Week 4

Deze week

de Engelandvaarders van PCM

Apax, dat in 2004 een meerderheidsbelang in PCM-uitgevers kocht, verlaat toch nog onverwacht de Nederlandse mediamarkt. Het Britse hedgefonds verkoopt zijn aandelen terug aan Stichting Democratie & Media. Een aantal bluffers zit nu op de schopstoel.

AMSTERDAM – De nonsens die afgelopen half jaar door de leiding van uitgeverij pcm in het openbaar is gedebiteerd, werd steeds gekker. Zelfs op de nieuwjaarsrecepties zei bestuursvoorzitter Ton aan de Stegge dat het Britse private equity fund Apax zich niet binnen afzienbare tijd zou terugtrekken uit pcm. Het moment dat Apax zou gaan desinvesteren kon nog wel twee jaar op zich laten wachten. En collega Philip Alberdingk Thijm, verantwoordelijk voor de dagbladen, ging bij dezelfde gelegenheden onverdroten door met zijn uitleg dat de kostenbesparingen die de kranten zich dit jaar moeten getroosten geen bezuinigingen zijn maar een nieuwe manier van budgettair denken.

Allemaal doorzichtige pogingen om continuïteit te veinzen. Want Apax is nu al op de vlucht geslagen en verkoopt zijn aandelen terug aan Stichting Democratie & Media (sdm), die in 2004 haar meerderheidsbelang onder druk van de toenmalige directie afstootte. Toen De Groene Amsterdammer op 27 oktober vorig jaar melding maakte van de belangstelling van de stichting om pcm terug te kopen, werd dit door pcm uiteraard slinks ontkend. Elke letter in de pers kan de prijs opdrijven of juist doen kelderen. Maar alle flauwekul ten spijt is het toch gebeurd. Volgens secretaris Stoop van sdm betaalt de stichting de terugkoopsom uit eigen middelen. sdm heeft ruim driehonderd miljoen euro in kas. Ze wil een ‘eenduidige aandeelhoudersstructuur’, aldus Stoop in NRC Handelsblad van dinsdag 23 januari. Dit verlangen naar eenduidigheid sluit overigens niet uit dat er alsnog een tweede partij aan boord wordt getild. In het verleden zijn daarover verkennende besprekingen gevoerd met de Rabobank.

Het begrip ‘eenduidige aandeelhoudersstructuur’ is voor een groot aantal functionarissen bij pcm niettemin een angstaanjagend perspectief. In de Raad van Bestuur is chief executive officer Ton aan de Stegge zijn leven niet zeker. De ceo heeft afgelopen half jaar een duizelingwekkend aantal tournures gemaakt. De spectaculairste draai van Aan de Stegge was het ‘deal – no deal’ met zijn voormalige bovenbaas Marcel Boekhoorn van Telfort, met wie hij eerst wel en toen weer niet een gratis kwaliteitsdagblad zou gaan maken.

Chief financial officer Bert Groenewegen heeft ook reden tot zorg. Sinds het fiasco van Aan de Stegge met de gratis krant leek hij de nieuwe machthebber in het management van pcm. Zich beroepend op het commitment van de topmanagers om twintig procent rendement te genereren in ruil voor extra bonussen – zelf heeft Groenewegen, naar verluidt, voor negentigduizend euro aandelen in pcm – zette hij de kranten het mes op de keel om verder te saneren. Zijn belangrijkste financiële controller verdient niet voor niets meer dan hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant. Maar of sdm net zoveel belang hecht aan de trucs van de ‘financial engineers’ als Apax is de vraag.

Bestuurslid Philip Alberdingk Thijm ten slotte moet zich opnieuw positioneren. Bij de vlaggenschepen de Volkskrant en NRC Handelsblad geniet hij, wegens zijn gebrek aan strategisch overzicht, weinig ontzag. Bij het uitluiden van hoofdredacteur Folkert Jensma van NRC Handelsblad in november vorig jaar werd de lofrede van Alberdingk Thijm zelfs overstemd door steeds luider sprekende redacteuren aan de bar en rinkelende bierglazen.

