Week 11

Deze Week

Usual suspects

Een 23-jarige zelfmoordterrorist heeft zich zondagavond in een internetcafé in Casablanca opgeblazen. Van de jongen bleef weinig over.

RABAT – De aanslag in de sloppenwijk van Casablanca is de eerste na het drama van 16 mei 2003, waarbij twaalf ‘kamikazes’ zichzelf op verschillende plekken in Casablanca – hotels, restaurants – opbliezen en enkele tientallen doden vielen.

Dader Abdelfettah R. kan niet van plan geweest zijn zich op deze plek op te blazen. Hij was er vermoedelijk om verdere instructies te ontvangen. Maar toen de eigenaar van het café in de smiezen kreeg dat R. een jihadistische site had geopend, deed hij de deur van het café op slot en belde de politie. Daarop blies de jongen zichzelf ter plekke op. Zijn achttienjarige metgezel Youssef K., lichtgewond door de explosie, zag kans zich uit de voeten te maken, maar werd twee uur later alsnog door de politie gearresteerd.

Volgens terrorisme-expert Mohamed Darif ‘wist Abdelfettah vermoedelijk te goed wat hem te wachten stond na zijn arrestatie. Hij wist waarschijnlijk ook te veel.’ De Marokkaanse politie heeft zo haar methodes om mensen te laten praten, en met terroristen kent men geen genade.

Feit is dat Abdelfettah R. al gevangen had gezeten. In de nasleep van de aanslagen van 2003 zijn duizenden Marokkanen opgepakt en veroordeeld tot gevangenisstraffen. R. kreeg vijf jaar cel maar kwam vorig jaar vrij, na een gratie van de koning.

De terrorismedreiging is sinds 2003 niet meer verdwenen. Aan de lopende band worden in Marokko terroristennetwerkjes opgerold, zo zegt althans de politie. Maar tot daadwerkelijke aanslagen kwam het in de afgelopen vier jaar niet. Sinds kort had men echter het vermoeden dat er weer iets te gebeuren stond. Een maand geleden werden de politiediensten van het land in de ‘hoogste staat van paraatheid’ gebracht, al merkte je daar op straat niks van. Ook burgers werd gevraagd ogen en oren open te houden. De eigenaar van het internetcafé heeft een vermoedelijk veel groter drama voorkomen.

Die hoogste staat van paraatheid was de reactie op wat onlangs werd aangekondigd als een Noord-West-Afrikaanse terroristenfusie. De twee belangrijkste terreurgroepen van Marokko en Algerije maakten bekend niet alleen te gaan samenwerken, maar voortaan ook te zullen opereren onder de vlag van al-Qaeda. Voor Marokko was dat de gicm, de Islamitische Groep van Marokkaanse Strijders, gecreëerd door oud-Afghanistanstrijders. Deze groep zou niet alleen een groot aandeel hebben gehad in de bomaanslagen in Casablanca in 2003, maar ook in die in Madrid van 11 maart 2004 (bijna tweehonderd doden). De mislukte aanslag van zondag is mogelijk een wraakneming voor de arrestatie vorige week te Casablanca van de 38-jarige explosievenexpert Saad Houssaini, gehouden voor een kopstuk van de gicm. De datum van 11 maart is waarschijnlijk ook niet toevallig.

KEES BEEKMANS

Kissingers dialogen

Achter de schermen praat Amerika inmiddels met Syrië en Iran. De diplomaten die dat doen, bereikten hun machtsposities met zo hard mogelijk roepen dat je nooit met schurkenstaten praat. Henry Kissinger levert een bijspijkercursus.

AMSTERDAM – Zelfs op afstand is te horen hoe onder kenners van het buitenlandse beleid in de Amerikaanse hoofdstad de heimwee naar de Realpolitik van Henry Kissinger steeds luidruchtiger varianten krijgt. Het Archief van Nationale Veiligheid gaf al in mei vorig jaar de 28.000 pagina’s vrij waarin Kissingers conversaties als minister van Buitenlandse Zaken zijn uitgeschreven. Nu duiken steeds vaker citaten daaruit op. Van historici tot redacteuren en senaatshulpjes, ieder heeft inmiddels zijn favoriete Kissinger-dialoog gevonden.

