Week 23

Deze week

Gouden bergen en een zwarte steen

China wil zijn spaarcenten aan het werk zetten met meer dan alleen Amerikaanse staatsobligaties. De eigen bevolking moet het vooralsnog doen met de ‘geestelijke beschaving van het socialisme’.

AMSTERDAM – De Chinese regering koopt een belang van drie miljard dollar in Blackstone Group, een oorspronkelijk Amerikaanse private equity-firma. En dit is alleen nog maar om warm te draaien. Het land is van plan een eigen investeringsmaatschappij te beginnen. Startkapitaal: driehonderd miljard dollar. Maar eerst Blackstone. Het is maar goed dat de firma weinig naamsbekendheid geniet onder gewone Amerikanen (al bezit Blackstone op dit moment alle wassenbeeldenmusea van Madame Tussaud), want anders zou deze Chinese investering waarschijnlijk opnieuw gedonder hebben gegeven.

De Chinese regering heeft veel geld over – de deviezenreserve is al opgelopen tot meer dan 1200 miljard dollar, waar je nogal wat ABN Amro’s voor zou kunnen overnemen – en het land wil met dat spaargeld niet alleen langlopende Amerikaanse staatsobligaties blijven kopen. Naar goede kapitalistische gewoonte, wil het diversifiëren. Maar toen China twee jaar geleden besloot een Amerikaans oliebedrijf(je) te kopen, ketste de deal af op een muur van Amerikaanse verontwaardiging en, van de weeromstuit, zelfs een verbod, uitgevaardigd door het Amerikaanse Congres. Globalisering is mooi zolang het Amerikanisering betekent. Ook Engelsen, Nederlanders en, inmiddels, Japanners en Saoedi’s mogen af en toe iets Amerikaans kopen. Maar niet de Chinezen. China is te groot, te eng, en niet voor niets houden de Chinezen communistisch Noord-Korea overeind.

Economen ergeren zich doorgaans mateloos aan de protectionistische reflex in de Amerikaanse politiek als het om China gaat. Maar juist nu het volk niet mort en het ook op de opiniepagina’s van de Amerikaanse kranten stil blijft, aarzelen de vrijhandelsliefhebbers. Want dit is geen gewone investering in private equity. Het gaat hier om de regering van China, niet om een buitenlands bedrijf of investeringsmaatschappij. Als de kroonjuwelen (of de grootste barbaren) van het kapitalisme in handen vallen van een land, wat moet je daar dan van denken? Financieel journalist Daniel Gross (The New York Times) verwacht dat dit niet goed kan gaan. ‘Stel je voor dat twee private equity-firma’s een bod doen op een “set of assets” die in het bezit of onder controle is van de Chinese regering. De ene is Blackstone Group, waarvan die regering tien procent bezit. De andere moet het zonder overheidsconnectie doen. Wie denk je dat er zal winnen?’ Dit brengt andere economen bij de mogelijkheid dat met Chinees overheidsgeld een Chinees bedrijf wordt gekocht. De koers van de yuan zal daardoor nog verder onder druk komen te staan (om te stijgen), terwijl de Chinese regering juist uit alle macht de munt laag probeert te houden – en daardoor goedkoop probeert te blijven voor het Westen.

Maar wat moet China dan met al dat geld? Een logisch antwoord is om het te investeren in de eigen infrastructuur en te besteden aan onderwijs en armoedebestrijding. Want niet voor niets sturen landen als Nederland en zelfs de Wereldbank nog altijd ontwikkelingshulp naar afgelegen delen van China.

De Chinese regeringsleiders hebben daar nog even geen tijd voor. Of ze hebben er geen zin in. Angst voor oververhitting kan ze daarbij parten spelen – want wat doet een extra geïnvesteerde cent in een economie met dubbele groeicijfers? Een andere reden is minder vriendelijk. Goedkope arbeid van straatarme Chinese migranten (van het platteland naar de stad) is juist de motor van China’s enorme economische inhaalslag. Houden zo, denkt de politieke elite.

