Week 9

Deze week

Core business. Welke core business? Uitgever pcm gaat los. Na de tabloid NRC.Next, de aankoop van radiostations en het voornemen televisie te gaan maken, wil pcm zich nu ook op gratis krantjes storten.

AMSTERDAM – PCM Uitgevers komt in handen van een tikkenteller. Volgens het frivole zakenblad Quote wordt Ton aan de Stegge, tot vorig najaar chief executive officer van het mobiele telefoonnetwerk Telfort, deze lente vermoedelijk ceo van pcm, een post die vacant is nadat de huidige bestuursvoorzitter Theo Bouwman eerder dit jaar toch nog onverwacht zijn vertrek aankondigde. Een Britse headhunter zou hem hebben gepolst. De belofte van Bouwman dat hij zou worden opgevolgd door een Nederlandstalige manager, omdat pcm tenslotte Nederlandstalige cultuurgoederen produceert, wordt daarmee gestand gedaan. Maar daarmee is alles wel gezegd. Want anders dan Bouwman is Aan de Stegge in zijn vorige leven bij Telfort en Ericsson niet betrapt op een overdreven belangstelling voor het gedrukte woord.

Aan de Stegge (50) doet het voor de lol. Dat kan hij zich veroorloven. Hoewel hij in Quote zegt «nooit ook maar iets voor geld te hebben gedaan», is Aan de Stegge per ongeluk dankzij de lucratieve verkoop van Telfort aan kpn toch fo («financieel onafhankelijk»).

Die gein zal hij nodig hebben. pcm is als een dolleman tekeer aan het gaan. Geen plan is te gek voor het bedrijf dat wordt beheerst door de Britse venture capitalists van Apax. Alle titels en subdivisies worden zonder gêne tegen elkaar uitgespeeld, zoals Unilever zijn merken Omo en Sun of Blue Band en Zeeuws Meisje in de schappen laat concurreren.

Op 15 maart verschijnt het eerste nummer van NRC.Next, het ochtendtabloid voor de jeugd dat vooral door de Volkskrant als een aanval in de rug wordt ervaren en zal worden beantwoord met een eigen weekblad voor mensen tot 39 jaar die een baan en persoonlijke ontwikkeling zoeken.

De belangstelling voor de immense operatie NRC.Next – waarvoor een kleine dertig jonge journalisten op contractbasis zijn aangetrokken – is vlak voor de lancering echter al aan het wegebben. Vorige maand kocht pcm voor een onbekend bedrag de radiozenders Arrow van Willem van Kooten alias Joost den Draaier en diens zakenpartner. Een dag later maakte pcm bekend dat het bedrijf op 1 april beslist of het met Harry de Winter in zee gaat voor de commerciële kwaliteitszender TV Oase. De Volkskrant is intussen onverdroten bezig met producent Palazzina televisie te maken. En NRC Handelsblad zendt op zijn website nu al filmpjes uit die soms ontroerend ver af staan van normen die in de gedrukte kolommen vooralsnog worden gehanteerd.

Of dat nog niet genoeg is, broedt pcm nu ook op het volgende plan: een gratis ochtendblad. Dit aanvalsplan met een kosteloos krantje («alles wat gratis is, verloedert», zei Bouwman ooit kennelijk tevergeefs) wordt ontwikkeld in het hoofdkwartier aan de Wibautstraat in Amsterdam, maar is al doorgesijpeld naar de buitendienst aan de Marten Meesweg te Rotterdam. Formele doelwitten zijn uiteraard Metro en Spits. Maar feitelijk is de attaque ook gericht op NRC.Next en zelfs de eigen ochtendkranten Volkskrant en Trouw.

Wat te doen? De voorspelling is een beetje boud, om niet te zeggen van de dialectische pot gerukt. Maar als het ravijn nadert, heeft Apax een schitterend argument om de handel weer te verkopen. De kans dat zo’n operatie op de beurs serieus geld van institutionele partijen oplevert, is zo klein dat de stichting Democratie & Media zich dan wel eens gedwongen zou voelen om een deel van de aandelen terug te kopen die ze in 2004 aan Apax heeft geloosd. Een tweede variant is pcm opknippen en apart slijten, bijvoorbeeld een titel aan De Telegraaf en een andere aan de Noordelijke Dagbladcombinatie, die ook in kranten én boeken zit.

Langzaam verandert de mooiste grote uitgever van Nederland zo in een bende loslopende lemmingen. Het geheel is al lang niet méér waard dan de som der delen.

HUBERT SMEETS

Het gevaar van een clip Een Noorse popzangeres heeft de toorn opgewekt van moslimextremisten. Ze zet geen stap meer op straat zonder lijfwachten.

