Week 15

Deze Week

Open luiken

De pvda zoekt haar politieke assistenten in Amsterdam niet meer via het eigen netwerk. De partij vraagt nu slechts ‘aantoonbare affiniteit’ met de pvda. In een advertentie van de gemeente, voor een post betaald door de gemeente.

AMSTERDAM – De hoofdstedelijke pvda heeft het imago een regentennetwerk te zijn, met een informele maar dikke vinger in de pap bij de verdeling van banen in de centrale stad en de stadsdelen. Het eigen netwerk is groot. Voor functies waarbij een pvda-signatuur vereist is, vond de partij traditiegetrouw altijd wel iemand via een kort of iets langer lijntje in het eigen netwerk.

Maar de pvda wil daarvan af, getuige een advertentie in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Voor de functie van politiek assistent van de nieuwe wethouder Werk en Inkomen, de pvda’er Hennah Buyne, vraagt de advertentie ‘aantoonbare affiniteit met de pvda’. Hoewel interne kandidaten de voorkeur hebben, worden ook externe kandidaten via deze advertentie op de vacature gewezen. ‘Deze advertentie sluit geen kandidaten uit, maar opent de procedure juist’, zegt de huidige politiek assistent, Maud van de Wiel. ‘We kijken niet meer alleen in het kleine pvda-netwerk rond, maar willen juist in veel bredere kring naar kandidaten kijken.’

Het betreft een gemeentelijke advertentie voor een functie bij de bestuursdienst (in schaal 11 of 12) die door de gemeente wordt betaald. De pvda-vraag in die vacature is niet vreemd, zegt Van de Wiel: ‘Dit is een bijzondere functie die is gekoppeld aan deze specifieke wethouder. Als zij haar baan verliest, geldt dat ook meteen voor de assistent. Het is logisch dat de assistent affiniteit heeft met de politieke kleur van de wethouder, omdat ze nauw moeten samenwerken.’ Deze manier van werven is bovendien niet nieuw, zegt zij: ook de vvd deed dat al bij assistenten van wethouders in het vorige college.

De vvd beaamt dat. ‘Het is ook de normaalste zaak van de wereld’, zegt raadslid Bas van ’t Wout. ‘Goed, ik begrijp de twijfel om bij een gemeenteadvertentie een politieke partij te noemen. Bij ons was het geloof ik “affiniteit met de liberale beginselen”. Maar deze functie is zo specifiek gebonden aan iemand van een politieke kleur. Je moet één op één kunnen werken.’

RUTGER VAN DER HOEVEN

Neoliberaal vuilnis

Ooit was Engeland de zieke man van Europa. Nu is het de vieze man.

LONDEN – Op Europese milieuranglijsten bungelt Engeland doorgaans ergens onderaan. Waar in landen als Noorwegen en Nederland het merendeel van het afval wordt hergebruikt, om maar een voorbeeld te noemen, krijgt nog geen kwart van het Angelsaksische afval een tweede leven. Ook op andere vlakken lijdt de natuur in deze vuilnisemmer van Europa, die wordt bevolkt door koukleumen die liever veel gas opstoken dan een trui aantrekken, dagelijks een derde van hun maaltijden weggooien en te onhandig zijn om zelf een defect apparaat te repareren. Elke week belanden er zevenduizend koelkasten in wat ooit een green and pleasant landschap was.

Het wordt het langzaam groeiende aantal milieubewuste Engelsen ook niet gemakkelijk gemaakt. Zo maken gemeenten de recycleregels nodeloos complex, om burgers die in al hun goedheid een vergissing begaan vervolgens genadeloos aan te pakken. Zo staat er een enorme boete op het half in de oudpapierbak proppen van een stuk karton. Toch heeft dit lik-op-stukbeleid bij gruwelijke ‘eco-crimes’ niet kunnen voorkomen dat de openbare ruimte in Engeland bezaaid ligt met Starbucks-bekers, McDonald’s-doosjes en Metro’s.

Enkele opinieleiders zijn het zat. De Amerikaans-Engelse schrijver Bill Bryson, bekend van Notes from a Small Island, heeft een actiecomité opgericht, de historicus Niall Ferguson maakt eigenhandig stukken strand schoon en Jeremy Paxman schreef een opiniestuk waarin hij zoekt naar de oorzaak van de rotzooi om hem heen. De bbc-journalist concludeerde dat zijn landgenoten de publieke ruimte met een neoliberale onverschilligheid behandelen, een houding die in de jaren tachtig is ontstaan en waar de huidige regering niets aan heeft willen veranderen.