Toch ziet ook de Chinese overheid het potentiële gevaar van de groeiende kloof tussen arm en rijk. Deze maand werd in China de tweede verjaardag gevierd van president Hun Jintao’s plannen om een ‘harmonieuze samenleving’ te bouwen. Aanleiding voor de burgemeester van Peking, Wang Qishan, een pleidooi te houden voor de controle op de inhoud van billboards die ‘luxe’ promoten en daarmee ‘genotzucht die niet bevorderlijk is voor de harmonie in het land’. De kamer van koophandel van Peking voegde daaraan toe: ‘Er bestaat een probleem met bepaalde advertenties die niet in overeenstemming zijn met de geestelijke beschaving die het socialisme vereist.’

PIETER VAN OS

Egyptische Eerwraak

In Egypte is het de gewoonte om een slachtoffer van verkrachting uit te huwen aan de dader. Meestal werkt het, maar soms gaat het faliekant mis. Een dorpsvendetta.

CAÏRO – Bij het uithuwelijken aan de dader wordt de eer van het meisje gered, en daarmee de eer van de familie. Moord, de tweede optie, wordt ermee voorkomen. Ook in Shat El-Sheikh Dorgham, een slaperig dorpje in het noorden van Egypte, werd deze weg bewandeld nadat vorige week een meisje uit het dorp door vier mannen van het aangrenzende dorpje, Al-Borg, werd ontvoerd en verkracht. Maar nadat het meisje op het politiebureau was uitgehuwelijkt aan een van haar verkrachters, bleek dat de twee toch niet voor elkaar bestemd waren; de verkrachter-bruidegom verstootte zijn slachtoffer-bruid.

Dat lieten de trotse mannen van Shat El-Sheikh Dorgham, het dorp van het slachtoffer, natuurlijk niet op zich zitten. Zij kidnapten op hun beurt de eendagsbruidegom en twee van zijn vrienden. En om hen ‘dezelfde vernedering te laten voelen’ als hun dorpsgenote, werden ook zij verkracht, legde een dorpsoudste uit aan geïnteresseerde journalisten. Al snel bleek dat de vernedering zelfs was gefilmd: in een modern land als Egypte zijn tegenwoordig altijd mobiele telefoons voorhanden om het eerherstel vast te leggen. De filmpjes van de verkrachting van de mannen bereikten al snel het andere dorp, dat in woede ontstak en zich mobiliseerde om de mannen te bevrijden.

Gewapend met hooivorken, knuppels en enkele vuurwapens trokken de mannen van Al-Borg al plunderend door Shat El-Sheikh. Daar vonden ze uiteindelijk hun vrienden, naakt vastgebonden aan een palmboom. De volgende dag vond er weer een vergelding plaats: dit keer trokken de dorpelingen van Al-Borg al plunderend door Shat El-Sheikh.

Tientallen mensen raakten gewond. De politie in de normaal zo rustige regio rukte met honderden agenten uit om verdere escalatie te voorkomen. Tevergeefs. Het politieoptreden was olie op het vuur. Uiteindelijk moest de politie zich met traangas en rubberen kogels verweren, tegen beide dorpsgemeenschappen. Inmiddels is de rust hersteld, zes agenten zijn gewond en niemand waagt zich meer op straat. Maar vanachter de tralies hebben beide groepen al laten weten zich niet bij een verzoening neer te leggen, hoewel de dorpen economisch afhankelijk van elkaar zijn. Bovendien zijn veel mannen met een vrouw uit het andere dorp getrouwd.

Endemol zou eens buiten de grens moeten kijken om zijn _real life-_televisie elders voor te zetten. Zet er een camera op en je hebt de komende honderd jaar kijkplezier. De opnamen van de verkrachtingen hebben ze al. En volgende keer kunnen we wellicht stemmen over wie de palmboom mag verlaten.

EDUARD PADBERG

Transatlantische verwarring

Met het hoofd diep in het zand willen parlement en regering niet worden gestoord. Ook niet door de Adviesraad Internationale Vraagstukken.

