Week 3

Deze week

De maakbare burger

Na Noorwegen, Zweden en Duitsland gaat ook Nederland rechts-extremisten ‘deradicaliseren’. Succes is vooralsnog niet gegarandeerd.

Gouden tip voor John de Mol voor een nieuwe reality-soap: extreme right makeover. In Duitsland hebben ze er al ervaring mee. Wie daar via een speciaal ‘deradicaliseringsproject’ de extreem rechtse scene wil verlaten, begint met het denazificeren van de woning. Kleding, cd’s en andere attributen, alles wat riekt naar rechts-extremisme wordt gestript. Zelfs lichamelijke ingrepen behoren tot het repertoire: weg met politieke tatoeages of swastika-oorknopjes. Vervolgens krijgt de uittredende rechts-extremist begeleiding bij het vinden van een geschikte opleidingsplek, baan, woning – en zelfs bij het opbouwen van een nieuwe vriendenkring. Eventueel vinden gesprekken plaats met de rechterlijke macht om dreigende gevangenisstraffen om te zetten in voorwaardelijke. Ook is er een helpende hand bij alcoholisme, drugsverslaving of gokschulden.

Inmiddels zijn er vijftien tot twintig deradicaliseringsprojecten in Duitsland, een land dat kampt met 39.000 rechts-extremisten en dagelijks nazistisch geweld.

Met het groeiende aantal extreem rechtse ‘Lonsdalers’, bijvoorbeeld in een stad als Zoetermeer, is ook Nederland rijp voor deradicalisering. Deze week gaan de organisaties Forum, Imes en de Anne Frank Stichting met elkaar om de tafel zitten voor het ontwikkelen van een Hollandse variant.

De buitenlandse projecten dienen als voorbeeld. Die wisselen onderling zo sterk van opzet dat het in Nederland nog alle kanten uit kan. Veel deradicaliseringsprojecten zijn verbonden aan de landelijke of lokale overheid, soms zelfs aan een geheime dienst. Andere zijn non-gouvernementeel, zoals EXIT-Deutschland, een organisatie die beweert inmiddels zo’n 230 uittreders uit de rechts-extreme scene te hebben gehaald. In Zweden en Duitsland zijn er programma’s die voormalig neonazi’s inzetten om collega’s tot inkeer te brengen. Het ene project richt zich op de leiders, andere bekommeren zich om de jonge meelopers die nog niet ‘verloren’ zijn. Dat laatste lijkt ook voor Nederland de beste opzet. Uit onderzoek blijkt immers dat de meeste rechtse jongeren hier nog relatief oppervlakkig gepolitiseerd zijn.

Tenminste één ding hebben alle projecten met elkaar gemeen: succes is allerminst gegarandeerd. ‘Het voornaamste probleem is het gebrek aan transparantie’, vertelt Ulli Jentsch van het in Berlijn gevestigde Antifaschistisches Pressearchiv und Bildungszentrum. Of het een succes is, of de gebruikte methodes door de beugel kunnen, geen buitenstaander die het weet. Jentsch: ‘Er zijn geen evaluaties. Bij projecten als die van de veiligheidsdienst is niet bekend hoe ze te werk gaan, wat er voor de nazi’s geregeld wordt, of zij bijvoorbeeld strafvermindering krijgen.’ Ook wordt betwijfeld of de Verfassungsschutz de verleiding kan weerstaan om uittreders te gebruiken als inlichtingenbron. Zij heeft haar reputatie niet mee. De dienst verprutste eerder een poging de extreem rechtse npd te verbieden door gedoe met geheime medewerkers die de partij zo’n beetje leken te runnen.

Maar Jentsch’ voornaamste bezwaar is dat ook in dit programma het rechts-extremisme louter wordt beschouwd als een veiligheidskwestie, niet als een sociaal probleem met diepere wortels in de maatschappij. De aanhoudende groei van de npd wijst niet op het succes van deradicaliseringsprojecten.

