Week 2

Deze week

Twee plus twee is anderhalf

Het verhaal dat de Israëlische regering een plan heeft ontwikkeld om Iraanse ondergrondse nucleaire installaties te bombarderen en dat de Israëlische luchtmacht bij Gibraltar op de uitvoering oefent, zoals afgelopen zondag ‘onthuld’ in The Sunday Times, is eigenlijk non-nieuws.

AMSTERDAM – Het zou pas groot nieuws zijn als de Israëlische luchtmacht niet zou oefenen in het bombarderen van zulke doelen of in het gebruik van daarvoor bestemde wapens zoals de ‘bunker busters’ en ‘miniatoombommen’ die in het artikel worden genoemd. Ook de Nederlandse luchtmacht houdt onder Amerikaans auspiciën zulke oefeningen, hoewel de urgentie ervan voor ons land veel geringer is. Teheran heeft bij herhaling het bestaansrecht van Israël aangevochten en verklaard dat het land ‘van de kaart moet worden geveegd’. De Iraanse ambitie om een eigen kernwapen te ontwikkelen en de leiding te nemen van het regionale front tegen Israël is bekend. Dat Israël over tactische atoomwapens beschikt is evenmin nieuws. Het ligt voor de hand dat Tel Aviv zich voorbereidt op een mogelijk preventief ingrijpen. Twee plus twee is vier, zou je zeggen.

Maar zulke strategische rekensommen worden door de betrokken landen zelden openbaar gemaakt. Israël laat zich nooit officieel uit over zijn nucleaire status, het bericht in de Times is door Tel Aviv onmiddellijk ontkend en het ‘nieuws’ is waarschijnlijk opzettelijk weggegeven aan de Britse pers. De krant verwijst naar ‘meerdere Israëlische militaire bronnen’ en geeft een gedetailleerde uiteenzetting van het Israëlische plan om de Iraanse ondergrondse verrijkingsinstallatie bij Natanz, een ondergrondse gasopslag nabij Isfahan en de zwaarwaterreactor in Arak te bombarderen. Als er werkelijk sprake is van een lek zullen de praatgrage Israëlische militairen wegens hoogverraad voor de krijgsraad worden gesleept – en zo dom zullen ze toch niet zijn.

Welk signaal heeft de Israëlische regering dan willen afgeven? Hier begint voor niet-ingewijden het koffiedik kijken. Eén mogelijke betekenis van de boodschap kunnen we meteen schrappen: de letterlijke. De relatie tussen Israël en Iran is van dien aard dat Israël zijn aanvalsplannen nimmer openlijk zal aankondigen, laat staan in een zondagsblad. Mocht een dergelijke aanval plaatsvinden, dan zal dat niet gebeuren op de manier die de krant schetst. Voorzover bekend zijn de Iraanse nucleaire faciliteiten zo goed ingegraven dat ze nooit vanuit de lucht kunnen worden vernietigd. Alleen een commando-actie heeft heel misschien kans van slagen. Twee plus twee is in dit geval dus drie. Ook de plaats van het ‘lek’ vertelt ons iets: Gibraltar is een Britse kroonkolonie, wat betekent dat Londen op de hoogte is van de oefeningen en er zijn medewerking aan verleent, en dat Whitehall een preventief Israëlisch ingrijpen niet principieel afwijst. Het bericht noemt ook Turkije als stille vennoot, omdat de aanvliegroute voor een Israëlische luchtaanval op Iran over Turks grondgebied zou liggen. Maar uitgerekend de Amerikanen worden door de ‘Israëlische bronnen’ niet als mogelijke handlangers opgevoerd, hoewel hun stilzwijgende steun voor een Israëlische aanval onontbeerlijk is. Kortom, het hele scenario is ongeveer zo realistisch als de periodiek ‘uitlekkende’ Amerikaanse plannen om Iran binnen te vallen. Twee plus twee is hooguit anderhalf.

AART BROUWER

FELICITATIE

De Groene Amsterdammer feliciteert fotograaf Jeroen Oerlemans met de toekenning van de eerste prijs Buitenlands Nieuws (series) door de jury van de Zilveren Camera. Oerlemans kreeg de onderscheiding voor zijn foto’s van de gevolgen van een Israëlische aanval op de Libanese stad Tyrus.