AMSTERDAM – De commotie over de Deense cartoons is nauwelijks geluwd of er dient zich een nieuwe steen des aanstoots aan voor islamisten. De kwestie laat zich aan de vooravond van Internationale Vrouwendag onmogelijk wegpraten als een te ver doorgeschoten vorm van vrije meningsuiting of een neokoloniale vernedering, zoals de afgelopen weken werd betoogd door zowel gekwetste moslims als sommige westerse journalisten. Het gaat namelijk om een succesvolle (moslim)popzangeres die een videoclip heeft gemaakt die op het eerste gezicht lijkt op een mainstreamclip. Maar het is er wel een met een boodschap.

De 28-jarige zangeres Deeyah is een exponent van de global generatie. Ze is in Noorwegen geboren als dochter van een Iraans-Pakistaans migrantenechtpaar. Ze woont en werkt in Londen en bereidt zich sinds een jaar in Amerika voor op een reeks optredens deze maand in Engeland. Nu wordt ze gedwongen om aan deze carrièrestap te twijfelen.

De reden is haar nieuwste hit What Will It Be? In haar begeleidende clip zuigt ze in sexy kleren aan een waterpijp. Op haar blote rug zijn videobeelden te zien van vrouwen en mannen met plastic tape op hun mond. Tussen deze beelden door flaneert een vrouw in burka door stoffige straten waar zwerfkinderen rondscharrelen. Terwijl de vrouwen en mannen één voor één de tape van hun gezicht rukken, wandelt de vrouw in burka naar de rand van een zwembad. Daar werpt ze haar zwarte gewaad af en toont ze zichzelf in een zilveren bikini.

Meteen na de eerste presentatie op tv en verspreiding over de wereld via haar website was het mis. De seksualiteit van de vrouw ligt immers net zo gevoelig als de heiligheid van de profeet Mohammed. De popzangeres, die geschoold is in klassieke Indiase muziek, kreeg te horen dat «deze verderfelijke westerse moslimvrouw» niet meer welkom is in haar woonplaats Londen. Op straat kreeg ze woedende moslimmannen van middelbare leeftijd achter zich aan. Door de telefoon werd haar gemeld dat ze in stukken gehakt zou worden als ze haar clip blijft vertonen. Als ze ook maar een stap waagt op het Britse continent, dan zou niet alleen zij maar ook haar familie gevaar lopen.

Tegenover The Independent on Sunday zei ze dat ze zou liegen als ze niet doodsbang was voor de doodsbedreigingen en zich hierdoor als artiest belemmerd voelt. Moslim Madonna, zoals haar bijnaam luidt, was totaal verrast door de radicale reacties. «Ik wilde slechts mensen aan het denken zetten door de kijker te confronteren met mijn eigen angsten als moslimvrouw.» Deeyah, inmiddels omgeven door bodyguards, houdt vol dat ze wil optreden in Engeland: «Ik mis Londen vreselijk en ik heb me meer dan ooit voorgenomen om Engelse moslimvrouwen te inspireren.»

MARGREET FOGTELOO

Een nieuwe ziekte Na vogelgriep is nu ook het syndroom van de Witte Huis-verslaggever gediagnosticeerd.

WASHINGTON – Renana Brooks, een klinisch psychologe die praktijk houdt in downtown Washington, heeft de afgelopen jaren een nieuwe geestesziekte geconstateerd onder enkele van haar klanten. Ze noemt het «White House Reporter Syndrome». Ze komt het tegen, hoe kan het anders, onder verslaggevers die permanent het Witte Huis volgen en die op de dagelijkse briefing telkens weer worden afgepoeierd door de presidentiële woordvoerder Scott McClellan. Het gaat om ambitieuze, hardwerkende hoogvliegers die zich ingeperkt voelen en gecontroleerd. Ze klagen over onbegrip onder collega’s die niet zijn geketend.

De ziekte uit zich in heel Amerika, beweert Brooks, in de opwinding die vorige week ontstond over Cheneys jachtpartij. «Al die correspondenten voelen zich schuldig aan de oorlog in Irak. Ze hebben destijds nauwelijks moeilijke vragen gesteld en nu denken ze dat recht te kunnen zetten. Het is net als met post-traumatische stress. Iemand is doodgegaan en je denkt dat je hem had kunnen redden. Dan ga je later enorm je best doen om dit kwaad recht te zetten, in een situatie die zich daar helemaal niet toe leent», legt ze uit aan De Groene Amsterdammer.

De morele verontwaardiging waarmee de verslaggevers hun vragen aan McClellan stelden – schreeuwend zelfs – over de manier waarop het Witte Huis en de vice-president met het nieuws over een mislukte jachtpartij naar buiten waren gekomen, was inderdaad vreemd te noemen. Misschien zelfs ziekelijk.

