Week 51

Deze week

PASTOR-IN-CHIEF MIKE HUCKABEE

Te snel is christelijk rechts afgeschreven als electorale machtsfactor in de VS.

NASHUA – Het is een koude zondag in New Hampshire als de Republikeinse presidentskandidaat Mike Huckabee stilletjes om kwart voor negen ’s ochtends de Grace Fellowship Church binnenglipt. Een enkele kerkganger kijkt ervan op, de meesten zingen stoïcijns door als de swingende band op het podium het zoveelste couplet van psalm 100 inzet: ‘Make a Joyful Noise to the Lord’. Enthousiast geven de gelovigen gehoor aan de oproep: met hun armen ten hemel geheven, schreeuwen ze het uit.

In New Hampshire, waar Democraten en Republikeinen al op 8 januari hun favoriete presidentskandidaat kiezen, was het de laatste maanden moeilijk om niet in politieke campagnes verzeild te raken. Maar probeert de voormalige dominee Huckabee nu zelfs in de kerk stemmen te winnen?

Als hij de preekstoel beklimt, bezweert hij van niet. ‘Ik verzeker u dat ik hier geen politiek verhaal kom vertellen. Als u daarvoor kwam, dan zult u teleurgesteld zijn. Voor mij is er niets verfrissender dan even uit de troebele, duistere wateren van de politiek te stappen en te zwemmen in de heldere wateren van de eredienst.’

Maar de preek over 2 Timoteüs die Huckabee op uitnodiging van ‘pastor Paul’ van Grace Fellowship in Nashua uitspreekt, is politieker dan de gemiddelde kanselrede en godvrezender dan in een campagnetoespraak geoorloofd zou zijn. Ademloos luisteren de ongeveer vierhonderd aanwezigen naar de vergelijking die Huckabee trekt tussen het seculiere Amerikaanse leger, dat voor vrijheid vecht in Irak, en het leger van gelovigen, dat vecht voor Jezus Christus. Je geeft veel vrijheden op als je beroepssoldaat bent, zegt Huckabee, zoals je als gelovige je leven in handen van God legt. Dat gaat met vallen en opstaan, maar geef nooit op. ‘Try again’, herhaalt Huckabee steeds. ‘Er zijn twee mensen’, besluit hij, ‘aan wie ik veel te danken heb: de Amerikaanse soldaat die zich voor mijn vrijheid opoffert en Jezus Christus die zich voor mij liet kruisigen.’

Je kunt van George Bush veel zeggen, maar aan dit soort actuele bijbelexegese heeft hij zich nooit gewaagd. De president, favoriet van de evangelische kerken, is dan ook geen voormalige dominee. Huckabee wel en anders dan bij televisiedominee Pat Robertson, die zich in 1988 weinig succesvol voor het presidentschap kandideerde, lijkt dat bij de huidige race in het geheel geen beletsel meer.

Het succes van de liberale Republikein Rudy Giuliani tijdens de eerste maanden van de campagne was voor veel analisten aanleiding de macht van de evangelicals te relativeren en zelfs het ‘einde van een tijdperk’ in te luiden. Maar nu Hillary Clinton bij de Democraten niet meer de gedoodverfde kandidaat is, durft de Republikeinse basis voor haar ware voorkeur uit te komen. De aanvankelijke steun voor Giuliani was tenslotte bovenal ingegeven door zijn verkiezingskansen tegenover Clinton in de eindronde van de presidentsverkiezingen.

In Iowa (3 januari) gaat ‘pastor-in-chief’ Huckabee ruim aan de leiding en in New Hampshire (8 januari) gooit die andere expliciete gelovige, de mormoon Mitt Romney, hoge ogen. Te vroeg zijn de ‘waardestemmers’ afgeschreven. Te vroeg ook kwam nota bene Pat Robertson met zijn verrassende en ietwat defaitistische voorkeur voor Giuliani. Try again! (2 Timoteüs 2:3).

PETER VERMAAS

KAALSLAG IN OOST-JERUZALEM

De belofte uit Annapolis van betere communicatie tussen Israël en de Palestijnse gebieden blijkt fragiel. Deze week startte Israël een nieuwe sloopronde in de Palestijnse wijken in Oost-Jeruzalem.

JERUZALEM – ‘Wij zijn bereid tot een lastig compromis’, sprak de Israëlische premier Olmert eind november in Annapolis. Na veertig jaar bezetting en een waslijst aan mislukte vredesonderhandelingen waren er weinig Palestijnen die oprecht vertrouwen hadden in zijn woorden. Toch was er een sprankje hoop dat Israël eindelijk een begin zou maken met het ‘bevriezen’ van nederzettingen en het uitvoeren van andere ‘feiten op de grond’ op de bezette Westelijke Jordaanoever.

In de vroege ochtend doen een vers peloton militaire politie en een aantal bulldozers Olmerts uitspraken snel vergeten. Ze maken zich klaar om een woonhuis in Beit Hanina, een arme wijk in Oost-Jeruzalem, te slopen. Zonder aankondiging wordt een Palestijnse familie uit haar bed gelicht; ze krijgen twintig minuten om hun huis te verlaten. Terwijl het grootste deel van hun meubels en persoonlijke bezittingen nog binnen staat, beginnen de bulldozers hun werk, beschermd door Israëlische politie. Een kwartier later is het voltooid en blijven de verbouwereerde familieleden achter bij de resten van het huis waarin ze een uur geleden nog lagen te slapen.

