Week 6

Deze Week

Knights & Nightmares

Tot voor kort waren de schandalen rond Tony Blair vooral hilarisch. Maar de gekte begint nu toch angstig serieus te worden.

LONDEN – Aan de muren van de metro hingen afgelopen maand afbeeldingen van de vier recente Britse premiers: drie staatsieportretten van Jim Callaghan, Margaret Thatcher en John Major, alsmede een ‘boevenfoto’ van Tony Blair, van opzij genomen en met een detentienummer. Het betrof een advertentie voor de politieke thriller The Trial of Tony Blair, die onlangs op Channel 4 te zien was. Blair heeft hierin Downing Street eindelijk overgedragen aan Gordon Brown, doch niet dan nadat Cherie alle peertjes uit de lampen heeft meegejat. Brown doet er weinig aan om een berechting van Blair bij het Haagse oorlogstribunaal te voorkomen.

Iets waarschijnlijker is dat Blair te zijner tijd zijn opwachting zal maken als getuige in een gans ander proces: tegen enkele kopstukken uit de Labourpartij wegens het verkopen van ‘knighthoods’ en ‘peerages’ of, serieuzer, het belemmeren van de rechtsgang. In het ergste geval allebei. Scotland Yard heeft de smaak te pakken en heeft de premier, vlak voor een reis naar Davos, voor de tweede keer en in het diepste geheim als getuige gehoord. Zelfs zijn spindoctors bleken van niets te hebben geweten. De politie wilde niet dat de voorlopige hoofdverdachte in deze zaak, Lord Levy (alias Lord Cashpoint), op de hoogte zou zijn van Blairs tweede verhoor.

De recherche zou Levy een paar dagen later voor de tweede keer arresteren, ditmaal voor het belemmeren van de rechtsgang, een delict waarvoor maximaal levenslang staat. Voor hetzelfde vergrijp werd Blairs vertrouweling Ruth Turner in de vroege ochtend van haar bed gelicht. Ministers reageerden ziedend op de ‘theatrale’ en ‘on-Engelse’ handelwijze van de Yard, blijkbaar vergetend dat tegenstanders van de regering in het nabije verleden op hardhandige wijze werden aangehouden, zoals de hoogbejaarde man die tijdens een toespraak op een partijconferentie ‘boe’ had geroepen.

De recherche denkt dat er cruciale e-mails en documenten zijn vernietigd, een vermoeden dat werd versterkt door de ontdekking van een geheim, een vernuftig computernetwerk op Downing Street, zo ongeveer het enige computersysteem binnen overheidskringen dat goed blijkt te werken. Daarmee begint de affaire interessante parallellen te vertonen met die van Richard Nixon, over wie afgelopen jaar toevallig een succesvol toneelstuk te zien was op West End.

Blair, ondertussen, lijkt inspiratie te putten uit hetgeen Harold Wilson, die eveneens in de problemen was gekomen met het uitdelen van adellijke titels, ooit zei tijdens een crisis: ‘I can tell you what’s going on: I’m going on.’ Tijdens een emotioneel radio-interview met John Humphrys zei hij de affaire te beschouwen als een mediahype. Deze houding typeert het denken op Downing Street, waar men rechercheurs aanziet voor lastige journalisten die middels misleiding en manipulatie op hun plaats kunnen worden gezet.

Hoewel de roep om zijn vertrek luider wordt, wil Blair in ieder geval aanblijven tot 2 mei, wanneer hij zijn tienjarig jubileum als premier viert. Dan zal er uitgebreid worden teruggekeken op de verkiezing van 1997, die een overwinning leek te zijn voor schone en integere politici. Van harte steunde Labour indertijd de anticorruptiekandidaat Martin Bell, die, in zijn witte pak, een veilige Tory-zetel wist te veroveren. Tien jaar en vele schandalen later werkt deze ex-journalist aan het boek The Truth that Sticks: New Labour’s Breach of Trust.

