Week 18  

Deze Week

Koning uit eigen doos

Sigarenmakers opgelet. Als de voortekenen niet bedriegen, kunt u binnenkort een gepoederde bolknak of suffe Sumatra met de naam Koning Willem-Alexander aan uw collectie toevoegen.

AMSTERDAM – De recente opmerking van premier Balkenende dat de kroonprins ‘klaar’ is voor de troon is niet de enige aanwijzing dat Beatrix’ abdicatie ophanden is, en zelfs niet de belangrijkste. De minister-president draagt weliswaar staatsrechtelijke verantwoordelijkheid voor de handel en wandel van het vorstenhuis, maar zijn verhouding tot de koningin is van dien aard dat hij ongeveer de laatste zal zijn die wordt ingelicht over een ophanden zijnde overdracht.

Balkenende heeft in het dossier-Noordeinde blunder op blunder gestapeld. Het begon ermee dat hij in 2002 het ontslag van zijn eerste kabinet aanbood op de dag van de uitvaart van prins Claus. Een jaar later schiep hij in het kamerdebat over de Margarita-affaire zoveel verwarring rond de staatsrechtelijke positie van het kabinet van de koningin dat hij het woord moest afstaan aan minister Donner van Justitie. Vervolgens slaagde hij er niet in de vorstin tijdig in te lichten omtrent de persoonlijke omstandigheden van mejuffrouw Wisse Smit en aldus de koninklijke familie te behoeden voor nog meer publicitair onheil. Het resultaat is dat de arme Jan Peter, die bij elke gelegenheid met ogen vol geloof zijn aanhankelijkheid aan Oranje betuigt, een Oranjesatire op zichzelf is geworden.

Er is echter ondersteunend bewijs. Niet alleen wordt het Paleis op de Dam (dat een centrale rol zou vervullen in de overdrachtsplechtigheid) aan een opknapbeurt onderworpen, ook de kroonprins zelf liet in een zaterdag vertoonde, door de rvd gefiatteerde documentaire weten dat hij zich volledig op het koningschap voorbereid acht. Het slechte nieuws voor aanhangers van Oranje is dat de bewoordingen waarin hij dat deed het einde van de monarchie aankondigden: ‘Het is een uitdaging waar ik het allermooiste van ga maken. Ik heb een stabiele thuissituatie met een schat van een vrouw en schatten van kinderen. Ik zit goed in mijn vel, dus ik begin er steeds meer in te groeien.’

‘Uitdaging’, ‘thuissituatie’, het zijn termen die het goddelijk koningschap zijn laatste luister ontnemen. Er is ogenschijnlijk niets dat deze man onderscheidt van een filiaalmanager bij de Rabobank, een overigens keurige functie die echter geen bovennatuurlijke zegening of erfelijke lotsverbondenheid met het Nederlandse volk veronderstelt. Willem-Alexander is een mens zonder bevliegingen of uitzonderlijke kwaliteiten, zonder het steile karakter van zijn moeder of de cholerische natuur van zijn betovergrootvader Willem III, zonder schulden of bastaardkinderen en zelfs – het ernstigste gemis bij een telg van Oranje – zonder mystieke inslag. Bij hem geen gevoel voor magie zoals bij zijn betovergrootmoeder Anna Paulovna, geen fascinatie voor Indiase goeroes in wie volgens overgrootmoeder Wilhelmina een ‘heilig vuur’ brandde, geen geloof in gebedsgenezers en ufo-gestuurd pacifisme zoals bij grootmoeder Juliana. De kroonprins heeft een vrouw en drie kinderen, woont in Wassenaar en leest de krant. Met zo’n koning trakteert het Nederlandse volk zich à raison van honderd miljoen euro per jaar op een sigaar uit eigen doos. Het is de vraag of die lang zal smaken.

AART BROUWER

Staatsgeheim

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding hecht belang aan duidelijkheid over radicaliseringtendensen, maar weigert publicatie van eigen onderzoeksresultaten.

AMSTERDAM – Vorige week publiceerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) de samenvatting van het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (dtn). Het beeld is daarin van ‘substantieel’ naar ‘beperkt’ bijgesteld. In de samenvatting van het rapport staat dat er sprake is van een ‘nog steeds voortschrijdende radicalisering’, maar van een niet meer dan ‘incidentele doorradicalisering naar een grotere bereidheid tot geweld’.

Tot zo ver geen nieuws. Maar de NCTb is wel bezorgd over een andere trend. ‘Steeds meer onderzoekbureaus en journalisten verrichten onderzoek naar de wijze waarop het salafisme zich in Nederland manifesteert (…) waardoor “concurrerende beelden” van radicalisme ontstaan. Deze verschillende beelden kunnen op termijn mogelijk de “sense of urgency” doen afnemen’, aldus NCTb Tjibbe Joustra.

Clingendael is een van de instituten die dit soort onderzoek doen dat kennelijk een gevaar is voor het urgentiegevoel in Nederland. Atef Hamdy, specialist op dit gebied, zegt: ‘Er zijn geen onderzoeksresultaten voorhanden die op een toenemende radicalisering wijzen. Sterker: tot nu toe is nog helemaal geen kwantitatief onderzoek gedaan naar radicalisering.’

