Week 8

Deze Week

KINDER-BIJLAGE ‘HARD NIEUWS’

De Groene Amsterdammer gaat deze week vergezeld van een speciale bijlage, die geheel – interviews, reportage, foto’s, eindredactie, illustraties, advertenties, puzzels, opmaak – is vervaardigd door kinderen van de IMC Weekendschool Amsterdam-West. Deze school biedt ’s zondags praktijkonderwijs aan extra gemotiveerde kinderen tussen 10 en 14 jaar uit ‘sociaal-economische achterstandswijken’. Ze worden gedurende drie jaar in contact gebracht met professionals van allerlei slag. Daaronder ook journalisten.

Samenwerken met deze kinderen is een groot genoegen, omdat ze energiek, slim, geestig en leergierig zijn, maar het is – zeker in het licht van het Dijsselbloem-rapport – ook een pijnlijke ervaring. Dit zijn immers die ‘zwakke’ kinderen die door de onderwijshervormingen zijn verwaarloosd. Zeker, zij hebben een taalachterstand, maar het rapport van het SCO-Kohnstamm Instituut, dat de Volkskrant dinsdag openbaarde, laat zien dat zulke ‘achterlopende’ kinderen daardoor structureel worden onderschat.

Zij voelen dat zelf ook zo. Meermalen gaven ze blijk van hun frustratie zomaar afgescheept te worden als ‘die kinderen’ van ‘zo’n zwarte school’ uit Bos en Lommer of Slotervaart, die kennelijk opgroeien voor galg en rad. Zij ergeren zich aan de generalisaties over ‘moslimjongeren’ die politici als Geert Wilders zo gemakkelijk bezigen.

De redactie van De Groene Amsterdammer heeft met zeer veel plezier haar pagina’s en haar burelen ter beschikking gesteld aan dertig kinderen uit Amsterdam-West. Wij bevelen deze bijlage én de activiteiten van de IMC Weekendschool (www.weekendschool.nl) van harte bij u aan.

Redactie

NUCLEAIRE ROULETTE

Ook Rusland twijfelt nu plotseling aan de vreedzame bedoelingen van het nucleaire programma van Iran.

WASSENAAR – Terwijl het Westen al jaren probeert te voorkomen dat Iran kernwapens ontwikkelt, heeft Rusland de islamitische republiek altijd de hand boven het hoofd gehouden. Sterker nog, de Russen leverden het grootste deel van de technologie voor het Iraanse nucleaire programma. Op 6 februari volgde een verrassende ommezwaai: ‘Iran laadt de verdenking op zich dat het kernwapens ontwikkelt’, liet de Russische onderminister voor Buitenlandse Zaken, Aleksandr Losyukov, aan journalisten weten. Die opmerking is een eerste barstje in het pro-Iranfront, dat voornamelijk uit Rusland en China bestaat. Binnen de Verenigde Naties liep Rusland voorop om alle harde maatregelen tegen Iran te blokkeren, met als argument dat Iran recht heeft op vreedzaam gebruik van kernenergie.

Rusland heeft grote economische belangen in Iran. Per jaar bedraagt het handelsverkeer tussen beide landen volgens schattingen zo’n drie miljard euro. Iran is een grootafnemer van Russische geavanceerde wapensystemen en de technologische steun bij het nucleaire programma levert ook de nodige harde valuta op – alleen al de nucleaire reactor die de Russen in Bushehr helpen bouwen, is goed voor zo’n anderhalf miljard euro. Daarnaast vergroot de goede band met Iran de Russische machtspositie in het Midden-Oosten en ten slotte delen Iran en Rusland de ambitie om de Amerikaanse hegemonie zo veel mogelijk tegen te werken.

Vanwaar nu deze openlijke ommezwaai? Het antwoord lijkt simpel: ook Rusland wil niet dat Iran nucleaire wapens verwerft. Nog afgezien van het feit dat de Russische kernwapens des te machtiger zijn als anderen ze niet hebben, zitten de Russen niet te wachten op instabiliteit, een nucleaire wapenwedloop of zelfs nucleaire catastrofes aan hun zuidgrens. En wat als er een conflict uitbreekt en Iran onder Amerikaanse invloed komt?