Cadeautje voor Tony?

PATRICK VAN IJZENDOORN

Lindengate

In het kantoor van volksvertegenwoordiger Wolfgang Neskovic aan de Unter den Linden zijn twee microfoontjes gevonden. Eindelijk, dacht het verzamelde journaille in Berlijn: ons eigen Watergate.

BERLIJN – Wolfgang Neskovic is de belangrijkste criticus van Frank-Walter Steinmeier, de spd-minister van Buitenlandse Zaken. Die ligt al weken onder vuur van een parlementaire onderzoekscommissie voor zijn rol in de affaire-Kurnaz, een voormalige gevangene in Guantánamo Bay die door Duitsland aan zijn lot werd overgelaten, ondanks het aanbod van de Amerikanen hem uit te leveren. En Neskovic, voormalig rechter aan het Bundesgerichtshof in Karlsruhe, speelt in de commissie de eerste viool.

Een oplettende cameraman had de microfoontjes gezien tijdens een interview met Neskovic. Maar Watergate was het niet: de elektronische apparatuur was amateuristisch bevestigd aan een lamp, de stekker slingerde omlaag. Volgens techneuten van de Bondsdag waren ze nog niet gereed om gesprekken op te nemen of af te luisteren. Volgens hen ging het om ‘gewone spullen uit de handel’.

Tegelijkertijd is bekend dat de Duitse geheime dienst (bnd) veel ex-communisten van de Linkspartei afluistert. Het verschil met de vroegere Stasi is dat de bnd er rond voor uitkomt dat die oud-spd-voorzitter Oskar Lafontaine en consorten afluistert, omdat de bnd de Linkspartei als een ‘extremistische groepering’ beoordeelt. Maar dat ze ook luisteren naar een partijloze politicus als Neskovic is nieuw.

Bondsdagpreses Norbert Lammert (cdu) heeft daarom alle parlementariërs opgeroepen hun kantoor te laten onderzoeken. Maar het Duitse leninistische spreekwoord ‘Vorsicht ist gut, Kontrolle ist besser’ boet aan populariteit in. Er hebben zich nauwelijks mensen bij Lammert gemeld.

Steinmeier was vroeger bureauchef van kanselier Gerhard Schröder. Steinmeier liet toen de in Bremen geboren Turk Murat Kurnaz vier jaar lang aan zijn lot over in Guantánamo Bay. Kort na 9_/_11 werd Kurnaz in Pakistan gearresteerd en aan de Amerikanen overgedragen. De cia transporteerde hem naar Kandahar. Duitse elitesoldaten, die daar officieel nog niet mochten zijn, verhoorden Kurnaz hardhandig. Zowel de Amerikanen als de Duitsers kwamen daarbij tot de conclusie dat de negentienjarige jongeman geen banden had met de Taliban.

Toch werd Kurnaz naar Guantánamo Bay gevlogen, waar hij naar eigen zeggen werd gemarteld. Steinmeier hoorde al snel hiervan. Maar in plaats van de in Duitsland geboren burger te helpen, trok men zijn verblijfsvergunning in, omdat Kurnaz in Guantánamo geen verlenging had aangevraagd. Bovendien wilden bnd en Steinmeier een reisverbod voor Kurnaz. Het aanbod van de VS in 2002 om hem uit te leveren, legde Steinmeier vier jaar lang naast zich neer. Pas onder de nieuwe regering-Merkel kwam een volledig getraumatiseerde Kurnaz, met lange rode baard, terug naar de Bondsrepubliek.

Steinmeier is inmiddels aangeklaagd wegens vrijheidsberoving. Zelf vindt hij dat hem niets ten laste kan worden gelegd: Kurnaz vormde een risico. Neskovic merkte op dat Steinmeier met zijn uitlatingen zijn eigen graf heeft gegraven, immers bij verdenking mag je iemand kennelijk jarenlang opsluiten.