Kenneth W. Stein van Middle East Quarterly en het maandblad Harper’s kozen onlangs hetzelfde fragment uit de enorme berg materiaal. Het is een opmerkelijke dialoog uit 1975 tussen Kissinger en Sadun Hammadi, de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken. Irak was destijds het radicaalste Arabische land, dat niets met de VS van doen wilde hebben. Kissinger wilde hier verandering in brengen. Tot ergernis van Israël bezocht hij het land, waar hij –achter de schermen – praatte met Hammadi. Het gesprek is een les in de wijze waarop er vruchtbaar met schurkenstaten valt te praten. Een selectie uit dit onderhoud.

Kissinger: ‘Onze twee landen hebben de laatste jaren niet veel contact gehad. Ik wilde van de gelegenheid gebruik maken om daar verandering in te brengen. Ik weet dat we niet al onze problemen in een bijeenkomst zullen oplossen. Daar hebben we op z’n minst twee [bijeenkomsten] voor nodig.’ (gelach)

Hammadi: ‘Excellentie, ik ben blij u te zien.’

K: ‘Onze houding is dat we er niet van uitgaan dat er een botsing van nationale belangen bestaat tussen Irak en de VS. Misschien denkt u daar anders over.’

H: ‘Natuurlijk denken wij daar anders over en ik zal u vertellen waarom. Wij geloven dat de VS de belangrijkste factor zijn geweest in de opbouw van Israël tot wat het nu is.’

K: ‘Helemaal waar.’

H: ‘Israël vormt nu een directe dreiging voor de veiligheid van Irak.’

K: ‘Waarom?’

H: ‘Met de geavanceerde wapens die Amerika het land levert, is Israël inmiddels opgebouwd tot een grote militaire macht die iedereen in de regio bedreigt. (…) U zegt dat de VS er alles aan doen om tot een [vredes]regeling te komen. Toch is dit geen vrede; dit is slechts een situatie waarin een sterk Israël, uitgerust met nucleaire wapens, de rest van het Midden-Oosten domineert. Die situatie zal opnieuw een golf van aanvaringen tot gevolg hebben.’

K: ‘Ik begrijp wat u zegt. Wanneer ik zeg dat we graag relaties met Irak willen verbeteren, moet ik eraan toevoegen dat we ook zonder kunnen. (…) Tegelijk hebben we Israël niet nodig voor invloed in de regio. Integendeel, Israël doet ons meer kwaad dan goed in de Arabische wereld. Ik kan – en wil – niet met u onderhandelen over het bestaansrecht van Israël, maar de VS kunnen de grootte van dat land wel reduceren tot historisch gesanctioneerde proporties. Bovendien zie ik Israël niet als permanente dreiging voor jullie. Hoe kan een land van drie miljoen mensen een permanente dreiging zijn? Oké, ze hebben momenteel een technische voorsprong. Maar het is onvoorstelbaar dat volkeren met de rijkdom, kunde en traditie van de Arabieren niet spoedig die achterstand zullen inlopen. Dus ik denk dat in tien à vijftien jaar Israël als Libanon zal zijn: vechtend voor het bestaan, met geen enkele invloed in de Arabische wereld.’

(…)

H: ‘Gezien het verleden, wat geeft ons reden te geloven dat Amerika niet op de oude voet verder gaat, met ongelimiteerde steun aan Israël?’

K: ‘Uit het Congres krijg ik steeds kritischer vragen over Israël. In de jaren zestig was de steun twee- tot driehonderd miljoen dollar. Nu meer dan twee miljard. Dat is onmogelijk vol te houden. Het is slechts een kwestie van tijd voordat alles verandert. Na een [vredes]regeling zal Israël een klein vriendelijk land zijn zonder ongelimiteerde privileges. Zolang de Arabieren – als ik even eerlijk mag zijn – niets stoms uithalen.’

H: ‘Wat denken de Israëliërs?’

K: ‘Ten eerste willen ze van mij af, omdat ik hen terugdwong. Ten tweede willen ze volgend jaar de Arabieren provoceren, in Libanon, in Syrië; omdat zij denken dat ze iedere oorlog winnen en wanorde hen helpt.’ (…)

H: ‘Over het bestaansrecht van Israël worden we het toch niet eens. Misschien kunnen we over andere zaken praten. In de krant konden we lezen dat de VS wapens leverden aan de Koerden in het noorden van ons land.’

