Week 43

Deze week

VERDRAG

Het nieuwe Europese verdrag betekent het afscheid van de Europese federale droom.

PARIJS – Nu is er genoeg gepraat en gaan we aan het werk. Dat was kort samengevat de boodschap van premier Balkenende nadat de Europese regeringsleiders het vorige week eens waren geworden over een nieuw verdrag, dat in plaats moet komen van het gesneuvelde Europese grondwettelijk verdrag. Het zou Balkenende, net als zijn Europese collega’s, goed uitkomen als de discussie nu verstomde. De Nederlandse regering wil niet het risico lopen dat het nieuwe verdrag bij een referendum naar de prullenbak wordt verwezen, zoals in 2005 gebeurde met het grondwettelijk verdrag. Frankrijk, dat in 2005 ook nee zei, zal nu geen referendum houden. Maar daarmee is nog niet zeker dat een ander land geen roet in het Europese eten gooit.

Een Nederlands referendum zou voor Balkenende betekenen dat hij nog eens wordt geconfronteerd met zijn vele tegenstrijdige uitspraken. Eerst verdedigde hij het grondwettelijk verdrag, daarna wilde hij er niets meer van weten en nu zegt hij, gesteund door de Raad van State, dat het nieuwe verdrag iets heel anders is dan het oude. Veel juristen, maar ook een commissie van het Britse Lagerhuis, denken daar anders over. Die zeggen dat de inhoud van het nieuwe verdrag vrijwel gelijk is aan die van de tekst die Nederland in 2005 niet wilde.

Wie heeft er gelijk? Het afgewezen verdrag was, voor wie er uitgebreid voor ging zitten, van voren naar achteren leesbaar. De voorgaande Europese verdragen waren in één nieuwe tekst samengevoegd. Het nieuwe verdrag is volkomen onleesbaar. Het bestaat grotendeels uit mededelingen over paragrafen in de nu geldige verdragen van de Europese Unie, die gewijzigd, aangevuld of geschrapt worden. Alleen wie de oorspronkelijke paragrafen erbij sleept kan er wijs uit worden. Het nieuwe verdrag is alleen voor juristen toegankelijk.

Er is nog een verandering, namelijk de verdwijning van het Europese volkslied en de vlag uit het verdrag. Maar de Europese vlag wappert daar niet minder om. De essentie van het grondwettelijk verdrag blijft in het nieuwe document gehandhaafd. Dat zijn de institutionele veranderingen die de nu tot 27 lidstaten uitgebreide Europese Unie bestuurbaar moeten houden. Voorafgaande aan de uitbreiding van de Europese Unie in Midden-Europa hebben de Europese regeringsleiders in 1997 in Amsterdam en in 2000 in Nice tevergeefs geprobeerd de Europese instituties te vernieuwen. Als dit nieuwe verdrag daadwerkelijk door alle landen wordt geratificeerd, is die kogel eindelijk door de kerk.

De Europese regeringsleiders krijgen een vaste voorzitter, waardoor er een einde komt aan hun roulerende bijbaan van een half jaar. De Europese functionaris voor het buitenlandse beleid – nu de Spanjaard Solana – wordt tegelijkertijd vice-voorzitter van de Europese Commissie, waardoor hij zeggenschap krijgt over de tien miljard Europese hulpgelden. Politiek betekent dit dat de Europese regeringsleiders meer greep krijgen op de Europese Commissie, die ooit bedacht was om de Europese integratie te stimuleren. Het tegendeel dus van de versmade Europese superstaat. Maar ook: de vervulling van de wens om Europa internationaal een politieke rol van gewicht te laten spelen lijkt verder weg dan ooit, want over buitenlands beleid zijn de Europese landen het zelden met elkaar eens.

Nationale parlementen kunnen meer druk uitoefenen op de Europese Commissie om voorstellen voor wetgeving in te trekken. Vetorecht van lidstaten bij zaken als terrorismebestrijding, criminaliteit en immigratie verdwijnt, maar er blijven mogelijkheden voor kleine groepen landen om besluiten te blokkeren. Het Europese Handvest van Grondrechten wordt juridisch bindend, met uitzonderingen voor Britse en Poolse nationale wetgeving.