De Raad van Commissarissen, waar Engels de voertaal is, zit in meerderheid ook op de schopstoel. De Ondernemingsraad had de toezichthouder al eerder in het vizier en begon de aanval op te zoeken. De OR was zich aan het oriënteren of er een zaak tegen de Raad van Commissarissen bij de Ondernemingskamer aanhangig zou kunnen worden gemaakt.

Allereerst commissaris Stephen Grabiner van Apax natuurlijk. Maar ook voorzitter Van der Merwe moet zich beraden. Hij is altijd een warm pleitbezorger geweest van de heilzame tucht door hedgefondsen – de berichtgeving over private equity in de eigen kranten ergerde hem zienderogen – en kan dus beter gaan.

De entree van Apax heeft niets positiefs opgeleverd. Integendeel. Apax heeft het gewichtigste krantenbedrijf van Nederland naar de afgrond geleid. De exit van Apax zal aan het licht brengen of en wat er nog te redden valt.

HUBERT SMEETS

SCHICHTIGE DUIF:

HRANT DINK (1954-2007)

Het slechte nieuws uit Turkije is dat een zachtaardige maar moedige journalist zijn liefde voor de waarheid met de dood heeft moeten bekopen. Het goede nieuws uit Turkije is dat de officiële en informele reacties op de moord nagenoeg allemaal de goede toon troffen.

ISTANBUL – Fahri Aral, de voormalige uitgever van Orhan Pamuk en hoofd van een universitaire uitgeverij, was met Dink bevriend. Net als Dink behoorde hij tot de ’68-beweging van radicaal linkse intellectuelen in Turkije. Hoezeer hij de dood van zijn vriend ook betreurt, Fahri Aral ziet de moord niet als een bedreiging voor de democratische ontwikkelingen in Turkije. Premier Tayyip Erdogan verklaarde dat er ‘een kogel is afgevuurd op de democratie en de vrijheid van meningsuiting, een kogel die voor ons allemaal was bedoeld’ en beloofde plechtig de ‘provocateurs’ die erachter zaten tot de laatste man te zullen vervolgen.

Aral: ‘De afwikkeling van de moord wordt een heel ingewikkeld proces voor Turkije, met de verkiezingen en de onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie in het verschiet. Maar ik ben niet bang dat we weer afglijden naar de tijd waarin dit soort moorden aan de orde van de dag was, of dat er een staatsgreep dreigt. Daarvoor is er te veel veranderd, de samenleving is te open geworden en er zijn steeds meer mensen die zich inzetten voor de democratie. De mars die onmiddellijk na de moord gehouden werd, zie ik als een lichtpunt. Dat was een aantal jaren geleden niet gebeurd, omdat mensen te bang waren.’ Aral zegt dit een dag na de moord in de lobby in het Marmara Hotel vlakbij het Taksimplein in Istanbul. De protestmars ontstond spontaan, op datzelfde plein. Een geschatte vierduizend mensen gingen de straat op en droegen spandoeken met ‘Wij zijn Armeniërs, wij zijn Hrant Dink’. Een unicum, volgens Aral.

Aral was ruim 25 jaar bevriend met Dink. Nog geen week geleden had Dink Aral te kennen gegeven dat hij overwoog het land te verlaten. Maar, had Dink gezegd, wat moet ik in het buitenland, ik zal Istanbul al na twee dagen missen. ‘Hij was niet alleen bang, maar bovenal verdrietig, omdat hij geen gehoor vond voor zijn pleidooi. Hij voelde zich onbegrepen, zowel door de Turkse samenleving als door de Armeense diaspora. Dat kwam doordat hij een aparte positie innam. Hij noemde zich een Turk van Armeense afkomst, hield van Turkije, was geen vriend van de Armeniërs in Armenië en ook niet van de Armeense diaspora.’ In de Armeense kwestie bewandelde Dink de gulden middenweg door ervoor te pleiten de slachting onder de Armeniërs wel te erkennen, maar het geen genocide te noemen. Aral: ‘Die kwestie ging hem aan het hart, en hij was naast een idealistische ook een zeer emotionele man. Tijdens een conferentie over dit onderwerp vorig jaar brak hij verschillende keren in huilen uit.’