Tijdens zijn jongste begroting probeerde minister van Financiën Gordon Brown te poseren als ozonman – als reactie op de Conservatieve eco-warrior David Cameron met zijn fiets, moestuin en windmolen – maar het was dezelfde Brown die weigert supermarkten te verbieden om gratis plastic tasjes uit te delen. Hij ziet meer heil in een ‘bin tax’, waarbij elke burger wordt afgerekend op zijn eigen afvalhoop. Dit zal leiden tot burenruzies, vreugdevuren in achtertuinen en nog meer bankstellen langs de spoorlijnen.

Het probleem van Browns accountantachtige initiatieven is dat die zich nooit richten op ’s mens mentaliteit, maar altijd op de portemonnee. Hij is dol op streefcijfers. Die gaan, net als in het onderwijs en de zorg, een eigen leven leiden. Een fraai voorbeeld daarvan is te zien bij enkele overheidsdepartementen. Deze kunnen premies verdienen wanneer ze een bepaalde hoeveelheid afval recyclen. Een pientere ambtenaar die had voorgesteld om eerst maar eens te proberen minder afval te produceren, werd bestraffend toegesproken door een superieur: ‘Ben je gek? Dan lopen we de premie mis!’

PATRICK VAN IJZENDOORN

JFK in Egypte

De complottheorieën rond de moord op de Egyptische president Sadat zijn weer opgelaaid nu voor de laatste complotteur levenslang niet lang genoeg blijkt.

CAÏRO – Sommige dingen kunnen het daglicht niet verdragen. Daarom werd deze week in Egypte besloten dat voor Abud El-Zumur (60) en zijn neef Tarek (47) een levenslange gevangenisstraf niet lang genoeg kan duren. Beide medeplichtigen aan de moord op oud-president Sadat hebben de twintig jaar uitgezeten die de Egyptische wet voorschrijft. De hechtenis van de El-Zumurs werd zonder opgaaf van reden verlengd, terwijl amnestie werd verleend aan andere leden van Al-Gamaa Al-Islamiyya en de Islamitische Jihad, die het gewapende verzet hadden afgezworen.

Het is koren op de molen van de complottheoretici die vermoeden dat er meer aan de hand is dan de officiële verklaringen onthullen. In de afwezigheid van een openbaar onderzoek zien zij hun vermoedens bevestigd.

Er bestaan veel theorieën over de aanslag op Sadat, gepleegd in 1981 tijdens een militaire parade. Al legden televisiecamera’s vast hoe legerluitenant Istambouli en vier mededaders de jeep waarin Sadat werd rondgereden met mitrailleurvuur en granaten bestookten en zijn de daders volgens de autoriteiten allemaal opgepakt en veroordeeld, toch bestaat het vermoeden dat nooit bekend is geworden wie het brein achter de aanslag is. Net als bij de moord op John F. Kennedy wijzen ook in Egypte de meeste verdenkingen naar de cia. Sadat zou, na vrede te hebben gesloten met Israël, overbodig zijn geworden.

Maar Sadat had meer vijanden. De meest uitgebreide complottheorie is dat de islamitische extremisten voor het karretje van enkele legerleiders zijn gespannen, met of zonder steun van Saoedi-Arabië. Vooral de militaire precisie waarmee de aanslag werd gepleegd zou hierop wijzen, net als een reeks eigenaardigheden die nooit zijn opgehelderd. Zo is het opmerkelijk dat de daders, van wie enkele zelfs helemaal geen militaire achtergrond hadden, zomaar konden meelopen in de parade. Zelfs Istambouli mocht eigenlijk niet meedoen. Hij had drie jaar ervoor een verbod opgelegd gekregen, nadat zijn broer was veroordeeld wegens het lidmaatschap van Al-Gamaa Al-Islamiyya. Een maand voor de aanslag werd het verbod plotseling opgeheven. En waarom werd van alle deelnemers aan de parade van tevoren de munitie in beslag genomen, behalve van de moordenaars? En waarom werd de presidentiële bodyguards enkele minuten voor de parade bevolen zich een paar honderd meter verder dan gebruikelijk op te stellen?

Tijdens de parade stond Sadat op om een naderende officier – Istambouli – te salueren, volgens sommigen omdat hij zou hebben gedacht dat het bij de show hoorde, maar anderen beweren dat hij op instigatie van Moebarak was opgestaan. Moebarak zat naast Sadat. Istambouli nam vanaf een klaarstaande stoel de auto onder vuur en doodde Sadat met zijn eerste schot. Geen van de daders was echter zo dichtbij gekomen dat ze de nooit opgehelderde wonden in de zij van Sadat hadden kunnen veroorzaken.

