Week 14

Deze week

TWIJFELS OVER TSJAAD
Het kabinet kreeg afgelopen week slechts schoorvoetend parlementaire steun voor de uitzending van Nederlandse militairen naar Tsjaad. Zijn de twijfels terecht?
WASSENAAR – Nederland stuurt zestig mariniers naar Tsjaad voor deelname aan de operatie Eufor van de Europese Unie. Eufor dient circa vijfhonderdduizend vluchtelingen te beschermen en humanitaire hulp en terugkeermogelijkheden te bevorderen. De vluchtelingen komen deels uit Tsjaad zelf, maar vooral uit de aangrenzende regio Darfur in Soedan en uit de Centraal-Afrikaanse Republiek. Zij zijn gevlucht voor het geweld van diverse strijdende groeperingen in het grensgebied van deze drie landen.
Het ontplooien van een vredesmissie in Tsjaad is slim bedacht. In Darfur wordt – zeer langzaam, maar toch – een militaire missie van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie opgezet. Men wil voorkomen dat het conflict in Darfur zich verplaatst naar buurlanden. Dat is eerder gebeurd in bijvoorbeeld Rwanda, waar Hutu-milities de grens met de Democratische Republiek Congo over vluchtten en daar nog steeds grote problemen veroorzaken. Ook het Verzetsleger van de Heer uit Oeganda heeft zich na militaire tegenslagen verplaatst naar grensgebieden in Soedan en Congo. Het idee om niet alleen een vredesoperatie in Darfur te starten, maar ook eentje in buurland Tsjaad, toont aan dat de internationale gemeenschap heeft geleerd van het verleden.
De Nederlandse twijfels hebben dan ook niet zozeer te maken met het doel van de missie. Naast de vluchtelingenproblematiek heeft Tsjaad nóg een probleem. Het land wordt ook geteisterd door een gewapende opstand tegen het regime van president Idriss Déby. Het bewind krijgt daarbij politieke en militaire steun van oud-kolonisator Frankrijk. Het is vooral deze steun die vragen oproept over de Eufor-missie. Frankrijk is namelijk óók initiatiefnemer en aanvoerder van Eufor. Laat de Europese Unie zich voor het karretje van de ‘neokoloniale’ Fransen spannen? Wordt de missie wel als onpartijdig beschouwd door de rebellen en burgers in Tsjaad? Of worden de Nederlandse mariniers een schietschijf voor opstandelingen die hen aanzien voor hulpjes van de Fransen, die op hun beurt hulpjes zijn van het omstreden regime?
De Nederlandse regering voorziet weinig problemen. De Franse troepen die de regering in het zadel houden, opereren ver van het gebied waar Nederland actief is. Bovendien worden de Nederlandse mariniers ingebed in een Ierse eenheid, niet in een Franse. Het verschil tussen de Eufor-militairen en de Franse ‘neokoloniale’ troepen zal duidelijk genoeg zijn.
De analyse van het kabinet klinkt geloofwaardig. De problemen waar de mariniers mee te maken krijgen zullen niettemin immens zijn – de vluchtelingenproblematiek is schrijnend en ingewikkeld, de veiligheidssituatie is riskant en het probleemgebied is uitgestrekt en moeilijk begaanbaar. Wat dat betreft kan een bijdrage van zestig militairen voor slechts tien maanden als een druppel op een gloeiende plaat worden gekenschetst. Mochten de Nederlanders toch doelwit worden van rebellen, dan is de nabijheid van de Fransen eerder voor- dan nadelig. De Fransen kennen het gebied goed en hebben er de reputatie dat met hen niet valt te sollen. Als initiatiefnemer en aanvoerder van de Europese missie heeft Frankrijk er bovendien alle belang bij om deze te laten slagen. Bang om in de steek te worden gelaten door de internationale partners hoeft Nederland dit keer niet te zijn.
SICO VAN DER MEER

RANCUNE VAN DE LINKSE KAVIAAR
Royaal afgeserveerd worden is zo makkelijk nog niet, ontdekte Sarkozy-adviseur Georges-Marc Benamou.
PARIJS – In ieder geval was het een zachte landing voor een in ongenade gevallen hoveling. Georges-Marc Benamou hoefde dan ook niet lang te aarzelen toen hij het directeurschap van de Villa Medicis aangeboden kreeg. De Villa Medicis is het Franse culturele instituut in Rome. Traditioneel verbleven hier de winnaars van de Prix de Rome. Vandaag de dag biedt het onderdak aan kunstenaars uit alle disciplines. De Villa is gebouwd op een van zeven heuvels en biedt een fabelachtig uitzicht over de Eeuwige Stad. Niet voor niets dus geldt het directeurschap als een van de meest begeerde posities in de Franse culturele wereld.
Benamou is de auteur van Le dernier Mitterrand (2005), het verslag van de laatste maanden van François Mitterrand en berucht vanwege een omstreden scène waarin de doodzieke president een feestmaal van ortolanen aanricht. Na het verscheiden van ‘Tonton’ zocht Benamou in de tweede helft van de jaren negentig zijn heil in de entourage van aanstormend politicus Nicolas Sarkozy. Na diens verkiezing tot president werd hij in mei benoemd tot speciale adviseur, belast met media en cultuur.