DEN HAAG – Zijn de doelstellingen van Europa en de Verenigde Staten in hun buitenlands beleid nog wel dezelfde? De vraag opwerpen is hem beantwoorden, zo leek het bij de viering van het tienjarig bestaan van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, die regering en parlement adviseert. In de Eerste Kamer op het Binnenhof, waar de Atlantische reflex de beleidsmakers nogal eens parten speelt, werd geprobeerd op meer en minder voorzichtige wijze een antwoord te formuleren.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het Westen goeddeels een gezamenlijke agenda gevoerd. Europa leunt voor zijn veiligheid zwaar op de militaire capaciteit van de Verenigde Staten: hier werden de budgetten voor defensie verlaagd, terwijl de Amerikanen er steeds meer geld aan uitgaven. De Navo voert Amerikaans beleid uit, met haar expeditie in Afghanistan en recent met de pogingen een raketschild in Oost-Europa te plaatsen. Al die tijd kwam een zelfstandig Europees buitenlands beleid niet van de grond. Minister van Defensie Van Middelkoop – ‘Ik ben een Atlanticus’ – antwoordde op een vraag dat hij er weinig voor voelt de Navo in EU-verband te dupliceren. Daarmee viel hij uit de toon, want andere sprekers zochten de toekomst van een buitenlands beleid juist wel in Europa. ‘Klagen we straks weer zachtjes als de volgende Amerikaanse president zijn of haar beleid in de Europese hoofdsteden komt toelichten’, vroeg de Britse gastspreker William Wallace zich af, ‘of zijn we bereid onze problemen onder ogen te zien en ons af te vragen wat ons bindt?’

Wallace, een Liberal Democrat, schamperde over de ‘special relationship’ van Tony Blair met George W. Bush. Die had ons niets opgeleverd. Hij betitelde het beleid van Bush als een aberratie die de problemen alleen maar heeft verergerd. Frappant vindt hij het dat de Europese Unie economisch een gelijkwaardige partner is van Amerika, met eigen wensen, maar op het gebied van het buitenlands beleid er niet in slaagt haar eigen prioriteiten te formuleren. ‘Europa denkt een beetje na over de eigen regio, maar huivert bij het idee om strategisch en geopolitiek te denken en te handelen’, zo hield hij het gezelschap van politici, ambtenaren en wetenschappers voor. Terwijl Rusland, de crisis in het Midden-Oosten, maar ook de ontwikkelingen in Pakistan voor ons van eminent belang zijn. ‘Europa moet zich afvragen of de Navo nog relevant is voor zijn eigen veiligheid’, zei Wallace. Opvallend genoeg viel de term ‘oorlog tegen terreur’ slechts een enkele keer. ‘Je voert oorlog tegen landen, terrorisme is een probleem dat je moet oplossen’, aldus Wallace. Een probleem overigens dat ons de komende twee generaties zal blijven bezighouden, zo schatte hij.

Minister van Staat Hans van den Broek had tussen de lijst van rapportages van de Adviesraad tevergeefs gezocht naar een rapport over het conflict in het Midden-Oosten. Herhaaldelijk heeft de Raad bij opeenvolgende regeringen aangedrongen op een dergelijk advies. Maar twee onderwerpen zijn voor de regering taboe: het conflict in het Midden-Oosten en de Atlantische relatie met Amerika. Daarover wil ze geen inmenging noch advies van de Raad. Dat maakt het des te wranger dat al die knappe koppen bij elkaar geen antwoord hadden op een onderwerpsterrein waar de regering hen wel over wil horen: het Nederlandse dilemma met de Europese grondwet. Te veel Nederlandse wensen of een afwijzing van een nieuw verdrag zal de relatie met de rest van de Unie enorm schaden en Nederland op grote achterstand zetten. Maar als het zo ver komt, zo bleek wel weer in de Eerste Kamer, dan kunnen we altijd nog aansluiting zoeken bij de Verenigde Staten van Amerika.

RIK DELHAAS

Macht noch mode

Politici veroveren de modepagina’s van de Britse kranten. Sarkozy, Brown en Blair als aangeklede pop.