Al die punten waren ook in het grondwettelijk verdrag opgenomen, maar speelden bij de referendumdebatten geen belangrijke rol. Net als het grondwettelijk verdrag betekent de nieuwe overeenkomst geen vestiging van een Europese superstaat, maar het afscheid van de Europese federale droom. In plaats van de Europese integratie is de Europese samenwerking gekomen.

BEN VAN DER VELDEN

DUITSE HERFST

Jonge Duitse activisten rouwden om hun dertig jaar geleden omgekomen ‘kameraden van de RAF’.

BERLIJN – Gevallenen? Martelaars? Terechtgestelden? Slachtoffers? Vermoorden? Ineens werd het debat heftig. Wat is de juiste benaming voor de leden van de Rote Armee Fraktion die in de Duitse gevangenissen zijn omgekomen? ‘Ik protesteer tegen de term “gevallenen”’, sprak een geëmotioneerde jongeman, ‘dat doet te veel denken aan soldaten in fascistische oorlogen.’ ‘Maar slachtoffers waren ze ook niet’, riep een jonge vrouw, ‘ze waren strijders die strijdend ten onder gingen.’ Iemand op het podium pleitte ervoor ze dan maar ‘buitenrechtelijk geëxecuteerden’ te noemen.

Afgelopen zaterdag organiseerde het Netwerk Vrijheid voor alle Politieke Gevangenen een avond ter nagedachtenis aan de raf-leden Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe, die dertig jaar geleden dood waren aangetroffen in hun gevangeniscellen. Voor bijna de hele wereld staat inmiddels vast dat de drie zelfmoord pleegden, maar voor een paar mensen niet, en die waren allemaal bijeen in het Thomas Weissbecker-huis in Kreuzberg, vernoemd naar de 23-jarige activist die op 2 maart 1972 stierf door een kogel van de Beierse ME.

De avond begon met het voorlezen van de namen van gestorven raf-leden. ‘Laten we allemaal opstaan en een minuut stilte in acht nemen’, sprak de zaalvoorzitter. De helft van de mensen stond op, de andere helft stond al. Tweehonderd mensen hadden zich in het kleine, duistere zaaltje samengeperst. Slechts een paar mensen staken hun vuist op, sommigen de linker, anderen de rechter. Vier mensen op het podium herinnerden vervolgens aan de gebeurtenissen van dertig jaar geleden, de zogenoemde Duitse Herfst’. Ze maakten zich alleen met hun voornamen bekend en noemden hun gestorven kameraden liefdevol ‘Andreas’, ‘Ulrike’, ‘Holger’.

Eén man op het podium stelde zich wél met zijn achternaam voor: Peter O. Chotjewitz, gelauwerd auteur van links en experimenteel proza, de Jacq Firmin Vogelaar van Duitsland. De inmiddels 63-jarige Chotjewitz is ook advocaat en bezocht in die hoedanigheid ‘Andreas’ regelmatig in de gevangenis. Hij wilde leven, had Baader hem kort voor zijn dood nog verzekerd. De schrijver legde het overwegend jonge publiek omstandig uit hoezeer de Duitse staat destijds uit was op de ‘vernietiging’ van alle raf-leden, binnen en buiten de gevangenis.

Ook ter sprake kwam het geruchtmakende interview van het dagblad Junge Welt met de voormalige raf-leden Rolf Clemens Wagner en Helmut Pohl, samen goed voor 45 jaar detentie, inmiddels met gratie vrij. In heel Duitsland was met grote verontwaardiging gereageerd op Wagners uitspraak dat de moord van de raf op ex-SS-officier en werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer ‘ook vanuit het heden bezien’ een ‘juiste beslissing’ was. Volgens een van de sprekers behoort het interview, samen met ‘de boeken van de deze week helaas overleden Bakker-Sjoet’, tot de weinige publicaties die de waarheid vertellen. De overvloedige aandacht die de media de laatste maanden aan de Duitse Herfst besteedden, bestempelde hij onder luide bijval als ‘Hetzcampagne tegen mensen die hun leven lieten voor een Grote Gedachte’.

Een felle jonge vrouw met zwartgeblakerd haar beklaagde zich over de ouderwetse termen waarin de discussie in de zaal verliep. Klassenstrijd, kapitalisme, wereldrevolutie – wie is er hier eigenlijk nog proletariër, vroeg ze. Er gingen vier vingers de lucht in. Wat te doen tegen de huidige geglobaliseerde uitbuiting, luidde haar vraag. Peter O. Chotjewitz stak haar een hart onder de riem. ‘Van de derde generatie van de raf, die in de jaren negentig actief was, zijn er maar een paar gepakt. Dat bewijst dat ook in tijden van camerabewaking, afluistermethoden en computerspionage niemand zich van de gewapende strijd hoeft te laten weerhouden.’

