Week 24

Deze week

MARTY’S MARTELINGEN

Niet alleen de CIA, ook Polen en Roemenië hebben iets uit te leggen. Misschien luistert zelfs de PvdA.

AMSTERDAM – Telkens als hem om commentaar wordt gevraagd over geheime cia-activiteiten buiten Amerika en de Europese betrokkenheid daarbij heeft Ben Bot iets van een echtgenoot die niet wil geloven dat zijn vrouw vreemdgaat. Je zou bijna met de man te doen krijgen, ware het niet dat het over zo’n belangrijke kwestie gaat. Afgelopen vrijdag reageerde hij op Dick Marty, die in een tweede rapport voor de Raad van Europa zijn bevindingen presenteerde over de geheime cia-handelingen in de strijd tegen terreur. Marty beschuldigt opnieuw Polen en Roemenië ervan dat zij tussen 2003 en 2005 geheime detentiecentra gehuisvest hebben. In Polen zouden de al-Qaeda-kopstukken Abu Zubaydah en Khalid Sheikh Mohammed zijn ondervraagd en aan ongeoorloofde verhoormethoden zijn onderworpen. Marteling, volgens internationale verdragen. Oud-minister Bot vond dat de beweringen niet gestaafd worden door feiten.

Minister van Defensie Van Middelkoop reageerde met meer gevoel voor urgentie, maar schoof de hete aardappel toch door. Hij wil dat de EU-leden Roemenië en Polen aannemelijk maken dat de geheime gevangenissen er niet waren. Daarmee omzeilde hij twee andere beweringen uit het rapport. Eén: dat de Navo haar facilitaire middelen ter beschikking stelt voor cia-activiteiten onder Amerikaanse condities. En twee: dat de hoogste regeringsleiders betrokken waren bij die afspraken. Of althans, dat die afspraken op bilateraal niveau waren gemaakt. Marty schrijft dat hij verscheidene bronnen heeft voor deze beweringen.

De vraag rijst natuurlijk of Nederland op de hoogte was van deze afspraken, dan wel op de hoogte had moeten zijn. En of de regering haar goedkeuring heeft gegeven. Was toenmalig premier Kok geïnformeerd en stemde hij in met de afspraken? Wat weet Jan Peter Balkenende van deze geheime overeenkomst? Enzovoort.

Tot nu toe hebben Europese lidstaten van de Unie ieder onderzoek tegengewerkt. Onderzoeker Marty klaagt dat ze weigerden mee werken met een beroep op het staatsgeheim. In Italië en Duitsland lopen respectievelijk een gerechtelijke procedure en een parlementair onderzoek, waarmee beide regeringen zich knarsetandend proberen te verzoenen.

In beide landen is gebruik gemaakt van Amerikaanse militaire bases bij de ontvoering van terreurverdachten. Wordt het niet tijd dat het Nederlandse parlement onderzoek eist naar onze betrokkenheid bij deze afspraken. Want al zijn er misschien geen verdachten op ons grondgebied vastgehouden, eventuele goedkeuring van deze praktijken is een flagrante schending van de verdragen die we hebben getekend en de principes waarvoor we zeggen op te komen. Nu dat ene onderwerp, een onderzoek naar onze steun aan de oorlog in Irak middels het regeerakkoord taboe is verklaard, wordt het tijd dat er opening van zaken wordt geëist in onze deelname aan de oorlog tegen terreur. Het lijkt me een mooie revanche voor de pvda.

RIK DELHAAS

Vredespijp en vrijheidssigaar

Het tijdschrift Cigar Aficionado pleit voor afschaffing van het Amerikaanse reis- en handelsembargo tegen Cuba. Want Cubaans paffen vereist vrijheid.

NEW YORK – Wie in de Verenigde Staten van Buffalo, bij de Niagara Falls, naar Detroit moet, kan zonder een al te grote omweg via Canada rijden. De drukte bij de grensovergang veroorzaakt enig oponthoud, maar veel sigaren minnende Amerikanen nemen de vertraging graag voor lief om bij een van de honderden speciale kiosken langs de drukke snelweg een mooie Cubaanse sigaar te kunnen doen ontvlammen. Ook gouverneur Arnold Schwarzenegger van Californië, uitgesproken liefhebber van de Cohiba Punch, liet op bezoek in Ottawa onlangs zijn konvooi even halt houden.

