Week 30

Deze Week

Boris Johnson voor burgemeester!

Londen staat een prachtige verkiezingsstrijd te wachten tussen oud rechts en oud links: Boris tegen Ken.

LONDEN – De ware held uit de Amerikaanse speelfilm Jaws (1975) is burgemeester Larry Vaughn. Ondanks het witte gevaar in de zee laat hij het strand gewoon open. In de film had dat fatale gevolgen, maar de politicus handelde principieel juist.

Dit was de kern van de eerste toespraak die het Conservatieve kamerlid Boris Johnson hield als kandidaat voor het Londense burgemeesterschap. Hem staat een maatschappij voor ogen waarin politici ten strijde trekken tegen risicomijdend gedrag. Dat is een revolutionair geluid in een land waar docenten geen pleisters mogen plakken op wondjes van leerlingen (allergiegevaar), waar stationsmanagers in paniek raken wanneer het regent (uitglijgevaar) en waar sommige zwembaden de rugslag hebben verboden (het woord ‘gevaarlijk’ komt niet eens in de buurt om de mogelijk desastreuze gevolgen daarvan in kaart te brengen).

Met zijn kandidatuur geeft de flamboyante Johnson het goede voorbeeld. Hij vertegenwoordigt in het Lagerhuis een van de veiligste kiesdistricten van het land en is woordvoerder hoger onderwijs in het schaduwkabinet, terwijl de huidige burgemeester Ken Livingstone, ondanks het verstrijken van zijn houdbaarheidsdatum, onverslaanbaar wordt geacht. Dat laatste heeft meer te maken met nostalgie bij de Londenaren naar de jaren tachtig, toen ‘Red Ken’ de toenmalige premier Margaret Thatcher dermate dwarszat dat zij het hele burgemeesterschap ophief, iets waar Livingstone de status van martelaar aan heeft te danken. Nadat Blair de post weer in ere herstelde, is hij twee keer met gemak gekozen om van Londen een soort Havana aan de Theems te maken.

Toch zit de schrik er in bij Livingstone, sinds een fietsende Johnson vorige week even voor het stadhuis halt hield om zijn kandidatuur ten overstaan van een mensenmenigte officieel bekend te maken. ‘Er moet weer een lach op het gezicht van Londen komen’, zei Johnson alvorens de ‘Tour de Boris’ te vervolgen.

Lachen is een garantie bij de classicus Johnson. Door zijn geestige, onhandige en amateuristische optreden geniet hij grote populariteit. ‘Zijn hele leven is een voorbereiding op het niet-voorbereid zijn’, schreef zijn biograaf Andrew Gimson. Ook Livingstone staat bekend als een flamboyante flapuit, maar dan zonder de bijpassende humor. ‘Livingstone is een sluwe vogel, maar minder aardig dan hij klinkt’, schreef de oude journalist W.F. Deedes.

Met zijn nasale Zuid-Londense stem verkondigde Livingstone dat Johnson wegens zijn gebrek aan bestuurlijke ervaring een ramp voor de stad zal zijn, precies de woorden van Blair toen Livingstone zich acht jaar geleden als onafhankelijke kandidaat opwierp. Zijn zorgen werden herhaald door Polly Toynbee, de Guardian-_columniste die vanuit haar buitenhuis in Toscane de wereld probeert te verbeteren. Zij wees erop dat Johnson regelmatig verkeerde, kwetsende opmerkingen maakt. Daarbij vergeet ze dat Livingstone, haar held, in een jaar tijd een joodse verslaggever van _The Evening Standard vergeleek met een concentratiekampbewaarder en de _poll tax-_rellen op Trafalgar Square met de veldslag op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking.

De grootste handicap van Johnson blijkt zijn verblijf aan de exclusieve jongensschool Eton. Goed onderwijs is in de hedendaagse Engelse politiek bepaald geen voordeel. De eerder genoemde Polly in Toscane verwijt Johnson dat hij pleit voor het voortbestaan van privé-scholen en gymnasia. Het is een opmerkelijk verwijt uit de mond van iemand die zelf naar zo’n school is geweest en haar stiefdochter eveneens gebruik laat maken van particulier onderwijs. Deze aanvallen typeren de vrees bij het Londense establishment dat een ouderwetse ‘amateur’, die regelrecht weg lijkt te zijn gefietst uit een boek van de droogkomische schrijver P.G. Wodehouse, Red Ken op 1 mei met vervroegd pensioen gaat sturen.

PATRICK VAN IJZENDOORN

China helpt Afrikaanse elite

Vier op de tien Afrikanen leven van niet meer dan een dollar per dag. Maar niet iedere Afrikaan heeft het slecht. Het aantal miljonairs stijgt er razendsnel.

