Week 12

Deze week

Beste lezer, lezeres van De Groene Amsterdammer,

Hartelijk dank voor uw gulle reactie op onze kerstoproep. Het kan de warme gloed van ons 130-jarig bestaan zijn geweest, of de opwarming van de aarde, misschien ook wel het stijgende vertrouwen – volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau – van de Nederlander in de economie en het kabinet, hoe het ook zij, wij hebben dit jaar een uitzonderlijk rijk geschenk van onze lezers mogen ontvangen. Wij beloven u dat uw gift bestemd wordt waarvoor die bedoeld was: de nooit aflatende verhoging van de kwaliteit van De Groene Amsterdammer. De nieuwe hoofdredacteur, Xandra Schutte, deed in de pers al kond van haar verlangen het tijdschrift verder ‘intellectueel aan te scherpen’. Uw geschenk zal haar zeer van pas komen.

Alle boeken zijn inmiddels verzonden, op De Groene stijlgids van de hand van Rob van Erkelens na. Die verwachten wij nog voor het einde van deze maand aan de gevers te sturen.

Wij hopen dat u ons blijft steunen, maar voor alles hopen wij dat u ons blijft lezen en ons blijft voorzien van uw kritische commentaar.

Met beste groet,

Koen Kleijn en Paul Disco

hoofdredacteur a.i. en directeur/uitgever

DE VLEESGEWORDEN DROOM

Roland Arnall (1939 – 2008)

AMSTERDAM – Vorig jaar was een groepje studenten internationale betrekkingen van de Universiteit Utrecht op bezoek op de Amerikaanse ambassade in Den Haag. Het was in alles een voorspelbaar bezoek, waar de gids een plichtmatig verhaal afdraaide, dat de studenten plichtmatig opschreven. Totdat ineens de ambassadeur, Roland Arnall, binnenwipte. Een man met een sympathieke glimlach, een beetje gezet en gestoken in een onbetaalbaar maatpak, waarop het tl-licht leek te reflecteren.

Wat ze kwamen doen, wilde hij weten. Een student vertelde dat ze anti-Amerikaanse sentimenten in Nederland moesten onderzoeken. De Tweede Kamer was net in overleg over een eventuele verlenging van de missie in Uruzgan en nu, zei de student, hadden ze het idee dat de VS de Nederlandse regering beïnvloedden om langer te blijven. Was dat nu niet juist voer voor anti-Amerikanisme? Arnall schudde het hoofd: ‘Kijk – en dit geloof ik heilig – als je niet van Amerika houdt, dan begrijp je het gewoon niet.’

Dat is nogal een dooddoener, maar als er één iemand recht van spreken had over de American Dream was hij het wel. Geboren in Frankrijk, joods maar opgevoed als katholiek, om de nazi’s te misleiden, emigreerde hij na de oorlog naar Canada. Begin jaren vijftig verhuisde hij met zijn broer naar Los Angeles, waar ze een bloemenzaak begonnen. De zaken floreerden en Arnall begon te investeren in filantropische instellingen; zo was hij betrokken bij de oprichting van het Simon Wiesenthal Centre in 1977.

Maar Arnall stond ook voor de keerzijde van die droom. Na de bloemenbusiness maakte hij zijn fortuin – Forbes schatte zijn vermogen op anderhalf miljard dollar – met Ameriquest, een bank die goedkope leningen verstrekte. Ameriquest was een zichtbaar bedrijf; het sponsorde de Amerikaanse tour van de Rolling Stones en had elk jaar prominente reclames tijdens de Superbowl (standaard de best bekeken tv-uitzending). In 2004 verstrekte het bedrijf een record van 589 miljard dollar aan leningen. Ondanks dit succes lag het bedrijf constant onder vuur; de leningen gingen gepaard met woekerrentes en werden verstrekt aan mensen die er financieel eigenlijk niet voor in aanmerking zouden mogen komen. Het leverde het bedrijf talloze aanklachten en gerechtelijke onderzoeken op. Arnalls dream ging ten koste van anderen.

