Week 4

Deze week

De leestip van Osama

In zijn grot heeft Osama bin Laden een boekenplankje. Eén boek zou iedereen volgens hem moeten bestuderen als Bush doorgaat met «zijn leugens en onderdrukking».

WASHINGTON – In zijn afgelopen week door Al Jazeera uitgezonden boodschap raadt Osama bin Laden het Amerikaanse publiek aan Rogue State: A Guide to the World’s Only Superpower te lezen.

In Rogue State geeft de 72-jarige amateur-historicus William Blum een uitvoerig overzicht van alle invasies, interventies, moord aanslagen en ander niet misselijk ongerief dat Amerika de rest van de wereld in de afgelopen decennia heeft aangedaan. De centrale stelling luidt dat Ame rika’s be moeienis met de rest van de wereld geen vrienden maakt. Sterker, dat anti-Amerikaans terroris me, in Blums eigen woorden, «voortkomt uit het gedrag van supermacht Amerika».

Blum is een oud-ambtenaar van de computerafdeling op het ministerie van Buitenlandse Za ken die ontslag nam uit onvrede met de Vietnamoorlog. Blum, tevens auteur van een maandelijkse digitale nieuwsbrief met de titel Anti-Empire Report, opereert in de wereld van linkse boekhandels en activistische studentenhuizen. Ondanks aanbevelingen van Gore Vidal en Noam Chomsky kregen zijn boeken nauwelijks serieuze besprekingen in de belangrijkste Amerikaanse media. Osama’s aanbeveling daarentegen bracht hem ogenblikkelijke roem en zelfs enig fortuin.

Stond het boek voor het weekeinde nog op plaats 205.778 van Amazons index van meest bestelde boeken, op maandag was dat nummer 9. Alleen Oprah Winfrey verslaat Osama bin Laden. Als zij in haar praatprogramma een boek aanraadt, schiet dat doorgaans direct naar nummer 1 in de boekentoptien, fictie of non-fictie. «Maar Bin Laden komt in de buurt», erkent ook William Blum.

Op de dag dat De Groene Amsterdammer hem benadert, heeft hij al gesproken met cameraploegen van CNN, MSNBC, Fox en BBC. De kleine blanke man met een wit baardje, zoon van Poolse immigranten, maakt misschien daarom een enigszins uitgebluste indruk. «Maar het is me gelukt om niet te zwichten voor de druk te erkennen dat Bin Ladens aanrader op de een of andere manier mijn ongelijk zou laten zien. Dat is niet zo. Ik ga niet pretenderen dat ik hier niet blij mee ben. Ik heb het vandaag al de hele tijd herhaald. Ik maak een verschil tussen mijn aversie tegen moslimfundamentalisten en een regime als dat van de Taliban enerzijds en mijn opvattingen over de desastreuze werking van de Amerikaanse buitenlandse politiek anderzijds. Op dat laatste punt zijn Bin Laden en ik het met elkaar eens. Ik maak deel uit van een beweging die Amerikanen wil informeren over het kwaad dat onze opeenvolgende regeringen in het buitenland doen. Het is natuurlijk wrang dat Bin Laden een groter gehoor krijgt dan ik, maar dat betekent niet dat hij geen gelijk heeft, op dit punt.»

De Nederlandse vertaling van het boek verscheen bij uitgeverij Lemniscaat, onder de titel Schurkenstaat en met een voorwoord van Aart Brouwer, redacteur van dit weekblad. Die maakt daarin een voorzichtig voorbehoud wat betreft de claim in de titel van het boek, en wijst er fijntjes op dat de regering van Amerika weliswaar schurkenstreken uithaalt, maar daarom nog lang geen schurkenstaat is. Het land heeft een «vitale, democratische migranten cultuur» waarvan de «veerkracht» bijvoorbeeld wordt geïllustreerd door het gegeven dat de scherpste critici van die schurkenstreken uit eigen land afkomstig zijn.

