Week 2

Deze week

EENZAME AVONDEN IN HET ELYSÉE

Met dalende rapportcijfers lijken de wittebroodsweken van het presidentschap van Sarkozy in de media voorbij. Deze lijken nu nog alleen geïnteresseerd in echte wittebroodsweken.

PARIJS – Geen nieuwjaarswensen, maar op rapportcijfers trakteerde president Nicolas Sarkozy zijn ministers aan het begin van het nieuwe jaar. Schreven adviseurs van de Boston Consulting Group eerder al mee aan zijn verkiezingsprogramma, nu beoordeelden consultants van een concurrerend bedrijf de verrichtingen van de presidentiële equipe. Die cijfers waren over het algemeen in orde, alleen integratieminister Brice Hortefeux scoorde onder de maat; hij had op duizend na het quotum van 25.000 gedwongen uitzettingen gehaald.

Maar ook de Fransen spraken zich uit. En wel over de verrichtingen van de president zelf. In twee ‘approval ratings’ duikelde Sarkozy voor het eerst onder de magische grens van vijftig punten. De voornaamste klacht is dat hij er niet in slaagt de economie te laten groeien en de koopkracht te vergroten. Dat heeft iets tragisch: Sarkozy wilde immers juist in de eerste plaats de ‘president van de koopkracht’ zijn. Maar dat is nu juist bij uitstek het terrein waar politieke wilskracht alleen niet afdoende is. Internationale conjunctuur, de koers van de dollar, de olieprijs, allemaal zaken spelen mee waar zelfs een hyperpresident geen invloed op heeft.

Het linkse dagblad Libération rook derhalve bloed. ‘En wat als wij de president rapportcijfers zullen geven?’ kopte de krant. Enkele maten van de meetlat die de krant langs Sarkozy legde: hoe vaak heeft Sarkozy zich sinds zijn aantreden in de banlieue laten zien? (0 keer.) Hoeveel covers heeft het roddelblad Paris-Match aan hem gewijd? (6.) Hoeveel kilometer legde de president afgelopen maanden af in de Gulfstream van de bevriende miljardair Vincent Bolloré?

Dat laatste was een directe verwijzing naar het uitstapje dat Sarkozy met de kerstdagen maakte naar Luxor (Egypte) in gezelschap van zijn nieuwe vriendin Carla Bruni. Want de Franse economie mag stagneren, de amusementswaarde van de president blijft nog altijd onverminderd hoog. Afgelopen weekend verbleef het paar in Petra (Jordanië), hetgeen onmiddellijk leidde tot speculaties over een huwelijk, dat, zo stellen Franse kranten, ergens begin februari plaats zal moeten vinden.

En dus buigen alle entertainmentmedia zich over de vraag of Bruni zich zal schikken in haar nieuwe rol van première dame de France. Immers, in een interview met Madame Figaro stelde Bruni – die eerder relaties had met Mick Jagger, Donald Trump, Eric Clapton en de Franse filosoof Raphaël Enthoven – al eens dat ze zich stierlijk verveelde in monogame relaties. ‘Ik jaag mijn verlangen na, maar dat is na een week of drie meestal wel uitgedoofd. Daarom verkies ik de polygamie en de polyandrie.’

Die kritische grens van drie weken is inmiddels alweer ruim overschreden en dat biedt perspectieven voor Sarkozy, die de weken na zijn scheiding van Cécilia aan een vriend liet doorschemeren dat hij ‘de eenzame avonden in het Elysée geen dag langer meer verdroeg’. Juist dit breed uitgemeten liefdesleven doet afbreuk aan Sarkozy’s peilingen. Zo vindt een meerderheid van de Fransen dat hij zijn ‘privé-leven te veel op de voorgrond zet’. Een evidente hypocrisie, daar waar de roddelbladen over de presidentiële escapade en masse over de toonbanken vliegen.

Ook op de grote persconferentie die Sarkozy dinsdag hield in de Salle des Fêtes van het Elyséepaleis kwam Carla Bruni nog even voorbij. Op vragen over de aard van de relatie antwoordde Sarkozy dat het ‘serieus’ was, maar ook dat het niet de Franse kranten zouden zijn die de huwelijksdatum bekend zouden maken. Lees: de president gaat binnenkort trouwen.