De Russen weten best dat hun nucleaire assistentie in de afgelopen jaren niet alleen voor vreedzame doeleinden werd gebruikt, en zij weten ook dat zij ooit ergens een streep zouden moeten zetten. Zij zijn er echter van uitgegaan dat die hulp weinig kwaad kon als ze maar op tijd op de rem zouden trappen – en intussen konden ze er wel op vele manieren van profiteren. Rusland heeft niet voor niets voortdurend vertragingen veroorzaakt.

De Bushehr-reactor had al lang af kunnen zijn als de Russen niet steeds technische problemen (uiteraard ‘veroorzaakt door Iraanse partners’) hadden gehad en als de bouw niet meermalen was stilgelegd wegens (door Iran ontkende) ‘betalingsachterstanden’. Iran heeft het Russische spelletje ook wel door, maar speelt mee om er zelf eveneens zo veel mogelijk gewin uit te halen.

De Russische nucleaire hulp zal zeker niet meteen worden stopgezet, maar vermoedelijk verder worden vertraagd. De Russen hebben ongetwijfeld essentiële benodigdheden voor een nucleair programma nog niet gedeeld met Iran, zodat het project niet succesvol kan worden afgerond. Dat is gevaarlijk spel, want er zijn meer aanbieders op de markt: ook via Noord-Korea of criminele netwerken in Pakistan of de voormalige sovjetrepublieken zou Iran de ontbrekende technologie kunnen bemachtigen. Mocht zoiets ineens bekend worden, dan zal Rusland waarschijnlijk eieren voor zijn geld kiezen en hardere maatregelen door de internationale gemeenschap niet blokkeren – al zal een (Amerikaanse) militaire interventie hoe dan ook te ver gaan.

SICO VAN DER MEER

HET AFVOERPUTJE VAN WESTMINSTER

Met het aandragen van Patricia Hewitt als eurocommissaris laat de Britse regering opnieuw zien dat ze Brussel volstrekt niet serieus neemt.

LONDEN – Kort voordat hij aantrad als premier klaagde Gordon Brown over de toenmalige minister van Volksgezondheid Patricia Hewitt: ‘Ik zit hier te wachten, terwijl zij me de komende verkiezingen kost.’ Brown besefte dat Hewitt met haar bazige toontje de personificatie was van het koude, humorloze en betuttelende New Labour. Met een stalen gezicht verkondigde ‘Nanny Hewitt’ in het Lagerhuis ooit ’ns dat het opdoeken van negenhonderd ziekenhuisbedden een zegen was voor de volksgezondheid. Het ontslaan van verpleegsters en artsen noemde ze evenzeer ‘goed voor de patiënt, die op deze wijze waar voor zijn geld krijgt’. Geen wonder dus dat Brown haar meteen wegstuurde toen hij aan de macht kwam. Hewitt maakte van een nood een deugd door lucratieve bijbaantjes aan te nemen bij farmaceutische bedrijven die hadden geprofiteerd van haar ‘hervormingen’.

Brown heeft inmiddels bedacht dat het veiliger is om Hewitt het land uit te zetten en zal haar voordragen als eurocommissaris, waarschijnlijk op Justitie of Ondernemingen en Industrie. Hiermee zet Brown een interessante traditie voort: het dumpen van mislukte politici in Brussel. Dat begon met de aanstelling van Neil Kinnock halverwege de jaren negentig. Deze Labour-politicus verloor twee verkiezingen, waarmee zijn carrière in de binnenlandse politiek tot een voortijdig einde kwam. De Europese Unie vormde een mooie troostprijs. Na zijn terugkeer uit Brussel bleek deze voormalige euroscepticus uiterst Europagezind te zijn geworden. Zo wilde hij van het Verenigd Koninkrijk een ‘moderne, multiculturele en dynamische’ plek maken, waarbij het vervangen van mijlen door kilometers prioriteit moest hebben. Om ervoor te zorgen dat Kinnock, bijgenaamd ‘kinnockio’ of ‘windbag’, hem niet voor de voeten zou lopen, sloot Blair hem als Lord Kinnock of Bedwellty op in het Hogerhuis, een instelling die volgens de jonge Kinnock destijds beter kon worden afgeschaft.