ROB SAVELBERG

Radio Rwanda

Dertien jaar geleden was de radio een instrument bij de slachtpartijen in Rwanda. Nu combineert die seksuele voorlichting en amusement. En opnieuw luistert iedereen.

KIGALI – Het jaarlijkse personeelsuitje blijft dit keer beperkt tot een etentje in de hoofdstad Kigali. Ze maken er toch een gezellig samenzijn van: de radiomakers en overige medewerkers van Urunana, de populairste soap van Rwanda. Maar Urunana (hand-in-hand) betekent meer. Het programma brengt essentiële gezondheidsinformatie over ‘veilig vrijen’, familieplanning, hiv/aids en malariapreventie, verpakt in een humoristisch jasje. Urunana breekt taboes.

Toen Urunana, geproduceerd door de Britse ngo Health Unlimited, in 1999 voor het eerst via bbc-Africa Great Lakes Service te beluisteren was, reageerde de bevolking argwanend. Want kon radio ook iets educatiefs en grappigs brengen? In 1994 werd de radio immers intensief gebruikt om de bevolking aan te zetten tot moord. Bovendien is informatie verstrekken en mensen aan het lachen maken een kunst die niet iedereen verstaat. Maar de getalenteerde schrijvers van Urunana slagen daar wonderwel in: de luisterdichtheid is 75 procent. Wanneer er ergens in de provincie live wordt opgetreden, stromen van heinde en verre duizenden luisteraars toe om de hoofdrolspelers in levenden lijve te bewonderen. Die komen als echte coryfeeën binnen tijdens het diner, iets hipper gekleed dan de gemiddelde stadse Rwandees en uiteraard iets te laat. Een van de acteurs is zo populair dat hij geregeld wordt gevraagd om op te treden bij huwelijken en partijen.

Het is moeilijk voor te stellen dat zich in dit vrolijke gezelschap wellicht kinderen van moordenaars bevinden. Het land telt achthonderdduizend verdachten van moord en medeplichtigheid. Ze zitten naast hun vrienden die het overleefd hebben, maar voorgoed getekend zijn. Zij zullen er niet snel zelf over beginnen. De Rwandees kan niet blijven stilstaan bij 1994, die moet door met het leven. Dat is al moeilijk genoeg.

Vincent is medewerker van het Health Unlimited-kantoor in Huye. Op de vraag hoe hij Nieuwjaar heeft gevierd, antwoordt hij slechts met: ‘Wat heb ik nou te vieren?’ Zijn ouders zijn gestorven aan aids en tegenwoordig reist Vincent ieder weekend naar Kigali om een eveneens zieke, alleenstaande neef bij te staan. Vincent verzorgt, sinds zijn terugkeer naar Rwanda, de logistiek rond de verdeling van door de EU geschonken radio’s voor de arme plattelandsbevolking. Het geeft hem veel voldoening om boeren na een distributiedag de heuvels op te zien lopen. De fragiele silhouetten laten hoofden zien met daarop een doos – het begeerde kleinood om naar Urunana te luisteren.

HERMAN KEPPY

Dure onafhankelijkheid

Al schiet een koninklijke neef nogal eens te hulp, de pers heeft het nog altijd moeilijk in Marokko.

RABAT – Onlangs kreeg het weekblad Nichane een verschijningsverbod. De directeur en een journalistiek medewerker werden veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en het betalen van fikse boetes. Vanwege het publiceren van een paar moppen werden ze schuldig bevonden aan het beledigen van de islam.

Het vonnis viel mee, en velen haalden opgelucht adem. Toch heeft de Marokkaanse overheid precies bereikt wat ze wilde. Journalisten zullen voortaan wel uitkijken, Koeweit – een belangrijke sponsor van een paar megalomane bouwprojecten – is tevreden dat er actie werd ondernomen, terwijl het land tegenover het Westen juist kon laten zien dat de straffen er heus niet barbaars zijn.