Verder toonde Sarkozy zich ambitieus als altijd. Zo had hij het in zijn tell all persconferentie voornamelijk over zijn ‘politique de civilisation’ (een term van de socioloog Edgar Morin), die streeft naar niets minder dan een ‘rehumanisering van de politiek’. Ook moest Frankrijk de ‘ziel worden van de renaissance die de wereld nodig heeft’.

Onder zijn tanende populariteit leek Sarkozy overigens niet gebukt te gaan. Voor het oog van zo’n vijfhonderd journalisten zette hij Laurent Joffrin, de hoofdredacteur van Libération, vakkundig in de hoek. ‘U verwijt mij dat ik te nadrukkelijk in de media aanwezig ben, Monsieur Joffrin, maar het is uw krant die mij vrijwel dagelijks op de cover zet.’

Nee, zo stelde Sarkozy, het Franse presidentschap, dat is niet voor doetjes. Die konden maar beter stukjesschrijver worden.

MARIJN KRUK

CRIMINEEL GREENWICH

Dat een chique Londense postcode geen waarborg is voor criminaliteitsvrij boodschappen doen, ondervindt uw Groene-correspondent aan den lijve.

LONDEN – Met zijn markten, boekhandels en cafés is Greenwich een van de leukere buurten in Londen. De zeevaartschool en het Maritime Museum getuigen van het maritieme verleden, evenals het standbeeld van Nelson op de plek waar hij zijn manschappen uitzwaaide of verwelkomde. Iets verderop langs de Theems-oever bevindt zich het zorghuis voor bejaarde matrozen waar Arthur Schopenhauer tweehonderd jaar geleden lyrisch over schreef in zijn Londense dagboeken. Weer iets ginder staat het Queen’s House, waar zowel de Virgin Queen als Henry VIII is geboren. Dit Versailles van Londen ligt aan de voet van Greenwich Park, waar de sterrenwacht met haar nulmeridiaan staat.

Een beetje rijtjeshuis met twee slaapkamers kost hier al doende negen ton. Zelf huren we een Edwardiaanse bouwval in het wat minder chique East Greenwich, dat nog wel de gezegende postcode SE10 heeft, hetgeen in dit door postcodes geobsedeerde koninkrijk altijd handig is wanneer het aankomt op onderwijs, verzekeringspremies en tafelreserveringen. Wat de postcode niet garandeert, is een misdaadvrij bestaan. SE10, immers, grenst aan SE8 en SE7, bureaucratische codes voor onheilspellende nabuurschappen als Deptford en Woolwich, waarvan sommige bewoners SE10 plegen te bezoeken om op illegale manieren in hun secondaire levensbehoeften te voorzien. Bovendien herbergt SE10 zelf ook vervallen council estates, zoals Maribor House, waar afwijkende normen en waarden gelden.

Al doende hebben we in een half jaar tijd te kampen gehad met een diefstal van een fiets uit de tuin en een poging tot inbraak, terwijl de auto van de buren is leeggehaald. De historische theeklipper Cutty Sark is eerder dit jaar door brandstichting in rook opgegaan. Persoonlijk hoogtepunt viel op zondagochtend voor Kerst. Rond achten slaapwandelde uw correspondent de Co-op binnen om krant, brood en melk te halen. Bij het betreden van de super werd ik vastgegrepen door een personage met een bivakmuts die me herhaaldelijk mededeelde dat ik rustig moest blijven en diende mee te lopen. Bij de kassa stond een andere overvaller zijn zakken te vullen. Ik staarde mijn begeleider in de ogen, wat hem nerveuzer maakte dan hij al was. ‘Don’t look into my eyes’, schreeuwde hij, waarop ik plagend zei hem ergens van te kennen. Toen er een andere klant binnenkwam liet hij me los.

Links van me zag ik overvaller nummer drie met handen vol geld en sigaretten uit het kantoor komen rennen. Hoewel ik open sandalen droeg, dacht ik toch een bijdrage te kunnen leveren aan een betere wereld door hem een Laseroms op de enkels te geven, waardoor hij met een smak neerkwam en de Marlboro’s tussen de mozzarella neerdaalden. Snel krabbelde hij op om ziedend naar me toe te hinken, maar om een of andere reden – mijn grijns? – verkoos hij toch te vluchten. Van het personeel hoorde ik later pas dat hij de enige was met een mes.