Officieel is dit niet toegestaan. Het reis- en handelsembargo tegen Cuba is nog onverdroten van kracht en sinds 2004 mogen Amerikanen zelfs in het buitenland geen Cubaanse spullen meer kopen. Het overactieve Office of Foreign Assets Control van het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft al eens op grond van creditcardgegevens reizigers ter verantwoording geroepen voor uitgaven in sigarenwinkels in Europa. Boetes kunnen oplopen tot 250.000 dollar of zelfs tien jaar cel. Maar omdat niet te bewijzen valt of Schwarzenegger zelf of een Canadees voor de sigaar heeft betaald, hoeft de populaire gouverneur zich geen zorgen te maken.

Bovendien was Schwarzenegger niet de eerste die flexibel met de verstoorde betrekkingen tussen de VS en Cuba omsprong. Ook president John F. Kennedy, onder wie het embargo tot stand kwam, heeft tot aan zijn dood gewoon cubanen gerookt. Hij gaf volgens historicus Arthur Schesinger Jr. op de dag vóór de Amerikaanse blokkade in de Varkensbaai in 1961 een medewerker opdracht om alle Cubaanse sigaren die in Washington te koop waren voor hem in te slaan. In het laatste nummer van het New Yorkse salontafelblad Cigar Aficionado (‘The Good Life Magazine for Men’) verhaalt een fotograaf van een ontmoeting met Kennedy in het Oval Office, waarbij de president zijn gasten ruim na de Cubacrisis royaal liet meegenieten van de dan inmiddels verboden rookwaren uit Havana.

Het moet afgelopen zijn met de schijnheiligheid richting Cuba, vindt de redactie van Cigar Aficionado. ‘Na bijna 45 jaar is Amerikaans beleid er niet in geslaagd in Cuba de door de regering gewenste veranderingen te bewerkstelligen. En is het geen tijd dat de overheid stopt onze belastingdollars te verpatsen om een paar mensen op te pakken die sigaren roken?’ schrijft de hoofdredacteur in zijn inleiding van het met veel aplomb gepresenteerde Cuba-nummer. Wat volgt is een serieuze special waarin de voors en tegens van het Amerikaanse beleid aan de hand van interviews met rekkelijken en preciezen worden afgewogen en waarin provocatief (door de ‘Europese redacteur’) de beste sigarenwinkels, hotels en andere lustoorden van Havana worden besproken. Officieel mogen Amerikanen niet met vakantie naar Cuba.

Ondanks alle inspanningen van de sigarenlobby en een wetsontwerp voor opheffing van het embargo van de in het sigarenblad prominent opgevoerde Democratische afgevaardigde Charles Rangel, is er onder president Bush tot 31 december 2008 geen versoepeling van het embargo te verwachten. Zijn regering ziet Cuba als een van de ‘voorposten van tirannie’. Onder een eventuele Democratische opvolger is de kans op betere bilaterale betrekkingen, net als eerder onder president Clinton, waarschijnlijker. Dat is niet alleen goed voor sigarenrokers, haast de redactie van Cigar Aficionado zich te zeggen, maar ook voor een mogelijk ‘vrije samenleving’ in Cuba. Handel, zo weet het blad, is veel effectiever om het zieltogende regime van Fidel Castro tot verandering te bewegen. In Arnold Schwarzenegger heeft de redactie alvast een medestander gevonden.

PETER VERMAAS

Gentlewoman

Het Europese recht brengt de Britse heer in het nauw. Of beter: op de schoot van de vrouw. De angst slaat hem om het hart.

LONDEN – Veel scheelde het niet. Bijna had een meerderheid tijdens een vergadering van de Carlton Club per ongeluk voor de toelating van vrouwen gestemd. Toegeven, er is al één vrouw lid van deze Gentlemen’s Club: Lady Thatcher. Maar het oorspronkelijke idee is dat de heren, doorgaans leden van de Conservatieve Partij, hier even onder elkaar kunnen zijn, weg van moeder de vrouw. Nog wel, want – alsof met het aanstaande verbod op het roken van sigaren en pijpen niet genoeg onheil dreigt – de Londense herenclubs krijgen te maken met een ander hedendaags fenomeen: vrouwelijke leden. Een nieuw dictaat van de Europese Unie kan immers het einde inluiden van een eeuwenoude traditie, al lijkt er, via een beroep op de vrijheid van vereniging, een ontsnappingroute te zijn.