‘Er vindt in feite alleen een oppervlakkige acceptatie van democratische waarden plaats’, concluderen ook de Nederlandse onderzoekers Sara Grunenberg en Jaap van Donselaar in de onlangs verschenen zevende Monitor racisme & extremisme. Ze deden onderzoek naar diverse Duitse projecten. De make-over oogt extreem aan de buitenkant, maar gaat niet diep. Op z’n best trekt een groep mensen zich terug uit het extreem rechtse wereldje. De ideologische opvattingen en vijandbeelden blijven meestal ongewijzigd, aldus de onderzoekers. ‘In sommige gevallen is men al heel blij als de uittreder ’s ochtends op tijd opstaat, gewoon naar zijn werk gaat en niet bij een meningsverschil meteen op de vuist gaat.’

KOEN HAEGENS

LE RASSEMBLEUR

Presidentskandidaat Nicolas Sarkozy probeert de boel bij elkaar te houden. De Villepin druipt af.

PARIJS – Stille tijden breken aan in het Elysée. Massaal liepen de aanhangers van de president de afgelopen weken over naar het kamp van Nicolas Sarkozy. Van oud-premier Jean-Pierre Raffarin had Jacques Chirac het misschien nog zien aankomen. Het overgaan van Alain Juppé, zijn fils préféré, betekende daarentegen een niet voorziene aderlating voor de chiraquie, zoals Chiracs aanhang wordt genoemd. Slechts twee getrouwen bleven: kamervoorzitter Jean-Louis Debré en premier Dominique de Villepin. De eerste kreeg als dank een plein in het 6e arrondissement naar hem vernoemd en het voorzitterschap van de Franse Constitutionele Raad. Wat de tweede na de presidentsverkiezingen in mei gaat doen is tot dusver een raadsel.

Premier zal De Villepin in ieder geval niet meer zijn. Afgelopen week riep hij de verontwaardiging van de sarkozystes over zich af met zijn aankondiging niet te zullen stemmen op het congres waar de destijds door Chirac opgerichte partij ump haar presidentskandidaat zou kiezen.

Die verontwaardiging was voor een belangrijk deel gespeeld. Eigenlijk interesseert het niemand binnen de ump nog wat De Villepin denkt, overweegt of calculeert. Toen hij afgelopen zondag een bliksembezoek (39 minuten) bracht aan de congreszaal bij de Porte de Versailles, achtten de aanwezige partijleden het niet eens meer de moeite hem uit te jouwen. Hun belangstelling ging vooral uit naar de enige kandidaat: Nicolas Sarkozy.

De stemming had een voorspelbare uitslag. Toch waren acht tgv’s en 350 bussen ingezet om de zeventigduizend man tellende applausmachine van het achterland over te hevelen naar de flitsende show in de hoofdstad. Was het genoeg om de rivaliteit in de ump tussen Sarkozy en het duo Chirac-De Villepin te beëindigen? ‘Ik ben veranderd’, begon Sarkozy zijn speech, waarin naast Saint Louis en De Gaulle ook Victor Hugo en Jean Jaurès werden aangeroepen. Hugo en Jaurès? Ja, want behalve als geduchte liberaal die meent dat van uitkeringsgerechtigden een tegenprestatie mag worden geëist, presenteerde Sarkozy zich als vriend van de arbeider, die hij een eigen huis in het vooruitzicht stelde.

Want dat, zo bleek, was de werkelijke bedoeling van het 3,5 miljoen euro kostende spektakel. Sarkozy stond er niet om de familievete binnen de ump te beslechten, maar om de hand naar alle Fransen uit te steken. Waarbij bedacht moet worden dat het veelvuldig gebezigde werkwoord rassembler – samenbrengen – in Frankrijk nog steeds meer de uitdrukking is van een onbereikbaar verlangen dan van een werkelijke daad. Sarkozy de assembleur? Dat zou een wel heel grote gedaantewisseling betekenen voor de man die zich met zijn uitspraken over het rapaille in de buitenwijken vooral liet kennen als een ruziezoekende populist.