Kinnock werd in Brussel opgevolgd door zijn voormalige communicatiechef Peter Mandelson, een andere brekebeen. Deze had carrière gemaakt als de architect van New Labour. Vanwege zijn sluwe werk achter de schermen kwam hij bekend te staan als de Prince of Darkness en de Sultan of Spin. Eenmaal in de schijnwerpers ging het mis. Binnen drie jaar tijd werd hij twee keer ontslagen als minister, de eerste keer omdat hij stiekem een lening van 370.000 pond had aangenomen van een collega-minister en de tweede keer omdat hij pogingen zou hebben ondernomen om een Brits paspoort te regelen voor twee puissant rijke Indiase broers in ruil voor hun financiële bijdrage aan de Millennium Dome. Drie jaar geleden besloot Blair hem naar Brussel te sturen, waar de salonsocialist Mandelson zich uitstekend thuis voelt. Hij kan eten bij La Buca di Bacco, een tweede huis kopen in de Londense sterrenwijk Primrose Hill en zijn auto parkeren tussen de Mercedessen van zijn lotgenoten. Kinnock, Mandelson en Hewitt hebben met elkaar gemeen dat ze bij de Engelse bevolking bekendstaan als arrogant, impopulair en zelfvoldaan. ‘Dat is de goede metafoor voor de Europese Commissie’, schertste politiek commentator Andrew Pierce.

PATRICK VAN IJZENDOORN

61 LIMOUSINES

Als president die de boeken in wil gaan als de president die ziekte, honger en corruptie bestreed, heeft Bush zijn Afrika-bezoek suboptimaal getimed.

DAR ES SALAAM – Voor president Bush is de Afrika-reis een last minute-_gelegenheid om zijn politieke erfenis enigszins bij te stellen en zich te profileren als _‘compassionate conservative’. Zijn route over het continent vermijdt de grote conflicten en benadrukt zo veel mogelijk de Afrikaanse succesverhalen – met de nadruk op hiv- en malariabestrijding, democratie en corruptiebestrijding. Hij stuurde Condoleezza Rice naar Nairobi, terwijl hij zelf een fabriek voor muggennetten in Arusha bezocht.

Het bezoek van president Bush aan Tanzania viel samen met een stevig corruptieschandaal. In 2006 – het jaar waarin Jakaya Kikwete president werd na een verkiezingscampagne waarin corruptiebestrijding centraal stond – sloot de Tanzaniaanse regering een deal met het Amerikaanse bedrijf Richmond Development Company, gevestigd in Houston. Richmond is gespecialiseerd in het aanleggen van infrastructuur in ontwikkelingslanden. Het bedrijf zou Tanzania’s elektriciteitsnet 100 megawatt noodcapaciteit leveren. Dat was acuut nodig, omdat de stuwdamcentrales dat jaar door ernstige droogte onderpresteerden.

Kikwete ontbond ruim een week geleden het kabinet na het verschijnen van een onderzoeksrapport over de Richmond-affaire. Hij formeerde in hoog tempo een nieuwe regering om de Amerikaanse president niet in een onbestuurd land te hoeven ontvangen en greep de formatie van de regering aan om het aantal ministeries te verkleinen, na kritiek van ‘donoren’ dat zijn regering ‘te groot’ was. De nieuwe regering telt 47 ministers, een ware verbetering ten opzichte van de 61 in de vorige regering. Met de reductie bespaart Kikwete ruim 1,5 miljard Tanzaniaanse shillings (een miljoen euro) alleen al aan limousines voor de bewindslieden.

Het onderzoeksrapport concludeerde dat het contract met Richmond 172 miljoen dollar waard was – en dat Richmond de 100 megawatt nooit had geleverd. Richmond zelf betwist de waarde van het contract en claimt 83 miljoen dollar met Tanzania te hebben afgesproken. Daarvan heeft het bedrijf naar eigen zeggen geen cent gezien. Hoeveel geld de regering heeft verloren is niet duidelijk, maar het rapport stelde vast dat Tanzania onder het Richmond-contract dagelijks 140.000 dollar betaalde – al kon niet worden vastgesteld wie dat geld ontving. Het onderzoeksrapport bevat een uitvoerige lijst structurele en institutionele aanbevelingen die dergelijke drama’s in de toekomst moeten voorkomen.