Maar Benamou maakte veel vijanden. In de Franse pers (‘Hij beschouwt de machtigen als vrienden, topambtenaren als instrumenten en het gewone personeel als slaven’, schreef Le Monde in een vilein portret), op het ministerie van Cultuur, waar hij steeds meer taken naar zich toe trok, maar vooral op het Elysée zelf, waar Sarkozy-getrouwen van het eerste uur hem zijn overstap van mitterrandie naar sarkozie blijven nadragen en hem beschouwen als een gevaarlijke intrigant.
Wat precies de laatste druppel was blijft tot dusver onopgehelderd, maar vast staat dat er zware woorden zijn gevallen. ‘Welke halve gare heeft die beslissing genomen?’ zou de president bij een gelegenheid geschreeuwd hebben. Begin dit jaar werd Benamou dan ook te verstaan gegeven dat zijn diensten niet langer op prijs werden gesteld. Ter compensatie kreeg hij het directeurschap van de prestigieuze Villa in het vooruitzicht gesteld. Hier kon hij zich wijden aan wat hij naar eigen zeggen eigenlijk het liefste deed: het schrijven van romans en scenario’s. Maar de reeds geprogrammeerde lessen Italiaans kunnen worden afgezegd. Er bleek namelijk één probleem. Benamou had de vacant gekomen plek zelf reeds aan vijf andere mensen toegezegd. Eén daarvan, cultuurbobo Olivier Poivre d’Arvor, pikte dit niet en schreeuwde luidkeels zijn ongenoegen van de toren in een veel becommentarieerde open brief aan president Sarkozy. Al spoedig liep zo’n beetje de hele Franse culturele wereld te hoop in pamfletten, ingezonden brieven en andere veroordelingen van dit fait du prince. Zelfs la princesse bemoeide zich met de zaak. Zij het indirect. Tegen haar vrienden sprak Carla Bruni-Sarkozy haar verbazing uit over de ‘typisch Franse curiositeit die eruit bestaat een adviseur uit te rangeren door hem op een magnifieke post te benoemen’.
Typisch Frans? Hoe dan ook: het Elysée bond ijlings in, liet weten dat ‘nog niets officieel is’ en stelde ad hoc een benoemingscommissie samen met daarin louter verklaarde vijanden van Benamou. Zelf sprak hij van de smerige streek die hem is geleverd door ‘la gauche caviar’ die hem nooit zijn overstap naar het kamp van Sarkozy vergeven heeft. ‘Nooit aan een onderneming beginnen als je niet van tevoren weet dat je hem tot een goed einde kunt brengen’, adviseerde Baldassare Castiglione de hoveling reeds in Il libro del Cortegiano (1528). Maar ja, Benamou kende nog geen Italiaans.
MARIJN KRUK

NA STOIBER DE ZONDVLOED?
De Beierse ‘supertandem’ Beckstein en Huber ontpopt zich steeds meer tot de brokkenpiloot van de CSU.
BERLIJN – Dit weekend maakte de Beierse oud-minister-president Edmund Stoiber bekend zich niet meer beschikbaar te stellen als kandidaat voor het Beierse parlement. Vorig najaar trad hij noodgedwongen af als minister-president en CSU-partijleider. Stoiber wil nu plaats maken voor de volgende generatie. Hij zal in dat verband in het bijzonder niet doelen op zijn twee opvolgers: minister-president Günther Beckstein en CSU-chef Erwin Huber. Deze zijn namelijk hard bezig de politieke erfenis van Stoiber te verkwanselen. En dat komt, met een aantal belangrijke gemeenteraadsverkiezingen voor de deur en de deelstaatverkiezingen in september, bijzonder slecht uit.
De Christlich-Soziale Union en Beieren hebben een ijzersterk huwelijk. De partij is diep in elke laag van de bevolking ingebed. Sinds 1970 heeft zij nooit minder dan 120 van de 204 zetels in het Beierse parlement bezet. Aartsconservatief, katholiek en chauvinistisch staat de partij garant voor het sterke imago van Beieren, zowel nationaal en internationaal. De minister-president is dan ook de absolute koning van Beieren en meestal ook meteen CSU-leider.
Na het vertrek van Stoiber werd echter gekozen voor een duoleiderschap met als hoofdrolspelers Huber en Beckstein. Vol vertrouwen begonnen zij aan hun taak. ‘Een supertandem, tussen wie een diepe vriendschap bestaat’, aldus Beckstein. Geliefd bij de achterban en zeer goed ingewijd in de Beierse politiek. Maar een reeks politieke calamiteiten achtervolgt het tweetal.
Het begon met de dramatisch verlopen gemeenteraadsverkiezingen in München en Nürnberg. Terwijl driftig naar oorzaken werd gezocht kondigde zich de volgende slag aan. Het Beierse rookverbod, het strengste van heel Duitsland, werd eerst met veel bombarie ingevoerd om, na protesten van biertentfans, direct te worden afgezwakt. Een politieke blamage. Daarna diende het Transrapid-debacle zich aan. Deze supersnelle monorailverbinding tussen München en de Münchense luchthaven bleek niet 1,85 maar 3,5 miljard euro te kosten. Onmiddellijk trok bondsminister Tiefensee van Verkeer aan de noodrem en zette het prestigieuze project definitief in de ijskast.