Buiten op de parkeerplaats toonde Yves Guéna, een van de talrijke nieuwe sarkozystes, zich nog niet helemaal overtuigd van de samenbrengende kwaliteiten van zijn nieuwe chef. Als er buiten Chirac een oude vos is in de Franse politiek, dan is het de oud-senator die in 1940 nog met De Gaulle in Londen zat. ‘Waar het bij de presidentsverkiezingen om gaat is dat hij 51 procent van de Fransen samenbrengt’, zei hij gevat. De laatste peilingen wijzen uit dat dit niet lukt. De benodigde 51 procent van de Fransen ziet Sarkozy niet als samenbindend, maar juist als ‘verontrustend’.

MARIJN KRUK

RELLEN IN BURKINA FASO

De democratie in het op een na armste land ter wereld lijkt een flinke deuk te hebben opgelopen na een ruzie om een concertkaartje.

AMSTERDAM – In Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, bestookten leger en politie elkaar meer dan 24 uur lang met mitrailleurs en raketten. Het was vlak voor Kerstmis. Zeker vijf mensen kwamen om het leven, maar zeshonderd gedetineerden hadden meer geluk. Ze ontsnapten uit de belangrijkste gevangenis van Ouagadougou toen militairen de toegangspoort vernielden.

Pogingen van de ministers van Defensie en Veiligheid om te bemiddelen in het conflict hadden in eerste instantie weinig succes. Pas na twee weken hervatte de politie haar taken. Ook kwam het nog diverse keren tot schietpartijen, zowel in kazernes als in gevangenissen. Begin deze maand zag de legerleiding zich zelfs genoodzaakt om alle wapendepots in en rond Ouagadougou leeg te halen en de munitie te verstoppen, buiten het bereik van de muitende militairen.

Directe aanleiding voor de spanningen was de dood van een soldaat. Hij was na een ruzie om een concertkaartje door politieagenten neergeschoten. Later maakten de militairen bekend ontevreden te zijn over hun loon en arbeidsomstandigheden.

Maar de problemen lijken dieper te gaan. Volgens de Verenigde Naties illustreren de gevechten de zwakte van de democratie in Burkina Faso, nummer 101 van de 102 landen in de armoede-index van de VN. De macht wisselt er vaker door militaire coups dan door verkiezingen. Pas in 1990 werd een voorzichtig begin gemaakt met democratische hervormingen. Hoewel het land de laatste jaren politiek relatief stabiel is, zijn leger en politie nog steeds niet bepaald doordrongen van ‘republikeinse’ waarden. Ze zijn snel geneigd om naar de wapens te grijpen en het recht in eigen hand te nemen, zoals in oktober 2006, toen de politie drie zakenlieden buitenrechtelijk executeerde. De rechtbanken, volgens de wet onafhankelijk maar in praktijk gepolitiseerd, doen hier volgens het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken weinig tegen. De criminaliteit groeit daardoor sterk. Niet alleen ’s nachts, maar ook overdag zijn de hoofdwegen onveilig. Zelfs bussen worden regelmatig staande gehouden en met het nodige geweld leeggeroofd. Spanningen met buurland Ivoorkust, dat Burkina Faso ervan verdenkt rebellen te ondersteunen, verergeren de problemen.

Hoewel er de laatste weken op straat niet meer geschoten is en de directe dreiging voorbij lijkt, blijft de situatie gespannen. Buitenlandse Zaken raadt Nederlanders in Ouagadougou ten sterkste af om na zonsondergang nog buiten te komen. De recente rellen en de ineffectieve reactie van de regering maken bovendien duidelijk dat president Blaise Campaoré, die zelf in 1987 de macht greep, het land niet volledig onder controle heeft. Hoe realistisch is een stabiele democratische toekomst voor een land waar de levensverwachting 48 jaar is, waar 79 procent van de bevolking niet kan lezen en waar het meer dan twee maanden duurt om een enkele container te exporteren?