Enkele foto’s uit die serie verschenen in De Groene Amsterdammer (nr. 30, 28 juli 2006), naast het verslag van Joeri Boom. Boom en Oerlemans bezochten dat jaar ook Afghanistan.

Ook in minder hectische omstandigheden komt Oerlemans tot grote resultaten, getuige zijn foto’s van het religieuze leven in Middelharnis, die in ons kerstnummer werden gepubliceerd (nr. 50, 15 december 2006).

Martijn Beekman kreeg de derde prijs Kunst en Cultuur voor zijn serie Oresteia door het Nationale Toneel.

Tokkies tellen

In Zuid-Holland en Utrecht wonen de ‘meest bezorgde ouders’ en genieten ‘kinderen het minst bewegingsvrijheid’ van Nederland, aldus het cbs.

DEN HAAG – In het begin van het jaar regent het rapporten, jaarverslagen en onderzoeksresultaten. Voor instellingen vormen ze de weerslag van hun activiteiten en beleidsvisies. Ze gelden tevens als een soort visitekaartje van hun maatschappelijke relevantie.

Ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) presenteerde deze week op zijn website een onderzoek over het jaar 2006. Het gaat over hoe ouders hun kinderen al dan niet beperken in hun bewegingsvrijheid in de publieke ruimte. De conclusie: één op de vijf ouders verbiedt hun kind(eren) ‘ergens naartoe te gaan wegens onveiligheid’. Er is gekeken naar provincie: in Groningen, Zuid-Holland, Utrecht en Limburg hadden ‘kinderen de minste bewegingsvrijheid’. Gemeten is dat daar ‘een kwart van de kinderen vaak niet mocht naar bepaalde plekken’. In Zeeland, Drenthe en Overijssel was dit ‘nog geen vijftien procent’.

Wat ‘bepaalde plekken’ zijn, wordt overgelaten aan de fantasie. Donkere tunneltjes? Uitvalswegen van steden? Een fietspad dwars door een stadspark? Buurten met een hoog percentage Tokkies of Marokkaanse hangjongeren? Een stille weg op het platteland tussen bijvoorbeeld een manege en het ouderlijk huis? De woonkamer van een pedofiele buurman?

De duiding door de onderzoekers voor dit landelijk verschil is: ‘Het hoge percentage bezorgde ouders in Zuid-Holland en Utrecht is te verklaren door de relatief hoge verstedelijking. Dit geldt echter niet voor Groningen en Limburg.’ Maar wat is er dan aan de hand met de ouders in die uiterste provincies? Zijn Groningers en Limburgers banger ingesteld? Wonen hier misschien conservatieve, strenge opvoeders? En waarom dan niet in Friesland? Zijn ze daar aanhangers van de vrije opvoeding ?

Het cbs is niet over één nacht ijs gegaan. De onderzoekers zijn er ook in geslaagd om erachter te komen dat er verschillen in ‘onveiligheidsgevoelens’ bestaan tussen allochtonen en autochtonen, tussen mannen en vrouwen en tussen ouders met lagere en hogere opleiding. Conclusie: ouders van niet-westerse afkomst (31 versus 18 procent), moeders en ouders met ten hoogste mavo of vbo (25 versus 14 procent) zijn het bangst voor de veiligheid van hun pubers.

Het cbs is een bureau dat nooit een moreel oordeel wil vellen maar trends in de samenleving in cijfers en tabellen probeert te vangen. Maar het gedrag van ouders wordt beschreven in termen als ‘het opleggen van bewegingsvrijheid van kinderen’ en ‘verbieden ergens naartoe te gaan’ en de kinderen zijn ‘minder vrij’.

Uit de resultaten van dit cbs-onderzoek is een conclusie te trekken: vier van de vijf ouders belemmeren hun kinderen niet in hun uitgaansbewegingen langs eventueel risicovolle locaties. Zij laten, veel meer dan de allochtone, laagopgeleide, vrouwelijke opvoeder hun nageslacht ‘hun eigen weg zoeken langs bepaalde plekken’. Daarmee kwijten zij zich als ouders van een taak die van alle tijden is: beschermen tegen mogelijke gevaren in een land dat overigens volgens andere statistieken vorig jaar minder onveilig is geworden, behalve als het gaat om groepsverkrachtingen. Zouden die ouders trouwens dezelfde zijn die hun kinderen onder de zestien jaar niet wijzen op de destructieve werking van het volgieten met blikjes breezers en pijpjes bier?

