Week 16

Deze week

Politieke relatie

De termen ‘vriendin’ en ‘Arabische feministe’ doen geen recht aan de rol die Shaha Ali Riza speelt in de neoconservatieve groep rond Wereldbank-directeur Paul Wolfowitz.

AMSTERDAM – Paul Wolfowitz was nog keurig getrouwd toen de twee elkaar in de jaren negentig leerden kennen als actieve leden van de Iraq Foundation_._ Die stichting bestond uit neoconservatieve Republikeinen, vooraanstaande Iraakse ballingen en vertegenwoordigers van de Amerikaanse wapenindustrie en inlichtingendiensten. De Iraq Foundation maakte propaganda voor een Amerikaanse inval in Irak die zou moeten worden gevolgd door een proces van democratisering en economische liberalisering van de hele regio. Tegelijk ondergroef de stichting haar eigen pretenties door achter de schermen het politieke personeel te verzamelen dat na zo’n aanval de macht in Irak zou moeten overnemen.

Hun wegen scheidden ogenschijnlijk door het aantreden van George Bush in 2000. Wolfowitz werd staatssecretaris van Defensie, Riza werd Midden-Oosten-woordvoerster bij de Wereldbank. Niettemin nam Riza begin 2003 deel aan de geheime voorbereidingen voor de inval in Irak. Zonder toestemming van haar werkgever werkte ze als betaald consultant voor Science Applications International Corporation (saic), een grote particuliere defensieleverancier in San Diego, Californië, die veel personele banden had met de Iraq Foundation. Het bedrijf wordt gedreven door voormalige topmensen van het Amerikaanse leger en de inlichtingendiensten, met name de elektronische inlichtingendienst National Security Agency (nsa), die een belangrijke afnemer van saic is.

saic was ten nauwste betrokken bij de inval dankzij een reeks contracten die Wolfowitz namens Defensie met het bedrijf aanging: opleiding van Iraakse militairen en politieagenten, wederopbouw van de olie-industrie en het gevangeniswezen, democratiseringsadviezen, inlichtingenwerk en het verzorgen van contacten met de Verenigde Naties. saic vervulde ook een rol bij de uitverkoop van Iraakse belangen en de verdwijning van negen miljard dollar hulpgeld van het Amerikaanse Congres in Amerikaanse particuliere handen. Het bedrijf zette onder meer voor 82 miljoen dollar een ‘onafhankelijke’ Iraakse tv-zender op. Die flopte omdat niemand ernaar keek. Toen de Amerikaanse troepen binnenvielen, trokken in hun voetspoor ook 150 Iraakse ballingen het land binnen, allen door saic gescreend, opgeleid en volledig betaald. Kosten: 33 miljoen dollar. Ze moesten het burgerbestuur overnemen onder de noemer ‘Iraakse Raad voor Wederopbouw en Ontwikkeling’. Sommigen van hen zijn nu nog altijd minister, gouverneur of directeur-generaal. Al met al verhoogde saic in 2004 zijn omzet met een miljard dollar.

Toen Wolfowitz vorig jaar aantrad als Wereldbank-directeur stelde hij direct enkele vertrouwelingen uit de Bush-regering aan die hoge salarissen ontvangen. Riza moest daarentegen het veld ruimen vanwege hun persoonlijke relatie. De Foundation for the Future die ze nu (op kosten van de Wereldbank) bestiert, is echter ook al geen liefdesnestje. Deze stichting werd twee jaar geleden opgericht door Liz Cheney, de dochter van de vice-president die bij Buitenlandse Zaken werkt, met als doel het winnen van islamitische harten en geesten voor de democratie. Voorzitter is de voormalige Maleisische politicus Anwar Ibrahim, die in niet-islamitische landen veel gloedvolle toespraken houdt over het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten. Van het stichtingsbudget van 56 miljoen dollar is echter nog geen cent uitgegeven aan projecten of subsidies. In februari jongstleden kondigde het bestuur aan er nu echt werk van te maken: het gaat deze zomer een logo-prijsvraag uitschrijven onder jongeren in het Midden-Oosten.