LONDEN – De kennismaking tussen de Britse minister van Buitenlandse Zaken Margaret Beckett en haar Amerikaanse collega Condoleezza Rice zorgde vorig jaar voor kritiek van modekenners. Het strakke zwarte jasje met bijbehorend rokje van ‘Helmet Hair Condi’ stak fraai af tegen de pompoenkleurige vrijetijdskleding van haar vermoeide gast. Modejournaliste Lisa Armstrong vond haar landgenote er sympathieker uitzien, maar had moeite met het schoeisel. ‘Ze moet die laarsjes uit die veredelde sekswinkel snel wegdoen – afgezien van de onbewuste freudiaanse boodschappen, staan ze niet bij dikke enkels.’

Op minder sympathie kon onlangs Nicolas Sarkozy rekenen. Societyverslaggeefster Celia Walden had grote verwachtingen van de Fransman, maar kwam bedrogen uit: ‘Alles wat sexy en charismatisch aan hem kan zijn, glibberde onder zijn veel te grote jarentachtigspijkerbroek vandaan.’ Langs babyroze sokken.

De analyses worden pas echt venijnig wanneer leiders van Labour een banket of gala-avond bijwonen. Tony Blair heeft van oudsher moeite met de kledingcode bij het banket van de Lord Mayor in de Londense City: een rokkostuum met een witte vlinderdas en een witte roos in de borstzak. Bij zijn laatste bezoek was zijn jasje te kort en zijn borstzakje te leeg. De premier zou te veel zijn beïnvloed door Fred Astaire. ‘For I’ll be there/ Puttin’ down my top hat/ Mussin’ up my white tie/ Dancing in my tails.’

Waar Blair tenminste nog een poging deed, daar worden kledingcodes door zijn opvolger Gordon Brown genegeerd. Black tie? White tie? Gordon komt gewoon in pak, zoals hij dat de afgelopen weken nog deed bij het jaarlijkse diner van de werkgevers en bij het eerder genoemde banket. ‘Hij zag eruit alsof hij met de bus was gekomen’, mopperde columnist Simon Heffer. Brown koopt zijn pakken niet op Saville Row – de beroemde kleermakersstraat in Londen waar Napoleon, Churchill en Beau Brummell kun kleren lieten aanmeten – maar bij de Topshop van Kate Moss.

Hoewel Brown deze koppigheid al tien jaar toont, zorgt het sinds kort voor debat, nu hij bijna premier is. Onder de kop ‘Manners makyth man’ noemde de conservatieve Daily Telegraph Browns gedrag ‘kinderachtig’, terwijl de progressieve Guardian juist Browns liefde voor het pak prees. Deze krant riep de lotgevallen van Ramsay MacDonald in herinnering, de boerenzoon die in 1924 de eerste Labour-premier werd, meteen een rokkostuum aanschafte en eindigde in een rampzalige coalitie met Tories en Liberalen.

Volgens Conservatief kamerlid en journalist Boris Johnson staat Browns koppige houding symbool voor de revolutie van de puriteinen: ‘Zij houden niet van versiering, van alles wat wel eens mooi in zichzelf zou kunnen zijn en geen direct belang dient. Zij haten frivoliteit en plezier…’, schreef hij in The Spectator. Hij ziet dagelijks nieuwe uitwassen van puritanisme. Een wijk van Leicester is veranderd in een speelvrije zone, scholieren mogen hun hand niet meer opsteken wanneer ze het antwoord op een vraag weten en op Browns eigen ministerie branden geen kaarsjes meer op verjaardagstaarten.

Ook Brown heeft al aangegeven dat hij een einde wil maken aan de celebrity-_cultuur op 10 Downing Street, waar alleen Angelina Jolie en Bono nog welkom zijn. _‘Cool Britannia’ wil hij vervangen door ‘Britishness’. Wat daarbij niet mag ontbreken is een nationaal kostuum, iets wat de Britten niet hebben. Er zijn, met de nodige zelfspot, al wat suggesties gedaan, van anoraks tot trainingspakken. Browns keuze is simpel: een gekreukeld pak.

PATRICK VAN IJZENDOORN