Zij zijn slachtoffer van de nieuwste sloopgolf in Oost-Jeruzalem, die opmerkelijk genoeg de ochtend direct na Annapolis is begonnen. Een derde van de Palestijnse families in Oost-Jeruzalem vreest hun onderkomen op dezelfde manier te verliezen, omdat ook voor hun huis een sloopverordening bestaat. Een dergelijke verordening wordt in de regel uitgegeven wanneer het huis te dicht bij een militaire installatie staat of wanneer het gebouwd wordt zonder bouwvergunning. Dit lijkt op het eerste gezicht niet onredelijk, maar inmiddels is uit verscheidene studies gebleken dat er sprake is van een serie plannen en wetten die het aanvragen van een bouwvergunning voor de Palestijnse bevolking van Oost-Jeruzalem praktisch onmogelijk maakt.

Gemiddeld één op de tien aanvragen wordt slechts gehonoreerd, waardoor de meeste Palestijnen zich gedwongen voelen illegaal te bouwen. Hierdoor staat inmiddels meer dan een derde van de Palestijnse huizen op de slooplijst, opgesteld door de gemeente Jeruzalem en het Israëlische ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij houden samen toezicht op deze ‘illegale’ bouw en organiseren de slooprondes, die in een aantal golven per jaar over de stad rollen.

Shuafat, Anata en Sur Baher zijn andere Palestijnse wijken waar sinds Annapolis al huizen tegen de vlakte zijn gegaan. Voor de families is het vaak een volslagen verrassing. Sloopverordeningen zijn in principe onbeperkt geldig, dus ook een huis dat dertien jaar geleden een verordening heeft ontvangen en inmiddels van eigenaar is gewisseld, kan zonder extra vooraankondiging gesloopt worden.

Behalve het neerhalen van huizen zijn er sinds Annapolis nog meer ‘feiten op de grond’ geconstateerd. Zo is deze week bekend gemaakt dat de nederzetting Har Homa, gelegen tussen Jeruzalem en Bethlehem, flink uitgebreid gaat worden. Een kritische opmerking van Condoleezza Rice hierover is inmiddels door de Israëlische minister van Volkshuisvesting in de wind geslagen.

RENÉ BOER

Voor René Boers videoreportages uit Israël, klik hier

NO WIN, NO FEE, NO KERST

Het Britse kerstseizoen brengt een nieuwe dimensie in betutteling met zich mee. Uit angst voor schadeclaims zijn Santa’s handen gebonden.

LONDEN – De Engelse gemeente Halesowen heeft de arrenslee uitgerust met een veiligheidsgordel. Bovendien mag de kerstman niet harder rijden dan zeven kilometer per uur. In de gemeente Alnwick is het voertuig helemaal niet welkom, zodat de cadeautjeskoerier is overgeleverd aan het openbaar vervoer. Aan het beklimmen van daken hoeft hij niet eens te denken. Het is niet zozeer dat de gemeentelijke overheden zich ongerust maken over het welzijn van de Santa, als wel dat verzekeringsmaatschappijen zich willen indekken tegen alle mogelijke ongevallen. Letseladvocaten staan immers als aasgieren te popelen om onheil financieel uit te buiten. Zoals de zomer voor hen het McDonald’s-seizoen is, zo is de winter het kerstseizoen.

Deze claimcultuur is gevoed door het invoeren van de _no win no fee-_procedure, waarbij burgers proces- en advocatenkosten alleen hoeven te betalen wanneer ze winnen. Dit heeft er in Groot-Brittannië toe geleid dat letselrecht een alternatieve staatsloterij is geworden voor pechvogels, een situatie die Nederland staat te wachten nu staatssecretaris van Justitie Nebahat Albayrak dit onderdeel van het Angelsaksische recht gaat importeren. Bedrijven en gemeenten verbieden dientengevolge alles waar risico aan kleeft, variërend van zakloopwedstrijden bij dorpsfeesten tot bellenblazen door clowns, wegens respectievelijk struikel- en uitglijdgevaar. Verzekeringspremies en belastingen zijn flink gestegen om geslaagde claims te kunnen bekostigen.

In de donkere dagen voor Kerst wordt doorgaans de noodtoestand afgekondigd. Een marktkoopman in Derby kreeg een vermaning, omdat hij kerstkaarsen verkocht zonder waarschuwing dat dit product brandbaar is. Het plaatsen van kerstbomen in publieke ruimten staat onder druk, nu is gebleken dat er zoiets als een kerstboomallergie bestaat. Bovendien zijn de naalden scherp en ongezond. De Londense deelgemeente Ealing heeft vanwege dat laatste al eens honderd taxussen omgezaagd. Er is steeds minder kerstverlichting te zien, nu het ophangen ervan niet meer een kwestie is van een ladder pakken, maar van het inhuren van gekwalificeerd personeel. Ondertussen wil het health & safety-_instituut een einde maken aan het verbergen van oude penny’s in _Christmas puddings, waarmee een traditie verloren dreigt te gaan.