AART BROUWER

Altijd mis

Een dag voor de slachting op Virginia Tech congresseerde een tevreden Amerikaanse wapenlobby in Missouri.

NEW YORK – Het was een mooie conferentie geweest, zei chief executive officer (ceo) Wayne LaPierre van de National Rifle Association (nra) afgelopen zondag in de stad St. Louis. Meer dan zestigduizend leden van de lobbyclub voor wapenbezit waren voor hun jaarvergadering naar Missouri gekomen om van gedachten te wisselen over nieuwe wapenwetgeving en om de laatste Magnum-revolvers van Taurus en Smith & Wesson te bewonderen. Sinds het bezoek van de paus in 1999 waren er nog nooit zoveel mensen voor één event naar St. Louis afgereisd. Optimistisch becommentarieerde ceo LaPierre aan het eind van de succesvolle bijeenkomst de stand van zaken. Het tweede amendement van de grondwet, dat het recht op het bezit van wapens regelt, ‘is in de beste vorm sinds decennia’, zei hij, ‘en dat is goed voor Amerika en voor de nra’.

Een dag later werden meer dan dertig mensen vermoord op de universiteitscampus van Blacksburg, Virginia. Het zal voor sommige politici aanleiding zijn om, net als na de twaalf doden op Columbine High School, hun afschuw uit te spreken over het gemak waarmee je in de VS aan wapens kunt komen. Grootscheepse moordpartijen op scholen en universiteiten komen overal in de wereld voor, maar vaker in de Verenigde Staten. Bovendien zijn de schutters hier meestal even oud als de slachtoffers, terwijl elders – bij recente moordpartijen in Japan en Duitsland bijvoorbeeld – de daders meestal doorgedraaide volwassenen zijn.

Conservatieve politici zullen ook hun afschuw uitspreken over dit ‘incident’ en andere verantwoordelijken aanwijzen, zoals Quentin Tarantino, van wie net een nieuwe film uit is, of de makers van gewelddadige videogames. En na een week gaat Amerika weer over tot de orde van de dag.

Heeft LaPierre gelijk? Is het tweede amendement inderdaad in topvorm? Wel als hij denkt dat Bill Richardson, gouverneur van de staat New Mexico, kans maakt om president te worden. Hij is een van de Democratische kandidaten en hij profileert zich binnen zijn partij als enige _pro gun-_kandidaat. Richardson heeft een onberispelijke staat van dienst als voormalig energieadviseur van Bill Clinton en Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties, maar in de peilingen staat hij ver achter op Hillary Clinton en Barack Obama en hij haalde vooralsnog een schamele zes miljoen dollar campagnegeld op. Maar van de nra heeft hij een officieel stempel van goedkeuring ontvangen. Niet geschoten, altijd mis.

Bij de Republikeinen staat Rudy Giuliani er in de peilingen het best voor en voormalig gouverneur Mitt Romney van Massachusetts heeft vooralsnog het meeste campagnegeld. Maar Giuliani moet overal uitleggen waarom hij als burgemeester van New York in de jaren negentig zo streng heeft opgetreden tegen wapenbezit en van Romney werd vorige week bekend dat hij, ondanks aanvankelijke grootspraak, pas twee keer in zijn leven uit jagen is geweest. Tot grote hilariteit van zijn toehoorders tijdens een campagnebijeenkomst zei hij voor de konijnenjacht gebruik te maken van een hopeloos verouderd enkelschots _.22-caliber-_geweer. Hoewel Giuliani en Romney beiden zeggen overtuigd aanhanger van het tweede amendement te zijn, praten ze er liever niet al te vaak over.