Ongeveer een maand geleden ontsloeg Kikwete al de directeur van de centrale bank vanwege het ontbreken van 120 miljoen dollar op de balans van de bank. Een medewerker van een internationaal accountantskantoor in Dar die bekend is met de accountants die de fraude opspoorden, vertelde dat de bankdirecteur aan meer dan tien buitenlandse bedrijven betalingen verrichtte, zonder dat er een contract voor een tegenprestatie bestond.

Bush prees Tanzania en zijn president, Jakaya Kikwete, eindeloos, vanwege diens sterke leiderschap en voortvarende aanpak van de corruptie. Bush zegde een gift van 700 miljoen dollar toe voor de verbetering van de infrastructuur. Tijdens een persconferentie in Dar es Salaam zei Bush: ‘Ik zal direct zijn: Amerika wil geen geld uitgeven aan mensen die het stelen.’

JANNES BOLTEN

ACHTERHOEDEGEVECHT

Reageerde minster Verhagen overdreven op de anti-integratieopmerkingen van de Marokkaanse overheid?

AL HOCEIMA – Dat minister Verhagen van Buitenlandse Zaken zo onthutst is over uitlatingen van de Marokkaanse onderminister voor Marokkanen die in het buitenland verblijven dat hij de ambassadeur in Nederland op het matje wil roepen, is eigenlijk nog verbazingwekkender dan die uitlatingen zelf. Want wat Marokko betreft is er niets nieuws onder de zon. Hooguit zet de nieuwe, conservatieve minister-president Abbas el-Fassi – de directe baas van onderminister Ameur, die afgelopen week stelde dat Marokkanen in het buitenland minder moeten integreren – de puntjes op de i. De Marokkaanse voorstellen behelzen voornamelijk de uitbreiding van het onderwijs in het Arabisch en de Marokkaanse cultuur en het opzetten van vijf ontmoetingsplaatsen voor Marokkanen in de landen waar zij verblijven. Met als doel de banden tussen de Marokkanen en ‘la mère patrie’ te verstevigen.

Dat is allerminst nieuw beleid. Al sinds Marokkanen als gastarbeiders naar Europa trokken, vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, is het niet de bedoeling geweest dat zij zich daadwerkelijk blijvend zouden vestigen in het land waar ze gingen werken. Want dan zouden ze hun verdiende centen niet langer naar Marokko sturen en zou de Marokkaanse overheid de greep op haar onderdanen kwijtraken. Ook in Nederland hielden de ‘Amicales’, de Marokkaanse veiligheidsdiensten, de gastarbeiders in de gaten. Zo’n twintig jaar na de komst van die gastarbeiders bedacht Nederland weliswaar dat zij dienden te integreren, maar daar heeft Marokko nooit een boodschap aan gehad. Koning Hassan II stelde zelfs dat Marokkanen niet mee mochten doen aan Nederlandse verkiezingen.

Jarenlang is er onderhandeld over de mogelijkheid voor Marokkanen om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen. Daarin haalde Nederland uiteindelijk bakzeil: Marokkanen in Nederland konden twee nationaliteiten hebben. Onder koning Mohammed VI is de mogelijkheid om afstand te doen van de Marokkaanse nationaliteit net zo min bespreekbaar als onder zijn vader – wat Rita Verdonk daarover ook beweerde.

Toch heeft de Marokkaanse overheid meer reden tot zorg dan de Nederlandse. Want in de ondergrondse oorlog om de Marokkanen in het buitenland speelt de tijd in het voordeel van het land dat Marokkaanse migranten verkozen om zich te vestigen. In Nederland zijn hun kinderen Nederlanders geworden, die weliswaar hun roots niet verloochenen en het best leuk vinden ’s zomers een paar weken in Marokko door te brengen, maar die hun toekomst zien in Nederland. Net als de voorstellen van onderminister Ameur heeft de pas ingestelde Hoge Raad van Marokkanen in het Buitenland tot doel de banden aan te halen met de ‘Marocains Résidents à l’Étranger’, zoals ze de migranten hardnekkig blijft noemen. Het is een achterhoedegevecht dat de Marokkaanse overheid gedoemd is te verliezen. Dat had Maxime Verhagen ook kunnen weten.

SIETSKE DE BOER