AFRIKA – Het aantal Afrikanen met meer dan een miljoen dollar op de bank nam vorig jaar met 12,5 procent toe. Dit blijkt uit het World Wealth Report 2007 van investeringsbank Merrill Lynch en consultancy Capgemini (te downloaden via www.ml.com).

Het gezamenlijk kapitaal van de Afrikaanse miljonairs steeg vorig jaar met bijna vijftien procent. De honderdduizend rijkste Afrikanen bezitten samen inmiddels negenhonderd miljard dollar. Dat is ruim acht maal het bedrag dat westerse landen jaarlijks aan ontwikkelingshulp besteden.

De groei van het aantal Afrikaanse miljonairs is vooral het gevolg van de hoge prijzen voor grondstoffen als olie en metalen. Vooral de stijgende vraag in China legt de rijke elite van exporterende Afrikaanse landen geen windeieren. In de komende jaren, zo verwachten de investeringsbankiers van Merrill Lynch, zal het bezit van de rijkste Afrikanen verder toenemen. Hun gezamenlijk kapitaal zal de komende vier jaar vermoedelijk met ruim zes procent stijgen. Dat is maar een beetje lager dan het wereldwijde gemiddelde en veel hoger dan de verwachte jaarlijkse stijging van het rijkeluiskapitaal in Europa: die groei bedraagt slechts 4,3 procent.

Het World Wealth Report geeft geen antwoord op de vraag wie de rijkste Afrikaan is. ‘We hebben niet gekeken naar individuen, maar alleen naar algemene economische gegevens’, aldus Karen Cohen, een van de onderzoekers van Capgemini. ‘Wel hebben we individuele landen onderzocht. Daaruit blijkt dat Singapore, India, Indonesië en Rusland wereldwijd voorop lopen als het gaat om de groei van het aantal miljonairs. Zuid-Afrika bezet een zevende plaats, met bijna vijftigduizend miljonairs.’

Wereldwijd waren er vorig jaar bijna tien miljoen mensen met meer dan een miljoen dollar op de bank, een stijging van ruim acht procent ten opzichte van 2005. Samen bezitten zij bijna veertig biljoen dollar: een vier met dertien nullen. De armste vijftig procent van de wereldbevolking moet het doen met minder dan één procent van het totale bezit op aarde.

TOBIAS REIJNGOUD

Zoetgevooisde televisie

De line-up van de eerste uitzending van ‘Zomergasten’, afgelopen zondag, beloofde vuurwerk. Drie uur lang kreeg voormalig correspondent Joris Luyendijk de gelegenheid de daad bij het woord te voegen.

AMSTERDAM – Na een correspondentschap voor NRC Handelsblad in het Midden-Oosten maakte Joris Luyendijk afgelopen jaar furore als de gesel van het Nederlandse correspondentengilde met een kritisch boek: Het zijn net mensen. Daarin laat hij kijkers en lezers zich afvragen wat een Nederlander met laptop onder de arm, onder druk van tijd en vaderlandse redactie, redelijkerwijs kan begrijpen van – en vertellen over – een andere cultuur en samenleving. Het wordt al helemaal moeilijk, zo legde hij uit, als de persvrijheid in die verre streek ook nog eens minimaal is. Er wordt een hoop gekletst, was de subtekst van deze bestseller.

Tegelijkertijd met dit bewonderenswaardige boek begon voormalig Europees tafeltenniskampioene Bettine Vriesekoop als correspondent voor NRC Handelsblad in zo’n ingewikkeld land: China. Ze had een moeilijke start.

Aanvankelijk maakten andere China-correspondenten, wellicht uit angst voor matennaaien, geen punt van de fouten in haar matige bijdragen aan de krant. Maar toen Vriesekoop pontificaal in de krant zette dat er in de afgelopen weken ‘duizenden’ journalisten waren opgepakt, kon China-kenner Fons Tuinstra het niet laten er iets over te berichten op zijn weblog. Het waren er slechts een handjevol, zo legde Tuinstra uit, want zoveel kritische journalisten zijn er niet eens om op te pakken. Hoe bleek de fout in het artikel te zijn beland? Vriesekoop, die een jaar Chinees heeft gestudeerd, had in een Engelstalig Reuters-bericht gelezen dat er ‘dozens of journalists’ waren opgepakt. ‘Dozens’. ‘Duizenden’ dus.

Een half jaar later, op 22 april van dit jaar, gebeurde er iets soortgelijks. Toen schreef ze over een rare ‘vertaalfout’, dit keer niet van haar, maar van een Chinees. De reinigingsdienst van haar wooncomplex had haar in een Engelstalige brief laten weten dat er zou worden ‘gesprayd tegen de pest’. Dat kon toch niet? vroeg Vriesekoop zich op haar NRC-_weblog af. De pest is toch al lang uitgestorven? Nee, dat was dus weer zo’n merkwaardige vertaalfout van die gekke Chinezen, beweerde Vriesekoop. ‘Engelse teksten zijn soms erg lachwekkend, naïef en een enkele keer verwarrend.’ Vervolgens belde ze een gezondheidsdeskundige om over het uitsterven van de pest te praten. Toch moet de meeste verwarring bij Vriesekoop zelf hebben geleefd, aangezien _‘pest’ het gebruikelijke Engelse woord is voor ongedierte. Het Nederlandse pest is in het Engels ‘bubonic plague’.