PATRICIA DE JONGE

Beckham komt thuis

‘Voetbal is een sport voor communisten’, zei de gymleraar van de Amerikaan Dave Eggers, schrijver van de roman [A Heartbreaking Work of Staggering Genius](http://en.wikipedia.org/wiki/AHeartbreaking_Work_of_Staggering_Genius)_.

Amsterdam – ‘En als voetballers geen communisten zijn, dan toch zeker linkse trutjes’, bevestigt de Amerikaanse uitgever David Hirshey, die in de jaren zeventig als verslaggever meereisde met het toen razend populaire voetbalteam de Cosmos.

David Beckham heeft een miljoenencontract gesloten met de Los Angeles Galaxy. Een paar Nederlanders gaan mee in zijn slipstream. De hoop is dat vooral de komst van de Brit de populariteit van de sport in Amerika ten goede komt. Dat kan. Maar het grootste probleem van de sport, haar imago van halfzachte progressieve doetjes die een vrouwensport bedrijven, zal er niet door veranderen. Zonder onaardig te willen zijn voor het wonderkind met het fluwelen rechterbeen, is een man die parfums op de markt brengt niet waar de Amerikaanse competitie op zit te wachten, al deed Pele dat destijds ook in dienst van de Cosmos.

Een ‘vrolijke metroseksueel’, zoals presentator en voetballiefhebber Matthijs van Nieuwkerk hem noemt, is in Europa de uitzondering waar voetballand mee kan leven. Zij het met moeite. Want voor Europeanen is voetbal toch onlosmakelijk verbonden met de cultuur van de arbeidersklasse, of die arbeiders nu nog bestaan of niet. Natuurlijk heeft ook een bepaald slag intellectuelen zich met volle overgave op de sport gestort – ik noemde er al drie – maar de aantrekkingskracht van spelers als Stijn Vreven, John de Wolf, Vinnie Jones of Willem van Hanegem is niet dat ze in de leer zijn bij een boeddhist of in hun vrije tijd een sarong dragen.

Het is een volstrekt andere ervaring om Gascoigne huilend van het veld te zien lopen, op het WK van ’90, dan Beckham afgelopen jaar op het WK in Duitsland.

In Amerika is dat anders. Daar is voetbal een keurige sport van de buitenwijk. Voor kinderen, recreanten en meisjes. Een beetje zoals hockey hier. Lompe strapatsen worden niet gewaardeerd. Het kapsel van Beckham wel. De Nederlandse voetballer Edwin Gorter, met een volstrekt ander kapsel, ontdekte dit bij de club New England Revolution. Toen hij bij FC Utrecht voetbalde, werd hij eens langdurig geschorst omdat hij de psv’er Bjorn van der Doelen in de ogen prikte. Van der Doelen is een voetballer die in Amerika zou passen. Daar is het profvoetbal vergeven van de aardige, hoogopgeleide voetballers die in hun vrije tijd wel eens een stickie roken, een popconcert bezoeken en soms zelfs de artiest uithangen, net als Van der Doelen. Alexi Lalas, de bekendste Amerikaanse voetballer uit de jaren negentig, met rode sik en lang haar, was gitarist in de band The Gypsies, waarmee hij drie goed verkochte cd’s opnam. De metroseksueel Donovan keerde na twee jaar Bundesliga terug naar LA, niet omdat hij weg moest of in Amerika meer kon verdienen, maar omdat hij niet kon wennen aan ‘de Duitse voetbalcultuur’.

Gorter had waarschijnlijk een hekel aan het type-Van der Doelen, want in Amerika ging het al na een seizoen mis. Hij kreeg de hoogste boete die de mls ooit heeft opgelegd, twintigduizend dollar, voor racistische opmerkingen die hij tijdens een training (!) maakte tegen ploeggenoot David Nakhid. Daar zijn Amerikanen in het keurige voetbal niet van gediend. Gorter keerde terug naar Nederland. Hij kon de revolutie niet brengen. Beckham wil het niet eens. Die komt thuis. Nu zien hoe het Edgar Davids vergaat.

