Week 22

Deze week

DE PRIJS VAN BANANEN

Ook een broodje-aap in China is lang niet pluis. Een kwart van de Chinezen loopt een voedselvergiftiging op.

PEKING – Diep wantrouwen levert zo zijn eigen wonderlijke geruchtenstroom op. Daar kunnen in China zowel bananenplantages als instantnoedelfabrikanten over meepraten. Volgens het laatste nieuwtje dat via sms razendsnel de ronde doet, zouden bananen afkomstig van het Zuid-Chinese eiland Hainan besmet zijn met het gevreesde Sars-virus. Vorige week waren bananen in Peking daarom plotseling heel goedkoop. En ook van instantnoedels van het merk Magiër ga je dood. Die fabrikant zou er zelfs bewust op uit zijn om het Chinese volk te vergiftigen. Zijn noedels zouden zijn bereid met menselijk vet dat afkomstig is van lijken.
Broodje-aapverhalen, maar Chinezen hebben genoeg redenen om zich over hun voedselsituatie echt zorgen te maken. Want als het aankomt op voedselveiligheid, is China een nachtmerrie. Babymelk leidt soms tot waterhoofden, van eendeneieren kun je kanker krijgen en vis wordt hier en daar gedroogd in insecticide. Er gaat vrijwel geen dag in dit land voorbij zonder dat er weer een horrorverhaal over giftig voedsel bekend wordt. Rijstschotels aangemaakt met soldeerzuur? Brooddeeg gemengd met chemicaliën? Het gebeurt allemaal. Echt. Eind vorig jaar ontdekte de inspectie van Hongkong in gezouten eendeneieren Sudan II, een industriële verfstof die aan vogels werd gevoerd om de dooier extra rood te maken. Die kleur zien Chinese consumenten traditioneel als een bewijs van hoge kwaliteit.
De Chinese regering belooft om iedere gifzaak tot op de bodem uit te zoeken en met nieuwe voedselregels te komen, maar volgens het nationale ministerie van Gezondheid loopt nu al ieder jaar een kwart van alle Chinezen een lichte tot zware vergiftiging op. Kanker is doodsoorzaak nummer één. Dat zou behalve met de vervuiling en het roken ook alles te maken hebben met giftige toevoegingen aan het voedsel
Het zijn schandalen waar het buitenland tot voor kort nauwelijks in geïnteresseerd leek. Maar nu Chinees gesjoemel oorzaak is van de dood van honden en katten in Amerika, is daar razendsnel verandering in gekomen. Tarwegluten voor dierenvoeding werden in China gemixt met melamine, een grondstof voor plastics dat wordt geproduceerd uit steenkool. Een praktijk die blijkbaar jarenlang ongestoord doorgang vond. ‘China’s voedselproblemen worden nu hier en daar geëxporteerd, want de economie maakt steeds meer een onverbrekelijk deel uit van de wereldmarkt’, zegt professor Liu Yang van het Instituut voor Agrofood Science in Peking. ‘Veel fabrikanten hier willen nog steeds snelle winst en aan langetermijndenken wordt heel wat minder gedaan. Moet er kort door de bocht worden gegaan, dan doen de meesten dat ook onmiddellijk.’
In Zuid-Amerika stierven vorig jaar meer dan honderd mensen nadat er per ongeluk diethylene glycol in een hoestdrankje was gemengd. Onlangs werd bekend dat dit chemische product als onschuldige glycerine uit China afkomstig was. Hetzelfde gif werd vorige week in Panama ook in Chinese tandpasta aangetroffen. Onder de merken Mr. Cool en Excel zou het onder meer zijn geëxporteerd naar landen in de EU.
Genoeg reden tot waakzaamheid natuurlijk, maar volgens professor Liu zullen de Chinese gifschandalen in de rest van de wereld nooit de vorm aannemen van die in eigen land. ‘Export van voedsel en ingrediënten wordt toch nog behoorlijk gecontroleerd’, zegt hij. ‘Zo niet in China, dan wel in het land van aankomst. De Chinese consumenten staan er in vergelijking veel slechter voor. Hier is er nog steeds nauwelijks een efficiënte overheidsorganisatie die zich voor hen inzet.’
ANNE MEIJDAM

EN WILDERS KRIJGEN ZE ERBIJ

Hoe serieus is de Groot Limburg-gedachte?