K: ‘Dat is overdreven. Wij waren niet het belangrijkste land dat hierbij betrokken was.’

H: ‘Maar de VS hielpen in zekere zin.’

K: ‘In zekere zin.’

H: ‘En de Koerden wilden Irak verscheuren.’

K: ‘Het heeft geen zin te praten over het verleden. Ik kan u alleen maar over onze intenties vertellen. Ik heb begrip voor uw argwaan.’

H: ‘Onze zorg is of de VS echt zijn veranderd. Hoe weten we of Amerika zich niet opnieuw in interne zaken zal mengen? Telkens als een land zijn soevereine rechten uitoefent, schenden de VS zijn integriteit.’ (…)

K: ‘Ik kan u verzekeren: er is geen reden tot zorg. Maar men kan niets aan het verleden doen.’

H: ‘Niet altijd.’

PIETER VAN OS

Voor een langere en vollediger versie, zie www.meforum.org

Wollen Sok

Door de opmars van Wilders krijgen de intellectuelen van het postfortuynisme langzamerhand koude voeten. Om hen in deze klamme tijden te verwarmen, reikt ‘De Groene Amsterdammer’ periodiek een prijs uit: de Wollen Sok.

AMSTERDAM – Op 12 april 2003 schreven Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali samen een artikel voor de opiniepagina van NRC Handelsblad. Onder de kop ‘Het is tijd voor een liberale jihad’ stelden de toenmalige Tweede-Kamerleden voor de vvd vast dat Nederland in een ‘diepe winterslaap’ was weggedommeld. Het streven om het islamisme de pas af te snijden door ‘politiek correct de boel bij elkaar te houden’ was in hun ogen ‘naïef en laf’. Wilders en Hirsi Ali hadden een beter antwoord, onthulden ze in april 2003: ‘Tot behouden van een tolerant en liberaal Nederland moeten ook elementaire rechten en wetten opzij worden gezet bij de aanpak van de mensen die ze misbruiken. Het enige antwoord is een liberale jihad.’

Deze belligerente bijdrage aan de openlijke ondermijning van de rechtsstaat ter wille van diezelfde rechtsstaat ontlokte weinig resonans. ‘Ik zeg wat ik denk’ was toen nog een deugd.

Terwijl één van de twee auteurs gedwongen door onder anderen (voormalig) partijgenoot Verdonk in de VS woont en werkt en van daaruit zo nu en dan wat munitie levert, heeft Wilders de indertijd door beiden geproclameerde ‘liberale jihad’ op een hoger, dat wil zeggen organisatorisch, plan gebracht. Hij doet nu wat hij zegt.

Sommige achtergebleven medestanders van de liberale jihadist Hirsi Ali tonen zich daarover intussen bezorgd. Ze dachten afgelopen jaren dat zij het politieke discours tegen de politiek correcte multiculturele goegemeente konden domineren en vooral ook afgrenzen. Zij hadden het patent op vorm en inhoud. Voor ongenode indringers op hun territoor waren ze niet bang. Monopolisten denken wel vaker dat hun monopolie eeuwig is.

Maar sinds kort beseffen sommigen dat ze hun greep op de markt kwijtraken, dat ze een niche dreigen te worden. Op zaterdag 3 maart keerde columnist Afshin Ellian zich in NRC Handelsblad tegen Wilders. ‘Het gaat hem niet om de loyaliteit of de nationaliteit: het zijn moslims, dus moeten ze opsodemieteren. De onontkoombare conclusie luidt: spijtig genoeg ontwikkelt Wilders zich in een snel tempo in de richting van extreem rechts’, aldus Ellian, die burgemeester Job Cohen van Amsterdam ooit als ‘moreel corrupt’ heeft gekwalificeerd. Nog geen week later deed geestverwant Sylvain Ephimenco in het nieuwe weekblad Opinio van Roel Pieper er een forse schep bovenop. ‘Door op woorden en gedachten van anderen te parasiteren en daar karikaturen van te maken, door met uw klaroenstoten andermans trommelvliezen te bewerken, door grove provocaties met zinnige argumenten te verwarren, heeft u de discussie in gijzeling genomen en het debat vervuild’, schreef hij in een open brief aan Wilders.