Van de toch al zo moeilijk te begrijpen nieuwe wereldmacht maakte Vriesekoop iets nog ondoorgrondelijkers.

Hoe zou een scherpslijper als Luyendijk zo’n rekkelijke collega in Zomergasten bejegenen? Al snel bleek Luyendijk op televisie een ander mens dan in het geschreven woord. Niets geen kritiek, alleen maar veel glimlachen, terwijl Vriesekoop vertelde dat ze ‘plezier’ in haar werk heeft – hoewel ze soms wel in het weekeinde moet doorwerken – en dat het toch wel zo verstandig is zich aan de regels van de Chinese autoriteiten te houden, voor wie ze bovendien ‘het grootste respect’ heeft. Luyendijk was kennelijk niet van zins zijn tanden in dit voorgezette vlees te zetten.

Toeval of niet, twee dagen eerder had burgemeester Job Cohen ten overstaan van circa duizend Amsterdammers in de Westerkerk een herinnering opgehaald aan de overleden ex-burgemeester Schelto Patijn die Luyendijk zich had mogen aantrekken. Toen Patijn eens publiekelijk de lof kreeg toegezwaaid door wijlen hoofdredacteur Martin van Amerongen, die de burgemeester eerder in de krant had weggezet als iemand die zich alleen maar moest bemoeien met de intocht van Sinterklaas, hief Patijn zijn glas en riep: ‘Amerongen, wie kritisch schrijft, moet ook kritisch durven spreken.’

Hopelijk wordt het nog wat met de komende uitzendingen van Zomergasten.

PIETER VAN OS

Gecompenseerd liefdesverdriet

In de Amerikaanse samenleving – vaak een voorbode van wat ons te wachten staat – schrijdt de juridisering voort. Een bericht van het front.

AMSTERDAM – Begin deze maand werd in een buitenwijk van Chicago een blonde stevige man, German Blinov, veroordeeld tot het betalen van 4802 dollar aan de 35-jarige Arthur Friedman. De rechtszaak was aangespannen door Friedman, die zijn even oude vrouw Natalie aan Blinov had verloren en die onder een oude wet compensatie vroeg voor het verloren gaan van de liefde van zijn vrouw. Blinov moest dokken voor zijn liefdesverdriet.

De wet, die in nog zeven andere staten van kracht is en in Illinois sinds 1864 in de boeken staat, compenseert inderdaad voor ‘alienation of affections’. Vrij vertaald: ‘vervreemding van genegenheid’.

Opvallend is dat Friedman zelf aan de wieg staat – enigszins impertinent geformuleerd – van het verdwijnen van Natalies liefde voor hem. Na tien jaar huwelijk vroeg hij haar om met andere mannen naar bed te gaan. Om de boel een beetje te verlevendigen. En, zo legde Natalie voor de jury en rechter uit, zij voldeed aan dat verzoek: ze had seks met andere mannen terwijl Arthur toekeek. Op nummer drie, German Blinov, werd ze verliefd. Ze verliet Arthur en trok in bij Blinov, die scheidde van zijn vrouw.

Dat was niet Arthurs bedoeling toen hij haar vroeg met andere mannen naar bed te gaan. ‘Deze gast heeft mij een mes in de rug gestoken’, zei Friedman volgens de Chicago Sun-Times direct na de ingewikkelde berekeningen van de rechter. ‘Wat Blinov gedaan heeft is verkeerd. En ik heb gedaan wat ik moest doen om mijn punt te maken.’

Het leverde hem, zoals gezegd, 4802 dollar en een paar dollarcenten op.

De wind waait wel vaker van west naar oost en juist daarom is het niet zonder belang op te merken dat mannelijke bezitsdrang in de Nieuwe(re) wereld kennelijk een prijs kan hebben, waar die in de oude wereld nog doorgaat voor een typisch masculien psychologisch manco. De implicaties zijn verstrekkend. Als zelfs het verlies aan liefde is om te zetten in een vermogensbestanddeel, dan is er nog heel wat meer liquide te maken dan waar banken, hedgefunds en andere beleggers momenteel van dromen. Toekomstmuziek noemen ze dat. Maar stel je toch eens een Robeco-reclame voor met de tekst: ‘Beleg in andermans tranen!’ Een groeimarkt zonder einde.

PIETER VAN OS