AMSTERDAM – De zegetochten van Camiel Eurlings en Geert Wilders helpen niets: nog altijd voelen Limburgers zich buitenbeentjes in Nederland. Tenminste, als we het Vlaamse weekblad Knack mogen geloven. In navolging van HP/De Tijd, dat al half maart met een gelijksoortige reportage kwam, ging Knack op zoek naar Limburgs separatisme, en vond het bovendien. ‘Nochtans scheelde het in 1839 maar een haar, of de Limburgse bufferzone aan de oostkant van de Maas was niet bij Nederland ingelijfd, maar bij België blijven horen’, schrijft het weekblad. Het is de opmaat naar een artikel waarin Limburgers duidelijk maken dat ze niets van Nederland moeten hebben. Ze willen een zelfstandige staat en tegelijk een eurozone vormen: Belgisch-Limburg. ‘Liechtenstein boert toch ook goed?’ liet HP/De Tijd een separatist zeggen.
En als dat niet kan, dan maar onder de Belgische vlag verder. Want herenigd moeten ze worden, de twee Limburgs. Uit het Bevolkingsonderzoek Limburg 2007 blijkt dat 94 procent van de Nederlandse Limburgers zich in de eerste plaats Limburger voelt, geen Nederlander. Dat is negen procent meer dan tien jaar geleden. Een 21-jarige Limburgse student: ‘Tijdens mijn studie in Mexico vroegen mensen me vaak waar ik vandaan kwam, en dan zei ik nog liever “uit Europa” dan “uit Nederland”.’
Op internet ontspinnen zich prachtige discussies. Een ‘echte Limburger’ die geen dialect beheerst, stort zijn hart uit over wat hij al zolang meemaakt: niemand wil hem in algemeen beschaafd Nederlands antwoorden. ‘Gaandeweg leer je te leven met deze intolerantie en vooringenomenheid.’ Maar ook dialect-sprekende Limburgers zijn ontevreden. Zij klagen dat hun Kerkradense idioom niet wordt verstaan in Maastricht. Het Limburgse nationalisme mist blijkbaar een onmisbaar ingrediënt: eenheid van taal.
Wellicht hoeven we het Limburgse afscheidingsstreven dus minder serieus te nemen dan HP/De Tijd en Knack zouden willen. Dat 94 procent van de Limburgers zijn identiteit vooral verbonden ziet met de provincie, en niet met het land dat zich hun gebied ooit toeeigende, heeft waarschijnlijk meer te maken met de geringere migratie in de provincie, vergeleken met de Randstad, dan met ontevredenheid en afscheidingsneigingen. Hij wiens familie al generaties lang in Limburg woont en werkt, voelt zich eerder Limburger dan Nederlander.
Bij nadere lezing blijken de artikelen in HP/De Tijd en Knack op hun best ook niet meer dan schetsen van een folklore. De opgevoerde separatisten bestaan slechts uit een handjevol heimatliefhebbers met historisch besef. Al met al een onderwerp dat niet verder behoort te komen dan de fait divers-rubriek van een weekblad. Toch wordt op het internet het separatisme hier en daar zeer serieus genomen. Neem de ‘Hollandse blogger’ van wie Limburg zo, hupsakee, onafhankelijk mag worden. Daarbij gelden echter twee voorwaarden: géén diplomatieke betrekkingen en ‘bij afscheiding krijgen ze onherroepelijk Wilders en Eurlings erbij’.
JOERI BOOM

DE VOC-MENTALITEIT IN HET ONDERWIJS

Het eindexamen geschiedenis toetste het inzicht van de leerlingen en niet hun historische feitenkennis. Dat levert een puur nationalistische visie op de koloniale geschiedenis op.