Een groot deel van de naar schatting vijftig Londense herenclubs, veelal gelegen rond St James’ Park, heeft vrouwen al toegelaten, zoals de Reform Club, het trendy Soho House en de Drones Club, genoemd naar de fictieve herenclub uit P.G. Wodehouse’s romans. Een relatief jonge, vrouwvriendelijke club is Groucho’s, genoemd naar Groucho Marx, die ooit verkondigde dat hij geen lid wilde worden van clubs die hem als lid willen hebben. Het intellectuele Athenaeum, waar een antieke klok hangt met twee zevens en geen acht, telt alweer vijf jaar dames onder zijn leden. Het meest exclusieve genootschap was lange tijd de Marylebone Cricket Club, maar ook daar worden sinds 1999 vrouwen toegelaten – al is er nog geen vrouw te zien, want de wachttijd voor het lidmaatschap bedraagt achttien jaar.

Maar de deftigste clubs houden vast aan het principe dat het tweede huizen zijn voor de mannelijke leden van het establishment, of, zoals journalist Jeremy Paxman ze omschrijft in Friends in High Places: Who Runs Britain?:watering holes voor machtige heren die zich ongemakkelijk voelen in pubs’. Paxman zelf moest hemel en aarde bewegen om lid te worden van de Garrick, uitvalsbasis van acteurs, schrijvers en journalisten. Hier ging Lord Rees-Mogg in zijn tijd als hoofdredacteur van The Times naartoe om na te gaan wat er zoal speelt in het land. In het oude en chique White’s wordt nog steeds gemopperd op het roekeloze lid dat in 1970 Frank Sinatra als gast meenam. Hier probeert de eerste upper-class popster Bryan Ferry momenteel lid te worden.

Naast Gentlemen’s Clubs zijn er ook golfclubs en arbeidersclubs die alleen mannen verwelkomen, net zoals er Ladies Clubs en vrouwengymzalen zijn. Vanuit de Labour Partij wordt al tijden gepoogd een einde te maken aan deze vorm van ‘exclusiviteit, in ieder geval waar het gaat om Gentlemen’s Clubs’.

‘Het zijn ridicule en archaïsche regels’, moppert Mary Honeyball, een Londense europarlementariër. De bijdetijdse leider van de Conservatieven, David Cameron (lid van White’s), pleit eveneens voor een soort korfbalbeleid in St James’ Park en contreien. Zijn partijgenoot Nicholas Soames (White’s en Pratt’s) vindt echter dat politici zich niet moeten bemoeien met het deurbeleid: ‘Hebben politici niets beters te doen? Wat een nonsens.’ Deze mokkende kleinzoon van Winston Churchill (National Liberal Club, Reform en Athenaeum) krijgt bijval van schrijfster Jilly Cooper: ‘Als mannen onderling lol willen, tja, waarom zouden ze dat in vredesnaam niet mogen? Waarom zouden de arme donders vrouwen moeten toelaten?’

PATRICK VAN IJZENDOORN

Rorty en ‘De Groene’

Richard Rorty (4 oktober 1931 – 8 juni 2007) – filosoof van journalisten en geëngageerde schrijvers – bracht het publieke debat naar de filosofie en de filosofie terug naar de samenleving.

AMSTERDAM – Op 22 maart schreef de 75-jarige Richard Rorty in een e-mail aan De Groene Amsterdammer dat ‘er helaas een ernstige ziekte bij me is geconstateerd, waardoor ik niet meer zal kunnen reizen’. Dat speet ons zeer. Wij hadden hem uitgenodigd voor een debat in de schouwburg over publieke meningsvorming, een onderwerp dat hem op het lijf geschreven was. Rorty, de publieke intellectueel bij uitstek, was immers voor alles een filosoof van journalisten en geëngageerde schrijvers.

Afgelopen week viel in allerhande necrologieën te lezen hoe dat zo gekomen was: dat zijn boek Philosophy and the Mirror of Nature (1979) gelezen kon worden als een afrekening met de filosofische fixatie op de kentheorieën, zoals die sinds Descartes waren geponeerd. Dat hij in De voltooiing van Amerika zijn schatplichtigheid betuigde aan de Amerikaanse ‘pragmatisten’ Dewey en James en dat hij als overall prestatie overtuigend had weten uit te leggen dat de traditionele vragen van de filosofie (naar het fundament van kennis, het bestaan van een eeuwige onveranderlijke Waarheid, de relatie tussen woorden en werkelijkheid) de mensheid uiteindelijk weinig hadden gebracht. Of zouden brengen.