Arnall schudde die aantijgingen altijd van zich af, maar ze lieten wel degelijk sporen achter. Toen hij tijdens de verkiezingscampagne van 2004 een succesvolle geldinzameling voor president Bush startte, werd hij voorgedragen voor de post van ambassadeur in Nederland. Zelden werd een kandidaat zo doorgezaagd door het Congres, dat ambassadeurs moet goedkeuren. Was een woekeraar de juiste man om naar Nederland te sturen? Pas na vier stemrondes werd hij goedgekeurd.

Bij zijn aantreden in Nederland, begin 2006, toonde hij zich niet mismoedig over die moeizame goedkeuring. Dat was nu eenmaal hoe Amerika werkt. In een periode waarin Bush al zijn bondgenoten zag verdwijnen door een falend Midden-Oostenbeleid bleef Arnall tot zijn laatste adem een believer. Maandagavond overleed hij aan de gevolgen van kanker.

JOOST DE VRIES

WEES BERLIJN!

Na Amsterdam en New York wordt nu ook Berlijn op een hipperdehippe propagandacampagne getrakteerd. Is dat geld goed besteed?

BERLIJN – ‘Ik nodig u uit, ons, uw medeburgers en de hele wereld te laten zien dat u Berlijner bent. Stuur ons daarom uw persoonlijke verhaal over Berlijn en wordt zo ambassadeur van onze stad.’ Deze boodschap van burgemeester Wowereit viel afgelopen week bij 1,4 miljoen Berlijnse huishoudens in de bus. Met de slogan ‘Be Berlin’ wil het stadsbestuur de komende twee jaar het imago van Berlijn verder opvijzelen.

Berlijn staat bekend als een hippe, tolerante en vooruitstrevende stad. De senaat wil dit beeld middels een tien miljoen euro kostende campagne verder uitbouwen. De hoofdstad wil namelijk ook worden gezien als een competente stad op het gebied van wetenschap en economie, iets waar het op dit moment nog aan schort. Aan de hand van Berlijnse succesverhalen moet de rest van Duitsland ook overtuigd raken. In 2009 wordt de campagne ook in het buitenland ingezet. Hoe is nog niet duidelijk: een concept voor het internationale gedeelte van de campagne is nog niet uitgewerkt.

Los van de vraag of de slogan en het format gelukkig gekozen zijn, vragen Berlijners zich af of de stad deze campagne überhaupt nodig heeft. Op dit moment zijn er al twee andere campagnes gaande: de overkoepelende ‘Berlin City of Change’-campagne en de campagne ‘Berlin, Berlin, wir fahren nach Berlin’, waarmee het Berlijnse bureau voor toerisme ana de weg timmert. Ook is er nog de door Wowereit ooit terloops in een interview genoemde, maar uiterst succesvolle strijdkreet voor de hoofdstad: ‘Arm, aber sexy’.

Berlijn trekt jaarlijks maar liefst acht miljoen toeristen en is een favoriete locatie voor congressen. Tegelijkertijd kent de stad een hoge werkeloosheid en een enorme schuldenlast en spreken veel derdegeneratie-immigranten nog steeds geen Duits. Op wetenschappelijk gebied heeft slechts één van de drie universiteiten het tot elite-universiteit geschopt. Het verlenen van financiële steun aan de kwart miljoen werklozen, het stimuleren van onderzoek en het aanpakken van het schrijnende integratievraagstuk zouden de stad dan ook meer goed doen dan de lancering van de zoveelste kostbare stadsreclame.

Terug naar de campagne zelf. ‘Een goede campagne is authentiek, origineel en onderscheidend’, aldus Wowereit. Aan die kenmerken voldoet deze campagne in ieder geval niet. De gemeente heeft een aantal marketingbureaus gevraagd een slogan te bedenken. Maar liefst vijf ervan kwamen met de kreet ‘Be Berlin’ op de proppen. Het ‘Be Berlin’-motto is geheel in de traditie van ‘I LOVE NY’, de moeder aller stadspromotiecampagnes, daterend uit de jaren zeventig. Ook lijkt de slogan verdacht veel op onze eigen _‘I AMsterdam’-_campagne. ‘Korte internationaal klinkende slogans zijn de trend op dit moment’, zegt senaatswoordvoerder Richard Meng. ‘Ietwat op elkaar lijkende slogans zijn dan ook niet te vermijden.’ Oud-wethouder Frits Huffnagel, destijds verantwoordelijk voor de ‘I AMsterdam’-campagne, verwoordt het anders: ‘Ik zeg altijd: beter goed gejat dan slecht bedacht… Maar dit is gewoon slecht gejat.’