Nu zitten de Witte-Huis-verslaggevers met een dilemma. Volgens links zitten ze aan de leiband. Rechts vindt de schrijvende pers juist elitair. Bush laat niet na dat vaak in te peperen: «Ik lees al lang geen kranten meer.»

Hoewel ijdelheid en nieuwsgierigheid hen veelal het vak in dreef, zijn beide eigenschappen momenteel een handicap. Terwijl de ene beschimping de andere opvolgt, horen ze nog maar zelden een nieuwtje in het uiterst geheimzinnig opererende Witte Huis. Gecombineerd met schuldgevoel leveren al die frustraties een gevaarlijk brouwsel op.

PIETER VAN OS

Macht van merkkleding Om Adidas te bestrijden raken ook in Duitsland de schooluniformen weer in zwang.

DRESDEN – Op steeds meer scholen in Duitsland dragen de leerlingen tegenwoordig een uniform. Wegens de verregaande «terreur van de merkkleding» hebben ouders en leraren de tegenaanval ingezet. De kinderen zijn volgens hen in de huidige mediamaatschappij permanent onderhevig aan en extreem gevoelig voor miljoenen euro’s verslindende marketingcampagnes van bekende global players.

Omdat honderdduizenden Duitse jongeren hun spaarrekening plunderen voor de bevrediging van een niet zelden peperdure lifestyle trok deze week een school in Rietschen, een gehucht in de Oost-Duitse deelstaat Saksen, aan de noodrem. Het kroost draagt nu blauwe pullovers en groene poloshirts, met daarop het logo van de Montessorischool. Voor het pakket moeten de kids hun ouders wel om honderd euro vragen.

Illona Fähr, directrice van de school aan de Poolse grens, is blij dat haar leerlingen «nu niet meer worden uitgesloten als ze geen merkkleding aanhebben». Tegenstanders klagen echter dat leerlingen altijd mogelijkheden vinden om zich te onderscheiden. Als het niet lukt door hun kleding, dan wel door schoeisel of tassen. Ook met piercings en tatoeages wordt een eigen stijl vormgegeven, en steeds meer heren weten met make-up, buitengewone kapsels en geurtjes de aandacht te trekken.

Onlangs hebben nog meer Duitse scholen, zoals in Berlijn en Potsdam, Einheitskleidung ingevoerd. Waarom is vooral Oost-Duitsland gevoelig voor schooluniformen? In de vroegere ddr waren materialisme, individualisme en concurrentie niet zo belangrijk als tegenwoordig, oordelen verschillende psychologen. De nadruk ligt er na de vreedzame revolutie van ’89 veel sterker op consumeren en het anders-zijn. Zwartkijkers verwijzen ook graag naar de nazi-tijd, toen schooluniformen verplicht waren. Ook in de ddr waren uniformen niets bijzonders. De jonkies bij de Jungpioniere kregen eerst een blauwe halsdoek en later bij de Ernst Thälmann-Pioniere een rode. Echt spannend werd het als de kinderen bij de Freie Deutsche Jugend kwamen. Daar ontvingen ze een knalblauw hemd, dat ook tijdens schooltijd gedragen kon worden. Tegenwoordig geldt het dragen van dit socialistische fdj-symbool als een misdrijf.

ROB SAVELBERG

Brits boekenleed Tony Blair en zijn staatssecretaris voor Familiezaken willen dat de Britten weer meer gaan lezen. Gemeenten en graafschappen hebben andere prioriteiten.

LONDEN – Groot was de vreugde in Cumbria toen de auditcommissie in december een topwaardering gaf voor de dienstverlening van haar bibliotheken. Lang duurde het plezier niet. Een goede twee maanden later kondigde het dagelijks bestuur van dit graafschap de sluiting aan van twintig kleine bibliotheken. Even triest is de situatie in Lancashire, waar negen bibliotheken de deuren sluiten, waarmee het tekort van twintig miljoen euro op de begroting met 220.000 euro wordt verlicht.

Dit jaar zullen in het Verenigd Koninkrijk tientallen plattelandsbibliotheken dichtgaan. Vaste klanten worden doorverwezen naar «uitmuntende» bibliotheken in grotere plaatsen, die soms op een half uur reizen liggen, zoals in het geval van het dorp Woodford-cum-Membris waar de locale leesvoorziening een doodstrijd voert. Dat betekent overigens niet dat er geen problemen zijn bij de «topbibliotheken» in de stad. Deze worden vaak gebouwd door bedrijven waar de aandacht niet zozeer uitgaat naar degelijke boekenplanken en een leestafel met ergonomische stoelen, als wel naar architectuurprijzen, waardoor de bouwbudgetten worden overschreden.