Ook het Institute for Migration and Ethnic Studies (imes) van de Universiteit van Amsterdam heeft de vatbaarheid van Amsterdamse moslimjongeren voor radicale denkbeelden onderzocht: twee procent zou ‘potentieel ontvankelijk zijn voor radicalisering’. Hieruit kan echter niet worden geconcludeerd dat deze jongeren ook daadwerkelijk radicaliseren.

De NCTb beschikt duidelijk over meer informatie dan andere onderzoekers. Informatie die het dubbele beeld dat tot nu toe bestaat scherp kan stellen. Daartoe is echter wel inzicht nodig in de methoden en resultaten van het onderzoek dat de NCTb heeft gedaan. Helaas. Het volledige dtn-rapport is niet openbaar, omdat, volgens een woordvoerder van de NCTb, ‘de gegevens waarop het gebaseerd is staatsgeheim zijn’.

YRRAH STOL

Ontzamelangst

Hoe verzamelzuchtig de Nederlander ook is, soms kunnen zelfs de meest fervente hardliners niet meer beredeneren waarom een kunstwerk niet naar de vrijmarkt mag.

AMSTERDAM – Drie dagen voordat duizenden Nederlanders zich op straat begaven voor de jaarlijkse ontzameldag van persoonlijke collecties werd in de Doopsgezinde Kerk aan het Spui gesproken over de mogelijke rol van de handel bij de ‘ontzameling’ van overvolle museumdepots.

Opnieuw bleek in het land met de grootste museumdichtheid ter wereld de behoudzucht imposant, misschien zelfs grenzend aan het ziekelijke. Vertegenwoordigers van de kunsthandel en de museumwereld zaten op het podium en in de zaal. De bedoeling was debat, maar de gespreksleider, voormalig directeur van het Concertgebouw Martijn Sanders, zette iedereen direct in het gareel met de dooddoener: ‘Het depotstuk van het ene decennium is het pronkstuk van het volgende.’ Al zijn daar opvallend weinig voorbeelden van te geven, geen van de aanwezigen durfden de eerbiedwaardige gespreksleider daarna nog tegen te spreken. Kunst mag je niet verkopen. En hoewel het onderwerp in potentie toch voor vuurwerk kan zorgen, bleef iedereen de rest van de middag uiterst voorzichtig voor elkaar, zoals kenmerkend is voor kringen waarin iedereen dezelfde broodheer dient – in dit geval de overheid. Zelfs frappante drogredenen bleven onweersproken. Zo verklaarde het ex-hoofd van de erfgoedinspectie Charlotte Rappard dat ze ‘sinds kort’ eigenlijk van mening was dat musea geen kunst mogen verkopen, omdat ze die ooit met belastinggeld hadden verworven. Alsof de opbrengsten niet ten goede komen van weer andere kunst, maar in de zak van een museumdirecteur verdwijnen. En zo verzandde een in potentie spectaculaire middag in een keurig onderonsje van subsidieontvangers.

Toch niet. Een enkel schilderij redde de middag. De organisatie had het naast het podium geëxposeerd en mooi uitgelicht voor het aanwezige publiek. De kunstenaar, Willy Boers, had het felgekleurde abstracte werk uit 1953 Niets gaat verloren genoemd. Toepasselijk. Samen met 136 andere schilderen van Boers had het rijk het gekocht in het kader van de bkr-regeling, in de periode tussen 1957 en 1987. Het werk is nooit de kelder uit geweest, tot de Rijksdienst Beeldende Kunst het schilderij ‘afstootte’ in een operatie waarbij meer dan tweehonderdduizend bkr-werken werden opgeruimd. Toch dook het werk in 2005 plotseling op in de najaarscatalogus van kunsthandel Simonis & Buunk, die er maar liefst 24.000 euro voor vroeg. De kunsthandel noemt Boers zelfs ‘een van de sleutelfiguren in de vernieuwing van de beeldende kunst in Nederland’. Reden voor de organisatie (en de auteurs van het boek Niets gaat verloren, dat die middag werd gepresenteerd) om te vragen ‘of de Rijksdienst Beeldende Kunst dit werk wel had mogen afstoten’. Had de overheid het niet verkeerd gezien?

Het antwoord werd dezelfde middag al gegeven – hoe onwelgevallig ook voor de hardliners. Want de kunsthandelaar had er dan wel 24.000 euro voor gevraagd, niemand had het doek willen kopen, zo gaf hij toe. Ja, het schilderij was zeldzaam, juist omdat er zoveel andere Boersen waren ‘verdwenen’. Maar zelfs met die schaarste kon hij het ding aan de straatstenen niet kwijt. Als het rijk het wilde terugkopen, hoefde het hem slechts de kosten te betalen die hij voor het bewaren van het schilderij had gemaakt. Eén van de aanwezige hardliners in de zaal – ‘musea mogen NOOIT iets verkopen’ – verklaarde stellig dat hij het schilderij als kunstambtenaar wel zou willen terugkopen.

