Week 49

Deze week

7up, 1down

Het is de museumdirecteur, niet de kunstenares, die een rel over ‘aanstootgevende’ foto’s veroorzaakt.

DEN HAAG – ‘Van mij mag haar serie nog steeds op de expositie hangen. Alleen die foto’s met die maskers wil ik er niet bij hebben. Die lokken te veel reacties uit’, aldus de directeur van het Haagse Gemeentemuseum, Wim van Krimpen, deze week in NRC Handelsblad. Volgens Van Krimpen helpt het ‘voortdurende uitdagen en beledigen van moslims de kunst niet en het debat in Nederland evenmin’.

Een museumdirecteur moet kunstbeleid voeren in de publieke ruimte. Hij dient dat te doen op basis van artistieke criteria, ook als het werk betreft met een politieke lading en impact. Dat is nu juist wat kunst moet doen: bespiegelen, prikkelen, irriteren, desnoods diep kwetsen en shockeren. Amedeo Modigliani, Paul Gauguin, Aad Veldhoen, Peter Klashorst, allemaal kunstenaars die tegen conventies aanliepen en soms hun werk geweigerd zagen. Met het weigeren van enkele foto’s van de Iraanse kunstenares Sooreh Hera bedrijft Van Krimpen politiek. Dat is niet zijn taak.

Vrije expressie en de islam: we zitten er weer middenin, dat wil zeggen in het opleggen van de grenzen van wat maatschappelijk wel en niet kán, zoals ook naar aanleiding van de heftige reacties op de Deense cartoons. Van Krimpen is daar een exponent van. Híj weet wat deze foto’s zullen veroorzaken en plaatst ze bovendien in het klimaat van het ‘voortdurende beledigen’. Daarmee schaart hij Hera impliciet in de hoek van politici als Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders.

Het niet-tonen van de foto’s heeft een curieuze lading. Van Krimpen gaat er op voorhand van uit dat moslims woedend zullen zijn, en daarmee neemt hij kennelijk als maatstaf het heethoofdige, extremistische deel van de moslims. In feite zegt Van Krimpen: ‘De foto’s zijn provocerend en “ze” zijn daar nog niet aan toe.’ Over tien jaar, als volgens hem de integratie is voltooid, durft hij de foto’s wel op te hangen in zijn museum.

Aanvankelijk had Van Krimpen een serie foto’s van Hera aangekocht voor de expositie 7 up van werk van zeven jonge kunstenaars. Hij vond haar foto’s ‘van hoog niveau’, maar toen hij in De Pers las dat op de maskers van enkele homostellen de beeltenissen van de profeet Mohammed en zijn schoonzoon Ali staan, ging hij twijfelen aan ‘de intentie van de kunstenares’, althans, waar die intenties de islam betreffen. De titel van het project, Adam en Ewald, is ontleend aan een citaat van een sgp-kamerlid. Met foto’s die refereren aan homo’s in gereformeerde sfeer heeft Van Krimpen echter géén moeite. Orthodox-christelijke gelovigen mogen kennelijk wel worden ‘beledigd’. Het project gaat over homoseksuele stellen in Nederland: vallen moslims daar soms buiten?

Niet Sooreh Hera maar Wim van Krimpen heeft de rel veroorzaakt. De gewraakte foto’s hebben nu een enorme exposure gekregen door verspreiding in kranten en op internet. Het debat is er ook niet mee geholpen; Hera’s werk wordt nu gemakkelijk in verband gebracht met het voornemen van Geert Wilders om een film te maken – een mediaoffensief dat geheel los staat van de kwaliteiten van het (kunst)werk an sich, maar waarin alleen de rel telt. De vraag is of Hera dat heeft verdiend. Zij heeft niet de verantwoordelijkheid van een politicus. De Haagse museumdirecteur had zijn rug recht moeten houden en zijn artistieke keuze moeten verdedigen, tegen de storm in.