Twee treurige, om niet te zeggen tragische, voorbeelden van gefnuikte verwachtingen. Ellian en Ephimenco zijn niet de enigen die last krijgen van koude voeten nu het politieke klimaat ruiger wordt. Maar ze erkennen wel in de tot nu toe meest ronde bewoordingen dat ze klamme voeten hebben. Daarvoor is louter waardering gepast. Het inspireert ook. Om daaraan uiting te geven heeft De Groene Amsterdammer een prijs in het leven geroepen: de Wollen Sok. De eersten die deze wollen sok krijgen, zijn deze week Ellian en Ephimenco. Tegen het eind van dit jaar zullen we op basis van een shortlist Wollen Sok-winnaars een finale prijs uitrijken: de Groene Kaplaars, speciaal voor De Groene Amsterdammer vervaardigd door de designers van de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam.

HUBERT SMEETS

Voor deelname aan de jury van de Wollen Sok: www.groene.nl.

Politieke supermoeder

Vanwege het lage geboortecijfer in Duitsland gaat de populaire minister van Gezinszaken de strijd aan met de bonzen in haar eigen conservatieve partij.

BERLIJN – Ursula von der Leyen, zevenvoudig moeder en tegelijk Duitslands populairste minister, is momenteel in een felle strijd verwikkeld met nieuwslezeres Eva Herman en de rooms-katholieke kerk. Na haar eigen succesvolle loopbaan verkondigt Herman dat de rol van Duitse vrouwen ‘Muttidaheim’ is: thuis bij de kinderen. Ursula von der Leyen, arts en bewindsvrouw op Gezinszaken, verzet zich tegen die opvatting.

Daarmee ontketent de 49-jarige politica niets minder dan een emancipatorische revolutie binnen haar partij: de christen-democratische cdu.

Von der Leyen wil het extreem lage Duitse geboortecijfer (1,36) snel opkrikken zonder vrouwen fulltime naar aanrecht en commode te sturen. Zo niet, dan is de Bondsrepubliek, met nu nog 82 miljoen inwoners, in 2050 gehalveerd. Verschillende spookdorpjes in de deelstaat Brandenburg hebben al ‘fokpremies’ ingesteld. Von der Leyen pakt het grootser aan. Sinds het begin van dit jaar heeft ze het zogenaamde ‘Elterngeld’ ingevoerd. Bij de geboorte van een kind krijgen alle Duitse vrouwen een jaar lang tweederde van hun inkomen van Vadertje Staat. Ook de mannen krijgen twee maanden verlof vergoed. Goed verdienende vrouwen ontvangen het meest, tot wel twintigduizend euro per jaar.

Zelf hoefde Von der Leyen, dochter van een minister-president en getrouwd met een aristocratische professor, zich nooit zorgen om geld te maken. Des te opvallender zijn haar plannen om alle vrouwen na de bevalling zo snel mogelijk hun baan te laten hervatten. Ze wil het aantal crèches verdrievoudigen tot 750.000 in 2013 en laat met haar persoonlijke ‘Lebenslauf’ zien dat het mogelijk is een leven in de schijnwerpers, zeven kinderen en een relatie te combineren.

‘Supermutti’ krijgt steun van Angela Merkel, de Kanzlerin ohne Kinder. Maar niet van de kerk. De bisschop van Augsburg verweet Von der Leyen een ontaarde moeder te zijn en vrouwen tot ‘voortplantingsmachines voor de industrie’ te degraderen.

ROB SAVELBERG

Tot slot: Julius Vischjager

Julius Vischjager, directeur/hoofdredacteur van The Dialy Invisible, is verzeild geraakt in een conflict met de Rijksvoorlichtingsdienst en premier Balkenende. Een decennia oude traditie, namelijk dat Vischjager de laatste mondelinge respectievelijk schriftelijke vraag mocht stellen op de wekelijkse persconferentie van de minister-president, is onverhoeds door de rvd om zeep geholpen. Juist omwille van de naam van zijn periodiek verdient Vischjagers Daily Invisible zichtbare steun.