ANTOINE VERBIJ

ZWARTE ADELAREN EN BLANCO STEMBILJETTEN

De Colombianen gaan op 28 oktober naar de stembus. Een internationale commissie van waarnemers voorspelt ‘oneerlijke uitslagen’ in ongeveer de helft van de gemeenten.

BOGOTÁ – Het onderzoek werd verricht door enkele internationale ngo’s, in samenwerking met drie universiteiten. Met ‘oneerlijke uitslagen’ bedoelt de ‘observatiemissie’ het kopen van stemmen – zoals dat eerder gebeurde bij de verkiezingen tussen 2000 en 2006 – en het frauderen bij het tellen van de stemmen. Ook oefenen de linkse guerrilla (farc en eln) en de (nieuwe) rechtse paramilitaire groepen ongeoorloofde druk uit op het stemvolk. Zo dwingen ze kandidaten terug te treden.

De rechtse paramilitairen zijn officieel gedemobiliseerd, maar waarschijnlijk hebben zo’n drieduizend strijders de wapens niet ingeleverd of zijn ze vers geronseld. Volgens de waarnemers worden 62 kandidaten bedreigd. Daarbij is niet eens het oostelijke departement Arauca meegeteld, waar farc, eln en paramilitairen elkaar naar het leven staan.

De resultaten van het onderzoek betekenen slecht nieuws voor de regering van de rechtse president Uribe. Die laat zich er graag op voorstaan dat de veiligheid in Colombia sinds zijn aantreden in 2002 aanzienlijk is toegenomen en dat er veel minder politici dan voorheen worden bedreigd of vermoord. Kort na publicatie van het onderzoek liet de regering het bericht uitgaan dat niet 576, zoals de waarnemers stellen, maar 76 gemeenten bedreigd worden door oneerlijke uitslagen in de komende verkiezingen, waarin Colombianen hun voorkeur kunnen uitspreken voor burgemeesters, gemeenteraden en departementale gouverneurs. Volgens de minister van Binnenlandse Zaken Carlos Holguín is het zelfs ‘verkeerd en onverantwoordelijk’ om te stellen dat ruim de helft van de gemeenten risico loopt. ‘Het rapport baseert zich op absurde veronderstellingen met als doel onzekerheid te creëren’, verklaarde hij aan Colombia’s grootste dagblad, El Tiempo. Toch beklagen ook kandidaten van Uribe’s eigen achterban zich over de risico’s. De observatiemissie en de regering zijn nu overeengekomen ‘technische commissies’ naar de cijfers te laten kijken.

Overigens lijkt de landelijke pers de commissie gelijk te geven. Er gaat geen dag voorbij of de Colombiaanse dagbladen berichten over geweld en fraude in de aanloop van de verkiezingen. In het departement Noord-Santander bijvoorbeeld, aan de grens met Venezuela, lopen kandidaten gevaar omdat de paramilitairen en de farc vechten om de macht in de regio en ook proberen te infiltreren in de plaatselijke politiek. De kandidaat-gouverneur van de partij Sociale Alliantie voor de Indianen van Noord-Santander besloot zich terug te trekken, omdat hij ‘geen weerstand kon bieden aan de politieke machinerie’ van zijn tegenstander van de Conservatieve Partij.

In het noordelijke departement Sucre beschuldigen kandidaat-gouverneurs elkaar over en weer van banden met paramilitairen. In een ander departement, Tolima, zouden gemeenteraadskandidaten worden bedreigd door een nieuwe paramilitaire groep, de Zwarte Adelaren. Een kandidaat vertelt hoe hij werd gebeld door iemand die zich voorstelde als de nieuwe commandant van de Zwarte Adelaren en die zei: ‘Ik kom niet als voorbode van de dood, maar met u en de organisatie gaat het niet goed, omdat u niet bij onze vergadering in de regio Caracolí bent geweest.’

En zelfs de hoofdstad Bogotá blijft niet gespaard, al hebben corruptie en guerrilla’s er minder vaste grond onder de voeten dan in de rest van het land. Gemeenschapsleiders in de hoofdstad kunnen bijna twintigduizend euro krijgen voor hun stem.