AMSTERDAM – Vorige week onthulden De Pers en Spits hoe eng nationalistisch ons geschiedenisonderwijs intussen is geworden. Althans, als geschiedenisleraren de officiële stofomschrijving voor het eindexamen zouden volgen. Die is opgesteld door de Commissie Historische en Maatschappelijke Vorming die in al haar wijsheid heeft besloten dat één van de twee examenonderwerpen, ‘De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië’ louter en alleen op het Nederlands gezichtspunt moet worden georiënteerd. Het komt erop neer dat havo- en vwo-scholieren wel leren over vijfduizend Nederlandse doden die vielen tijdens de Nederlandse politionele acties in Indonesië, maar niets over de 150.000 Indonesische slachtoffers. Evenmin horen ze over de 70.000 door Van Heutz afgeslachte Atjeeërs of over de vele andere doden die vielen onder het Nederlandse koloniale bewind. Ach nee, legt mevrouw Maud Knook van het ministerie van Onderwijs uit aan dagblad De Pers: ‘Wij beperken ons tot de hoofdlijnen.’ Tot die hoofdlijnen behoren geen Indonesische doden, want: dat past niet binnen de Nederlandse benadering. Zij noemt dat ‘vernieuwend’. Mij klinkt het negentiende-eeuws in de oren. Er worden andere accenten gelegd, aldus mevrouw Knook: ‘Als je te veel gaat praten over wat we allemaal fout hebben gedaan, loop je het risico dat je het uit het verband rukt en dat het tegenovergestelde wordt bereikt.’
Het tegenovergestelde? Van wat? Van een nationalistisch geschiedenisonderwijs met nadruk op onze helden, neem ik aan, het geschiedenisonderwijs waarvoor de intellectuele inspanningen van nationaal-liberalen als Verdonk, Wilders, Balkenende en Scheffer hebben gezorgd.
Het is ongeveer de redenering die ze in Turkije hebben als het om de Armeense genocide gaat. Die leidt ook alleen maar af van de hoofdlijnen en geeft een verkeerde indruk van de mooie Turkse historie. Waren er niet drie kandidaat-parlementariërs van CDA en PVDA die zich daarom ontijdig hebben moeten terugtrekken? Jammer genoeg hebben die verzuimd hun medekandidaten te vragen naar door Nederland begane misdaden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.
Dit kleine schandaal met verstrekkende gevolgen is behalve door Spits en De Pers door geen andere ‘betaalde’ krant opgepikt. In de gewone pers wordt alleen geklaagd dat er onvoldoende historische kennis wordt gevraagd. ‘Eigenlijk is dit meer een examen redeneren vanuit plaatjes en tekst dan een toets van historische kennis’, zei professor Maarten van Rossem in de Volkskrant. In de Spits van 23 mei wordt op het onderwerp doorgegaan, onder de kop Onthutsend ‘vaderlandsch’. Professor Gert Oostindie geeft commentaar en hij doet zijn naam eer aan. Hij vindt de benadering van dit examenonderwerp ‘ongeveer even bekrompen als de mentaliteit van de politici die midden twintigste eeuw nóg niet begrepen dat “onze” tijd in Indonesië voorbij was’. Hij vindt het onbegrijpelijk dat bij zo’n onderwerp alleen Nederlandse bronnen worden gebruikt en niet één Indonesisch tegengeluid. Fijntjes concludeert hij dat de Indonesiërs – 99 procent van de toenmalige bevolking van de Indische archipel – in de ogen van de examinatoren niet tot de hoofdlijnen horen, de Nederlanders (minder dan één procent) wel.
De opstellers van de richtlijnen beroepen zich op de nieuwe opvattingen aangaande de vaderlandse canon. Toch kan een mens – zelfs een Nederlander – zich nauwelijks voorstellen dat Van Rooy een zo uitsluitend op Nederland georiënteerde aanpak voor ogen heeft. Wellicht dat er nog een kamerlid te vinden is dat protest wil aantekenen. Of zitten die alleen nog maar de berichten te spellen over losgeslagen apen?
MAX ARIAN

MCWORLD DRINKT KOFFIE

LONDEN – Terwijl Starbucks in de VS slechts tegenstand ondervindt van links-activistische kringen, zijn het in Engeland juist de conservatieven die wetsvoorstellen indienen tegen de Amerikaanse koffieketen. De wraak van het Cocoa Tree Chocolate House.