Of Berlijn met de opportunistische ‘Be Berlin’-campagne meer kan worden dan ‘arm, aber sexy’ is zeer de vraag. ‘Deze campagne is geen kwestie van geld verdienen maar van ideeën’, probeert Wowereit nog. Hij maakt daarmee echter een kapitale denkfout, want de campagne gaat juist om geld: geld dat er niet is, geld dat toch wordt uitgegeven en geld dat met deze campagne niet zal worden terugverdiend.

STEPHAN SWINKELS

BURGERMANSGELUK

In de sloppenwijk Tancredo Neves wordt een nieuw buurtpleintje omarmd als een redmiddel tegen de criminaliteit.

SALVADOR – ‘Beter laat dan nooit’, grijnst Nadiège Nascimento de Souza (49), gezeten op een van de gloednieuwe bankjes op het gloednieuwe buurtpleintje van de sloppenwijk Tancredo Neves in de Braziliaanse miljoenenstad Salvador. Even verderop rent kleinzoon Iago (3) uitzinnig van plezier rond in het gloednieuwe speeltuintje. ‘Voor mijn eigen kinderen was er hier vroeger niets. Zij speelden bij de rivier, maar die is nu vervuild’, zegt Nadiège.

Met veel bombarie werd afgelopen week het nieuwe plein, uitgerust met bankjes voor de ouderen, een speeltuin voor de kinderen en een basketbalveld en sporttoestellen voor de jongeren aan de buurtbewoners gepresenteerd. Alles strak in de gele verf en fel verlicht, dus veilig. Het buurtpleintje van Tancredo Neves is één van liefst 310 soortgelijke pleintjes die de centrum-linkse coalitie van burgemeester João Henrique in de stad wil bouwen in een poging de geweldsproblematiek in de sloppenwijken tegen te gaan met een dosis burgerzin en woonerfgeluk.

‘Buren moeten weer buren worden!’ roept Beto Gaban, een van de vertegenwoordigers van Tancredo Neves in de gemeenteraad van Salvador, als hij de menigte toespreekt. ‘Deze wijk is té lang een wijk zonder ontmoetingsplek geweest, zonder hart.’ Daarin heeft Beto Gaban zonder meer gelijk. Tancredo Neves is namelijk een steenwoestijn met evenveel inwoners als Haarlem, zonder openbaar groen en – tot vorige week – zonder veilige hangplek. Vooral dat woord ‘veilig’ is essentieel; de laatste maanden groeide de wijk uit tot een van de meest negatieve voorbeelden van de veiligheidsproblematiek in Brazilië, waar de media gretig kond doen van de flinke aantallen doden in de confrontaties tussen politie en criminelen.

Het plan van het stadsbestuur lijkt misschien simpel, maar blijkt uiterst doeltreffend. Een week na de oplevering van het buurtpleintje is de stemming in Novo Arvoredo, de buurt van Tancredo Neves waar het pleintje ligt, voelbaar verbeterd. Kinderen hangen in de klimrekken, ouders wisselen nieuwtjes uit en door de verlichting op het sportveld kunnen de jongeren tot laat basketballen. ’s Avonds staat er zowaar een straatverkoper die suikerspinnen verkoopt.

Met één pleintje zijn de problemen van Tancredo Neves natuurlijk niet opgelost, al was het maar omdat het pleintje helemaal aan de rand van de wijk ligt. Te ver om te lopen als je ‘aan het einde van de lijn’ – zoals het armste gedeelte van de wijk eufemistisch genoemd wordt – woont.