Het voorlopige dieptepunt kwam deze week. Het tekort bij staatsbank Bayern LB, voor de helft eigendom van de Beierse staat, bedraagt waarschijnlijk niet 1,9 maar 4 miljard euro. Een schok vooral voor Huber, die als minister van Financiën commissaris bij de bank is. Hij hoorde het nieuws op zijn vakantieadres. Collega Beckstein had het alvast naar buiten gebracht zonder Huber hiervan op de hoogte te stellen. ‘Een chaotisch team’, aldus een Beiers parlementslid. Na wat onschuldig gerammel aan de fiets lijkt de tandem nu al aan een grondige revisie toe. Het tweetal zal voor de reparatie niet lang de tijd krijgen. Het gemor is begonnen en dat loopt in Beieren vaak slecht af. Daar kan Stoiber de nieuwe generatie nog wel wat over vertellen.
STEPHAN SWINKELS
DE RIJDENDE PSYCHOTHERAPEUT
De Britse taxichauffeur: van al uw gemakken voorzien.
LONDEN – Honderd taxichauffeurs in de Zuid-Engelse badplaats Bournemouth dreigen hun licentie kwijt te raken omdat ze hebben geweigerd deel te nemen aan een pedante kwaliteitstest. Vooral chauffeurs die tegen hun pensioen aan zitten vonden het een belediging om weer naar de schoolbanken te moeten terugkeren om te leren hoe ze een passagier moeten verwelkomen of hoe ze een koffer dienen beet te pakken. De acht weken durende cursus, die gepaard ging met drie leerboeken, was georganiseerd door de lokale taxibranche en de gemeente.
De taxichauffeurs werd, aan de hand van een cartoon, geleerd dat ze een vaste klant niet alleen met ‘Hello Mrs. Smith’ moeten begroeten, maar ook met: ‘Nice to see you again’. Het fysieke onderdeel van de cursus bestond uit de omgang met de koffers. Alvorens deze op te tillen dienen de cabbies een risico-inventarisatie te maken. Deze bestaat uit het analyseren van het gewicht en de vorm van de bagage, het goed in de gaten houden van de directe omgeving en het fit houden van het lijf.
Eenmaal op de weg begint het psychologische deel van de baan: het opbouwen van een ‘friendly rapport’ met de klant. Allereerst dient de chauffeur via de achteruitkijkspiegel diens gemoed te bestuderen. Is hij of zij geïrriteerd, boos, vaag, vrolijk of zorgelijk? Vooral de eerste twee mogelijkheden kunnen leiden tot een conflict, waarvoor de taxichauffeur vijf conflictmanagementtechnieken geleerd heeft. Zo kan hij reageren als een wijze uil, een sluwe vos, een teddybeer, een felle haai of een oude schildpad. Dit terwijl hij het verkeer in de gaten houdt.
Tevens moesten ze leren om eventuele handicaps bij klanten te identificeren, empathie te tonen en kaart te lezen. Voorts kregen ze lessen in persoonlijke hygiëne, meer in het bijzonder scheren en tandenpoetsen. De meeste taxichauffeurs vonden het betuttelende tijdverspilling maar deden noodgedwongen mee. Voor de 67-jarige Frank Shaw, die al een kwart eeuw probleemloos zijn vak uitoefent, was de angst om zijn broodwinning te verliezen minder aanwezig. Wanneer zijn licentie dreigt te worden ingevorderd zal hij naar de rechter stappen en eventueel procederen tot aan het Hogerhuis. Tegen de tijd dat er een arrest ligt, is hij al met pensioen.
Andere gemeenten kijken met interesse naar deze ‘professionalisering’. Het zal niemand verbazen wanneer de betutteling Londen zal bereiken, dit vanwege het grote aantal toeristen dat volgens experts graag een goede dienstverlening wil. Ironisch genoeg spelen er in Londen tegelijkertijd ideeën om de knowledge test voor taxichauffeurs af te schaffen. Van oudsher moeten Londense chauffeurs jarenlang alle straten in een cirkel van zes mijl rondom Trafalgar Square uit hun hoofd leren, plus alle mogelijke routes van A naar B. Wetenschappers hebben aangetoond dat Londense cabbies hierdoor een groter brein hebben dan gewone mensen.
Met de opkomst van de TomTom zou de kwaliteitstest overbodig worden, al heeft onderzoek uitgewezen dat de mens nog altijd sneller is dan de machine. Echter, de liefde voor technologie en gemak is zo groot dat het denkbaar is dat Londenaren en toeristen in de toekomst worden rondgereden door goed geschoren, empathische en afgetrainde taxichauffeurs die amper weten waar ze zich bevinden, blind varend op de TomTom, totdat deze in de war raakt omdat er opeens weer een weg opengebroken is. Op zo’n moment komt conflictmanagement trouwens wel weer van pas.
PATRICK VAN IJZENDOORN