Blum begrijpt die opmerking wel. Al is hij blij met Bin Ladens leestip, hij geeft toe er niet naar uit te zien om te leven onder «een regering die zijn beleidsvoorstellen overneemt». Maar zal hij Bin Ladens aanbeveling op de flap tekst zetten van een onvermijdelijke volgende druk? William Blum: «Ja, ik kan u vertellen dat mijn uitgever daar zelfs zojuist toe heeft besloten. Met mijn welbevinden.»

PIETER VAN OS

Het leesplankje

van Bush

De Amerikaanse president heeft in het Witte Huis een hele bibliotheek ter beschikking.

WASHINGTON – Terwijl Osama bin Laden het verzameld werk van William Blum doorneemt, verdiept George W. Bush zich in Mao: The Unknown Story, een 814 pagi na’s tellende biografie die de Chinese leider in het rijtje van Hitler, Stalin en Pol Pot plaatst. In een bespreking met de Duitse premier Merkel vertelde de president enthousiast over dit werk van Jung Chang (te vens auteur van de bestseller Wilde zwanen) en haar Britse echtgenoot Jon Halliday. Dat verklapten aanwezigen naderhand. In reactie daarop vroeg een journalist aan de woordvoerder van Bush, Scott McClellan, wat de president zo mooi vindt aan het boek. McClellan beloofde dit «uit te vinden» en kwam afgelopen vrijdag met het antwoord: «Het boek laat werkelijk zien wat een wrede tiran Mao was», zoals de achterflap vermeldt. De biografie was een cadeau van zijn vrouw Laura, zo vertelde McCellan.

Andere boeken die Bush in het afgelopen jaar heeft gelezen zijn: Nine Parts of Desire: The Hidden World of Islamic Women van Geraldine Brooks, When Trumpets Call: Theodore Roosevelt After the White House van Patricia O’Toole en het zeer goed verkochte 1776 van his toricus David McCullough.

In de lijst van meest bestelde boeken van Amazon had Bush’ aanbeveling aanzienlijk minder effect op de verkoop van Mao dan die van Bin Laden op William Blums Rogue State. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Zo richtte Bin Laden zich direct tot het Amerikaanse volk, terwijl Bush zijn enthousiasme voor de Mao-biografie slechts toonde aan de Duitse premier. Ook zijn er al honderdduizenden Amerikanen die de Mao-biografie hebben ge lezen, wat niet gezegd kan worden van Rogue State.

PIETER VAN OS

Omgekeerde

bewijslast

Je wordt door vrouwelijke collega’s belaagd met verzonnen verhalen over je ongepaste seksuele avances, over je onvervulde liefdesleven of juist over je tomeloze nachtbrakerij. Ze maken je zowel persoonlijk als professioneel het leven zuur. Wat te doen?

AMSTERDAM – Tot voor kort kon je hiertegen niet veel meer ondernemen dan erover klagen bij je werkgever. Die reageerde mild ironisch met de vraag of je soms iets te kort kwam, dan wel of het geen tijd werd je levenswandel aan te passen bij je maatschappelijke verantwoordelijkheden. Het alternatief was een gang naar de rechter, maar dat trok een zware wissel op schaarse middelen als geld, tijd en harde bewijzen.

Dat wordt anders indien een kamermeerderheid, zoals verwacht, deze week een wets ontwerp van minister De Geus steunt. Het gaat om een aanvulling op de Wet Gelijke Behandeling van Mannen en Vrouwen en het Burgerlijk Wetboek die aansluit bij een Europese richtlijn.

Volgens de nieuwe regel hoeft een werknemer niet te bewijzen dat de intimidatie heeft plaats gevonden. Een «zekere mate van aannemelijkheid» is voor de rechter voldoende grond om de bewijslast om te draaien en van de werkgever te eisen dat deze bewijst dat het niet is gebeurd, aldus de memorie van toelichting. Slaagt hij daarin niet, dan worden de dames zonder pardon beboet of ingerekend.

De wet is «pure winst», zegt Willeke Bezemer, deskundige in za ke «ongewenste omgangsvormen», in een interview: «Tot nu toe lachen werkgevers een klacht vaak weg. Met de nieuwe wet moeten werkgevers er serieus mee aan de slag. Bij problemen zal straks worden getoetst of bedrijven beleid hebben om intimidatie te voorkomen.» Werknemers kunnen in de toekomst met hun klachten ook terecht bij de Commissie Gelijke Behandeling, en die is gratis.