Zelf begaf ik me naar een andere supermarkt om mijn boodschappenmissie voort te zetten, daar de Co-op even geen wisselgeld had. Op de terugweg zag ik dat de politie inmiddels was gearriveerd. Een agent ondervroeg me over de overval, maar tot mijn verbazing wist ik de overvallers amper te beschrijven, behalve dat ze, getuige hun accent, van Jamaicaanse komaf waren. Een Order of the British Empire heb ik nog niet ontvangen. Gezien de staat van het rechtssysteem is het waarschijnlijker dat ik een letselclaim namens de gevallen overvaller krijg.

PATRICK VAN IJZENDOORN

KONINKRIJK TE KOOP

Steeds meer Ghanese koninkrijkjes verkopen hun adellijke titels aan buitenlanders. Hoewel het geld dat deze meebrengen welkom is, zorgt het voor spanningen bij de stammen onderling.

ACCRA – Het is midden op de dag als de nieuwe chief van Kormantse vanaf het paleis op de heuvel naar beneden wordt gedragen. Het is bloedheet, maar de mensen dansen en zingen onophoudelijk op het ritme dat de drums aangeven. Gilo Koswal, een Nederlandse Surinamer uit Amsterdam-Zuidoost, wordt geïnstalleerd als ‘ontwikkelingschief’ van het Kormantse Nkum-rijk in Ghana. In ceremoniële kledingdracht zit hij pontificaal op zijn draagstoel, terwijl de processie zich langzaam naar het plaatselijke voetbalveld verplaatst, waar enkele partytenten voor wat schaduw zorgen.

In de schaarse momenten dat de enorme drums zwijgen, heeft de vertegenwoordiger van de gemeente het over ‘de illustere zoon uit de Kormantse diaspora die eindelijk is thuisgekomen’. Met onvervalst Surinaams accent zegt Koswal – die vanaf dat moment door het leven zal gaan als Nana Mbro II – vervolgens dat zijn weg ten einde is gekomen. Hij belooft de mensen met wie hij zijn lot heeft verbonden vooruitgang en welvaart. Net op dat moment hapert de geluidsinstallatie en gniffelen de toehoorders om de verkeerd uitgesproken naam van de stad. Op de achtergrond getuigt de ruïne van Fort Amsterdam in stilte van de al veel eerdere aanwezigheid van Nederlanders op deze plek.

Ongeveer dertig Nederlanders zijn koning of chief van een stam in Ghana. Sommigen omdat ze, zoals Koswal, mee hebben gewerkt aan ontwikkelingshulp en betrokken zijn geraakt bij de gemeenschap, anderen omdat het simpelweg een droom was om eens koning te worden. In Ghana, waar vele koninkrijken in armoede verkeren, kan een koninkrijk bijna letterlijk gekocht worden. Voor het geld dat iemand tijdens een vakantie aan de Spaanse kust uitgeeft, kan een Ghanees dorp gemakkelijk een jaar vooruit worden geholpen. Daarvoor is een installatie op de troon een kleine wederdienst. Blauw bloed is geen vereiste; geld en macht buigen wetten.

Maar wanneer tradities gebroken worden kan er wel heisa ontstaan. Disputen over traditionele leidersposities steken steeds vaker de kop op in Ghana, en de komst van buitenstaanders kan families met elkaar doen botsen. In april 2006 eindigde een conflict in het Dagbon-koninkrijk in het noorden van Ghana; vier jaar eerder was, op de dag van de kroning, de nieuwe koning met veertig onderdanen vermoord en het paleis in brand gestoken. Half november vorig jaar brak in het zuidoosten van Ghana om dezelfde redenen een opstand uit in het minikoninkrijk Anlo. Alleen door het sturen van een overdreven grote politiemacht en het instellen van een avondklok kon de nationale regering de rust herstellen. De noodtoestand is er nog steeds van kracht.

De kwesties van troonopvolging worden door een speciaal orgaan behandeld: het House of Chiefs. Deze instelling heeft echter niet de middelen om de groeiende stroom conflicten op te lossen. Geschat wordt dat driehonderd zaken over troonopvolging op behandeling wachten. Ondertussen zit Gilo Koswal tevreden op zijn stek. Als ontwikkelingschief zal hij verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van het Kormantse Rijk. De inwijdingsrituelen zullen tot diep in de nacht duren. Hij verzucht: ‘Het is te veel eer voor een man.’

JASJA ARIAN