Wat dat betreft heeft de nra een punt: geen enkele kandidaat die enige kans heeft op het presidentschap zal actief het heilige recht op wapens ter discussie stellen. Als de emoties van deze week voorbij zijn, dan zullen ook de Democraten zich weer angstvallig stilhouden. Zij wonnen de Congresverkiezingen in november tenslotte vooral dankzij enkele zorgvuldig uitgekozen pro gun-kandidaten in traditioneel Republikeinse gebieden. De kiezers in die betwiste regio’s zullen bij de presidentsverkiezingen in 2008 weer hard nodig zijn. ‘Our thoughts and prayers are with the families’, meldt de nra op haar website.

PETER VERMAAS

Horror op A4

Na dertig jaar gooit Den Haag de handdoek in de ring: private investeerders moeten de snelweg tussen Rotterdam en Antwerpen maar aanleggen. Het brevet van onvermogen wordt gepresenteerd als nieuw hoogtepunt van publiek-private samenwerking.

AMSTERDAM – Al sinds het einde van de jaren zeventig bemoeit een gestaag groeiend woud van organisaties zich ermee: ministeries, gemeenten, provincies, belangengroepen, adviesorganen, de Europese Unie. En hoe meer adviezen en plannen, hoe hechter de gordiaanse knoop rond de aanleg van een bescheiden stuk snelweg tussen Rotterdam en Antwerpen. De staart van de A4 groeide uit tot het bureaucratisch equivalent van een horrorfilm.

Afgelopen week werd de knoop doorgehakt. Of beter: de overheid gooit het bijltje maar bij de knoop neer, want opnieuw werd er geen echte beslissing genomen maar kregen privé-investeerders de gelegenheid om de weg te gaan aanleggen, de weg die inmiddels een monument is van bestuurlijk onvermogen. En de eerste voortekenen suggereren niet dat het er nu slagvaardiger aan zal toegaan: ‘Een marktverkenning moet eind volgend jaar leiden tot een tender voor het project’, meldt NRC Handelsblad.

Dit besluit werd niet gepresenteerd als nederlaag. Het gonsde al een tijdje in Den Haag dat het nieuwe wondermiddel van de publiek-private samenwerking wel eens spectaculair nieuws over de A4-Zuid zou kunnen opleveren. En dit is het dan: privé-investeerders mogen een eigen snelweg tussen Rotterdam en Antwerpen aanleggen en daar tol over heffen, als zij ook voor het ontbrekende stuk van de A4 zorgen. Een nieuw hoogtepunt in nieuwe efficiënte besluitvorming? ‘Dit is geen oplossing of bestuurlijke innovatie, maar het dumpen van het eigen onvermogen op het bordje van het bedrijfsleven’, zegt Jan Oosterhaven, hoogleraar ruimtelijke economie in Groningen.

Voor Oosterhaven staat de A4 symbool voor een groter probleem: ‘De bottleneck bij de aanleg van infrastructuur in Nederland is niet geld. Als dat wel zo was, waren particuliere investeerders een goed idee. Maar dat is toch vooral een oplossing voor arme landen die zelf de financiering niet rond kunnen krijgen. Of voor dunbevolkte landen, die lange snelwegen met weinig afritten nodig hebben. Technisch en economisch gezien is publieke aanleg het beste voor een rijk en dichtbevolkt land als Nederland. Nu wordt een dure oplossing gekozen voor een verkeerd gedefinieerd probleem dat niet bestaat. Het probleem van de publieke sector is dat de overheid maar geen beslissing kan nemen over moeilijke projecten. De overheid heeft zelf het probleem geschapen door via wetgeving allerlei lagere overheden inspraak en bevoegdheid te geven over delen van een groot project, en allerlei belangengroepen bij de besluitvorming te betrekken. Als Brussel zich ook nog gaat bemoeien met zaken die gewoon thuishoren bij lagere overheden, dan wordt het wel heel moeilijk een beslissing te nemen.’

Publiek-private samenwerking is helemaal niet nodig. Oosterhaven: ‘Dit is het afschuiven van een politiek-bestuurlijk probleem naar andere partijen.’

RUTGER VAN DER HOEVEN

Leni Spielberg

Niets is vrijblijvender dan het engagement van wereldberoemde filmsterren met oorlogsslachtoffers in Afrika. Hoewel? Hoe Mia Farrow de wereld verandert.