Met de executie van de daders en de opsluiting van de medeplichtigen later werd de zaak voor de huidige machthebbers afgesloten. Af en toe benadrukken ze dat weer eens. Zo werd enkele maanden geleden het neefje van Sadat, Talaat Sadat, gevangen genomen, nadat hij de moord op zijn oom een ‘staatsgreep’ van Moebarak had genoemd. Ook de beroemde seculiere intellectueel Saad Eddin Ibrahim werd gevangen genomen toen hij een commissie opzette om de moord te onderzoeken. Zoals dat gaat met complottheorieën, zullen alle vragen rond de moord nooit worden opgehelderd. Zelfs niet de vraag waarom Moebarak tijdens zijn 26 jaar lange bewind zelf nooit een vice-president heeft aangesteld.

EDUARD PADBERG

Goulashfascisme

Hongarije doet niet moeilijk over het ontkennen van de holocaust. David Irving kan daar wel de joden, de premier en de EU beledigen.

BOEDAPEST – In Oostenrijk belandde de omstreden Britse amateur-historicus vanwege de ontkenning van de holocaust dertien maanden in de gevangenis. Maar in Hongarije heeft David Irving vrij spel. Ter gelegenheid van de nationale herdenking van de liberale revolutie in 1848 draafde Irving onlangs weer op in Boedapest. Tienduizend aanhangers van de extreem-rechtse Hongaarse partij miep luisterden aandachtig naar zijn toespraak, gehouden voor het museum voor de Schone Kunsten. ‘De Amerikanen houden de mythe in stand dat er concentratiekampen waren’, riep Irving. Daarop klonk het gejuich van de aanwezige Hongaren, van wie het merendeel gekleed was in traditionele klederdracht. De rood-witte Arpad-vlaggen wapperden, de vlag die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt door het fascistische bewind.

Irving had zich enigszins in de plaatselijke politiek verdiept. ‘Je moet je vijand kennen’, aldus Irving tot zijn publiek. Hij noemt de impopulaire Hongaarse premier Ferenc Gyurcsany, ‘net als Bush en Blair’, een leugenaar. ‘Smijt hem in de Donau’, schreeuwde de menigte, ‘net als we deden met de joden in 1944.’

Premier Gyurcsany, een socialistische multimiljonair, kwam afgelopen herfst in de problemen toen een geheime toespraak uitlekte waarin hij zei ‘’s morgens, ’s middags en ’s avonds’ te liegen tegenover de bevolking over de sociaal-economische problemen van het land. Dagenlange rellen waren het gevolg.

Elke dag dat Gyurcsany langer aan de macht blijft, wordt extreem-rechts sterker. De snelgroeiende neonazibeweging Jobbik mag ongestoord joden, buitenlanders en zigeuners beledigen op het pittoreske Vörösmartyplein. Jobbik strijdt tegen onder meer het Verdrag van Trianon uit 1919. Vanwege het uiteenvallen van de dubbelmonarchie verloor Hongarije tweederde van zijn grondgebied. ‘We willen onze landgenoten terug’, aldus Jobbik-leider Gabor Vona. Dat zou betekenen dat de Hongaarse minderheden in de Servische Vojvodina, het Roemeense Transsylvanië, in Zuid-Slowakije en de Oekraïnse Karpaten een variant op Hitlers ‘Heim ins Reich’ zouden beleven.

Groot-Hongarije als oplossing van alle problemen. Na de Duitse nazi’s en de Russische communisten presenteert nationalistisch rechts nu de EU als bezettingsmacht.

ROB SAVELBERG

Indianentop

De Verenigde Indianen zoeken naar eenheid in vereniging.

GUATEMALA STAD – Met een grote mars naar het centrum van Guatemala Stad werd onlangs de derde topontmoeting van alle Indiaanse organisaties in Latijns-Amerika afgesloten. Het motto was dit keer: ‘We bieden geen weerstand meer. We willen nu de macht!’

Maar daarvoor is eenheid nodig. Vooral in politiek opzicht. Dat lukt wanneer de Indianen aan het veroordelen slaan: het ‘neoliberalisme van de VS’, de muur die Amerika bouwt aan de grens met Mexico, de oorlog in Irak en het Vrij Handelsakkoord dat de VS met enkele Latijns-Amerikaanse landen heeft gesloten. Het kostte ook geen moeite om in de ‘Verklaring van Iximche’ vast te leggen dat de oorspronkelijke territoria van de Indigenas erkend moeten worden en dat de daar aanwezige militairen moeten vertrekken. Ook is er unanimiteit als de organisaties de beëindiging eisen van het verstrekken van vergunningen aan internationale bedrijven voor de oliewinning en de mijnbouw.