MARGREET FOGTELOO

Teddy Kollek 1911-2007

Geen man voor een Jeruzalem-syndroom.

AMSTERDAM – Teddy Kollek was 28 jaar lang mister Jerusalem. Toch was hij op het eerste gezicht geen man voor die oude, verdeelde, benauwde, religieuze stad in de bergen, waar veel mensen onverklaarbare verschijnselen vertonen, die bekendstaan als het Jeruzalem-syndroom. Ze gaan in wonderen geloven, worden godsdienstig, fanatiek of willen zich per se voor iets onzegbaars opofferen.

Teddy Kollek was een praktisch man en paste veel beter bij Tel Aviv, de moderne, levendige, progressieve stad aan de zee. Maar Tel Aviv, zei Kollek ooit tegen mij, is een stad die overal zou kunnen liggen. Jeruzalem was in zijn ogen uniek, al was het maar om de natuurstenen, gouden muren om de Oude Stad.

Toch wilde hij oorspronkelijk helemaal geen burgemeester van Jeruzalem worden. Hij had zich in 1965 kandidaat gesteld voor die functie uit solidariteit met de socialistische premier David Ben Goerion, voor wie hij werkte. Hij vond het bijna jammer dat hij de verkiezing tot burgemeester had gewonnen. Het Israëlische West-Jeruzalem was in die tijd een saai stadje en hij had er maar weinig te doen.

Maar alles werd anders in 1967 toen Israël in de Zesdaagse Oorlog de Westelijke Jordaanoever veroverde, de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem openging en de twee delen van de stad werden verenigd. Toen werd het burgemeesterschap van die heilige stad, in Teddy Kolleks eigen woorden, de interessantste baan die er was. Hij streefde geen andere functie meer na en werd vijf keer herkozen, tot hij, in 1993, 82 jaar oud, werd verslagen door Ehud Olmert, de ambitieuze en sluwe Likoed-politicus die nu minister-president van Israël is.

Teddy Kollek was anders dan de meeste Israëlische politici. Hij werd in 1911 geboren in een klein dorp in Hongarije, maar groeide op in het kosmopolitische en socialistische Wenen van de jaren twintig. Hij ging prat op zijn gevoel voor schoonheid, al zal niet iedereen die de koude architectuur van de nieuw gebouwde joodse wijk in de Oude Stad bekijkt dat geloven. Maar hij zag in elk geval het belang in van culturele instellingen, musea, theaters en parken. Jeruzalem werd in zijn tijd een levendige, wereldse, gevarieerde stad. Hij haalde de legendarische Nederlandse museumdirecteur Sandberg naar Jeruzalem om het moderne, vrolijke, internationaal georiënteerde Israël Museum op te zetten. Ze waren vanaf die tijd persoonlijk bevriend. Sandberg – niet joods, wel een verzetsman in de Tweede Wereldoorlog – heeft jarenlang in Jeruzalem gewoond in een appartement met uitzicht op zijn museum.

Moeilijker had Kollek het met de Arabische inwoners van Jeruzalem. Hij beschouwde ze als een belangrijke minderheid die gerespecteerd moest worden, hij vond zelfs dat hij ze af en toe moest voortrekken. Voor de Palestijnen zag het er echter heel anders uit. Hun stad werd steeds meer Israëlisch, de oude binnenstad verjoodste. De grond werd door Israël geannexeerd, er verschenen grote joodse buitenwijken om de stad. Palestijnen konden nauwelijks bouwvergunningen krijgen op de grond die al eeuwenlang van hun families was.