Een deal! Maar een andere verantwoordelijke ambtenaar corrigeerde hem ogenblikkelijk: voor aankopen was geen geld. Toch impasse. En toen het tot iedere aanwezige doordrong dat het schilderij Niets gaat verloren was gedoemd tot een eeuwigheid in de kelder kapte de gespreksleider de onderhandelingen af.

Jammer voor Ranti Tjan, de dappere museumdirecteur uit Gouda die een onbelangrijk, voor de eeuwigheid tot de kelder gedoemd deel van zijn collectie te koop had aangeboden. Van dit publiek had hij daarvoor slechts verontwaardigd gepuf en gesteun gekregen. Een schilderij dat permanent in de kelder staat, zei hij, is nog slechter af dan een mens dat op de volle oceaan overboord slaat. Zo’n mens kan nog tot voedsel voor de haaien dienen. Een kunstwerk in het permanente donker is zelfs dat nut niet gegund.

PIETER VAN OS

De Katewalk

De Engelse politie komt er steeds vaker aan te pas om vrouwenoproer in winkelstraten te sussen.

LONDEN – Er zijn reeds gewonden gevallen bij de opening van een Ikea-filiaal in Noord-Londen. Voor de deuren van een nieuwe Primark-kledingzaak op Oxford Street werden ongeduldige trendvolgers onlangs bijna verdrukt. Deze week beleefde de tamelijk on-Engelse hysterie een hoogtepunt bij het debuut van Kate Moss als modeontwerpster. Duizenden vrouwen verzamelden zich voor de deuren van Topshop in hartje Londen om Moss’ strakke spijkerbroekjes en witte jurkjes te kopen.

Dat de Amerikaanse pers de jongensachtige kledinglijn heeft afgekraakt, maakte niets uit. Het was eerder een aanbeveling. De Engelsen kunnen geen genoeg krijgen van het 33 jaar geleden in de onooglijke Londense buitenwijk Croydon geboren supermodel. Ook serieuze dagbladen volgen nagenoeg iedere beweging. Miljoenen lezers hebben Moss tijdens hun ontbijt op foto’s zien paaldansen voor Sofia Coppola, voor het goede doel zien zoenen met Jemima Goldsmith, haar zien winkelen bij een tweedehands winkel en haar op blote voeten zien lopen naar de tabaksboer.

Ze is een openbaar mysterie, want over haar innerlijke leven is relatief weinig bekend. Goed, bekend is dat ze van brie, Scott Fitzgerald en popzangers houdt, maar dat is het ook, want interviews geeft ze zelden, ook niet aan haar biograaf of aan politieagenten die meer wilden weten over het witte poeder dat ze door de neus nuttigde in een opnamestudio. Bijna niemand weet of ze een plat Zuid-Londens accent heeft. ‘We volgen haar op een obsessieve wijze, maar we kennen haar amper. Ze is een hedendaagse sfinx’, zei kunstenaar Marc Quinn, wiens Moss-beelden in het Groninger Museum te zien waren.

Quinn is niet de enige kunstenaar voor wie Moss als muze diende. Lucian Freud schilderde haar, graffiti-artiest Banksy verbeeldde haar Warhol-achtig en Stella Vine creëerde een soort Moss-cartoon, met citaten als ‘I only make love to Jesus’. Ze was te zien in het Amsterdamse fotomuseum Foam, is, nog een paar weken, te zien tussen andere modellen in de National Portrait Gallery en in Madame Tussaud. Filmregisseur Mike Figgis maakte een filmpje met haar voor Agent Provocateur en in een Cotswold-pub hangt haar portret naast dat van Hannah Twynnoy, de serveerster die begin achttiende eeuw door een wild beest werd opgegeten.

Het grootste mysterie is haar relatie met de gedrogeerde Babyshambles-zanger Pete Doherty, die er alles aan lijkt te doen om de Sid Vicious van zijn tijd te worden, alhoewel hij zichzelf liever spiegelt aan Baudelaire of Dmitri uit Dostojevski’s Gebroeders Karamazov. Op haar beurt associeert Moss zich met de zangeres Nico. Samen koesteren Kate ‘n’ Pete de nostalgie de la boue, elkaar liefkozend toezingend op het podium tijdens het duet La Belle et la Bête, vechtend bij prijsuitreikingen, joyrijdend in een Fiat 500 en met halflege flessen wijn waggelend door de goten van Oxford Street, terwijl de eerste forenzen de kantoordeuren openen.

Moss is immuun voor het kwaad. Elk kledingstuk staat haar goed, tot en met modderige kaplaarzen of slobbertruien, elk schandaal levert nieuwe contracten op en elke lichamelijke oneffenheid (ietwat platte neus, lui oog, slecht gebit) maakt haar mooier. The Independent-_columniste Sophie Heawood heeft een verklaring voor de Moss-manie: ‘In een tijd met televisieprogramma’s als _Supreme Makeover en How Clean is your House?, illustratief voor de algemene hygiëneneurose in de media, is een beetje viezigheid precies wat we willen zien.’

PATRICK VAN IJZENDOORN