De werkgever is dus voortaan aansprakelijk voor een bedrijfs klimaat waarin zulke intimidatie kan plaatsvinden en zal niet alleen zijn eigen onschuld, maar ook die van al zijn werknemers moeten kunnen bewijzen. «Wanneer de rechter tot het vermoeden van intimidatie of seksuele intimidatie is gekomen, is het aan de wederpartij om te bewijzen dat niet in strijd met het verbod op intimidatie of seksuele intimidatie is gehandeld», aldus de memorie van toelichting. De tekst vermeldt niet waar geïntimideerde werkgevers met hun klacht terecht kunnen. Misschien kan de wet opnieuw worden aangepast zodat de bewijslast niet langer bij één van de partijen ligt, maar bij de rechter zelf. Of bij een commissie. Of bij een toevallige voorbijganger.

AART BROUWER

Crisis bij PCM

De leiding van PCM-uitgevers is opgebruikt. De Britse investeerders van Apax kunnen nu de operationele macht grijpen.

AMSTERDAM – Toch nog onverwacht is uitgeverij PCM onthoofd. Maandagmiddag werden de chefs van de subdivisies en de hoofd redacteuren van de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad en Trouw plots ontboden op het hoofdkwartier aan de Wibautstraat in Amsterdam. Bestuursvoorzitter Theo Bouwman kondigde daar aan in de loop van 2006 terug te treden als chief executive officer (CEO) van het uitgeversconcern waarover de Britse investeerdersmaatschappij Apax sinds 2004 feitelijk zeggenschap heeft.

Een datum staat nog niet vast. Maar onder ondernemers geldt dezelfde wet als onder politici: weg is weg. Bouwman kan hooguit nog één voornemen in de week leggen: het idee om de facilitaire bedrijven van alle kranten (van advertenties werven tot drukken en distribueren) in bv’s samen te brengen, een variant op het plan van wijlen Nieuw Links’er Han Lammers om alle drukkerijen in Nederland te nationaliseren, maar dan op kapitalistische grondslag.

Dat Bouwman het einde van dit jaar niet zou halen, stond vast (De Groene Amsterdammer, 13 januari 2006). Dagblad Trouw, dat als enige krant in de stal van PCM qua oplage licht groeit, kampt bijvoorbeeld met een verlies van anderhalf miljoen euro. Bouwman zag er geen gat meer in. In NRC Handelsblad smeekte hij medio november hem toe te laten tot de publieke omroep, omdat hij alleen daar zijn «maatschappelijke rol» kan waarmaken. «Als we dat alleen op basis van kranten papier moeten doen, is het zeer de vraag of PCM en andere uitgevers het redden», aldus Bouwman. Bij een biertje werd hij intussen een steeds plezieriger gesprekspartner, die gedegen belangstelling voor het marxisme aan de dag legde. En in het personeelsblad Enter besloot hij vlak voor de kerst zijn column met een citaat van dichter/drinker J.C. Bloem: «Is er een verdriet waarvan men nooit geneest?»

Die melancholie liet zich niet meer operationaliseren. Maar het kan nog erger? Komende maanden zullen er binnen PCM zelfs geen vrolijke nieuwe ideeën meer tot wasdom komen, simpelweg omdat er niemand meer is die inhoudelijk een besluit kan nemen. Tot 1 mei is chief financial officer Bert Groenewegen, nog geen jaar in dienst, namelijk de enige manager die zich mag verheugen in het onvoorwaardelijke vertrouwen van grootaandeelhouder Apax. Pas na Koninginnedag krijgt Groenewegen gezelschap in de raad van bestuur: van Philip Alberdingk Thijm (43), nu nog de baas van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio een paar honderd meter verderop aan de Wibautstraat.