AMSTERDAM – Begrijpelijk is de scepsis over de petitiezucht onder bekende Hollywood-acteurs, ergerlijk zijn hun vrijblijvende oproepen tot vrede en gelukzaligheid. Neem de humanitaire ramp in Darfur. Zolang George Clooney en consorten alleen verontwaardiging bieden maar geen politieke oplossing zijn niet de inwoners van deze streek maar alleen hun ego’s geholpen met het eigen geëngageerde gebrul.

Dit blijkt een te voorbarige conclusie. Het begon twee weken geleden, toen actrice Mia Farrow, ex-vrouw van Woody Allen en ambassadeur voor Unicef, in een opinieartikel in de Wall Street Journal de regisseur Steven Spielberg waarschuwde, omdat die de Chinese regering bijstaat als artistiek adviseur voor de Olympische Spelen in Peking. Mia Farrow heeft het over de ‘Genocide-Spelen van Peking’, omdat China maatregelen van de VN Veiligheidsraad blokkeert die de Soedanese regering ertoe moeten brengen iets te ondernemen tegen de slachtpartijen in Darfur, die door de Soedanese regering misschien zelfs worden georchestreerd of aangemoedigd. (Volgens de VN zijn in de regio inmiddels meer dan tweehonderdduizend mensen gesneuveld en een tienvoud daarvan ontheemd.) Farrow vraagt zich openlijk af of Spielberg er vrede mee heeft om de geschiedenis in te gaan als de nieuwe Leni Riefenstahl. Behalve Triumph des Willens maakte Hitlers huiscineast Riefenstahl onder meer Olympia, een film over de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, een viering van de vermeende superioriteit van het arische ras die door Jesse Owens werd verstoord.

Steven Spielberg, die de Shoah Foundation oprichtte en nauw verbonden is met het holocaustmuseum in Washington DC, moet hiervan geschrokken zijn. Nee, hij wil niet de Leni Riefenstahl van vandaag zijn. En nog geen week later schreef hij een brief aan de Chinese president Hu Jintao. Hij veroordeelde daarin nadrukkelijk de slachtingen in Darfur en vroeg de Chinese regering, die zakelijke belangen heeft in Soedan, haar invloed te gebruiken om ‘een einde te maken aan het menselijke lijden’.

De Olympische Spelen zijn een zwakke plek voor de Chinezen. Tijdens die spelen wil het land zich als supermogendheid presenteren aan de wereld. Als een man als Spielberg lastig gaat doen, is dat meer dan vervelend. En zie daar: kort na het ontvangen van de brief stuurde de Chinese regering een hoge functionaris naar Soedan om de regering over te halen een VN-vredesmacht te accepteren. De man, Zhai Jun, bezocht zelfs drie vluchtelingenkampen in Darfur. Dat is uiterst ongewoon, omdat China zijn vooraanstaande positie in menig derdewereldland onder meer te danken heeft aan de Chinese bereidheid nooit enige humanitaire voorwaarden te stellen aan handel, hulp en samenwerking.

Treft Mia Farrow dan toch doel? Achter de schermen, zo beweert The New York Times, hebben Chinese autoriteiten benadrukt dat ze niet willen dat de beslissing om de Soedanese regering nu toch eindelijk enkele vragen te stellen wordt verbonden met de zorg om en voor de Olympische Spelen in Peking. Een woordvoerder van de Chinese ambassade in Washington waarschuwde zelfs: ‘Als iemand de Olympische Spelen en de crisis in Darfur met elkaar wil verbinden ter meerdere glorie en roem van hem- of haarzelf, speelt hij een verloren wedstrijd.’ Met andere woorden: nu het tijd is om de hooghartige hoon voor activistische steracteurs te laten varen, is het zaak voor Farrow c.s. om uit naam van de inwoners van Darfur niet te hoog van de toren te blazen. Misschien wordt het de komende weken nog stil in Hollywood. En dat is dan goed nieuws voor Darfur.

PIETER VAN OS