MARGREET FOGTELOO

Ich bitte um ein Happy End

De 104-jarige operettester Johannes Heesters komt in februari 2008 naar Amersfoort. Zullen de Nederlanders zich eindelijk met hem verzoenen?

AMSTERDAM – Johannes Heesters werd op 5 december 1903 in Amersfoort geboren, in de jaren dertig was hij succesvol als operettezanger en filmacteur, vervolgens werd hij wereldberoemd in Duitsland. Aanvankelijk werd Heesters in Nederland zeer bewonderd om zijn buitenlandse succes. Toen hij in 1939 met de (joodse) Fritz Hirsch Operette optrad in Gräfin Mariza van Emmerich Kálmán schreef Het Volk: ‘Een ster keert terug naar huis!’ Ook na de oorlog zag men hem graag. Naar aanleiding van zijn optreden in Der Bettelstudent bij De Nederlandse Opera in 1959 schreef het Algemeen Handelsblad: ‘Voordat hij één noot gezongen had, kreeg hij reeds ovaties.’

Maar toen hij in 1964 terugkeerde om in The Sound of Music uitgerekend de nazi-tegenstander kapitein Von Trapp te spelen, was er iets veranderd. De ‘landverrader’ werd uitgescholden en van de bühne gefloten. Hij keerde terug naar Duitsland, waar het debacle onopgemerkt was gebleven. Daar speelde hij verder in het theater, maakte films, gaf concerten – tot op de dag van vandaag. Zijn wens om voor zijn dood nog één keer in Nederland op te treden en de vrede te tekenen, bleef tot nog toe onvervuld. Heesters kwam daar onlangs op terug in een interview, dat werd opgemerkt door Gerard van Vliet, raadslid voor de Burger Partij Amersfoort. Met Schouwburg De Flint organiseerde Van Vliet een optreden van Heesters in zijn geboortestad, op 16 februari 2008.

En dus stak de oude controverse de kop op: heeft Heesters tijdens een door de SS georganiseerd ‘verplicht’ uitje naar Dachau, waaraan hij zich op professionele gronden niet kon onttrekken, nu gezongen of niet? Heesters heeft dat altijd ontkend en heeft spijt betuigd over het bezoek. De Amersfoortse gemeenteraad ging met de plannen akkoord. ‘Dachau’ mocht hem na zestig jaar niet worden nagedragen. Tegen de Volkskrant zei het CU-raadslid Simone Kennedy: ‘Wij leven allemaal van genade.’ Het Dachau-comité blijft tegen Heesters’ bezoek.

Heesters’ carrière afmeten aan dat Dachau-uitstapje is net of je de betekenis van dirigent Furtwängler voor de muziek afmeet aan het feit dat hij in 1942 op de verjaardag van de Führer Beethoven dirigeerde. Ondanks alle precaire politieke aspecten is de opname van Furtwänglers uitvoering van Beethovens Negende overal in Nederland te krijgen, en wordt deze door kenners gewaardeerd. Van Heesters’ oeuvre ontbreekt ieder spoor. In Duitsland zijn zijn ufa-films klassiekers, die overal op dvd te koop zijn. Zo ook zijn muziekopnamen. Bovendien zijn er drie biografieën van hem in omloop. In Nederland: niets.

In de serieuze Nederlandse pers wordt operette nog altijd gezien als pluchenonsens, iets voor amateurgezelschappen; er is hier nooit grondig onderzoek gedaan naar de historische en politieke context van het genre. Heesters lijkt daarom een gemakkelijke zondebok, ‘op wie alle eigen schuld kan worden afgewimpeld, en over wiens kennelijke schande men zich kan verkneukelen’, zegt Dick Top, operettekenner en vriend van de familie Heesters. In Westerbork, bijvoorbeeld, waren Duitse operettesterren geïnterneerd, en zij traden daar op. Een baanbrekende publicatie daarover van Katja Zaichs (Ich bitte dringend um ein Happy End: Deutsche Bühnenkünstler im niederländischen Exil) is weliswaar vertaald, maar nog niet uitgegeven. In januari wijdt de Reisopera samen met het Operetta Research Center Amsterdam een congres aan operette tussen 1930 en 1945. Heesters’ rol zal dan zeker ter sprake komen.