Intussen moet er ook nog een opvolger van Bouwman als CEO worden gezocht. Commissaris Cor Brakel wordt genoemd, net als Stephen Grabiner, de waakhond namens Apax in de raad van commissarissen. Als Grabiner de nieuwe CEO wordt, zal de Nederlandse «kwaliteitspers» in handen komen van iemand die de eigen kranten slechts kan scannen en in strijd met de richtlijnen van Verdonk leiding moet gaan geven.

De Volkskrant en NRC Handelsblad hebben als eersten reden zich zorgen te maken. De Volkskrant is vorig najaar door Grabiner weggezet als een ondankbaar clubje. Vooral de zaterdageditie is volgens hem een bodemloze put. «Daarin hebben wij flink geïnvesteerd. En wat levert het op? Niets!» En NRC Handelsblad, dat 15 maart een ochtendtabloid voor de jeugd met dertig nieuwe contractjournalisten in de markt zet, is afgelopen jaren de oogappel van Bouwman geweest. Die krant moet het tabloidexperiment nu zonder protectie tot een goed einde zien te brengen.

Want nu het bal om de macht in PCM is begonnen, heeft ieders eigen balboekje prioriteit.

HUBERT SMEETS

Naturalisatie ceremonies

Op zoek naar identiteit en eenheid blijft het nodig laksheid te ontmaskeren.

AMSTERDAM – NRC Handelsblad wees 21 januari op een misstand waar veel Nederlanders zich nauwelijks van bewust zullen zijn. Geen enkele grote gemeente heeft uitgewerkte plannen voor hoe een naturalisatieceremonie eruit moet zien voor immigranten die hun inburgeringsdiploma hebben gehaald en het lang begeerde Nederlandse paspoort krijgen overhandigd. Sinds 1 januari 2006 zijn de gemeenten verplicht regelmatig zo’n plechtigheid te organiseren, en vanaf 1 oktober 2006 moeten de nieuwe Nederlanders die verplicht bijwonen. Vanaf 2008 (eerder kan het niet) zullen nieuwkomers ook plechtig moeten zweren of beloven dat ze loyaal zullen zijn aan Nederland en de grondwet.

Minister Verdonk zou graag zien dat zo’n feestelijke dag «allure» heeft en de nieuwe Nederlanders doordringt van de bijzondere band die ze met dit land hebben. Er is zelfs een nationale naturalisatiedag afgekondigd: 24 augustus. Zoals iedere rechtge aarde Nederlander weet is dat de verjaardag van de grondwet van 1815.

Het probleem is echter dat, op Rotterdam na, de gemeenten nog geen idee hebben wat ze op zo’n naturalisatieplechtigheid gaan doen. In Amsterdam lijkt burgemeester Cohen er zich met een Jantje van Leiden van af te willen maken. De Amsterdamse publicist Paul Scheffer is teleurgesteld over die lakse houding. Straks gebeurt dat ergens in een stadsdeelraadkantoor, moppert hij: het lijkt wel of het Amsterdam van boven wordt opgelegd, in plaats van dat er trots en dankbaar met het Nederlanderschap wordt om gegaan.

Scheffer is blijkens NRC Handelsblad lyrisch over een plek in Amsterdam waar al deze plechtigheden zouden kunnen plaatsvinden: de Burgerzaal van het Ko ninklijk Paleis op de Dam, ooit het stadhuis. Het is een plek met historie. De Burgerzaal is één grote lofzang op de Nederlandse koloniale handel en gebouwd met het geld dat ook is verdiend met slavenhandel, waardoor honderd duizenden, misschien miljoenen Afrikanen door Hollandse schepen naar Amerika zijn verscheept. Leve de inburgering, waardoor duidelijk wordt wat voor zeer oude banden genaturaliseerde Ghanezen met dit land hebben.

Scheffer heeft weer eens gelijk. Zoals zo vaak, bijvoorbeeld toen met het «multicultureel drama» dat intussen is verworden tot een eng-nationalistische klucht met tragische ondertonen. Het is alleen vreemd dat er nu pas plechtige inburgeringsceremonies moe ten worden georganiseerd, nu er steeds minder mensen naar Nederland willen komen, buitenlandse ondernemingen en organisaties vertrekken omdat het sociale klimaat hier niet zo plezierig is voor vreemdelingen en er ook steeds meer Nederlanders emigreren, zodat er nu een aanzienlijk emigratiesaldo is. Misschien zouden plechtige uitburgeringsceremonies meer voor de hand liggen.

