of weten ze in Den Haag niet wie wat zegt?

Wordt vervolgd.

HUBERT SMEETS