KEVIN CLARKE

He know nothing

Labour lijkt haar oppositie overbodig te willen maken. Zonder dat de Tory’s een poot uit hoeven steken, gooien Brown en zijn collega’s de eigen glazen in.

LONDEN – Het hoge woord is eruit. Tony Blair heeft toegegeven dat hij de Conservatieve Partij misschien beter niet had kunnen uitmaken voor ‘sleazy’. Indertijd had Blair beloofd corruptie uit de politiek te verbannen, dit als reactie op de schandalen onder John Majors premierschap. Het heeft er inmiddels alle schijn van dat bepaalde functionarissen binnen New Labour nadien hebben gedacht dat de anticorruptieregels alleen bedoeld waren voor de oppositie. Na een achttien maanden durend onderzoek naar het verkopen van adellijke titels onder Blair, is nu Gordon Brown in de problemen gekomen door illegale giften. Het ziet ernaar uit dat Brown, na Blair, de tweede premier in de geschiedenis wordt die tijdens zijn bewind bezoek krijgt van de bobby’s.

Voor Brown is het de derde catastrofe in twee maanden. Om een of andere reden komt alle malheur uit het noordoosten van Engeland. Eerst was er de implosie van de in Newcastle gevestigde bank Northern Rock, vervolgens raakten twee cd’s met 25 miljoen persoonsgegevens zoek in het nabijgelegen Washington, Tyne & Wear en nu blijkt de uit Newcastle afkomstige donateur David Abrahams op illegale wijze geld te hebben geschonken. Deze huisjesmelker moest van 650.000 pond af – geld dat hij voor een deel verborgen hield in een matras (het paste niet in een oude sok) – en geloofde dat Labour wel wat penny’s kon gebruiken. Bovendien had hij een bouwvergunning nodig voor een industrieterrein. Om zijn vrijgevigheid geheim te houden besloot Abrahams het geld via tussenpersonen over te maken, onder wie een Conservatief stemmende bouwvakker. Een van de gelukkige ontvangers was Harriet Harman, afgelopen zomer verkozen tot vice-premier, een ontwikkeling waar Brown dermate ongelukkig mee was dat hij deze functie meteen afschafte.

Harman doet stug alsof er niets aan de hand is. Haar echtgenoot Jack Dromey, penningmeester van de partij, verdedigt zich als de kok Manuel tegenover Basil Fawlty: ‘He know nothing, he know nothing.’ Harmans collega Peter Hain, minister voor pensioenen, sprak in zijn geval over een ‘administratiefoutje’. Dat moet een gewone burger de fiscus eens proberen wijs te maken.

De onwetendheid strekt zich uit tot Jon Mendelsohn, de fondsenwerver van de regeringspartij. Mendelsohn, rijk geworden in ethisch lobbyen, verklaarde niet op de hoogte te zijn geweest van de omweg die het geld van zijn vriend Abrahams had afgelegd. In Edinburgh riekt het ook, nu blijkt dat Labours leider in Schotland, Wendy Alexander (zus van minister voor internationale ontwikkeling), geld heeft ontvangen van de projectontwikkelaar Paul Green. Omdat hij als belastingvluchteling op Jersey woont en dus niet op de kiesrol staat, mag hij geen geld schenken aan Britse partijen.

Alle problemen komen voort uit het feit dat de vakbonden veel minder geld geven en het ledenbestand sterk gereduceerd is. Gordon Brown, die ondertussen niet meer met Stalin maar met Mr Bean wordt vergeleken, wil nu dat de overheid politieke partijen gaat financieren, al hebben ervaringen in Italië en Duitsland bewezen dat dit geen waarborg tegen corruptie is. De meeste Britten zien liever dat politici zelf eens gaan bezuinigen.