MAX ARIAN

The nice party?

De Britse liberaal-democraten, evenknie van D66, zoeken een leider. Het valt niet mee.

LONDEN – What’s the point van de LibDems? Deze vraag houdt de Britse kiezers al een goede twee decennia bezig. De partij was indertijd ontstaan uit een fusie tussen de stervende Liberale Partij en de Sociaal Democratische Partij, bestaande uit Labour-politici die wegliepen voor de linkse partijleider Michael Foot. Al snel bleek dat weinigen zich interesseerden voor het hoofddoel van deze partij: invoering van even redige representatie, hetgeen een einde zou betekenen van het twee partijenstelsel. Terwijl de twee grote partijen aan het moddervechten waren, probeerden de LibDems hun faam als de heilige boontjes van de Britse politiek hoog te houden.

«Liberal Democrats zijn op hun gelukkigst wanneer ze iets proberen te verbieden», schreef Ann Treneman, sketchschrijfster van The Times, een paar jaar terug tijdens de partijconferentie. Terwijl het ene na het andere citaat uit John Stuart Mill’s On Liberty klonk, deden afgevaardigden voorstellen om van alles te verbieden, van Chelsea- tractoren (4x4-wagens) en sigaretten tot het houden van goudvissen. Hun politieke macht bleef lange tijd beperkt tot lokaal niveau, waar weinig mis kan gaan. Maar de laatste jaren profileert de partij zich als een oudpapierbak waar ontevreden kiezers met hun stembiljet terecht kunnen. In de steden steelt zij stemmen van New Labour, op het platteland van de Tories.

Bij nader inzien blijkt het onschuldige, wereldvreemde imago onterecht. Had niet de laatste premier van de Liberale Partij, David Lloyd George, jarenlang een buiten echtelijke affaire (wat leidde tot de kostelijke brievenbundel My Darling Pussy: The Letters of Lloyd George and Frances Stevenson)? Kreeg ex-leider Paddy Ashdown na het bekend worden van de affaire met zijn secretaresse niet de bijnaam «Paddy Pantsdown»? En nu dus leiderschapskandidaat Mark Oa ten die, zo bleek afgelopen weekend, iets had met een schandknaap. Bovendien was de manier waarop de partij zich recentelijk ontdeed van Charles Kennedy een toonbeeld van Realpolitik. Al langer hadden de kamerleden moeite met de roodharige Schot en toen bleek dat de frisse Conservatieve leider David Cameron ervandoor ging met het belangrijkste thema (het milieu) was zijn drankprobleem opeens onoverkomelijk.

Maar wie moet Champagne Charlie opvolgen? Na het afvallen van Oaten zijn er drie kandidaten over. Aan de rechtervleugel be vindt zich de 51-jarige Chris Huhne, een van de volgelingen van het Oranjeboek, een neoliberaal manifest van drie jaar geleden. Probleem van Huhne is zijn onbekendheid. Aan de sandalen & crues li-zijde van het spectrum bevindt zich de bij leden populaire partijvoorzitter Simon Hughes (54), geleerd, gelovig, maar veel te serieus voor Westminster. Topfavoriet was lange tijd ex-olympisch sprintkampioen Sir Menzies Camp bell, bijgenaamd «Ming the Merciless», totdat hij tijdens het wekelijkse vragenuurtje zijn de buut maakte als fungerend fractieleider. De 64-jarige Schotse jurist vroeg Blair uit te leggen «waarom één op vijf scholen geen permanent hoofd heeft». «Ming» was nog niet uitgesproken of de Lagerhuisleden barstten in lachen uit. De premier heette hem welkom in de echte wereld: «Zoals u weet, kan het moeilijk zijn om een geschikt hoofd van een organisatie te vinden – zeker wanneer het gaat om een falende organisatie.»

PATRICK VAN IJZENDOORN