Nichane is de Arabischtalige evenknie van het Franstalige weekblad TelQuel, dat nu een jaar of drie bestaat. Er is nog een weekblad in Marokko_, Le Journal Hebdomadaire,_ dat ook een Arabische uitgave heeft, As-Sahifa. Deze vier zijn de enige onafhankelijke weekbladen van Marokko. Le Journal Hebdomadaire heeft het daarvan het zwaarst te verduren. Het blad werd recentelijk veroordeeld tot het betalen van driehonderdduizend euro, omdat het eind 2005 waagde een rapport over de Westelijke Sahara, gepubliceerd door het in Brussel gevestigde bureau esisc (European Strategic Intelligence & Security Center), te kritiseren. Het pro-Marokkaanse rapport had een twijfelachtig wetenschappelijk gehalte, volgens het blad. Ook stelde het vragen bij de aard van het instituut esisc: was dat niet een lobbybureau voor de Marokkaanse overheid, gericht op het verdedigen van de Marokkaanse belangen bij de EU?

Ook in hoger beroep bleef de straf gehandhaafd, de torenhoge boete plus gevangenisstraf voor de directeur van het blad, Aboubakr Jamaï. Maar de boete werd niet opgeëist door de Belg Claude Moniquet van esisc en Jamaï zat zijn straf niet uit. De uitspraak bleef als een zwaard van Damocles boven het blad hangen. Kortgeleden verscheen de deurwaarder; de boete moest toch worden betaald. Aboubakr Jamaï heeft, om het blad te redden, nu ontslag genomen en het land verlaten. Het is een harde slag voor de onafhankelijke pers, alom wordt de aan Oxford opgeleide Jamaï geroemd om zijn journalistieke talent en zijn intelligente visies.

Het was niet de eerste keer dat het blad werd veroordeeld. In 2000 was het een tijdlang zelfs verboden, vanwege het publiceren van een brief die gevoelige informatie bevatte over Marokko’s verleden. Van 2000 tot 2004 ontspon zich een affaire, waarin Hebdomadaire aantoonde dat de minister van Buitenlandse Zaken, Mohamed Benaïssa, als ambassadeur zijn residentie in Washington niet volgens de regels had gekocht. De minister spande een proces aan, de rechter wilde de door het blad aangevoerde bewijzen niet in overweging nemen; de veroordeling was een gevangenisstraf en een boete van vijftigduizend euro. Het blad is toen gered door Moulay Hicham, de linkse neef van koning Mohammed VI. Hij betaalde. Hij heeft aangeboden ook de door Claude Moniquet opgeëiste driehonderdduizend euro te betalen, maar dat heeft Aboubakr Jamaï deze keer om principiële redenen geweigerd. De krant is niet een koninklijke-familieaangelegenheid.

SIETSKE DE BOER

Salazar de Grootste

Paniek en huiver in Portugal, waar staatsomroep RTP de verkiezing ‘Grootste Portugees aller tijden’ organiseert. Doorgedrongen tot de toptien is António Oliveira Salazar, de dictator die het land ruim veertig jaar in een ijzeren greep had.

BRAGA – Portugese commentatoren schamen zich plaatsvervangend. ‘Salazar tot de tien grootste Portugese persoonlijkheden uit de geschiedenis rekenen is een evidente agressie tegen de collectieve herinnering van ons land’, schrijft columnist Nuno Grande van de Jornal de Notícias. Grande herinnert eraan hoe Salazar onder het motto ‘voor de gemiddelde Portugees volstaat kunnen rekenen, lezen en schrijven’ een grote rem zette op de ontwikkeling van het Portugese volk, waar het land nu nog mee kampt. En hoe hij tegenstanders liet opsluiten en martelen in concentratiekampen, er geen been in zag om politieke tegenstanders te vermoorden en ruim een miljoen jonge Portugezen naar de diverse Afrikaanse gebiedsdelen joeg voor bloederige doch nutteloze oorlogen tegen de onafhankelijkheidsbewegingen in Mozambique, Guinee en Angola. ‘Deze uitverkiezing betekent dat Portugal niet beschikt over een herinnering’, aldus Grande.