Ook kan het stadsbestuur een zeker opportunisme niet worden ontzegd. Volgens veel bewoners is het bepaald geen toeval dat er opeens een buurtpleintje uit de grond gestampt wordt: later dit jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Maar dat zal Iago en zijn nieuwe speelkameraadjes worst wezen. Een kinderhand is gauw gevuld.

ALEX HIJMANS

ZONDE

Met de nieuwe ‘sin taxes’ laadt de Britse premier Brown de verdenking op zich een fikse afkeer te koesteren voor alles wat naar genot neigt.

LONDEN – De begrotingstoespraak van de Britse minister van Financiën Alistair Darling zal de geschiedenis ingaan als de duurste slaappil ooit. Een klein uur lang probeerden de aanwezigen in het Lagerhuis wakker te blijven bij het hypnotiserende effect van Darlings monotone stemgeluid, gebrek aan inspirerende ideeën en zinnen die, de sociaal-democratische beginselen indachtig, allemaal even lang waren. Het ene Kamerlid controleerde de kwaliteit van zijn oorsmeer, een ander las stiekem de krant en op de tribune voor Hogerhuisleden sloop Lord Howe, de legendarische minister van Financiën in de nadagen van Thatchers bewind, na tien minuten weg.

Lord Geoffrey Howe is van de lichting penningmeesters die sterke drank – in zijn geval whisky – nuttigden tijdens de presentatie van de begroting, een traditie waar ironisch genoeg een einde aan kwam met het aantreden van de Schotse Raj. Gordon Brown zwoer bij mineraalwater, terwijl zijn opvolger Darling het houdt op kraanwater. Mineraalwater – de drank van New Labour – is uit de gratie geraakt vanwege de nadelige effecten voor het milieu. Maar de overheid heeft nog grotere ambities en bindt, na het Ardennenoffensief tegen de rokers, langs financiële weg de strijd aan met de liefhebbers van bier en goedkope wijn. ‘Dit is een begroting voor Calais’, merkte een commentator op, refererend aan de Franse kustplaats, waar veel Britten hun genotsartikelen vandaan halen.

Vanzelfsprekend worden ook roken, vliegen en autorijden duurder, terwijl rijke buitenlanders in de nabije toekomst een extra belasting tegemoet kunnen zien, wat er vooral toe zal leiden dat ze hun domicilie elders zullen kiezen. Het officiële motief voor deze sin taxes zijn de volksgezondheid, openbare orde en bescherming van het milieu, maar volgens veel Britten is het Browns presbyteriaanse afkeer van alle plezier zonder direct nut. Brown is de laatste maanden geregeld geportretteerd als een Stalin-lite, maar een vergelijking met Oliver Cromwell is beter op z’n plaats. In The Daily Telegraph schreef columniste Rachel Sylvester dat het politieke debat van nu een reprise is van de burgeroorlog tussen de Cavaliers van koning Karel I en de Roundheads van Cromwell. Laatstgenoemden trokken indertijd op succesvolle wijze ten strijde tegen herbergen, theaters, het papisme, make-up, kerstmis en voetballen op zondag. Pas met de restauratie onder Karel II, de vrolijke koning, brak de grauwsluier van de puriteinen.

De hedendaagse cavaleristen vormen een interessante coalitie van de koninklijke familie, de Conservatieven, vossenjagers, libertarische socialisten, pubeigenaren, hedonisten en de schrijfster Fay Weldon, die walgt van het ‘neo-cromwelliaanse Groot-Brittannië’. Her en der in het land tekenen zich haarden van verzet tegen de Roundheads af, zoals in Halifax, waar een pubeigenaar een bordje aan de deur heeft opgehangen met de mededeling dat landvoogd Brown niet welkom is. Voor levensgenieters zullen er nog zware tijden aanbreken, zeker wanneer Brown besluit te luisteren naar Julian Le Grand, professor aan de London School of Economics, voorzitter van Health England en regeringsadviseur. Niet alleen wil Le Grand een speciaal pasje voor rokers invoeren, ook wil deze ‘egghead’ bedrijven verplichten werknemers een dagelijks fitnessuur aan te bieden. Werknemers zijn niet verplicht deel te nemen. Nog niet.

PATRICK VAN IJZENDOORN