Niets is echter gevaarlijker dan de kerstborrel. De Royal Society for the Prevention of Accidents heeft opgesomd wat er allemaal mis kan gaan. Boven aan dit boodschappenlijstje voor de letseladvocaten staan het dansen op tafels, het fotokopiëren van achterwerken en ongewenste intimiteiten onder de mistletoe. Bovendien is de werkgever verantwoordelijk voor de behouden thuiskomst van zijn dronken personeel. Losbandig zal het er evenmin aan toegaan op de Britse bases in Afghanistan en Irak. Het ministerie van Defensie heeft een verbod uitgevaardigd op de traditionele Christmas cracker. Dat is een kartonnen buisje, dat door twee mensen uit elkaar moet worden getrokken waarna er, begeleid door een knalletje, een papiertje met een flauwe grap tevoorschijn komt. Veel te gevaarlijk.

PATRICK VAN IJZENDOORN

MANNEQUIN OF MINISTER

Rachida Dati: het gezicht van ‘een Frankrijk dat verandert’ in een arrondissement waar men liever alles bij het oude laat.

PARIJS – Gehuld in haute couture van Dior poseerde Rachida Dati, de Franse minister van Justitie, onlangs op de cover van Paris Match. ‘Het gezicht van een Frankrijk dat verandert’ luidde de begeleidende tekst. Afgelopen maanden werd Dati al vaak gespot op mondaine feestjes en in hippe restaurants op de hoofdstedelijke linkeroever. Niet iedereen in Frankrijk waardeert deze glamoureuze kant. ‘Mannequin of minister?’ kreeg Dati reeds vanuit verschillende hoeken toegebeten.

Veel te vrezen heeft de frêle Dati, in Frankrijk geroemd om haar yeux de biche (reebruine ogen), vooralsnog niet. Met zorg cultiveerde ze haar imago als noeste werker die wist te ontsnappen uit de banlieue waar ze opgroeide als een van de twaalf kinderen van berooide Algerijnse immigranten. Met zo iemand kun je scoren, moet Nicolas Sarkozy gedacht hebben toen hij haar vijf jaar geleden aanstelde als medewerkster op het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij toen minister was. Sindsdien groeide Dati uit tot Sarkozy’s favoriete sarkozette en eenmaal gekozen tot president, aarzelde hij niet haar op een prestigieuze ministerspost te benoemen.

Toen op Justitie de afgelopen zomer de een na de andere topambtenaar opstapte uit onvrede over Dati’s stijl (‘te autoritair’), sprong Sarkozy opnieuw voor haar in de bres. Klagende magistraten zette hij weg als ‘grauwe erwten’ die maar moesten wennen aan hun energieke en onorthodoxe nieuwe baas. Na de scheiding van Sarkozy en zijn vrouw Cécilia werden de banden nog verder aangehaald. Als een soort surrogaat-first lady vergezelt Dati de president de laatste tijd op staatsbezoeken. Niet dat er sprake is van een relatie. Afgelopen zaterdag werd Sarkozy in innige omarming gesignaleerd met zangeres Carla Bruni in Disneyland-Parijs.

Presidentiële beschermelinge of niet, met de fotoreportage in Paris Match lijkt er een grens overschreden. Zo verwijten Franse kranten Dati overal te zijn behalve daar waar zij behoort te zijn: op haar ministerie op Place Vendôme. Daar valt immers nog genoeg werk te verrichten. Zeker nu de voorgenomen inkrimping van het aantal rechtbanken, een hervorming die Dati aanvankelijk zeer trefzeker ter hand nam, de afgelopen weken stuitte op groeiend verzet vanuit de Franse magistratuur. Toch ziet het ernaar uit dat de magistraten nog even moeten wachten. Dati kondigde namelijk aan dat zij haar zinnen heeft gezet op het stadhuis van het 7e arrondissement in Parijs – waarbij aangetekend dat het in Frankrijk volstrekt normaal is een ministerspost met een burgemeesterschap te combineren. De kritiek richtte zich dan ook vooral op de keuze voor het 7e, dat met zijn ambassades en bewaakte residenties geldt als een van de chicste wijken van de hoofdstad. Tijdens de tweede ronde van de presidentsverkiezingen behaalde Sarkozy er afgelopen voorjaar bijna 75 procent van de stemmen. Daar valt toch geen eer aan te behalen?

Toch is het voor La Dati nog geen gelopen race. Zo bleek in de Rue de Cler, waar ze onlangs haar campagne startte. De ontvangst was lauw. ‘Waarom komt Rachida hier?’ vroeg de eigenaresse van bloemenzaak Les Floralies, toen Dati met haar gevolg voorbijtrok. ‘Laat ze zich kandidaat stellen in één of ander arm arrondissement in het noorden van de stad waar ze echt iets kan betekenen!’ ‘Wij hebben het hier goed’, vulde een heer op leeftijd naast haar aan. ‘Wij willen juist dat er helemaal niets verandert!’

MARIJN KRUK