Ook controversieel is de toptien-positie van Álvaro Cunhal, de legendarische leider van de Portugese Communistische Partij, die weliswaar een felle bestrijder van de fascistoïde Salazar was, maar tegelijkertijd een grote voorliefde aan de dag legde voor het totalitaire model en Stalin tot ver na de val van de Muur bleef bewieroken als de grootste staatsman uit de wereldgeschiedenis.

Salazar (1889-1970), een econoom van de Universiteit van Coimbra, werd in 1926, na een geslaagde militaire staatsgreep vanuit de Noord-Portugese stad Braga, minister van Financiën. Enkele jaren later greep hij de totale macht en riep zijn ‘Estado Novo’(Nieuwe Staat) uit, waarin nog slechts plaats was voor één partij. Hij sympathiseerde met Franco, Mussolini en Hitler, leverde grote partijen kostbare wolfraam voor de tanks van de Wehrmacht, maar wist Portugal wel buiten de Tweede Wereldoorlog te houden. Dat laatste geldt nu kennelijk als zijn grootste verdienste.

Als kandidaat voor grootste Portugees aller tijden moet Salazar het onder meer opnemen tegen de dichters Camões en Fernando Pessoa, ontdekkingsreiziger Vasco da Gama, diverse Portugese koningen, als ook de diplomaat Aristides de Sousa Mendes. Als consul in Bordeaux hielp Sousa Mendes tegen de uitdrukkelijke wil van Salazar meer dan dertigduizend vluchtelingen – meest joden – aan de benodigde reisdocumenten om van Vichy-Frankrijk via Lissabon naar elders te reizen. Niemand in de Tweede Wereldoorlog heeft meer mensenlevens gered. Sousa Mendes werd kort daarop door Salazar oneervol ontslagen en stierf in 1954 volkomen berooid in Lissabon.

De vrees bestaat dat Salazar bij de eindronde hoge ogen zal gooien als teken van toenemende aversie tegen de huidige politieke generatie, die de ernstig gestagneerde economie maar niet weet te reanimeren. De laatste tijd zijn er in Portugal diverse publieke demonstraties geweest van extreem-rechtse partijen voor wie Salazar als idool geldt. Samen met het komende referendum over de decriminalisering van abortus, dat 11 februari wordt gehouden (het conservatieve nee-kamp voert momenteel een kapitale campagne die behoorlijk lijkt aan te slaan), is het een teken dat ook deze EU-lidstaat nog het nodige te worstelen heeft met het verleden.

RENÉ zwaap

Sander Pleij

Deze week heeft Sander Pleij afscheid genomen van De Groene Amsterdammer. Hij gaat zijn journalistieke en schrijvende arbeid elders botvieren, onder meer bij Vrij Nederland.

Sander Pleij begon medio 1996 bij De Groene Amsterdammer, eerst als stagiair en medewerker en na 1 februari 1998 als redacteur respectievelijk adjunct-hoofdredacteur. In die tien jaar heeft hij van alles gedaan. Maar vooral zijn invloed op de ontwikkeling van de rubriek Dichters & Denkers moet worden gememoreerd. Voor Sander Pleij was het boekenkatern meer dan een tiental te vullen pagina’s. Dichters & Denkers was voor hem de maat der dingen. Pas als dat uitgangspunt vaststond, kon de rest onder handen worden genomen. Met die houding heeft hij het blad verrijkt, en zichzelf vermoedelijk ook.

Het is jammer dat anderen daarvan nu kunnen gaan profiteren. Maar jaloezie is ons na tien jaar intense samenwerking vreemd geworden. Nieuwe podia zijn Sander Pleij gegund. In de wetenschap dat het oude podium te zijner tijd wellicht weer lonkt.

REDACTIE