Lokale politici mogen er, ter vergoelijking van de bezuinigingsdrift, graag op wijzen dat bibliotheken, ondanks het toenemende aantal bezoekers, steeds minder boeken uitlenen. Dat hoeft niet alleen aan een gebrekkige vraag te liggen. Een onderzoek heeft uitgewezen dat een bezoeker slechts veertig procent kans heeft het gezochte boek te vinden. In The Daily Telegraph pleitte columnist Philip Johnston voor een amnestieregeling voor mensen die, bang voor een boete, bibliotheekboeken thuislaten. Een goede boekencollectie is de laatste jaren meer een bijzaak geworden in de bibliotheek. Ze herbergen thans activiteiten waar de opstellers van de Public Lending Library Act in 1860 geen rekening mee hadden gehouden: internet, kinderopvang, chiropodie, terwijl mensen in de bibliotheken van Coventry terecht kunnen om te klagen over de huursubsidie of de vuilophaal.

Ex-directeur Tim Coates van de boekenketen Waterstones voorspelt dat er over vijftien jaar nauwelijks bibliotheken zullen zijn. Volgens hem moeten bibliotheken zich weer richten op hun kernfunctie en effectiever zijn bij de aanschaf van boeken. Nu is het zo dat bibliotheken soms 25 pond betalen voor een boek dat tien pond kost, waarbij het verschil opgaat aan bureaucratische kosten.

Staatssecretaris voor cultuur David Lammy heeft inmiddels een vrijblijvende brief aan de lagere overheden gestuurd met het verzoek om sluitingen waar mogelijk te voorkomen. Eerder had hij het parlement voorgelogen door te melden dat de bibliotheken steeds meer boeken op hun schappen hebben staan. De enige minister die de lokale overheden kan bekeren is vice-premier John Prescott. Van deze bewindsman, van wie wordt vermoed dat hij nog nooit een boek heeft gelezen, is echter nog niets vernomen. Ondertussen lijkt het met de financiële nood in de lagere bestuurlijke regionen wel mee te vallen. Het graafschap Surrey bijvoorbeeld stelt ‘strategic directors for policy & performance’ salarissen in het vooruitzicht waar de zes bedreigde bibliotheken jaren mee kunnen openblijven, terwijl de gemeente East Ayrshire naarstig zoekt naar een ‘bibliotherapist’ die voor 24.000 euro per jaar boeken moet voorschrijven aan gedeprimeerde streekgenoten.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Jan Heijs (1952-2006) AMSTERDAM – Het is moeilijk om het beeld van de vorige week op de jonge leeftijd van 53 aan een ernstige ziekte overleden Jan Heijs vast te leggen. In 1977 dook hij bij De Groene Amsterdammer op als filmmedewerker. Hij schreef vooral als hij weer eens enthousiast van een buitenlands filmfestival thuiskwam. Daar liet hij het hoofdprogramma meestal schieten voor de bijprogramma’s waar interessantere en kwalitatief betere films te zien waren. Hij nam het op voor gecensureerde en bedreigde filmers uit Polen en Turkije, hij juichte als in films onderdrukte arbeiders, boeren, indianen en andere mensen uit de Derde Wereld aan het woord kwamen, hij pleitte onophoudelijk voor de goede, zelfstandige film.

Dat deed hij behalve in De Groene Amsterdammer op alle mogelijke plekken. Hij organiseerde discussies, zat in commissies, hielp bij festivals, gaf boeken uit en ging ook zelf films produceren. Hij was slank en bescheiden, hij had niets van een tycoon, hij had geen aplomb of bravoure. Hij keek en sprak met heel voorzichtige ironie, maar ook met sympathieke belangstelling en met grote ruimhartigheid.

25 jaar geleden richtte Jan Heijs de Filmkrant op, een maandblad op krantenpapier, gratis verspreid en geheel gewijd aan de betere film. Het leek een onmogelijk initiatief, maar de Filmkrant bloeit nog altijd. Heijs was er nog steeds de uitgever van en hoewel hij er geen inhoudelijke bemoeienis meer mee had, is het nog altijd in de geest zijn blad: ruimhartig, toegankelijk, op de bres voor goede films van zelfstandige filmmakers, of ze nu uit Mongolië, Australië, Burkina Faso, Nederland of zelfs uit de Verenigde Staten komen.

Goede films bevinden zich nog steeds in de marge. De festivals worden massaal bezocht, documentaires worden meer dan vroeger ook in filmzalen bekeken, maar in Nederland zwalkt het beleid heen en weer tussen uitverkoop van belastinggeld aan internationale gigaproducties en enghartig nationalisme waardoor Europese coproducties niet van de grond kunnen komen.

Iemand als Jan Heijs, die altijd opkwam voor goede films, waar ze ook vandaan kwamen, kan eigenlijk in Nederland niet gemist worden.

MAX ARIAN