De bedreigingen aan zijn adres namen de laatste maanden toe, ook zijn gezin werd bedreigd. Aral: ‘De bedreigingen kwamen van bepaalde groepen die door middel van terreur hun zaakjes regelen: de staat binnen de staat. Soms verdwijnen ze een beetje naar de achtergrond, afhankelijk van hun machtspositie. Zo schijnt het voormalige hoofd van de politie achter een reeks politieke moorden te zitten. Maar nu hij in de politiek zit, heeft hij een heel andere retoriek, praat hij opeens over de democratisering van Turkije.’ De bedreigingen kwamen zowel van de linker- als van de rechterzijde van het extreem nationalistische spectrum. Vorig jaar werd Dink op een website van extreem linkse nationalisten nog gekroond tot ‘Verrader van het jaar’ – een titel die eerder naar Orhan Pamuk ging. Toch kon Dink niet geloven dat hem écht wat zou worden aangedaan. Hij vergeleek zichzelf met een schichtige duif: op zijn hoede vechtend voor vrede. Aral: ‘“Wie zou er nu op een schichtig vogeltje schieten”, zo redeneerde hij, “die zullen ze wel laten leven.”’

MARTE KAAN

ELKE VROUW IS ALS EEN BLOEM

In Egypte komt een sluierverbod. Een islamitisch land als lichtend voorbeeld in de strijd tegen de islamisering?

CAIRO – Vanachter een sluier worden geen religieuze adviezen meer uitgedeeld. Dat zou volgens de Egyptische minister van Religie Hamdy Zaqzuq alleen maar ‘de cultuur van de niqaab promoten’. In een interview met een grote Egyptische krant verwerpt hij de aanstelling van volledig gesluierde adviseuses die het land ingaan om de mensen thuis bij te staan in hun religieuze vragen. ‘De niqaab is een kwestie van cultuur, niet van geloof’, aldus de minister, ‘het heeft niets met religie te maken.’ Alle volledig gesluierde adviseurs zijn per direct teruggeroepen. Hun wacht een administratieve baan. Enkele dagen eerder had Zaqzuq al een adviseuse uit een bidtrainingssessie laten verwijderen, omdat ze de niqaab droeg.

De Egyptische overheid lijkt een steeds actiever beleid te voeren – en vooral te formuleren – tegen het dragen van een niqaab. Afgelopen jaar breidde het sluierverbod zich uit tot een groot aantal overheidskantoren. Ook op sommige universiteiten is onlangs de niqaab verboden, waarbij als reden werd aangevoerd dat iemand (anders) zich zou kunnen verstoppen achter de sluier. ‘Als een man met een sluier zou binnendringen in de meisjesslaapvertrekken, zouden de ouders me vermoorden’, verdedigde een rector zich. Het verbod leidde tot hevige protesten van verontwaardigde studentes. Ze beschouwen het dragen van een sluier als hun religieuze plicht.

Hoewel de meningen verdeeld zijn in Egypte, een land waar volgens schattingen meer dan negentig procent van de islamitische vrouwen een hoofddoek draagt, viel het hele land in november over de minister van Cultuur heen, toen die herinneringen ophaalde aan de tijd ‘dat onze moeders onbedekt naar de universiteit of hun werk gingen’. ‘Dat is de tijdgeest waarin wij opgroeiden, dus waarom nu deze regressie? Elke vrouw is als een bloem, met haar mooie haren, die aan anderen niet zou moeten worden onthouden’, aldus de minister, die niet om zijn voorkeur voor vrouwen bekend staat. ‘Een vrouw draagt een sluier van binnen, niet van buiten. Religie gaat tegenwoordig te veel om symbolen.’

Uit religieuze hoek volgden bedreigingen, studenten gingen de straat op en de Moslimbroederschap riep om zijn aftreden. Zelfs progressief Egypte vond dat hij zijn boekje te buiten was gegaan. Toen de storm was overgewaaid, gaf Salama Ahmed Salama, invloedrijk columnist bij Al Ahram, ook nog even zijn mening over het dragen van een sluier. ‘Het staat voor een extremistische mentaliteit… Het is net zo belachelijk als het dragen van een zwempak of pyjama naar kantoor.’