De brand op de historische theeklipper Cutty Sark in het Londense Greenwich kwam op een symbolisch moment. Een paar dagen eerder had premier Tony Blair voor de Amerikaanse radio verklaard dat er in Londen geen traditioneel Engels kopje thee meer is te vinden (en op het Europese vasteland al helemaal niet). Het is allemaal cappuccino, koffie verkeerd en groene thee. Het leverde hem een uitnodiging op van Pellicci’s, een klassiek, Toscaans café in het Londense East End, om daar een goudeerlijke ‘cuppa’ te komen drinken en bijbehorend praatje te maken.
Zulke kleine cafés – vaak familiebedrijfjes – hebben het echter moeilijk in de Britse hoofdstad. Afgelopen zeven jaar heeft veertig procent van de onafhankelijke cafés zijn deuren moeten sluiten, meestal wegens de te hoge huurkosten. Daarnaast blijkt de tolheffing van burgemeester Ken Livingstone een negatieve invloed te hebben op de kleine middenstand. Ook kijken de ondernemers met angst en beven uit naar de aanstaande belastingverhogingen van minister van Financiën Gorden Brown en het rookverbod dat op 1 juli ingaat. Maar de grootste vijand is de vrije markt zelf. De Londense thee- en koffiedrinkers zijn massaal naar de concurrent gelopen, ketens als Caffè Nero, Caffè Uno, Costa en vooral het Amerikaanse Starbucks. Londen is een wereld verwijderd van de zeventiende eeuw, toen de hoofdstad duizenden koffiehuizen telde en ieder etablissement zijn eigen clientèle had. De dichters zaten in Wills Coffee House, de klerken in Truby’s en de Tories in de Cocoa Tree Chocolate House. Er was voor ieder wat wils. Starbucks, genoemd naar een karakter uit Herman Melville’s Moby Dick, maakt geen geheim van zijn ambitie: geen inwoner van Londen hoeft langer dan vijf minuten te lopen naar het dichtstbijzijnde Starbucks-filiaal.
De laatste tijd komt er steeds meer weerstand tegen de starbuckification. Dat was afgelopen zomer goed zichtbaar in de intellectuelenwijk Bloomsbury, bij de opening van weer een filiaal. De buurtbewoner en bekende acteur Rupert Everett sprak over een ‘epidemie’. Ook in de bijna-hippe wijk Stoke Newington wordt geageerd tegen de mogelijke komst van Amerikaanse koffiebonen tussen de cafés en boekwinkeltjes van Church Street.
Om kleine, onafhankelijke cafés te ondersteunen in hun overlevingsstrijd heeft het conservatieve gemeentebestuur van de Royal Borough of Kensington & Chelsea thans besloten geen nieuwe vergunningen meer te geven aan Starbucks. Dat is het soort daden waar de nieuwe Conservatieve parlementskandidaat voor Richmond Park, Zac Goldsmith, warm van wordt. Zelf heeft Goldsmith, hoofdredacteur van The Ecologist, voorgesteld om burgers via lokale, ‘Zwitserse’ referenda te laten stemmen over de wenselijkheid van nieuwe supermarkt- en horecaketens in de gemeente.
Iets verder naar het noordwesten van Londen, in Ruislip, maakt het Conservatieve kamerlid Nick Hurd, de zoon van ex-minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd, zich zorgen om het ontstaan van kloonsteden vol Starbucksen, Primarks en Tesco’s. Hij heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend dat tot doel heeft kleine ondernemers te steunen in hun overlevingsstrijd. Het zou een verrassing zijn wanneer dit voorstel de steun krijgt van de regeringsfractie. Het tekent wel de nieuwe verhoudingen in de politiek. Waar New Labour de stem van Big Business is, daar spreken de Nieuwe Conservatieven voor de kleine jongens.
PATRICK VAN IJZENDOORN