Eenheid is er niet als het gaat om de eigen politieke koers. Zo boekte de Indiaanse organisatie Winaq uit gastland Guatemala geen succes toen ze een steunbetuiging van de afgevaardigden probeerde los te krijgen voor de presidentskandidatuur van Rigoberta Menchú en haar sinds februari opgerichte partij Encuentro por Guatemala. Menchú is de eerste Indiaanse vrouw die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Ze ontvluchtte in 1980 Guatemala, na de moord op haar ouders en broer in de burgeroorlog. Vanaf 1981 woonde ze enige tijd in Nederland. Aanstaande september zijn er presidentsverkiezingen in Guatemala. De meerderheid van de meer dan achttienhonderd aanwezigen wilde er niet aan. ‘Wij zijn geen vertegenwoordigers van haar politieke beweging’, zei Rafael González van de nationale boerenorganisatie cnoc. ‘Rigoberta Menchú heeft de laatste jaren weinig steun gegeven in de strijd van de inheemse bevolking.’

Wie wel op brede steun en populariteit kon rekenen, is Evo Morales. Ondanks zijn afwezigheid tijdens de topontmoeting, ‘cumbre’, besloten de deelnemers de kandidatuur van Bolivia’s president voor de Nobelprijs voor de Vrede te steunen. Terwijl hij in eigen land de politieke problemen over de oliewinningwetgeving het hoofd moest bieden, zond hij een boodschap naar de Indianenleiders: ‘In meer dan vijfhonderd jaar onderdrukking en overheersing is het niemand gelukt ons te elimineren. Wij vormen een eenheid met de natuur. Vandaag gaan we van het verzet naar het offensief. Met elkaar herstellen we onze soevereiniteit.’ Menchú hoort daar kennelijk niet bij.

PETER RHEBERGEN

Rare loopjes

In de meeste landen leren kinderen lopen voordat ze naar de basisschool gaan. Als het aan de Engelse onderwijzersbond ligt, wordt lopen een vak op de middelbare school.

LONDEN – Volgens Martin Johnson, vice-voorzitter van de Association of Teachers en Lecturers, moeten leerlingen verschillende manieren van lopen onder de knie krijgen: hardlopen om de trein te halen, slenteren, flaneren met een geliefde door het park, lopen met een rugzak. Om er een paar te noemen. In de visie van Johnson zou Loopkunde een van de vakken moeten zijn die pubers niet zozeer voorbereiden op Oxford en Cambridge, als wel op de ‘Universiteit van het Leven’. De nadruk op vakken als geschiedenis, biologie en Frans noemde de vakbondsleider ‘totalitair’.

Het hedendaagse curriculum ademt een soortgelijke kaboutergedachte uit. Er prijken vakken op als creatief haarknippen, toerisme, zakenstudies, mediastudies, burgerschapskunde, emotietraining en taartbakken. Het gaat ten koste van traditionele vakken. Wis- en natuurkunde staan onder druk, omdat de docenten die iets begrijpen van Fermat, Einstein en Newton, langzaam uitsterven. Aardrijkskunde lijdt onder het gemakzuchtige idee dat alles op te zoeken valt. Geschiedenis kent geheel andere problemen. Onlangs bleek dat geschiedenisleraren met veel moslims in de klas er snel toe neigen de holocaust niet te behandelen, uit angst om leerlingen te kwetsen of gewoon om discussies te voorkomen. Hetzelfde geldt voor het slavernijvraagstuk in ‘zwarte’ klassen.

Ook het taalonderwijs heeft betere tijden gekend. Steeds meer schoolverlaters spreken geen enkele vreemde taal, terwijl het niveau van het eigen Engels dusdanig is dat universiteiten en werkgevers stoomcursussen grammatica geven. In een recent verschenen regeringsadvies van de Dearing Language Review wordt een onverwachte schuldige voor dit linguïstische verval gevonden: Grieks en Latijn. Volgens de onderwijskundigen ondermijnt de aandacht voor deze ‘dode talen’, die niets zouden bijdragen aan het ‘intercultureel begrip’, het onderricht in de nog levende talen. Schaduwminister voor hoger onderwijs, de classicus Boris Johnson, schaarde dit onder de stomste dingen die hij ooit gehoord heeft. Het rapport deed denken aan hetgeen de Conservatieve premier Harold Macmillan in de jaren vijftig tegenwierp op de beschuldiging dat hij te veel classici in zijn kabinet had: ‘Een achtergrond in de klassieken geeft iemand niet alle antwoorden, maar hij kan wel beter beoordelen of anderen onzin spreken of niet.’ Dat is geen overbodige luxe in hedendaags Engeland.

PATRICK VAN IJZENDOORN