EDUARD PADBERG

BULLYWOOD

De laatste versie van ‘Celebrity Big Brother’ blijkt een cynisch experiment: seks verkoopt niet meer, maar ras wel.

LONDEN – ‘Is dit het Engeland van nu? Het is beangstigend’, verzuchtte de Indiase Bollywood-actrice Shilpa Shetty in het Celebrity Big Brother-_huis. Voor haar deelname had ze een heel ander beeld van het land, meer het Bollywood-beeld. Zo toont een film als _Bride and Prejudice alleen de attracties: Big Ben, Buckingham Palace en Camden Town. Het positieve imago van Engeland wordt bovendien overgebracht door de oudere generatie, die met het idee leeft dat de normen en waarden uit de tijd van voor de Indiase onafhankelijkheid de houdbaarheidsdatum nog niet zijn gepasseerd, dat het ‘That’s not cricket’-idee nog steeds geldt.

Wat zich in het Big Brother-_huis afspeelde, doet denken aan een passage uit Theodore Dalrymple’s boek _Life at the Bottom: The Worldview that Makes the Underclass, waarin de ervaringen van een Brits-Indiase arts worden opgetekend. Hij had in India veel materiële armoede gezien, maar dat viel mee vergeleken bij de geestelijke armoede in de Engelse onderklasse.

Shetty werd omringd door enkele onderklasse_-‘celebrities’_ die op miraculeuze manier zijn ontsnapt aan een carrière achter de kassa bij Tesco: een ex-zangeres die nu honden fokt, een vriendin van een bekende voetballer en een zware delegatie van de Engelse Tokkies, de Goodies genaamd. Zij danken hun bekendheid aan eerdere afleveringen van Big Brother. Zij besloten de knappe, beschaafde en volwassen Shetty zoveel mogelijk te treiteren. Shetty werd, doorgaans achter haar rug, uitgemaakt voor ‘hond’, ‘Paki’ en ‘Poppadom’. Veel van de racistische opmerkingen sloegen in feite op de ‘bullies’ zelf: Shetty werd belachelijk gemaakt omdat ze met haar handen at, terwijl de Engelsen niets anders doen met hun patat, hun hamburgers en hun steaks; ze kreeg te horen dat ze terug moest naar de krottenwijken, terwijl de Goodies zelf afkomstig zijn uit een Londense achterbuurt. Voorts werd haar ‘Engels’ belachelijk gemaakt door lieden wier woordenschat bestaat uit hooguit tweelettergrepige woorden, wat komische situaties opleverde toen zij woorden als ‘influential’ en ‘dilemma’ trachtten uit te spreken. Uithuilen kon de Indiase bij twee andere buitenlanders: Jermaine Jackson en Dirk Benedict (Face uit The A-team). De reacties in de buitenwereld waren furieus. Zelfs Tony Blair, die bekende niet tot het kijkerspubliek te behoren (jammer, want het zegt meer dan tien focusgroepen), moest zich in het debat mengen.

Dat het geen uitzondering betreft, heeft mijn vrouw, een Maleisische van Indiase komaf, ervaren op haar eerste werkplek, een bedrijfje dat replica’s van kroonjuwelen verkocht. In het magazijn naast haar zaten vier Engelsen aan wie de Verlichtingsidealen voorbij waren gegaan. Ze dreven de spot met de nieuwkomer met haar keurige kleren, beschaafde taalgebruik en oosterse lunchpakketten. Een van hen dacht dat mensen in Maleisië in boomhutten woonden. Na enige tijd toonde een van de plaaggeesten berouw. Ze besloot haar leven te veranderen, vond een nieuwe baan, verwijderde haar tatoeages, stopte met zuipen. Ze zei dat het gedrag voortkwam uit jaloezie. ‘Door jou zagen we onszelf zitten…’ Of zoals Shilpa Shetty zei: ‘Ik ben niet bang voor haar, zij is bang voor míj.’