PATRICK VAN IJZENDOORN

Mugabe vs. Brown

Een onvervalste politieke soap rondom Engeland en Zimbabwe lijkt de goede bedoelingen van de Afrika-Europatop te overschaduwen.

AMSTERDAM – Dit weekend vindt de tweede Europees-Afrikaanse top plaats in Lissabon. De eerste werd in 2000 in Caïro gehouden. Deze top heeft als doel de relatie tussen de twee continenten opnieuw aan te halen en oplossingen te vinden voor problemen als illegale migratie, de verspreiding van hiv/aids en klimaatverandering.

Gordon Brown weigert aan te schuiven, omdat de Zimbabwaanse leider Robert Mugabe heeft aangegeven te komen. Brown acht normaal overleg met Mugabe niet mogelijk, omdat die hulppogingen van Engeland al jaren frustreert en op grote schaal mensenrechten schendt. Mugabe op zijn beurt claimt zijn recht op aanwezigheid en beschuldigt voormalig kolonisator Engeland van neo-imperialistische ambities en het moedwillig kapot maken van de Zimbabwaanse economie.

Andere Europese leiders als Merkel en Balkenende geven de voorkeur aan een dialoog met de 83-jarige Mugabe. In een ingezonden brief aan Europese en Afrikaanse kranten verklaarden enkele prominente schrijvers, onder wie Václav Havel en J.M. Coetzee, verontwaardigd te zijn over het gebrek aan morele daadkracht van de Europese leiders. Zij vinden het onacceptabel dat Mugabe werd uitgenodigd, en noemen hem in één adem met de Soedanese leider al-Bashir.

Op een heel ander niveau speelt nog een nijpende kwestie: China. Sinds 2000 zijn er al drie Chinees-Afrikaanse topontmoetingen geweest, en het is ondertussen wel duidelijk dat China een agressieve Afrika-politiek voert. In ruil voor grondstoffen brengt het veel geld naar het continent en daarbij zeurt het niet over mensenrechten. Om het laatste walhalla van ruwe grondstoffen niet aan zich voorbij te laten gaan, én om een rol van betekenis te kunnen blijven spelen op het gebied van mensenrechten, is het voor Europa van belang dat de conferentie in Lissabon een succes wordt.

Afrikaanse landen zijn zich bewust van hun veranderende positie: hun rijkdom aan grondstoffen stelt ze in staat eisen te stellen. De optie om Mugabe niet uit te nodigen werd door verschillende Afrikaanse landen meteen van tafel geveegd met het dreigement dan ook weg te blijven. Zuid-Afrika loopt hierin voorop. President Mbeki speelt sinds enige maanden een bemiddelende rol in het conflict tussen Mugabe en de oppositie in Zimbabwe.

Brown heeft zich door zijn koppige besluit niet alleen geïsoleerd, hij heeft ook het bereiken van positieve resultaten op de top bemoeilijkt. Andere Europese leiders hebben al gezegd Mugabe dit weekend op de situatie in zijn land aan te zullen spreken. Zo wordt de angst van de voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, werkelijkheid: dat de top in plaats van ‘een ontmoeting tussen de hele EU en heel Afrika’ een ‘ontmoeting met slechts één land’ wordt.

De premier van Engeland zou er beter aan doen zaken gescheiden te houden: de relatie van Engeland met Zimbabwe is niet representatief voor die van Europa met Afrika en zou daarom niet de ontmoeting van beide continenten mogen overheersen. Bovendien zou Brown, als hij werkelijk tegen de schendingen van mensenrechten ten strijde wil trekken, al-Bashir ook moeten boycotten. Het is een slecht idee voor Europa zich nu terug te trekken uit de dialoog met Afrika. China zal het vacuüm maar al te graag vullen.

JIKKE WECHGELAER