PIETER VAN OS

FRUITCAKES

Ook in Engeland is het dringen op de rechterflank

LONDEN – Een voorstelling van het Engelse danstheater is afgelopen weekeinde verstoord door mensen die ongelukkig waren met de aanwezigheid van ballerina Simone Clark op de ledenlijst van de British National Party. De onthulling van dit lidmaatschap, enkele maanden geleden, moest het bewijs vormen dat de bnp inmiddels salonfähig is geworden. Dat valt mee. De nationalisten genieten vooral steun van teleurgestelde Labour-stemmers in verwaarloosde buurten. In het Oost-Londense Barking & Dagenham, bijvoorbeeld, waar een van de meest talentvolle kamerleden van Labour, Jon Cruddas, fanatiek campagne voert tegen de apathie en de drang naar radicaal stemgedrag. Hij legt de schuld onder meer bij zijn eigen partij, die vooral interesse toont in een handjevol kiezers in marginale kiesdistricten en de traditionele achterban voor lief neemt. Elke twintig minuten zegt iemand z’n lidmaatschap op. Over een paar jaar is Labour een virtuele partij.

Ook de Conservatieve Partij van David Cameron dreigt haar grassroots te verwaarlozen. Hoewel het campagnegeld dankzij Dave’s charme binnenstroomt en de opiniepeilingen gunstig zijn, wordt er op de achtergrond steeds luider gemopperd. Wekelijks slaagt de jonge leider erin om de traditionele achterban op de kast te jagen, de ene keer door geen belastingverlagingen te beloven, de andere keer door het voorstel criminele hangjongeren niet met de zweep maar met liefde te geselen.

Cameron heeft zichzelf neergezet als ouderwetse, sociaal bewogen Tory-patriarch, het type dat zo heeft geleden tijdens het thatcherisme van de sociale klimmers, de ‘upwardly mobiles’, van de Bransons, de Sugars en de Saatchis. Ironisch genoeg krijgt Thatcher deze dagen vooral lof van Camerons aanstaande rivaal, Gordon Brown.

Tot overmaat van ramp werd Churchill niet opgenomen in de lijst van twaalf invloedrijkste Britten die, volgens de Tories, aandacht moeten krijgen op school. Zelfs Churchills afkeer van een begrip als ‘relatieve armoede’ werd door Cameron weersproken. Als je geen breedbeeldtelevisie hebt, ben je arm. Nog erger werd het toen Cameron zich schuldig maakte aan het meest ernstige politieke delict binnen de partij: eurofilie. Bij zijn campagne voor het leiderschap had een stemmenjagende Cameron zich nog opgesteld als euroscepticus, maar vijftien maanden later lijkt daar niets van over. Gestaalde partijkaders brengen in herinnering dat Cameron ooit John Major adviseerde de euro in te voeren.

Afgelopen week maakten de Lords Pearson of Rannoch en Willoughby de Broke geld over naar de United Kingdom Independence Party. Een paar dagen later volgde de Conservatieve huiseconoom Tim Congdon. En de schatrijke Tory-donateur Stuart Wheeler is onlangs aan de dinertafel gesignaleerd met de Ukip-leider. Cameron heeft de Ukip ooit uitgemaakt voor ‘a bunch of fruitcakes, loonies and closet-racists’, hetgeen deze protestpartij alleen maar populairder maakte. Dat gebeurde ook toen Camerons voorganger Michael Howard ze had neergezet als ‘excentrieke horzels’. Kosten: 26 zetels. Cameron zegt de ‘oude zeikerds’ liever kwijt dan rijk te zijn. Disreali’s ‘One Nation’ of zelfs Jean Monnets Verenigd Europa is immers haalbaarder dan één Conservatieve Partij.

PATRICK VAN IJZENDOORN