Teddy Kollek ontkende dat probleem niet, hij protesteerde bijvoorbeeld toen Ariel Sharon een huis kocht midden in de Arabische wijk van de Oude Stad. Hij demonstreerde zelfs een keer tegen het regeringsbeleid. Maar hij was tegenstander van het idee dat Jeruzalem de hoofdstad van twee staten zou kunnen zijn. Hij bleef voorstander van een verenigd Jeruzalem onder Israëlische heerschappij, ook al was de stad in feite verdeeld, want de Israëliërs durfden en durven de Palestijnse wijken niet in. Teddy Kollek vond dat de Palestijnen maar van een stad als Ramallah hun hoofdstad moesten maken. Want zelfs van de beste Israëliërs – en Kollek behoorde ongetwijfeld tot de allerbeste – hebben de Palestijnen als puntje bij paaltje komt niet veel goeds te verwachten.

Ook niet van die joviale, vrolijke, open man, die nooit aan het Jeruzalem-syndroom heeft geleden. Zelfs niet toen hij geen burgemeester meer was. Als voorzitter van de Jerusalem Foundation bleef hij enthousiast geld inzamelen voor zijn stad.

MAX ARIAN

Alles voor een truitje

Lange tijd bleef Iran door de strenge seksuele moraal gevrijwaard van een grootschalige aids-epidemie. Maar daar lijkt een einde aan te komen.

AMSTERDAM – Een artikel in The Guardian riep associaties op met het in Nederland inmiddels bekende fenomeen ‘breezersletjes’. Terwijl Nederlandse meiden ‘het’ doen in ruil voor drank en sigaretten, prostitueren Iraanse vrouwen zich aan kledingverkopers in ruil voor een flinke korting op de laatste mode. Dit alles onbeschermd en vaak meermalen per dag.

Deze manier van winkelen is niet alleen een trendbreuk, maar heeft ook een sterke toename van het aantal hiv-besmettingen in Iran tot gevolg. Officiële cijfers zijn er niet, maar volgens Unaids, de overkoepelende aids-organisatie van de Verenigde Naties, ligt het aantal patiënten met hiv in Iran rond de zeventigduizend. Op een bevolking van bijna zeventig miljoen is dat niet veel. Relatief gezien ligt het aantal besmettingen in Nederland hoger. Maar aangezien het meer dan een verdubbeling is ten opzichte van drie jaar geleden maken non-gouvernementele organisaties en de Iraanse overheid zich grote zorgen.

Een verschuiving in de wijze waarop de ziekte zich verspreidt, is volgens Unaids een belangrijke reden voor de snelle stijging. Tot nu toe waren vooral injectienaalden een bron van besmetting. Iran ligt, als buurland van de grootste heroïneproducent ter wereld, op een belangrijke smokkelroute voor harddrugs. Drugs zijn daardoor makkelijk verkrijgbaar en worden relatief veel gebruikt. De laatste jaren echter is onveilige seks, al dan niet in ruil voor kleding, bezig aan een opmars als verspreider.

Seks voor (en buiten) het huwelijk is in Iran nog steeds taboe. Maar hoewel president Ahmadinejad en de ayatollahs het graag anders zouden zien, blijkt de jeugd niet ongevoelig voor de geneugten van een vrijere moraal. Toch heeft het prediken van streng islamitische waarden er niet toe geleid dat de regering in Teheran haar kop in het zand steekt. Om de epidemie in te dammen is een vijfjarenplan opgesteld, waarvan voorlichting, vrijwillige tests en de verstrekking van virusremmers de belangrijkste pijlers vormen. Iran gaat verder dan veel landen waar het probleem een stuk groter is.

Tegelijkertijd is er kritiek, aangezien de campagnes van de overheid weinig expliciet zijn en zich vooral richten op kleine risicogroepen, zoals drugsverslaafden en gevangenen. Bovendien is de sociale controle nog steeds erg groot, waardoor mensen zich niet snel laten testen en al helemaal niet naar de winkel durven voor een pakje condooms. Bij pogingen om hier verandering in te brengen en verdere verspreiding van de ziekte een halt toe te roepen spelen Iraanse ngo’s in toenemende mate een rol. Zo gaat het recent met hulp van Unicef opgerichte Iran Positive Life de winkelcentra in om kledingverkopers te wijzen op de gevaren. De meeste winkeleigenaren blijken op de hoogte te zijn van de risico’s van onbeschermde seks, maar het blijft volgens de vrijwilligers van Iran Positive Life de vraag of ze daar ook aan denken op het moment dat een aantrekkelijke klant ze een verleidelijk aanbod doet.