Op de dag waarop de onderzoeksresultaten van de commissie bekend worden gemaakt, luidt een persbericht van de regering: de farc heeft een burgemeesterskandidaat van Uribe’s partij in het departement Caldas vermoord.

Het blijft behelpen met de ‘democratie’ in Colombia.

WIES UBAGS

DE DENKFOUT VAN HET ANC

De Zuid-Afrikaanse Springbokken hebben het WK rugby gewonnen. Maar van het ANC moeten er meer zwarten in het team.

AMSTERDAM – Een dag nadat Zuid-Afrika het WK rugby voor de tweede keer in de historie had gewonnen, verscheen mevrouw Lindiwe Mabuza, ambassadeur te Londen, voor de camera’s van Sky News. Het gesprek ging over de finale, die de sierlijke Springbokken gemakkelijk met 15-6 van de afgrijselijk spelende Engelsen hadden gewonnen. Dat Mabuza geen verstand van rugby had, bleek al snel. Ze ging onbedaarlijk stotteren toen de presentator haar naar haar mening vroeg over een controversiële scheidsrechtersbeslissing. Maar Mabuza wist wel te melden dat er in haar land grote veranderingen in deze tak van sport op komst zijn. Ze zei: ‘We are grooming the team for the future.’ In andere bewoordingen: wij, politici en bewindslieden, niet rugbytrainers en -managers, zijn bezig een nieuw nationaal vijftiental klaar te stomen voor de toekomst.

Veel is veranderd sinds Zuid-Afrika op die memorabele dag in 1995 eveneens wereldkampioen rugby werd. Opeenvolgende Springbokcoaches kwamen onder grote druk van anc-politici te staan om een team met meer zwarte spelers te selecteren. Dat wilde maar niet lukken. Niemand voelde die druk meer dan de huidige coach Jake White. Een paar maanden voor de WK-finale kwamen onthullingen dat het anc bezig was om met een ‘geheim plan’ de gewenste transformatie in de rugbysport op radicale wijze te bewerkstelligen. Zo zouden er afspraken zijn met regionale managers en individuele spelers om na het WK een nieuw Springbokteam te creëren waarin zwarte spelers de meerderheid vormen. Dit was vermoedelijk hetzelfde ‘meesterplan’ waaraan ambassadeur Mabuza in haar interview met Sky News refereerde. Dat ook Jake White wist hoe laat het was, bleek uit een opmerking die hij tegenover The Guardian maakte. Hij zei dat de huidige spelers extra hun best zouden doen in de finale, omdat ze wisten dat hun team het laatste zou zijn dat puur op basis van sportieve verdienste was samengesteld.

De politieke bemoeienis met rugby in Zuid-Afrika is zowel begrijpelijk als verontrustend. Begrijpelijk, omdat rugby meer dan welke andere sport ook de verbeelding van het hele volk aangrijpt en derhalve zou kunnen fungeren als mechanisme voor verandering. Immers, iedereen stond achter de Springbokken, al telde het winnende team slechts twee zwarte spelers, de wingers J.P. Pietersen en de fenomenale Bryan Habana, die sinds de finale ook is aangewezen als ‘internationale speler van het jaar’. De grote denkfout van anc-bewindslieden als Mabuza – en daarin zit ’m het verontrustende – is dat de witte rugbysupporters ‘hun’ sport willen afschermen van de ‘vijand’. Niets is minder waar; dezelfde supporters, misschien zelfs de meest verkrampte Afrikaners die nog altijd bewust of onbewust in racistische termen denken, zullen een volledig zwart Springbokteam omarmen, mits het team op merites is gekozen en dientengevolge grote toernooien als de Tri-Nations (tegen Australië en Nieuw-Zeeland) en het WK wint.

Een volledig zwart team is vooralsnog een wensdroom. Het zou fataal zijn als politici zich nu gaan mengen in de teamselectie in plaats van echte transformatie op sportgebied te bewerkstelligen door goed economisch en cultureel beleid op regionaal en lokaal niveau te voeren. Bevrijding, zoals tijdens de apartheid, is niet meer nodig. Wel goed openbaar bestuur. Op dit vlak komt de ovale bal nu razendsnel in de richting van het anc, en het is de vraag of die partij wel in staat is hem goed te vangen.

GAWIE KEYSER