PATRICK VAN IJZENDOORN

BRAVITUDE

De campagne van Ségolène Royal voor het Franse presidentschap loopt averij op.

PARIJS – Afgelopen maandag namen de Franse socialisten hun nieuwe campagnehoofdkwartier in de rue de Solferino in gebruik. Niet aanwezig: Arnaud de Montebourg, de campagnewoordvoerder van Ségolène Royal. Na een reprimande van zijn bazin zit hij de komende maand thuis. De andere partijbaronnen waren er wel, maar de stemming was bedrukt. Niet zo vreemd: een week eerder was de Royal-campagne – tot dan toe voortzoevend als een Citroën C6 – aan het haperen geraakt.

Dat begon eigenlijk al in China, waar Royal het in de snijdende wind op de Chinese Muur over bravitude had waar zij bravoure bedoelde en daarmee de risee van de natie werd. En toen was er plotseling die overrompelende speech waarmee haar rechtse tegenstrever Nicolas Sarkozy zich op de routekaart naar het Elysée positioneerde. Terwijl Royal nog maar amper bijgekomen was, wees een peiling van Libération uit dat waar negentien procent van de Franse arbeiders meende dat zij beter af waren met Sarkozy, slechts veertien procent koos voor Ségolène Royal.

Inderhaast werd een besloten vergadering belegd met al haar politieke adviseurs. Besloten? Niet helemaal. Een lid van het landelijk partijbureau had het participatoire karakter van de campagne zo letterlijk opgevat dat hij vooraf met Le Monde belde en daar zijn mobiele telefoon te luisteren aanbood. Royal, zo kon heel Frankrijk de volgende dag lezen, blaakte nog steeds van zelfvertrouwen. Ze spoorde medewerkers aan de campagne voor de kamerverkiezingen (die zullen volgen op de presidentsverkiezingen in mei) ter hand te nemen. ‘We moeten straks geen cohabitatie hebben, als jullie begrijpen wat ik bedoel.’ Om haar voor dergelijke hoogmoed te straffen, verschenen de volgende dag resultaten van een nieuwe peiling, waarin Ségolène een duikeling van tien procentpunten maakte ten opzichte van november 2006. Ondertussen verkneukelde het Franse publiek zich al de hele week over de aanzwellende stroom onthullingen over het privé-vermogen van Ségolène Royal en haar levenspartner, collega-politicus François Hollande en de ‘solidariteitsbelasting’ die zij daar al dan niet over betaalden. Dat vermogen bleek met 356 duizend euro tamelijk bescheiden en ook de belasting betaalden ze keurig. Maar dat het met de harmonie in het gezin Royal-Hollande minder gesteld was, bleek toen die laatste een voorstel tot belastinghervorming lanceerde en daarop werd teruggefloten door Royal.

Het was inmiddels vrijdag en daar kwam campagnewoordvoerder Arnaud de Montebourg in beeld. De Montebourg geldt als beau garçon van de Franse politiek, maar geniet eveneens bekendheid door zijn verfrissende ideeën omtrent de hervorming van de Vijfde Republiek. Gedurende de hele rampweek had hij zich op de vlakte gehouden. Nu kon hij zich niet langer beheersen en verklaarde op televisie dat ‘het enige manco van Ségolène Royal haar levenspartner is’. C’était pour rire zei hij er nog achteraan. Maar Royal zag er de humor niet van in, gaf hem een ‘gele kaart’ en stuurde hem vervolgens onverbiddelijk van het veld. En zo veranderde Royal ook daar les règles du jeu – al lijkt dat besef bij de overgebleven partijbaronnen slechts langzaam door te dringen.

MARIJN KRUK

Correctie

In het artikel van Koen Haegens (De maakbare burger, De Week, nummer 3) is een vervelende fout geslopen. Wij publiceerden: ‘In Zweden en Duitsland zijn er programma’s die neonazi’s inzetten om collega’s tot inkeer te brengen.’ Dit moet zijn: ‘voormalige neonazi’s’. Onze excuses.