PATRICIA DE JONGE

Homme Fatale

Lord Lambton (1922-2006)

LONDEN – Een staatssecretariaat op Defensie behoorde niet tot de hobby’s van Lord Lambton, de Britse politicus die op 30 december op 84-jarige leeftijd overleed. Lambton vond de betrekking, waarin hij verantwoordelijk was voor de luchtmacht, zo futiel dat hij zijn toevlucht zocht in tuinieren, cannabis en betaalde seks. De laatste twee vormen van tijdverdrijf leidden in 1973 tot zijn val nadat enkele zondagskranten in het bezit waren gekomen van foto’s met de ontklede politicus, op een hotelbed geflankeerd door twee prostituees en een joint in zijn rechterhand.

Wat de levensgenieter niet kon vermoeden was dat één van de dames getrouwd was met een gehaaide pooier, die in samenwerking met de roddelpers een camera in het oog van een teddybeer had verborgen, en een fotograaf achter dubbel bespiegeld glas in de kledingkast. Achteraf verklaarde Lambton luchtig dat elke man voor de verandering wel eens naar de hoeren gaat, en zeker de mannenbroeders binnen het kabinet-Heath, op de celibataire premier na dan.

Sinds zijn entree in het Lagerhuis als vertegenwoordiger voor Berwick-upon-Tweed in 1951 was burggraaf Antony Claud Frederick Lambton een enfant terrible binnen de Conservatieve Partij. Zo voerde hij in de jaren vijftig openlijk oppositie tegen partijgenoot en premier Harald MacMillan, die later plaats zou maken voor Lambtons oom, Alec Douglas-Home. Met zijn liefde voor schieten, paarden en sigaren leek Lambton op een traditionele plattelandsconservatief, maar hij stond ook bekend om zijn vrijzinnige houding omtrent homoseksualiteit, drugs en zedelijkheid.

Nadat zijn vader in 1970 was overleden streed hij, samen met de linkse burggraaf Stansgate, alias Tony Benn, voor het recht zijn adellijke titel ongebruikt te laten, opdat hij in het Lagerhuis kon blijven. Anders dan Benn echter wilde hij nog wel als ‘Lord’ worden aangesproken. Na de seksaffaire verhuisde Lambton naar een Toscaanse villa om zich toe te leggen op tuinieren en schrijven. Naast verhalenbundels waarin hij de spot drijft met Russen en Duitsers schreef hij in The Mountbattens venijnig over Graaf Mountbatten. Hij noemde de oorlogsheld en neef van de koningin onder meer een ‘social climber’, wat geen compliment was.

Cipressen, rozentuin en schotschriften ten spijt zal Lambton vooral worden herinnerd van die ene nacht.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Gepamperde Engelsen

Zo blij als de Engelsen anderhalf jaar terug waren na de benauwde cricketoverwinning op Australië, zo droef zijn ze nu nadat de Aussies met 5-0 hebben wraakgenomen.

LONDEN – Tussen alle ijzige commentaren stond een interessante observatie van de Engelse ex-aanvoerder Nasser Hussain. Hij zag de Aussies in minibusjes arriveren bij de stadions en hun eigen tassen sjouwen, ja zelfs de Diego Maradona (met een vleugje George Best) van het cricket, Shane Warne. De Engelsen daarentegen werden in luxe touringcars vervoerd, lieten hun tassen dragen en hadden een entourage van 44 begeleiders. Vier voor elke speler. Dat is de moderne Engelse arbeidsfilosofie: wanneer er maar genoeg gepamperd en geadviseerd wordt, komen de prestaties vanzelf.

Maar wat doen de consultants zoal, in de periferie van het gebeuren? Het lijkt hun voornaamste taak te zijn om de situatie complexer te maken dan deze is. Een mooi bewijs daarvan waren de ingenieuze strategische plannen van de Engelse cricketers welke, tot vermaak van de Aussies, uit de kleedkamer werden gestolen om te worden voorgedragen op de lokale radio van Melbourne.

PATRICK VAN IJZENDOORN