En het is waar: in een heldere redeneertrant heeft Rorty verslag gedaan van zijn groeiende besef dat filosofen niet te veel naar boven of beneden moesten wijzen, maar vooruit, omdat de werkelijkheid door ons wordt gemaakt, niet ontdekt. In een interview dat hij in 1997 aan De Groene gaf, zei hij: ‘Met woorden en theorieën over de mens alleen zijn we niet in staat om onszelf in andere mensen te verplaatsen. Ik denk dat het nog steeds belangrijk is om leed levend te maken, te visualiseren. De media confronteren ons met afschuwelijke beelden van menselijk leed, en dat is politiek zeer nuttig.’

In zijn verlangen naar een vreedzamere wereld was een fijn boek of goed krantenartikel volgens Rorty meer waard dan een diepe denker met een stompe pen. De roman De Negerhut van oom Tom, zo memoreerde journalist-filosoof Ger Groot in NRC Handelsblad, was voor de bevrijding van de Amerikaanse slaven minstens zo belangrijk geweest als alle theoretische vertogen over gelijkheid en menselijke waardigheid bij elkaar. Voor iedereen die op de universiteit wel eens is verdwaald in een college over Heidegger (en paniekerig de uitgang heeft gezocht), was dat een hart onder de riem. En terwijl Rorty de geïnteresseerde leek bij de lurven had, wist hij die zelfs te verlossen van een paar remsporen van de traditionele filosofie, die als Grote Waarheden post hadden gevat in het collectieve geheugen en zelfs geweten van het Westen.

Zoals het zogenaamde ‘universele’ karakter van mensenrechten. Basale grondrechten waren in Rorty’s ogen natuurlijk menselijke constructen; geen natuurrecht dat ergens in onze genen vastligt, of onder een steen is te vinden. Maar die subjectiviteit maakt die rechten niet waardeloos. Integendeel, we dienen naar onze overtuigingen te handelen alsof het absolute waarheden betreft. En juist door te erkennen dat mensenrechten in de discussie en menselijke geschiedenis geformuleerde afspraken zijn, benadruk je in de toewijding eraan hun belang.

Dat is een gedachte waarmee iedereen uit de voeten kan, of je het er nu mee eens bent of niet. In zijn onder Nederlanders zeer populaire Contingency, Irony and Solidarity (1989) liet hij effectief zien hoe kan worden voorkomen dat filosofie een zijstraatje inloopt om daar in het donker in eenzaamheid aan haar eind te komen. De werkelijkheid komt tot stand in ons midden – en daar moet de filosofie zich begeven. Bijvoorbeeld op een avond in de schouwburg waar lezers en schrijvers hun gedachten formuleren over publieke meningsvorming.

PIETER VAN OS

Meer artikelen over Richard Rorty (en een enkel interview) die eerder verschenen zijn in De Groene Amsterdammer:

Interview Richard Rorty
[‘ik doe mijn werk’ 'ik voel me niet prettig als ik als autoriteit behandeld word, die rol past me niet’](../../../1997/27/ik_doe_mijn_werkik_voel_me_niet_prettig_als_ik_als_autoriteit_behandeld_word_die_rol_past_me_niet/29)
door Heleen van Doremalen(02-07-1997)

[Minder wreed worden](../../../2007/23/Literatuur_en_werkelijkheid/3)
Literatuur en werkelijkheid door Kees ‘t Hart(08-06-2007)

[Pragmatische oogkleppen](../../../1999/41/Pragmatische_oogkleppen/22)
door Graa Boomsma(13-10-1999)

[Wachten op ironie](../../../2002/37/Ger_Groot/15)
door Ger Groot(14-09-2002)

[Provincialisme zonder romantiek](../../../2005/37/essay_provincialisme_zonder_romantiek_De_multiculturele_samenleving_vreemd_gaan_om_vreemd_te_kunnen_blijven/6)
Essay: provincialisme zonder romantiek. De multiculturele samenleving: vreemd gaan om vreemd te kunnen blijven
door Theo W.A. de Wit (16-09-2005)